Wat ik hoop dat mijn kleindochters (en kleinzoons) over de ZHV zullen begrijpen

Julie B. Beck

Algemeen ZHV-presidente


Vanaf het moment dat de herstelling van het evangelie in deze bedeling begon, heeft de Heer getrouwe vrouwen nodig gehad om daaraan deel te nemen als zijn discipelen.

Het is een voorrecht om u tijdens deze historische vergadering toe te spreken. Het is een zegen voor ons om hier samen te zijn. Tijdens mijn roeping als algemeen ZHV-presidente heb ik een grote liefde ontwikkeld voor de zusters in de ZHV van de kerk, en de Heer heeft mijn visie verruimd over hoe Hij Zich over ons voelt en wat Hij van ons verwacht.

De titel van deze toespraak luidt: ‘Wat ik hoop dat mijn kleindochters (en kleinzoons) over de ZHV zullen leren.’ Mijn oudste kleindochters zijn hard bezig met het programma ‘Persoonlijke vooruitgang’ en ontwikkelen de gewoonten en karaktereigenschappen van een rechtschapen vrouw. Binnenkort zullen zij en hun leeftijdgenoten de verantwoordelijkheid dragen van deze grote wereldwijde zusterschap.

Ik hoop dat zij en alle anderen die deze boodschap horen of lezen zullen begrijpen wat de Heer voor zijn dochters in gedachten had toen de ZHV werd georganiseerd.

Een oud patroon van discipelschap

Ik hoop dat mijn kleindochters zullen begrijpen dat de ZHV van nu georganiseerd is naar een patroon van discipelschap dat al bestond in de Kerk vanouds. Toen de Heiland zijn kerk in nieuwtestamentische tijden organiseerde, speelden ‘vrouwen een belangrijke rol in [zijn] bediening.’1 Hij bezocht Martha en Maria, twee van zijn meest toegewijde volgelingen, bij Martha thuis. Toen Martha naar Hem luisterde en Hem diende zoals in die tijd de gewoonte was, hielp Hij haar inzien dat ze meer kon. Hij maakte Martha en Maria duidelijk dat ze ‘het goede deel’ konden kiezen dat niet van hen zou worden weggenomen.2 Deze zachtaardige opmerking diende als uitnodiging om deel te nemen aan de bediening van de Heer. En later in het Nieuwe Testament geeft Martha’s sterke getuigenis van de goddelijkheid van de Heiland ons enig inzicht in haar geloof en discipelschap.3

Wanneer we verder lezen in het Nieuwe Testament zien we dat de apostelen de opbouw van de kerk van de Heer voortzetten. We zien ook hoe het discipelschap van getrouwe vrouwen aan de groei van de kerk bijdroeg. Paulus had het over vrouwelijke discipelen in Efeze4 en Filippi.4 Maar toen de ware kerk van de Heer door de afval verloren ging, raakte ook dit patroon van discipelschap verloren.

Toen de Heer begon met de herstelling van zijn kerk door de profeet Joseph Smith, betrok Hij weer vrouwen in het discipelschap. Een paar maanden nadat de kerk officieel georganiseerd was, openbaarde de Heer dat Emma Smith aangesteld moest worden als leidster en lerares in de kerk en als officiële hulp van haar man, de profeet.6 Bij haar roeping om het koninkrijk van de Heer op te bouwen kreeg ze instructies over hoe ze in geloof en persoonlijke rechtschapenheid kon groeien, en hoe ze haar gezin kon versterken en anderen dienen.

Ik hoop dat mijn kleindochters zullen begrijpen dat de Heer sinds het moment dat de herstelling van het evangelie in deze bedeling begon, getrouwe vrouwen nodig had om daaraan deel te nemen als zijn discipelen.

