Vergeet mij niet

Dieter F. Uchtdorf

Tweede raadgever in het Eerste Presidium


Mijn gebed en zegen voor u is dat u nooit zult vergeten dat u werkelijk waardevolle dochters in Gods koninkrijk bent.

Geliefde zusters, ik ben blij om vandaag bij u te zijn. Ik kijk altijd uit naar deze jaarlijkse algemene ZHV-bijeenkomst en de geweldige boodschappen die hier weerklinken. Dank u, zusters. Het is voor mij een hele eer om vandaag in opdracht van president Thomas S. Monson te spreken en enkele gedachten aan de zusters van de kerk mee te geven.

Een tijdje geleden wandelde ik met mijn vrouw en dochter door een prachtige tuin. Ik was onder de indruk van de pracht en de schoonheid van Gods schepping. En toen merkte ik tussen al die schitterende bloemen een piepklein bloempje op. Ik kende de naam van die bloem omdat ik er al sinds mijn jeugd een tedere verbondenheid mee voel. Het was een vergeet-mij-nietje.

Ik weet niet precies waarom dat nietige bloempje door de jaren heen zo veel voor me heeft betekend. Het valt niet meteen op en wordt snel over het hoofd gezien tussen de grote en kleurrijke bloemen eromheen. Toch is het net zo mooi, met de rijke kleur als die van de blauwste lucht — misschien heb ik er daarom wel een zwak voor.

En de naam ervan is een indringende smeekbede. Er is een Duitse legende dat God alle planten een naam had gegeven maar er eentje had overgeslagen. Een stemmetje riep uit: ‘Vergeet mij niet, o Heer!’ En God antwoordde dat ze die naam zou dragen.

Vandaag wil ik dit kleine bloempje als metafoor gebruiken. De vijf bloemblaadjes van het vergeet-mij-nietje doen mij denken aan vijf dingen die we beter nooit kunnen vergeten.

Ten eerste: vergeet niet om geduld met uzelf te hebben.

Ik wil u iets vertellen dat u hopelijk niet verkeerd opvat: God beseft heel goed dat u en ik niet volmaakt zijn.

En ik voeg daaraan toe: God beseft ook heel goed dat de mensen die u volmaakt acht dat evenmin zijn.

En toch verspillen we zo veel tijd en energie door onszelf met anderen te vergelijken — vaak onze zwakheden met hun sterke kanten. Daarbij scheppen we verwachtingen voor onszelf die we onmogelijk kunnen waarmaken. We staan dan nooit stil bij het goede dat wij doen, omdat het minder lijkt dan wat een ander doet.

Iedereen heeft sterke en zwakke kanten.

Het is prachtig dat u sterke eigenschappen hebt.

En het hoort bij dit sterfelijk leven dat u zwakheden hebt.

God wil ons helpen om al onze zwakheden uiteindelijk in sterke punten te veranderen1, maar Hij weet dat dat tijd kost. Hij wil dat wij volmaakt worden2, en als wij op het pad van het discipelschap blijven, zijn we dat op een dag ook. Het is niet erg dat u nog niet zo ver bent. Blijf eraan werken maar straf uzelf niet langer.

Geliefde zusters, velen van u hebben oneindig veel liefde en geduld wat de zwakheden van anderen betreft. Denk eraan om ook liefde voor en geduld met uzelf te hebben.

Wees onderwijl dankbaar voor alle kleine successen bij u thuis, in uw familierelaties, uw opleiding en bestaansmogelijkheden, uw deelname in de kerk en uw persoonlijke vooruitgang. Net als bij de vergeet-mij-nietjes lijken die successen in uw ogen misschien erg klein en gaan anderen eraan voorbij. Maar God merkt ze op en voor Hem zijn ze van tel. Als u succes alleen ziet als de volmaaktste roos of een oogstrelende orchidee, gaat u voorbij aan enkele van de mooiste ervaringen die het leven biedt.

Als u bijvoorbeeld eist dat de gezinsavond iedere week volgens het boekje verloopt — ook al worden u en iedereen om u heen er miserabel van — dan is dat niet altijd de beste keuze. Vraag u liever af: Wat kunnen wij als gezin voor leuks en geestelijks doen dat onze onderlinge band versterkt? Een dergelijke gezinsavond — ook al is die nog zo eenvoudig — kan op de lange duur een veel positievere uitwerking hebben.

