U bent belangrijk in zijn ogen

Dieter F. Uchtdorf

Tweede raadgever in het Eerste Presidium


De Heer gebruikt een andere weegschaal dan de wereld om de waarde van een ziel te wegen.

Mozes, een van de grootste profeten die de wereld ooit heeft gekend, werd opgevoed door Farao’s dochter en leefde de eerste veertig jaar van zijn leven in de paleizen van Egypte. Hij kende uit eigen ervaring de glorie en grootsheid van dat oude koninkrijk.

Jaren later stond Mozes op de top van een verafgelegen berg, ver weg van de pracht en praal van het machtige Egypte. Hij stond in de tegenwoordigheid van God en sprak van aangezicht tot aangezicht met Hem, zoals een man met zijn vriend praat.1 Tijdens dat bezoek liet God aan Mozes het werk van zijn handen zien, en zag Mozes een glimp van zijn werk en heerlijkheid. Na dat visioen viel Mozes ter aarde, waar hij urenlang bleef liggen. Toen hij eindelijk zijn kracht terugkreeg, realiseerde hij zich iets wat hij in al zijn jaren in het paleis van de Farao niet beseft had.

‘Nu weet ik’, zei hij, ‘dat de mens niets is.’2

We zijn minder dan we veronderstellen

Hoe meer we over het heelal leren, hoe meer we begrijpen — in ieder geval een klein beetje — wat Mozes wist. Het heelal is zo groot, mysterieus en magnifiek dat het onbegrijpelijk voor het menselijk verstand is. ‘Ontelbare werelden heb Ik geschapen’, zei God tegen Mozes.3 De wonderen in de nachtelijke hemel zijn een prachtig getuigenis van die waarheid.

Bijna niets vervult me met zoveel ademloze verwondering dan wanneer ik in de donkere nacht over oceanen en continenten vlieg en uit mijn cockpit naar de oneindige pracht van miljoenen sterren kijk.

Astronomen hebben getracht het aantal sterren in het heelal te tellen. Een groep wetenschappers schat dat het aantal sterren dat we door onze telescopen kunnen zien, tien keer groter is dan alle zandkorrels op de stranden en in de woestijnen op aarde.4

Die conclusie heeft opvallend veel weg van de uitspraak van de oude profeet Henoch: ‘En indien het mogelijk was dat de mens de stofdeeltjes der aarde kon tellen, ja, van miljoenen aarden zoals deze, dan zou het nog geen begin zijn van het aantal van uw scheppingen.’5

Gezien de grootsheid van Gods scheppingen is het geen wonder dat de grote koning Benjamin zijn volk het advies gaf om ‘de grootheid Gods, en uw eigen nietigheid’ altijd indachtig te blijven.6

We zijn meer dan we veronderstellen

Maar hoewel de mens niets is, verbaas ik me erover dat ‘de waarde van zielen groot is in de ogen van God.’7

En hoewel we naar de onmetelijke uitgestrektheid van het heelal kunnen kijken en zeggen: ‘Wat is de mens in vergelijking met de heerlijkheid van de schepping?’, zegt God dat wij de reden zijn dat Hij het heelal heeft geschapen! Zijn werk en heerlijkheid — het doel van dit grootse heelal — is de mens te verlossen en te verhogen.8 Met andere woorden, de onmetelijke uitgestrektheid van de eeuwigheid, de heerlijkheden en mysteriën van oneindige ruimte en tijd, zijn geschapen voor het welzijn van gewone mensen zoals u en ik. Onze hemelse Vader heeft het heelal geschapen zodat wij ons potentieel als zijn zoons en dochters mogen bereiken.

Dat is de paradox van de mens: vergeleken met God is de mens niets; toch zijn we alles in de ogen van God. Hoewel we tegen de achtergrond van de eeuwige schepping niets lijken, hebben we een vonkje van eeuwig vuur in onze boezem. We hebben de ondoorgrondelijke belofte van de verhoging — werelden zonder einde — binnen ons bereik. En God heeft het grote verlangen om ons dat doel te helpen bereiken.

