De tijd zal komen

L. Whitney Clayton

van het Presidium der Zeventig


Met u verbaas ik me over de wonderlijke en onweerstaanbare vooruitgang van dit werk.

Ik heb als jonge zendeling enkele maanden in het centrum van Lima (Peru) gewerkt. Daarom ben ik vaak op het Plaza de Armas geweest. Het regeringspaleis, het officiële woonhuis en kantoor van de president van Peru, staat aan het plein. Mijn collega’s en ik hebben daar veel mensen uitgenodigd om naar het herstelde evangelie te luisteren. Ik vroeg me toen vaak af hoe het zou zijn om het paleis binnen te gaan, maar alleen al de gedachte leek vergezocht.

Vorig jaar hebben ouderling D. Todd Christofferson van het Quorum der Twaalf Apostelen, enkele anderen en ik in dat paleis Alan García bezocht, die toen president van Peru was. We hebben enkele van de prachtige zalen gezien en zijn uitermate hartelijk door president García ontvangen. De vragen die ik als jonge zendeling over het paleis had, zijn beantwoord op een manier waarvan ik in 1970 niet had durven dromen.

Er is veel veranderd in Peru sinds ik daar op zending was, vooral wat de kerk betreft. Er waren toen elfduizend leden van de kerk en er was slechts één ring. Nu zijn er ruim vijfhonderdduizend leden en bijna honderd ringen. In dorpen waar toen slechts kleine groepjes leden waren, zijn nu bloeiende ringen met prachtige kerkgebouwen die het landschap sieren. Datzelfde is in vele landen over de hele wereld gebeurd.

Die opmerkelijke kerkgroei verdient enige uitleg. We beginnen met een profetie uit het Oude Testament.

Daniël was een Hebreeuwse slaaf in Babylon. Hij kreeg de kans om een droom van koning Nebukadnessar uit te leggen. Daniël vroeg aan God of Hij hem de droom en de uitleg wilde openbaren, en zijn gebed werd beantwoord. Hij zei tegen Nebukadnessar: ‘Maar er is een God in de hemel, die verborgenheden openbaart; Hij heeft de koning Nebukadnessar bekendgemaakt wat in de toekomende dagen geschieden zal. ‘(…) Uw droom en de gezichten die u op uw legerstede voor ogen kwamen, waren deze.’ Daniël zei dat de koning een beangstigend beeld had gezien met een hoofd, lichaam, armen, benen en voeten. Er kwam zonder toedoen van mensenhanden een steen los, die naar beneden rolde en toenam in omvang. Die steen trof het beeld en verbrijzelde het, en ‘de steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg, die de gehele aarde vulde.’

Daniël legde uit dat het beeld de toekomstige koninkrijken voorstelde en dat ‘in de dagen van die [toekomstige] koningen de God des hemels een koninkrijk [zal] oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan: (…) het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, ‘maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid.’1

Nu gaan we naar recentere tijden. De engel Moroni verscheen in 1823 voor het eerst aan Joseph Smith en zei tegen hem ‘dat God een werk voor [hem] te doen had; en dat [zijn] naam onder alle natiën, geslachten en talen zowel ten goede als ten kwade bekend zou zijn.’2 Moroni’s boodschap moet Joseph zeker hebben verbaasd, want hij was pas zeventien.

In 1831 zei de Heer tegen Joseph Smith dat de sleutels van het koninkrijk van God waren ‘toevertrouwd aan het mensdom op aarde.’ Hij zei dat ‘het evangelie [zou] voortrollen naar de einden der aarde, zoals de steen die uit de berg is losgehakt zonder toedoen van mensenhanden, (…) totdat hij de gehele aarde heeft vervuld,’3 zoals Daniël tegen Nebukadnessar had gezegd.

In 1898 vertelde president Wilford Woodruff over een priesterschapsvergadering in Kirtland (Ohio) die hij in 1834 als nieuw lid bijwoonde. Hij zei: ‘De profeet riep allen die het priesterschap droegen bijeen in het houten schooltje bij zijn huis. Het was een klein huis, van misschien maar vier bij vier meter. (…) Toen we bijeengekomen waren, riep de profeet de ouderlingen Israëls op om met hem te getuigen van dit werk. (…) Toen ze dat gedaan hadden, zei de profeet: “Broeders, ik ben vanavond zeer opgebouwd en heb veel geleerd van uw getuigenissen, maar ik wil ten overstaan van de Heer tot u zeggen dat u niet meer van de bestemming van deze kerk en dit koninkrijk weet, dan een baby die op zijn moeders schoot ligt. U bevat het niet. (…) We zien hier vanavond maar een handjevol priesterschapsdragers, maar deze kerk zal Noord- en Zuid-Amerika vullen — ze zal de wereld vullen.4

Deze profetieën dat:

  • het koninkrijk van God de aarde zal vullen als een steen die uit de berg is losgehakt;

  • de naam van Joseph Smith over de hele wereld bekend zal zijn; en

  • de kerk Noord- en Zuid-Amerika en de wereld zal vullen,

leken 170 jaar geleden wellicht belachelijk. De kleine groep gelovigen die aan de grens van de Amerikaanse beschaving een bestaan probeerde op te bouwen en steeds verhuisde om aan vervolging te ontkomen, leek geen geloofsrichting te zijn die grensoverschrijdend zou worden en overal harten zou doordringen.

Maar dat is wel gebeurd. Ik wil u graag een voorbeeld geven.