Onze weg naar volmaking is lang, maar we mogen ons verwonderen en verheugen in de kleinste stapjes op die weg.

Ten tweede: vergeet niet het onderscheid te maken tussen een gepast offer en een dwaas offer.

Bij een aannemelijk offer geven we iets goeds op voor iets dat veel meer waarde heeft.

Iets van uw slaap opofferen om een kind met een nare droom te helpen is een goed offer. Dat weten we allemaal. De hele nacht opblijven, en uw eigen gezondheid op het spel zetten, om de perfecte accessoire voor de zondagse kleding van een dochter te maken, is misschien minder gepast als offer.

Een deel van onze tijd besteden aan de Schriften of voorbereiding van een les is een goed offer. Urenlang de titel van de les in zelfgemaakte onderzetters borduren voor alle leerlingen in uw klas is dat wellicht niet.

Iedere persoon en situatie is anders, en een goed offer in het ene geval kan in een ander geval dwaas zijn.

Hoe maken we uit wat in onze situatie wel en niet gepast is? We kunnen ons afvragen: Besteed ik mijn tijd en energie aan de dingen die er het meeste toe doen? Er zijn zo veel goede dingen om te doen, maar we kunnen ze niet allemaal doen. Onze hemelse Vader is zo blij wanneer we iets goeds opofferen voor iets dat in een eeuwig perspectief veel beter is. Soms betekent dat misschien wel dat u kleine maar prachtige vergeet-mij-nietjes kweekt in plaats van een grote tuin vol exotische bloemen.

Ten derde: vergeet niet om nu gelukkig te zijn.

In het populaire kinderverhaal Sjakie en de chocoladefabriek verstopt de geheimzinnige snoepfabrikant Willie Wonka een gouden toegangskaart in vijf van zijn chocoladerepen. Hij kondigt aan dat wie een van de wikkels met die kaart vindt een rondleiding door zijn fabriek en een voorraad chocola voor het leven wint.

Op elke gouden toegangskaart staat geschreven: ‘Gegroet, gelukkige vinder van de Gouden Toegangskaart (…). Er staan je geweldige dingen te wachten, je zult veel grote verrassingen beleven! (…) Geheimzinnige en vreemde dingen die je zullen boeien, verrukken, verbazen en verstomd zullen doen staan.’3

In dit klassieke kinderverhaal smachten mensen over de hele wereld wanhopig naar een gouden toegangskaart. Sommigen voelen dat hun hele toekomst er van afhangt of ze al dan niet een gouden toegangskaart in handen krijgen. In alle spanning vergeten mensen nog gewoon te genieten van een reep chocola. De reep zelf draait uit op een hevige teleurstelling als er geen gouden toegangskaart in zit.

Ook tegenwoordig wachten veel mensen op hun gouden toegangskaart — het kaartje dat in hun ogen toegang biedt tot het geluk waar ze altijd van hebben gedroomd. Voor sommigen is hun gouden toegangskaart een volmaakt huwelijk; voor anderen het huis van hun dromen; of wellicht een leven zonder stress of zorgen.

Er is niets verkeerds aan rechtschapen verlangens — wij hopen op en streven naar dingen die ‘deugdzaam, lieflijk, of eerzaam of prijzenswaardig’ zijn.—4 Het probleem ontstaat wanneer we ons geluk in afwachting van een toekomstige gebeurtenis — onze gouden toegangskaart — opzijzetten.

Een vrouw wilde dolgraag met een rechtschapen priesterschapsdrager in de tempel trouwen en moeder en echtgenote worden. Daar had ze haar hele leven van gedroomd, en o, wat zou ze een fantastische moeder en liefdevolle echtgenote zijn. In haar gezin zou sprake zijn van liefde en vriendelijkheid alom. Er zou geen bitter woord vallen. Het eten zou nooit aanbranden. En haar kinderen zouden ’s avonds en in het weekend niet met hun vrienden rondhangen maar liever gezellig thuis blijven bij paps en mams.

Dat was haar gouden toegangskaart. Ze voelde dat haar hele bestaan daar van afhing. Ze smachtte er meer dan wat ook in de wereld naar.