De dwaasheid van hoogmoed

De grote bedrieger weet dat een van zijn doeltreffendste wapens om de kinderen van God te misleiden is in te spelen op de uitersten van de menselijke paradox. Bij sommigen richt hij zich op hun neiging tot hoogmoed. Hij prijst ze en laat ze in hun eigenwaan geloven dat ze belangrijk en onoverwinnelijk zijn. Hij maakt ze wijs dat ze het alledaagse overstijgen en dat door hun bekwaamheid, geboorterecht of maatschappelijke status de gangbare maatstaven van het leven voor hen niet meer gelden. Hij doet ze geloven dat ze zich daarom niet hoeven te schikken naar andermans regels en evenmin rekening hoeven te houden met andermans problemen.

Er wordt gezegd dat Abraham Lincoln gek was op dit gedicht:

Ach, waarom zou de sterfelijke ziel hoogmoedig zijn?
Als een snel bewegende meteoor of wolk,
een bliksemflits, of het breken van een golf,
beweegt de mens zich van het leven naar zijn graf.9

Discipelen van Jezus Christus begrijpen dat — in vergelijking met de eeuwigheid — ons aardse bestaan in ruimte en tijd slechts ‘van korte duur’ is.10Zij weten dat iemands echte waarde weinig of niets te maken heeft met wat de wereld zo belangrijk vindt. Zij weten dat al vergaren we al het geld in de hele wereld bij elkaar, dat niet voldoende zal zijn om ons een brood in de hemel te kopen.

Zij die ‘het koninkrijk Gods (…) beërven’11 zijn de mensen die worden ‘als een kind: onderworpen, zachtmoedig, ootmoedig, geduldig, vol liefde’.12 ‘Want een ieder, die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.’13 Dergelijke discipelen begrijpen ook dat ‘wanneer gij in dienst van uw medemensen zijt, gij louter in dienst van uw God zijt’.14

God zal ons niet vergeten

Ontmoediging is een andere manier waarop Satan ons misleidt. Hij probeert onze aandacht te vestigen op onze eigen nietigheid totdat we aan onze eigenwaarde gaan twijfelen. Hij zegt dat we zo klein zijn dat niemand ons opmerkt, dat we zijn vergeten — vooral door God.

Ik wil u graag over een persoonlijke ervaring vertellen waar mensen die zich onbelangrijk, vergeten of alleen voelen wellicht iets aan hebben.

Vele jaren geleden ging ik naar de vliegschool van de Amerikaanse luchtmacht. Ik was ver weg van huis, een jonge West-Duitse soldaat, die in Tsjecho-Slowakije was geboren en in Oost-Duitsland was opgegroeid. En ik sprak gebrekkig Engels. Ik herinner me nog goed dat ik naar de basis in Texas reisde. Ik zat in het vliegtuig naast een passagier die met een sterk zuidelijk accent sprak. Ik kon haast geen woord van hem verstaan. Ik vroeg me zelfs af of ik de verkeerde taal had geleerd. Alleen al de gedachte dat ik moest concurreren met Engelstalige studenten voor de begeerde topplaatsen in het opleidingsprogramma voor piloten maakte me bang.

Toen ik op de luchtmachtbasis in het stadje Big Spring (Texas) aankwam, zocht ik de gemeente van de heiligen der laatste dagen op, die bestond uit een handjevol geweldige leden die in enkele gehuurde kamers op de luchtmachtbasis bijeenkwamen. De leden waren bezig een klein kerkgebouw te bouwen, dat de permanente vergaderruimte voor de gemeente zou worden. In die tijd deden de leden veel werk aan de bouw van een nieuw kerkgebouw.

Dag in dag uit nam ik aan mijn pilotenopleiding deel. Ik studeerde keihard en besteedde bijna al mijn vrije tijd aan de bouw van de nieuwe kerk. In die tijd leerde ik dat frezen niets met angst te maken heeft maar met het aanbrengen van sleuven en groeven. Ik leerde ook de belangrijke vaardigheid om een spijker in te slaan zonder je duim te verbrijzelen.

Ik besteedde zoveel tijd aan de bouw van de kerk dat de gemeentepresident — die ook een van onze vlieginstructeurs was — zijn bezorgdheid uitsprak en zei dat ik wellicht meer tijd aan mijn studie moest spenderen.

