Afgestemd op de muziek van het geloof

Ouderling Quentin L. Cook

van het Quorum der Twaalf Apostelen


God heeft al zijn kinderen lief. Hij wil dat zij allen bij Hem terugkeren. Hij wil dat iedereen is afgestemd op de heilige muziek van het geloof.

Wanneer de algemene autoriteiten van de kerk over de hele wereld kennismaken met leden, zien we in eigen persoon dat heiligen der laatste dagen een kracht ten goede zijn. Wij prijzen u voor alles wat u doet om andere mensen tot zegen te zijn.

Diegenen onder ons die taken in de public affairs hebben, zijn zich volkomen bewust dat veel opinieleiders en journalisten in de Verenigde Staten en elders in de wereld de openbare discussie over de kerk en haar leden hebben opgeschroefd. Een unieke samenloop van omstandigheden heeft de bekendheid van de kerk aanzienlijk vergroot.1

Velen die over de kerk schrijven, hebben oprecht moeite gedaan om onze leden en onze leer te begrijpen. Ze zijn netjes gebleven en hebben geprobeerd objectief te zijn, waarvoor we hen dankbaar zijn.

Maar we zien ook in dat veel mensen wat heilige zaken betreft niet goed gestemd zijn. Heer Sacks, opperrabbi van Engeland, sprak afgelopen december aan de pauselijke gregoriaanse universiteit tot de rooms-katholieke leiders en merkte op hoe ongodsdienstig sommige delen van de wereld zijn geworden. Een van de boosdoeners die hij aanwees, was ‘een agressief wetenschappelijk atheïsme dat geen gelovig muzikaal gehoor heeft.’2

In het grote visioen aan het begin van het Boek van Mormon vinden we Lehi’s profetische droom van de boom des levens.3 Dit visioen beschrijft in detail de tegenstand die geloof in onze tijd ondervindt en de grote kloof tussen hen die God liefhebben, aanbidden en vinden dat ze Hem rekenschap verschuldigd zijn, en hen die dat niet vinden. Lehi legt uit dat bepaalde vormen van gedrag geloof vernietigen. Sommige mensen zijn hoogmoedig, ijdel en dwaas. Zij zijn uitsluitend geïnteresseerd in de zogenaamde wijsheid van de wereld.4 Anderen hebben wel wat interesse in God, maar zijn verdwaald in de wereldse misten van duisternis en zonde.5 Sommigen hebben de liefde van God en zijn woord geproefd maar schamen zich omdat ze door anderen bespot worden en zijn op ‘verboden paden’ geraakt.6

Ten slotte zijn er nog die wél zijn afgestemd op de muziek van het geloof. U weet wel wie u bent. U hebt de Heer en zijn evangelie lief en tracht voortdurend zijn boodschap na te leven en te verspreiden, vooral in uw gezin.7 U geeft gehoor aan de ingevingen van de Geest, bent u bewust van de kracht van Gods woord, leeft thuis het evangelie na, en probeert ijverig een christelijk leven als zijn discipel te leiden.

We zien in dat u het druk hebt. Zonder betaalde beroepsgeestelijken rust de verantwoordelijkheid voor het bestuur van de kerk op u, toegewijde leden. Wij weten dat leden van bisschappen en ringpresidiums en vele anderen doorgaans vele uren aan dit werk wijden. Presidiums van hulporganisaties en quorums zijn voorbeeldig in hun onzelfzuchtige opoffering. Deze dienstbaarheid en opoffering zijn algemeen onder alle leden, van hen die administratie bijhouden, tot trouwe huisonderwijzers en huisbezoeksters, en leerkrachten. Wij zijn degenen dankbaar die dapper dienst doen als leidinggevenden in de scouting of de kinderkamer. Wij hebben u lief en waarderen u om wat u doet en wie u bent!

Wij beseffen dat er leden zijn die minder geïnteresseerd zijn in, en minder trouw aan, enkele leringen van de Heiland. Het is ons verlangen dat die leden hun ogen helemaal opendoen voor het geloof en dat zij hun activiteit en toewijding vergroten. God heeft al zijn kinderen lief. Hij wil dat zij allen bij Hem terugkeren. Hij wil dat iedereen is afgestemd op de heilige muziek van het geloof. De verzoening van de Heiland is een gave voor iedereen.

