Hij heeft ons waarlijk lief

Ouderling Paul E. Koelliker

van de Zeventig


Vanwege het hemelse patroon van het gezin begrijpen we beter dat onze hemelse Vader ieder van ons waarlijk en even volkomen liefheeft.

Ik breng graag tijd met de voltijdzendelingen door. Zij zijn vol geloof, hoop en oprechte naastenliefde. Hun zending is een soort minileven gecomprimeerd in anderhalf tot twee jaar. Ze beginnen in geestelijke zin als een baby die heel leergierig is, en eindigen als volwassene met de nodige ervaring, kennelijk klaar om alle uitdagingen op hun pad aan te kunnen. Ik hou ook van de toegewijde zendelingen op leeftijd. Zij leggen veel geduld, wijsheid en een kalme zekerheid aan de dag. Ze bieden stabiliteit en liefde te midden van al die jeugdige energie om hen heen. Samen zijn de jonge zendelingen en de zendingsechtparen een krachtige invloed ten goede, die niet alleen hen zelf verandert maar ook de mensen met wie ze in aanraking komen.

Onlangs hoorde ik twee van deze geweldige jonge zendelingen hun ervaringen en werkzaamheden met elkaar bespreken. Zij evalueerden de mensen die ze die dag hadden benaderd, van wie de een wat meer belangstelling had getoond dan de ander. Terwijl ze over de omstandigheden nadachten, vroegen ze zich af: Hoe kunnen we bij iedere persoon het verlangen kweken om zijn hemelse Vader beter te leren kennen? Hoe kunnen we ze helpen zijn Geest te voelen? Hoe kunnen we ze laten inzien dat we ze liefhebben?

In gedachte zag ik die twee jonge mannen drie of vier jaar na hun zending voor me. Ik stelde me ze voor met hun eeuwige partner en een functie in een ouderlingenquorum of als leerkracht van een groep jongemannen. Ze waren nu niet meer bezig met hun onderzoekers, maar stelden zich diezelfde vragen over de quorumleden of jongemannen die aan hun zorg waren toevertrouwd. Ik zag hoe hun zendingservaring hun verdere leven als patroon kon dienen om anderen tot zegen te zijn. Nadat dit leger rechtschapen discipelen van hun zending naar de vele landen over de hele wereld is teruggekeerd, draagt het in belangrijke mate aan de opbouw van de kerk bij.

De profeet Lehi in het Boek van Mormon heeft zich wellicht over dezelfde vragen gebogen als deze zendelingen toen hij de reacties van zijn zoons hoorde op de droom en de aanwijzingen die hij had gekregen: ‘En aldus morden Laman en Lemuël, de oudsten zijnde, tegen hun vader. En zij morden omdat zij geen kennis hadden van de handelwijzen van die God die hen had geschapen’ (1 Nephi 2:12).

We hebben misschien allemaal wel eens de frustratie gevoeld die Lehi met zijn twee oudste zoons meemaakte. Als we met een afgedwaald kind, een twijfelende onderzoeker of een onwillige toekomstige ouderling te maken krijgen, vragen we ons net als Lehi bezorgd af: Hoe kan ik hen helpen de Geest te voelen en te volgen, zodat ze niet in wereldse afleidingen opgaan? Ik denk daarbij aan twee passages in de Schriften die ons door die afleidingen heen kunnen loodsen en de kracht van Gods liefde laten voelen.

Nephi geeft ons een sleutel tot kennis op basis van zijn ervaring: ‘Ik, Nephi, [had] een groot verlangen (…) om de verborgenheden Gods te kennen; daarom riep ik de Heer aan; en zie, Hij kwam tot mij en verzachtte mijn hart, zodat ik al de woorden geloofde die mijn vader had gesproken; daarom stond ik niet tegen hem op zoals mijn broeders’ (1 Nephi 2:16).

Als we ons verlangen naar kennis opwekken, vergroot dat onze geestelijke vermogens om de stem des hemels te horen. Iedere zendeling, ouder, leerkracht, leidinggevende en ieder kerklid dient naar een manier te zoeken om dat verlangen op te wekken en te voeden. Als we dat verlangen in ons hart voelen opkomen, zijn we klaar om lering uit de tweede passage te trekken, die ik wil aanhalen.

In juni 1831 kreeg Joseph Smith bij het roepen van leiders in de pas opgerichte kerk te horen: ‘Satan waart rond in het land, en hij gaat uit om de natiën te misleiden.’ De Heer zei dat Hij die afleidende invloed wilde tegengaan door ons ‘voor alle dingen een model [te] geven, opdat [w]ij niet misleid zul[len] worden’ (LV 52:14).

Een model is een patroon, richtlijn, reeks stappen of pad om te volgen zodat we op Gods doeleinden afgestemd blijven. Als we eraan vasthouden, blijven we nederig, alert en in staat om de stem van de Heilige Geest te onderscheiden van de stemmen die ons afleiden en wegvoeren. De Heer zegt voorts: ‘Wie siddert onder mijn macht, zal sterk worden gemaakt en zal als vruchten lof en wijsheid voortbrengen, volgens de openbaringen en waarheden die Ik u gegeven heb’ (LV 52:17).

Door nederig, oprecht gebed kan de Heilige Geest ons hart raken en ons in herinnering brengen wat we wisten voordat we naar de aarde kwamen. Als we het plan van onze hemelse Vader beter begrijpen, gaan we ook onze verantwoordelijkheid inzien om anderen over zijn plan te vertellen. We halen bij anderen die herinnering eerder naar boven als we het evangelie zelf naleven en toepassen. Wanneer we het evangelie naleven naar het model dat de Heer Jezus Christus ons leerde, kunnen we anderen beter helpen. Het volgende voorval is een voorbeeld van hoe dat beginsel kan uitpakken.