Maar het is er nooit van gekomen. En in de loop der jaren is ze steeds meer teruggetrokken, verbitterd en zelfs boos geworden. Ze kon niet begrijpen waarom God haar rechtvaardige verlangen niet inwilligde.

Ze werkte als leerkracht op een basisschool en dacht er de hele dag tussen al die kinderen des te meer aan dat haar gouden toegangskaart nooit was gekomen. Naarmate de jaren verstreken, raakte ze steeds meer teleurgesteld en geïsoleerd. Ze stootte mensen af en men liep waar mogelijk met een boog om haar heen. Ze vierde zelfs haar frustratie bot op de kinderen in de klas. Ze verloor vaak haar geduld, en ze werd heen en weer geslingerd tussen haar woedeaanvallen en radeloze eenzaamheid.

Het tragische van dit verhaal is dat deze goede vrouw, door alle teleurstelling over haar gemiste gouden toegangskaart, voorbijging aan de zegeningen die ze wel had. Ze had geen kinderen thuis, maar ze was er door omringd in haar klas. Ze was niet gezegend met een eigen gezin, maar de Heer had haar een kans gegeven die velen niet hebben — om als leerkracht het leven van honderden kinderen en gezinnen ten goede te beïnvloeden.

De les die we hieruit leren is dat we niet moeten wachten op fantastische rozen en daardoor de pracht en schoonheid van de kleine vergeet-mij-nietjes overal om ons heen niet opmerken.

Dat wil niet zeggen dat we onze hoop of doelen moeten laten varen of afzwakken. Blijf altijd streven naar het beste in u. Blijf altijd hopen op de rechtschapen verlangens van uw hart. Maar sluit uw ogen en hart niet voor de simpele en elegante schoonheid van de gewone dagelijkse momenten die deel uitmaken van een goed en zinvol leven.

De gelukkigste mensen die ik ken, zijn niet de vinders van hun gouden toegangskaart, maar de mensen die bij het streven naar prijzenswaardige doelen de schoonheid en het geluk van de alledaagse momenten ontdekken en koesteren. Zij weven draadje voor draadje dankbaarheid en verwondering door hun dagelijks leven heen. Zij kennen het ware geluk.

Ten vierde: vergeet niet het ‘waarom’ van het evangelie.

Soms zien we in onze dagelijkse beslommeringen onbedoeld voorbij aan een wezenlijk aspect van het evangelie van Jezus Christus, net zoals we een prachtig, teer vergeet-mij-nietje over het hoofd zien. In onze ijver om alle taken en plichten te vervullen die we als lid van de kerk op ons nemen, zien we het evangelie soms als een lange lijst met taken die we aan onze al onmogelijk lange waslijst van dingen moeten toevoegen, als een blok tijd dat we ergens in onze drukke schema moeten inpassen. We staren ons blind op wat de Heer van ons vraagt en hoe we dat kunnen doen, maar vergeten wel eens waarom.

Geliefde zusters, het evangelie van Jezus Christus is niet een af te werken verplichting; het is een weg, uitgezet door onze liefdevolle Vader in de hemel, die tot vrede en geluk in dit leven en tot heerlijkheid en onuitsprekelijke vervulling in het komende leven voert. Het evangelie is een lamp die de sterfelijkheid doordringt en de weg voor ons verlicht.

Hoewel begrip van het ‘wat’ en ‘hoe’ van het evangelie noodzakelijk is, spruiten het eeuwige vuur en de grandeur van het evangelie voort uit het ‘waarom’. Wanneer we begrijpen waarom onze hemelse Vader ons dit patroon voor ons leven heeft gegeven, wanneer we bedenken waarom wij ons leven op dat fundament willen bouwen, is het evangelie geen last meer, maar een vreugde en een genoegen. Het wordt dan waardevol en aangenaam.

Laten we het pad van het discipelschap niet bewandelen met onze ogen naar de grond gericht, met alleen onze taken en plichten in gedachten. Laten we niet wandelen zonder de schoonheid van de prachtige aardse en geestelijke landschappen om ons heen op te merken.