Mijn vrienden en medestudenten besteedden hun vrije tijd aan andere activiteiten waarvan ik durf te beweren dat er sommige niet overeenstemden met wat er tegenwoordig in de brochure Voor de kracht van de jeugd staat. Maar ik was blij dat ik actief deel uitmaakte van die kleine gemeente in Texas, dat ik mijn timmermansvaardigheden kon ontwikkelen, en dat mijn Engels steeds beter werd naarmate ik mijn taak als leerkracht in het ouderlingenquorum en in de zondagsschool vervulde.

In die tijd was Big Spring (Grote Bron), ondanks de naam, een kleine, onbeduidende en onbekende plek. En ik voelde me vaak hetzelfde — onbeduidend, onbekend en tamelijk alleen. Maar toch vroeg ik me nooit af of de Heer me was vergeten en of Hij in staat was om me daar te vinden. Ik wist dat het voor onze hemelse Vader niet uitmaakte waar ik me bevond, wat voor positie ik tijdens mijn pilotenopleiding had, of wat mijn roeping in de kerk was. Het was voor Hem belangrijk dat ik mijn uiterste best deed, dat mijn hart op Hem was gericht en dat ik bereid was om de mensen om mij heen te helpen. Ik wist dat als ik mijn uiterste best deed, alles goed zou komen.

En dat gebeurde ook.15

De laatsten zullen de eersten zijn

Het maakt de Heer niet uit of we onze werkdagen in marmeren gebouwen of stallen doorbrengen. Hoe eenvoudig onze omstandigheden ook zijn, Hij weet waar we zijn. De mensen die hun hart op Hem richten gebruikt Hij op zijn eigen manier om zijn eigen heilige doelen te verwezenlijken.

God weet dat enkele van de grootste zielen die ooit geleefd hebben nooit in de geschiedenisboeken zullen voorkomen. Zij zijn de gezegende, nederige zielen die het voorbeeld van de Heiland volgen en in hun leven het goede doen.16

De ouders van een vriend van mij zijn daar een goed voorbeeld van. De man werkte in een staalfabriek in Utah. Tijdens de lunchpauze las hij zijn Schriften of een tijdschrift van de kerk. Toen de andere werknemers dat zagen, lachten ze hem uit en trokken ze zijn geloof in twijfel. Iedere keer dat ze dat deden, sprak hij vriendelijk en zelfverzekerd met hen. Hij liet zich niet boos of overstuur maken door hun gebrek aan respect.

Jaren later werd een van de grootste spotters erg ziek. Voordat hij overleed vroeg hij of deze nederige man op zijn begrafenis wilde spreken. En dat deed hij.

Dit getrouwe lid van de kerk had nooit veel aanzien of rijkdom. Maar zijn invloed op iedereen die hem kende, was groot. Hij kwam om door een bedrijfsongeval, terwijl hij een andere medewerker hielp die in de sneeuw vastzat.

Binnen een jaar moest zijn weduwe een hersenoperatie ondergaan, waarna ze niet meer kon lopen. Maar mensen brengen graag tijd met haar door omdat ze luistert. Ze onthoudt van alles. Ze bekommert zich om anderen. Omdat ze niet kan schrijven, leert ze de telefoonnummers van haar kinderen en kleinkinderen uit het hoofd. Ze denkt altijd liefdevol aan verjaardagen en gedenkdagen.

Wie haar bezoeken, voelen zich daarna altijd beter over het leven en over zichzelf. Ze voelen haar liefde. Ze weten dat ze om hen geeft. Ze klaagt nooit, maar besteedt haar tijd om anderen tot zegen te zijn. Een van haar vriendinnen heeft gezegd dat deze vrouw een van de weinige mensen was die zij had gekend die waarlijk een voorbeeld van de liefde en het leven van Jezus Christus was.

Dit echtpaar zou zelf zeggen dat ze in deze wereld niet zo belangrijk waren. Maar de Heer gebruikt een andere weegschaal dan de wereld om de waarde van een ziel te wegen. Hij kent dit getrouwe echtpaar; Hij heeft ze lief. Hun levenswijze is een levend getuigenis van hun sterke geloof in Hem.