Op kerstdag 1925 heeft ouderling Melvin J. Ballard in Buenos Aires het werelddeel Zuid-Amerika toegewijd voor de prediking van het evangelie. Tegen augustus 1926 waren er nog maar enkele bekeerlingen gedoopt. Zij waren de eerste leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen die zich in heel Zuid-Amerika lieten dopen. Dat was 85 jaar geleden, niet meer dan een mensenleven geleden.

Er zijn nu 23 ringen van Zion in Buenos Aires, met tientallen ringen en tienduizenden kerkleden in steden en dorpen in Argentinië. En er zijn nu ruim zeshonderd ringen en een paar miljoen kerkleden in Zuid-Amerika. We kijken toe hoe het koninkrijk van God Zuid-Amerika vult, en hoe de naam van Joseph Smith, zowel door ons als door zijn criticasters, wordt bekendgemaakt in landen waarvan hij gedurende zijn leven waarschijnlijk niet eens heeft gehoord.

Er zijn nu bijna drieduizend ringen in de hele wereld, van Boston tot Bangkok en van Mexico-Stad tot Moskou. We hebben nu bijna 29 duizend wijken en gemeenten. In veel landen zijn nu volledig uitgebouwde ringen, met leden van wie de voorouders bekeerlingen waren. In andere landen komen groepjes nieuwe leden als kleine gemeenten in gehuurde huizen bij elkaar. Ieder jaar verspreidt de kerk zich verder over de aarde.

Zijn deze profetieën over het vullen van de wereld en het bekend worden over de hele wereld belachelijk? Misschien. Onwaarschijnlijk? Ongetwijfeld. Onmogelijk? Absoluut niet. Het vindt momenteel plaats.

President Gordon B. Hinckley heeft gezegd:

‘Jaren geleden zei men dat de zon nooit onderging in het Britse Rijk. De invloed van dat rijk is afgenomen. Het is echter wel waar dat de zon nooit zal ondergaan over dit werk van de Heer dat veel mensen op aarde ten goede beïnvloedt.

‘En dit is nog maar het begin. We zijn nog maar nauwelijks van start gegaan. (…) Ons werk kent geen grenzen. (…) De landen waar we nu niet binnen komen, zullen op een goede dag opengaan.’5

In onze tijd zien we een profetie uit het Boek van Mormon zich stilaan voltrekken:

‘En wanneer die dag komt, zal het geschieden dat koningen verstommen; want wat hun niet verteld was, zien zij; en wat zij niet gehoord hadden, nemen zij waar.

‘Want te dien dage zal de Vader om mijnentwil een werk werken, dat een groot en wonderbaar werk onder hen zal zijn.’6

Dit werk van de Heer is inderdaad groot en wonderbaar, maar het gaat bijna ongemerkt aan veel politieke, culturele en academische leiders in de wereld voorbij. Het verbetert één hart en één gezin tegelijk, in alle stilte en bescheidenheid. Overal worden mensen door die heilige boodschap gezegend.

Een tekst in het Boek van Mormon geeft aan wat de sleutel van de wonderbaarlijke groei van de kerk is: ‘En voorts zeg ik u dat de tijd komt dat de kennis van een Redder zich zal verbreiden onder alle natie, geslacht, taal en volk.’7

Onze belangrijkste boodschap, die we in opdracht van God overal op aarde moeten verkondigen, is dat er een Heiland is. Hij heeft in het midden des tijds geleefd. Hij heeft voor onze zonden geleden, Hij is gekruisigd en Hij is opgestaan. Die onvergelijkelijke boodschap, die wij op gezag van God verkondigen, dat is de ware reden van de groei van de kerk.

Ik getuig dat Hij met zijn Vader aan Joseph Smith is verschenen. Onder leiding van de Vader heeft Hij zijn evangelie opnieuw op aarde gevestigd. Hij heeft opnieuw apostelen, profeten en priesterschapssleutels op aarde hersteld. Hij leidt zijn kerk door middel van een hedendaagse profeet, president Thomas S. Monson. Zijn kerk is de steen die zonder toedoen van mensenhanden uit de berg is losgehakt en over de aarde rolt.

We zijn dankbaar voor Joseph Smith, en we zien vol verwondering dat zijn naam over de hele wereld steeds meer gerespecteerd, maar ook verguisd wordt. We beseffen ook dat dit geweldige werk in de laatste dagen niet om hem draait. Het is het werk van de almachtige God en zijn Zoon, de Vredevorst. Ik getuig dat Jezus Christus de Heiland is, en samen met u verbaas ik me over de wonderlijke en onweerstaanbare vooruitgang van dit werk. Ja, de tijd is aangebroken ‘dat de kennis van een Redder [zich verbreidt] onder alle natie, geslacht, taal en volk.’ Ik getuig van Hem, de Verlosser van het mensdom, en van dit werk in de naam Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1.  Daniël 2:28, 35, 44; zie ook de verzen 1–45.

  2.  

    2.  Geschiedenis van Joseph Smith 1:33.

  3.  

    3.  Leer en Verbonden 65:2.

  4.  

    4.  Leringen van kerkpresidenten: Wilford Woodruff (2004), pp. 25–26.

  5.  

    5. Gordon B. Hinckley, ‘De staat van de kerk’, Liahona, november 2003, p. 7.

  6.  

    6.  3 Nephi 21:8–9.

  7.  

    7.  Mosiah 3:20.