Een voorbeeld van hun bijzondere bijdrage heeft betrekking op het zendingswerk. De enorme groei van de kerk werd mogelijk gemaakt door de gewilligheid van getrouwe mannen die hun gezin achterlieten en naar onbekende plaatsen reisden en gebrek en moeilijkheden doorstonden om het evangelie te prediken. Deze mannen begrepen echter dat hun zending niet mogelijk zou zijn geweest zonder het volledige geloof en de steun van hun vrouw. Deze vrouwen zorgden voor hun gezin en hun bedrijf, en verdienden geld voor hun gezin en de zendeling. De zusters zorgden ook voor de duizenden bekeerlingen die naar hun woonplaatsen waren gekomen. Ze waren diep toegewijd aan een nieuwe leefwijze, namelijk het opbouwen van het koninkrijk van de Heer en bijdragen aan zijn heilswerk.

Verbonden aan het priesterschap

Ik hoop dat mijn kleindochters zullen begrijpen dat de Heer de profeet Joseph Smith inspireerde om een vrouwenorganisatie op te richten die onder het priesterschap staat en naar de wijze van het priesterschap is7 en die hun zou leren ‘hoe [ze] in het bezit konden komen van de voorrechten, zegeningen en gaven van het priesterschap.’8

Toen de ZHV officieel werd georganiseerd, bleef Emma Smith haar roeping als leidster behouden. Ze werd de presidente van de organisatie met twee raadgeefsters onder haar in een presidium. In plaats van dat ze werd gekozen door de stem van de meerderheid, zoals dat de gewoonte was bij organisaties die geen onderdeel van de kerk waren, werd dit presidium door openbaring geroepen, ondersteund door degenen die zij zouden leiden en aangesteld door priesterschapsleiders om te dienen in hun roeping, oftewel zij werden ‘van Godswege (…) geroepen, door profetie en door handoplegging van hen die daartoe het gezag bezitten.’ 9 Doordat het presidium onder het priesterschap georganiseerd was, konden ze aanwijzingen van de Heer en zijn profeet krijgen om een specifieke taak te verrichten. De organisatie van de ZHV zorgde ervoor dat de middelen, tijd en talenten die in de voorraadhuis van de Heer aanwezig waren, in wijsheid en orde konden worden aangewend.

De eerste groep vrouwen begreep dat zij het gezag hadden gekregen om als discipelen zusters te onderwijzen, te inspireren en te organiseren om bij te dragen aan het werk van verlossing van de Heer. In hun bijeenkomsten leerden de zusters wat de doeleinden van de ZHV waren: geloof en persoonlijke rechtschapenheid te doen groeien, gezinnen te versterken en hen de hand te reiken die hulp nodig hebben.

Ik hoop dat mijn kleindochters zullen begrijpen dat de organisatie van de ZHV van essentieel belang was voor de voorbereiding van de heiligen op de voorrechten, zegeningen en gaven die alleen in de tempel gevonden kunnen worden. President Joseph Fielding Smith zei dat de ZHV ‘van essentieel belang is voor het koninkrijk van God op aarde’ en ‘dat de organisatie en uitvoering ervan haar getrouwe leden helpt om het eeuwige leven in het koninkrijk van onze Vader te verkrijgen.’10 We kunnen ons misschien voorstellen hoe het was voor de zusters om in Joseph Smiths met rode bakstenen gemetselde winkel de eerste ZHV-bijeenkomsten te houden, met uitzicht op de heuvel waar de tempel werd gebouwd. De profeet leerde hen dat er een selecte gemeenschap moest zijn: uitgelezen, deugdzaam, heilig en afgescheiden van al het slechte in de wereld.11