Twee jonge zendelingen klopten ergens aan en hoopten dat iemand hun boodschap wilde horen. De deur ging open en een boom van een man sprak hen nogal nors toe: ‘Ik had jullie toch gezegd niet meer bij mij aan de deur te komen? Ik heb jullie toen al gewaarschuwd dat je het maar beter niet kon wagen om terug te komen. Laat me met rust.’ Hij smeet de deur dicht.

Toen de zendelingen wegliepen, sloeg de oudere, meer ervaren zendeling een arm om zijn jongere collega heen om hem te troosten en op te beuren. Ze hadden niet in de gaten dat de man door het raam naar hen keek of ze zijn boodschap wel goed begrepen hadden. Hij had verwacht dat ze zouden lachen en de draak steken met zijn norse reactie aan de deur. Toen hij echter de vriendelijke omgang tussen de twee zendelingen gadesloeg, verzachtte dat meteen zijn hart. Hij deed de deur weer open en vroeg de zendelingen terug te komen om hem over hun boodschap te vertellen.

Als we ons aan zijn wil overgeven en zijn patroon volgen, voelen we zijn Geest. De Heiland leerde: ‘Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander’ (Johannes 13:35). Dit beginsel van elkander liefhebben en ons in ons denken, spreken en handelen meer op Christus leren richten is essentieel om van ons discipelen van Christus en verkondigers van zijn evangelie te maken.

Als we dit verlangen opwekken, gaan we meer op de beloofde patronen letten. Die patronen vinden we terug in de leer van Christus zoals de Heiland en zijn profeten die uiteenzetten. ‘En gezegend zijn zij die te dien dage zullen trachten mijn Zion voort te brengen, want zij zullen de gave en de macht van de Heilige Geest hebben; en indien zij volharden tot het einde zullen zij ten laatsten dage worden verhoogd, en zij zullen worden behouden in het eeuwigdurend koninkrijk van het Lam’ (1 Nephi 13:37).

Wat kwalificeert ons uiteindelijk voor de gave en macht van de Heilige Geest? Het is de macht die we ontvangen als getrouwe discipelen van Jezus Christus. Het is onze liefde voor Hem en voor onze medemensen. De Heiland heeft het patroon van liefde omschreven met de woorden: ‘Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt’ (Johannes 13:34).

President Gordon B. Hinckley heeft dit beginsel bevestigd: ‘De Heer liefhebben is meer dan een goede raad of een wens. (…) Liefde voor God is de wortel van alle deugd, al het goede, alle kracht in ons karakter, alle trouw aan het goede.’ (Zie ‘De profeet aan het woord’, De Ster, december 1996, p. 8.)

Het plan van de Vader voorzag in het patroon van het gezin om ons de kracht van de liefde te leren kennen, toepassen en begrijpen. Op de dag dat mijn eigen gezin werd gesticht, gingen mijn lieve Ann en ik naar de tempel en sloten we daar ons huwelijksverbond. Ik hield die dag in mijn beleving ontzettend veel van haar. Maar ik had nog maar een tipje van de sluier van de liefde ervaren. Bij de komst van onze kinderen en kleinkinderen is onze liefde telkens weer verruimd en zijn we ieder van hen even lief gaan hebben. De capaciteit om lief te hebben is kennelijk onuitputtelijk.

Het gevoel van liefde van onze hemelse Vader trekt ons als een magneet uit de hemel omhoog. Als we ons ontdoen van de afleidingen die ons omlaag naar de wereld trekken en Hem op basis van onze keuzevrijheid bewust zoeken, stellen we ons open voor een celestiale invloed die ons tot Hem doet naderen. Volgens Nephi deed die invloed zich ‘zelfs tot het verteren van [z]ijn vlees toe’ gelden (2 Nephi 4:21). Alma werd door diezelfde kracht van de liefde aangezet een ‘lied der verlossende liefde’ te zingen (Alma 5:26; zie ook vers 9). Mormon werd er zo door geraakt, dat hij ons aanspoorde ‘met alle kracht van [ons] hart’ te bidden dat wij met zijn liefde vervuld mogen zijn (Moroni 7:48).

Zowel de oude als nieuwe Schriftuur staat vol van de eeuwige liefde van onze hemelse Vader voor zijn kinderen. Ik weet zeker dat de armen van onze hemelse Vader voortdurend zijn uitgestrekt en dat Hij altijd klaarstaat om ieder van ons te omarmen, en met die zachte, doordringende stem te zeggen: ‘Ik heb je lief.’

Vanwege het hemelse patroon van het gezin begrijpen we beter dat onze hemelse Vader ieder van ons waarlijk en even volkomen liefheeft. Ik getuig dat dit waar is. God kent ons en heeft ons lief. Hij heeft een tipje van de sluier betreffende zijn heilige woonplaats opgelicht, en profeten en apostelen geroepen om ons te onderrichten in de beginselen en patronen die ons bij Hem terug doen keren. Als we het verlangen tot kennis bij onszelf en bij anderen aanwakkeren en als we volgens de patronen leven die we ontdekken, komen we nader tot Hem. Ik getuig dat Jezus waarlijk de Zoon van God is, ons grote voorbeeld en onze geliefde Verlosser. In de naam van Jezus Christus. Amen.