U bent belangrijk in zijn ogen

Broeders en zusters, het is misschien zo dat de mens niets is in vergelijking met de grootsheid van het heelal. Soms voelen we onszelf onbelangrijk, onzichtbaar, alleen of vergeten. Maar vergeet nooit dat u voor Hem belangrijk bent! Als u daar ooit aan twijfelt, denk dan aan deze vier goddelijke beginselen:

Ten eerste: God heeft de nederigen en zachtmoedigen lief, want zij zijn ‘de grootste in het koninkrijk der hemelen’.17

Ten tweede: de Heer vertrouwt erop dat ‘de volheid van [zijn] evangelie door de zwakken en eenvoudigen zou worden verkondigd aan de einden der wereld’.18 Hij heeft gezegd: ‘De zwakke dingen der wereld zullen tevoorschijn treden en de machtige en sterke afbreken’19 om ‘wat sterk is te beschamen’.20

Ten derde: waar u ook woont, hoe eenvoudig uw omstandigheden ook zijn, wat voor baan u ook hebt, hoe beperkt uw vaardigheden ook zijn, hoe gewoon u er ook uitziet, of hoe klein uw roeping in de kerk u ook toeschijnt, voor onze hemelse Vader bent u niet onzichtbaar. Hij heeft u lief. Hij kent uw nederige hart en uw liefdevolle en attente liefdediensten. Samen zijn ze een duurzaam getuigenis van uw trouw en geloof.

Ten vierde en ten slotte: begrijp alstublieft dat wat u nu ziet en ervaart, geen weerspiegeling van de eeuwigheid is. U zult niet voor eeuwig eenzaamheid, verdriet, pijn en ontmoediging voelen. Wij hebben de betrouwbare belofte van God dat Hij de onbaatzuchtigen niet zal vergeten en niet in de steek zal laten.21 Wij moeten geloof en hoop in die belofte hebben. Leer uw hemelse Vader liefhebben, en wees in woord en daad zijn discipel.

Vertrouw erop dat als u volhardt, in Hem gelooft en trouw de geboden blijft onderhouden, u op een dag deze geopenbaarde beloften aan de apostel Paulus zult ervaren: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.’22

Broeders en zusters, het machtigste wezen in het heelal is de Vader van uw geest. Hij kent u. Hij heeft u op volmaakte wijze lief.

God ziet u niet alleen als menselijk wezen met een korte levensduur op een kleine planeet — Hij ziet u als zijn kind. Hij ziet u als de persoon die u kunt worden. Hij wil dat u weet hoe belangrijk u voor Hem bent.

Mogen wij altijd geloven, vertrouwen en ons leven aanpassen zodat we onze daadwerkelijke eeuwige waarde en mogelijkheden zullen begrijpen. Dat wij de waardevolle zegeningen van onze hemelse Vader waardig zullen zijn, is mijn gebed in de naam van zijn Zoon, Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1. Zie Mozes 1:2.

  2.  

    2.  Mozes 1:10.

  3.  

    3.  Mozes 1:33.

  4.  

    4. Zie Andrew Craig, ‘Astronomers Count the Stars’, BBC News, 22 juli 2003, http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/3085885.stm.

  5.  

    5.  Mozes 7:30.

  6.  

    6.  Mosiah 4:11.

  7.  

    7.  Leer en Verbonden 18:10.

  8.  

    8. Zie Mozes 1:38–39.

  9.  

    9. William Knox, ‘Mortality’, in: James Dalton Morrison, Masterpieces of Religious Verse (1948), p. 397.

  10.  

    10.  Leer en Verbonden 121:7.

  11.  

    11.  3 Nephi 11:38.

  12.  

    12.  Mosiah 3:19.

  13.  

    13.  Lucas 18:14; zie ook de verzen 9–13.

  14.  

    14.  Mosiah 2:17.

  15.  

    15. Dieter F. Uchtdorf slaagde cum laude.

  16.  

    16. Zie Handelingen 10:38.

  17.  

    17.  Matteüs 18:4; zie ook de verzen 1–3.

  18.  

    18.  Leer en Verbonden 1:23.

  19.  

    19.  Leer en Verbonden 1:19.

  20.  

    20.  1 Korintiërs 1:27.

  21.  

    21. Zie Hebreeën 13:5.

  22.  

    22.  1 Korintiërs 2:9.