Ik hoop dat mijn kleindochters net zoveel waarde hechten aan de tempel als de eerste zusters van de ZHV, die geloofden dat tempelzegeningen de grote prijs en het doel van elke vrouw in de kerk zouden moeten zijn. Ik hoop dat mijn kleindochters er, net als de ZHV-zusters vanouds, elke dag naar zullen streven om zo volwassen te worden dat ze heilige tempelverbonden kunnen sluiten en naleven, en dat ze, wanneer ze naar de tempel gaan, zullen opletten wat er gezegd en gedaan wordt. Door de zegeningen van de tempel zullen ze met macht12 bewapend worden en de ‘sleutel tot de kennis van God’.13 Door de verordeningen van het priesterschap, die alleen in tempels te vinden zijn, kunnen ze dan hun goddelijke, eeuwige verantwoordelijkheden vervullen en beloven dat ze als toegewijde discipelen zullen leven. Ik ben dankbaar dat een van de voornaamste doeleinden van de Heer met het organiseren van de ZHV was, dat vrouwen elkaar zouden helpen om zich voor te bereiden ‘op de grotere zegeningen van het priesterschap die verkregen worden door de verordeningen en verbonden van de tempel.’14

De veiligheid en invloed van wereldwijd zusterschap

Ik hoop dat mijn kleindochters zullen beseffen welke grote invloed en mogelijkheden de wereldwijde zusterschap van de ZHV in zich draagt. De kerk heeft zich sinds 1842 vanuit Nauvoo verspreid en de ZHV is nu in 175 landen vertegenwoordigd met meer dan 80 talen. Er worden iedere week nieuwe wijken en gemeenten gevormd en zo gaan nieuwe ZHV-groepen deel uitmaken van onze steeds groeiende zusterschap, ‘over de continenten verspreid.’15 Toen de ZHV nog relatief klein was en voornamelijk in Utah functioneerde, konden de leidsters zich in hun organisatie en discipelschap vooral richten op lokale sociale programma’s en onderlinge hulpverlening. Ze vestigden familiebedrijfjes en voerden projecten uit om ziekenhuizen te bouwen en graan op te slaan. Die eerste bezigheden van de ZHV vormden patronen van discipelschap die nu wereldwijd worden toegepast. Nu de kerk blijft groeien, kan de ZHV — met aanpassing aan een steeds veranderende wereld — in elke wijk en gemeente, in elke ring en district aan haar doeleinden voldoen.

ZHV-zusters over de hele wereld hebben iedere dag te maken met het complete scala van problemen en belevenissen die bij dit sterfelijk leven horen. Vrouwen en hun gezinnen worden geconfronteerd met onvervulde verwachtingen, mentale, lichamelijke en geestelijke ziektes, ongelukken en de dood. Sommige zusters lijden onder eenzaamheid en teleurstelling omdat ze geen eigen gezin hebben, en anderen lijden onder de gevolgen van slechte keuzen door hun gezinsleden. Sommigen hebben een oorlog of honger of een ramp meegemaakt, en anderen leren hoe zwaar verslaving, werkloosheid of een tekort aan onderwijs en training wegen. Al die problemen kunnen de kracht van het geloof ondermijnen en de kracht van het individu of het gezin uitputten. Een van de doeleinden van de Heer met het organiseren van de zusters in een discipelschap was het verschaffen van verlichting van ‘alles dat de vreugde en de vooruitgang van de vrouw in de weg staat.’16 In iedere wijk en gemeente is er een ZHV met zusters die samen met de priesterschapsleiders naar openbaring en raad streven en die ontvangen, om elkaar te versterken en oplossingen te vinden die van pas komen in hun gezin en gemeenschap.

Ik hoop dat mijn kleindochters zullen begrijpen dat hun discipelschap door de ZHV uitgebreid wordt en dat ze samen met anderen betrokken kunnen raken in het soort indrukwekkende en heldhaftige werk dat de Heiland heeft gedaan. Het soort werk dat van de zusters van deze kerk in deze tijd wordt gevraagd is niet bescheiden in omvang of onbeduidend in de ogen van de Heer. Door hun getrouwheid kunnen zij zijn goedkeuring voelen en met het gezelschap van zijn Geest worden gezegend.

Mijn kleindochters moeten ook weten dat de zusterschap van de ZHV een plaats van veiligheid, toevlucht en bescherming kan zijn.17 Nu de tijden steeds slechter worden, zullen de getrouwe ZHV-zusters de gezinnen van Zion helpen beschermen tegen de schelle stemmen in de wereld en tegen de rooflustige, provocerende invloed van de tegenstander. En door de ZHV worden ze onderricht en gesterkt, en vervolgens weer onderricht en gesterkt, en kan de invloed van rechtschapen vrouwen veel meer kinderen van onze Vader tot zegen zijn.