Geliefde zusters, ga op zoek naar de heerlijkheid, schoonheid en aanstekelijke vreugde van het ‘waarom’ van het evangelie van Jezus Christus.

Het ‘wat’ en ‘hoe’ van gehoorzaamheid markeren de weg en houden ons op het goede pad. Het ‘waarom’ van gehoorzaamheid heiligt onze levenswandel en transformeert het alledaagse tot iets verhevens. Het vergroot onze kleine daden van gehoorzaamheid tot heilige daden van toewijding.

Ten vijfde: vergeet niet dat de Heer u liefheeft.

Als kind keek ik wel eens naar de kleine vergeet-mij-nietjes en voelde me dan net als dat bloempje — klein en onbeduidend. Ik vroeg me af of mijn familie of mijn hemelse Vader me zou vergeten.

Jaren later kan ik met tederheid en liefde op dat jongetje terugkijken. Ik weet nu dat ik nooit vergeten ben.

En ik weet nog iets: als apostel van onze Meester, Jezus Christus, verklaar ik in alle stelligheid en overtuiging van mijn hart — u ook niet!

U bent ook niet vergeten.

Zusters, waar u ook bent en in welke omstandigheden u ook verkeert, u bent niet vergeten. Hoe donker uw dagen ook lijken, hoe nietig u zich ook waant, hoe overschaduwd u zich ook voelt, uw hemelse Vader is u niet vergeten. Hij heeft u zelfs oneindig lief.

Sta er eens bij stil: het verhevenste, machtigste en heerlijkste Wezen in het heelal kent u en denkt aan u! De Koning van de oneindige ruimte en de eeuwigheid heeft u lief!

Hij die de sterren heeft gemaakt en kent, kent u bij naam — u bent de dochters van zijn koninkrijk. De psalmist schreef:

‘Aanschouw ik uw hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt:

‘Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt (…)?

‘Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond.’5

God heeft u lief omdat u zijn kind bent. Hij heeft u lief, ook al voelt u zich wel eens eenzaam of maakt u fouten.

De liefde van God en de kracht van het herstelde evangelie werken bevrijdend. Als u zijn goddelijke liefde maar in uw leven toelaat, kan die elke wond bedekken, elke zere plek genezen en elke pijn verzachten.

Geliefde zusters van de ZHV, u bent dichter bij de hemel dan u denkt. U bent voor meer bestemd dan u kunt dromen. Blijf in geloof en rechtschapenheid toenemen. Aanvaard het herstelde evangelie van Jezus Christus als uw levenswijze. Koester de gave van activiteit in deze geweldige en ware kerk. Koester de gave van dienstbetoon in de gezegende organisatie van de zustershulpvereniging. Blijf gezinnen versterken. Blijf anderen opzoeken en helpen die de hulp van u en de Heer nodig hebben.

Zusters, er is iets inspirerends en subliems aan het kleine vergeet-mij-nietje. Ik hoop dat het een symbool zal zijn van de kleine dingen die uw leven vreugde en geluk brengen. Vergeet alstublieft nooit dat u geduld met en liefde voor uzelf moet hebben, dat sommige offers beter zijn dan andere, dat u niet hoeft te wachten op een gouden toegangskaart om gelukkig te zijn. Vergeet nooit dat het ‘waarom’ van het evangelie van Jezus Christus u zal inspireren en opbeuren. En vergeet nooit dat uw hemelse Vader u kent, liefheeft en koestert.

Dankuwel voor wie u bent. Dank u voor de talloze liefdediensten en hulp die u zovelen biedt. Dank u voor alles wat u nog zult doen om de vreugde van het evangelie van Jezus Christus aan gezinnen, aan de kerk, aan uw gemeenschap en aan de landen van de wereld te brengen.

Zusters, wij hebben u lief. Mijn gebed en zegen voor u is dat u nooit zult vergeten dat u werkelijk waardevolle dochters in Gods koninkrijk bent. In de heilige naam van onze geliefde Heiland, Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1. Zie Ether 12:27.

  2.  

    2. Zie 3 Nephi 12:48.

  3.  

    3. Roald Dahl, Sjakie en de chocoladefabriek (De Fontein, 2008), p. 54.

  4.  

    4.  Geloofsartikelen 1:13.

  5.  

    5.  Psalmen 8:4–6.