Een discipelschap van waakzaamheid en bediening

Ik hoop dat mijn kleindochters zullen beseffen dat huisbezoek een uiting van hun discipelschap is en een bijzondere manier om hun verbonden te eren. Dat element van discipelschap behoort veel gelijkenis te hebben met de bediening van de Heiland. In de begintijd van de ZHV kreeg een bezoekcomité van elke wijk de opdracht om behoeften te inventariseren en giften in te zamelen voor hen die in nood waren. Door de jaren heen hebben de ZHV-zusters en -leidsters stap voor stap geleerd en hun vermogen om over anderen te waken verbeterd. Er waren perioden waarin de zusters zich meer richten op het afleggen van bezoeken, lesgeven en bekendmakingen doen als ze bij de zusters langs gingen. Dat heeft de zusters patronen van waakzaamheid bijgebracht. Net zoals er in de tijd van Mozes lange waslijsten met regels waren, zo hebben de ZHV-zusters zichzelf soms ook veel geschreven en ongeschreven regels opgelegd in hun verlangen om te begrijpen hoe ze elkaar konden steunen.

Nu er tegenwoordig zoveel hulp en redding voor de zusters en hun gezinnen nodig is, vindt onze hemelse Vader het beter dat we een hoger pad bewandelen en ons discipelschap tonen door oprecht voor zijn kinderen te zorgen. Met dit belangrijke doel voor ogen wordt de leidsters gevraagd om te rapporteren over het geestelijk en stoffelijk welzijn van zusters en hun gezinnen, en over verleende diensten.18 En huisbezoeksters hebben de taak om ‘iedere zuster oprecht te leren kennen en lief te hebben, haar in haar geloof te sterken en haar hulp te bieden.’19

Als toegewijde discipelen van de Heiland groeien wij in ons vermogen om te doen wat Hij zou doen als Hij hier was. We weten dat het Hem gaat om onze zorg en daarom concentreren we ons op zorg voor onze zusters in plaats van het afwerken van lijsten. Ware bediening wordt meer gemeten aan de hand van de diepgang van onze naastenliefde dan aan de hand van de volmaaktheid van onze statistieken. We weten dat we succes hebben in onze bediening als huisbezoeksters wanneer onze zusters kunnen zeggen: ‘Mijn huisbezoekster helpt me geestelijk groeien’ en ‘ik weet dat mijn huisbezoekster echt om mij en mijn gezin geeft’ en ‘als ik problemen heb, weet ik dat mijn huisbezoekster actie onderneemt zonder dat ik het hoef te vragen.’ Leidsters die het belang inzien van het dienen van anderen zullen samen overleggen en openbaring trachten te ontvangen om te weten hoe zij de huisbezoeksters kunnen opbouwen en hoe zij een geïnspireerde bediening het beste kunnen organiseren en uitvoeren.

Daarnaast is huisbezoek een verlengstuk van de opdracht aan de bisschop om voor de kudde van de Heer te zorgen. De bisschop en de ZHV-presidente hebben de hulp nodig van geïnspireerde huisbezoeksters om hen bij te staan in het vervullen van hun verantwoordelijkheid. Door de bediening van huisbezoeksters kan de ZHV-presidente op de hoogte zijn van het welzijn van iedere zuster in de wijk en daar verslag van doen als ze de bisschop spreekt.

President Thomas S. Monson heeft ons geleerd dat we, ‘wanneer we met geloof zonder twijfel trachten de ons toegewezen plichten te doen, en als we bij het uitvoeren van onze taken om inspiratie van de Almachtige vragen, we wonderen teweeg kunnen brengen.’20 Ik hoop dat mijn kleindochters deel zullen hebben aan wonderen als ze mee van het huisbezoek een patroon van discipelschap maken dat de Heer zal herkennen als Hij terugkeert.

Het doel van de ZHV verwezenlijken

Deze leringen en andere essentiële ideeën over de ZHV kunnen mijn kleindochters nu bestuderen in Dochters in mijn koninkrijk: de geschiedenis en het werk van de zustershulpvereniging. Dit boek bevat een verslag van het erfgoed van de ZHV en de vrouwen van deze kerk. Het zal een wereldwijde zusterschap verenigen en op één lijn brengen met de doeleinden van de ZHV en met de patronen en voorrechten van discipelen. Het is een getuige van de essentiële rol van de vrouw in het plan van geluk van onze Vader, en het voorziet in een onwrikbare norm voor wat we geloven, wat we doen en waar we voor op zullen komen. Het Eerste Presidium moedigt ons aan om ‘dit boek te bestuderen en ons door de tijdloze waarheden en inspirerende voorbeelden erin te laten beïnvloeden.’21

Wetende dat de ZHV op goddelijke wijze tot stand was gekomen, zei president Joseph F. Smith tegen de ZHV-zusters: ‘De taak is aan u om de wereld te leiden en in het bijzonder de vrouwen in de wereld. (…) U bent het hoofd,’ zei hij, ‘niet de staart.’22 Nu de tijd van de wederkomst van de Heer naderbij komt, hoop ik dat mijn kleindochters sterke, getrouwe vrouwen zullen worden die de beginselen en patronen van de ZHV in hun leven zullen toepassen. Als de ZHV voor hen een leefwijze wordt, zullen ze naar ik hoop eensgezind met anderen dienen om haar goddelijke doeleinden te vervullen. Ik heb een getuigenis van de ware herstelde kerk van Jezus Christus en ik ben dankbaar voor het patroon van discipelschap dat is hersteld toen de Heer de profeet Joseph Smith inspireerde om de ZHV te organiseren. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1.  Dochters in mijn koninkrijk: de geschiedenis en het werk van de zustershulpvereniging(2011), p. 3.

  2.  

    2. Zie Lucas 10:38–42.

  3.  

    3. Zie Johannes 11:20–27.

  4.  

    4. Zie Handelingen 18:24–26; Romeinen 16:3–5.

  5.  

    5. Zie Filippenzen 4:1–4.

  6.  

    6. Zie Leer en Verbonden 25.

  7.  

    7. Joseph Smith. In: Dochters in mijn koninkrijk, p. 12.

  8.  

    8. Joseph Smith. In: History of the Church, 4:602.

  9.  

    9.  Geloofsartikelen 1:5.

  10.  

    10. Joseph Fielding Smith. In: Dochters in mijn koninkrijk, p. 97.

  11.  

    11. Joseph Smith. In: Dochters in mijn koninkrijk, p. 15.

  12.  

    12. Zie Leer en Verbonden 109:22; zie ook Sheri L. Dew. In: Dochters in mijn koninkrijk, p. 128.

  13.  

    13.  Leer en Verbonden 84:19; zie ook Ezra Taft Benson. In: Dochters in mijn koninkrijk, p. 129.

  14.  

    14.  Dochters in mijn koninkrijk, p. 131.

  15.  

    15. Boyd K. Packer. In: Dochters in mijn koninkrijk, p. 99.

  16.  

    16. John A. Widtsoe. In: Dochters in mijn koninkrijk, p. 25.

  17.  

    17. Zie Dochters in mijn koninkrijk, pp. 86–87.

  18.  

    18. Zie Handboek 2: de kerk besturen (2010), 9.5.4.

  19.  

    19.  Handboek 2, 9.5.1.

  20.  

    20. Thomas S. Monson. In: Dochters in mijn koninkrijk, p. 91.

  21.  

    21. Eerste Presidium. In: Dochters in mijn koninkrijk, p. IX.

  22.  

    22. Joseph F. Smith. In: Dochters in mijn koninkrijk, p. 66.