Het is belangrijk om te leren en te begrijpen dat wij alle mensen liefhebben en respecteren die Lehi beschreef.8 Bedenk dat het niet aan ons is om te oordelen. Het oordeel is aan de Heer.9 President Thomas S. Monson heeft ons concreet gevraagd de ‘moed [te] hebben om anderen niet te oordelen.’10 Hij heeft bovendien elk getrouw lid gevraagd om de mensen te redden die van de evangelievrucht hebben geproefd en zijn afgevallen, en hen die het enge en nauwe pad nog niet hebben gevonden. Wij bidden dat zij zich aan de roede zullen vasthouden en deel hebben aan Gods liefde die hun ‘ziel met een buitengewoon grote vreugde’11 zal vervullen.

Lehi’s visioen gaat over alle mensen, maar het belangrijkste leerstellige denkbeeld is dat van het eeuwig belang van het gezin. ‘Het gezin is door God ingesteld. Het is de belangrijkste eenheid in tijd en eeuwigheid.’12 Toen Lehi van de vrucht van de boom des levens (Gods liefde) nam, wilde hij dat zijn ‘gezin er ook van zou nemen’.13

Ons grote verlangen is om kinderen in waarheid en rechtschapenheid groot te brengen. Een beginsel dat ons zal helpen om dit te bereiken, is te vermijden al te streng te oordelen over gedrag dat dwaas of onverstandig maar niet zondig is. Vele jaren geleden, toen mijn vrouw en ik nog kinderen thuis hadden wonen, zei ouderling Dallin H. Oaks dat het belangrijk was om onderscheid te maken tussen jeugdige vergissingen die rechtgezet moeten worden en zonden die kastijding en bekering vereisen.14 Als er sprake is van zonde, is bekering van essentieel belang.15 Wij vonden dit nuttig in ons eigen gezin.

Een godsdienstig thuisleven is ons gezin tot zegen. Het is vooral belangrijk een goed voorbeeld te geven. Wat we zijn zegt zoveel over ons dat onze kinderen misschien niet horen wat we zeggen. Toen ik bijna vijf jaar was, hoorde mijn moeder dat haar jongere broer tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog voor de Japanse kust was gesneuveld bij een bombardement op het oorlogsschip waarop hij dienst deed.16 Het was hartverscheurend nieuws. Ze was erg overstuur en ging naar de slaapkamer. Na een tijdje ging ik kijken hoe het met haar was. Ze was bij het bed in gebed geknield. Dat gaf me een vredig gevoel, want ze had me geleerd om te bidden en van de Heiland te houden. Dit was typerend voor het voorbeeld dat ze me altijd gaf. Dat moeders en vaders met hun kinderen bidden, is misschien wel belangrijker dan enig ander voorbeeld dat ze geven.

De boodschap, bediening en verzoening van Jezus Christus, onze Heiland, zijn ons onmisbare gezinsleerplan. Geen enkele andere Schrifttekst beschrijft ons geloof beter dan 2 Nephi 25:26: ‘Wij spreken over Christus, wij verheugen ons in Christus, wij prediken Christus, wij profeteren over Christus, en wij schrijven volgens onze profetieën, opdat onze kinderen zullen weten op welke Bron zij mogen vertrouwen voor vergeving van hun zonden’

Een van de veronderstellingen die aan Lehi’s visioen ten grondslag liggen, is dat getrouwe leden zich moeten vasthouden aan de roede van ijzer om ze op het enge en nauwe pad naar de boom des levens te houden. Het is essentieel dat onze leden lezen, peinzen en de Schriften bestuderen.17

Het Boek van Mormon is van allesovertreffend belang.18 Uiteraard zullen er altijd mensen zijn die het belang van dit heilige boek onderschatten of er zelfs geringschattend over spreken. Sommigen hebben er grapjes over gemaakt. Voor mijn zending haalde een hoogleraar aan de universiteit een uitspraak van Mark Twain aan dat als je ‘En het geschiedde’ uit het Boek van Mormon haalde ‘er niet meer dan een brochure overbleef’.19

Enkele maanden later, toen ik een zending vervulde in Londen, las een vooraanstaand hoogleraar, opgeleid aan de universiteit in Oxford en werkzaam aan de universiteit in Londen, een deskundige in Semitische talen, het Boek van Mormon, correspondeerde hij met president David O. McKay, en sprak hij met zendelingen. Hij vertelde ze dat hij ervan overtuigd was dat het Boek van Mormon inderdaad een vertaling was van de geleerdheid van de Joden en de taal van de Egyptenaren uit de tijdvakken die in het Boek van Mormon beschreven worden.20 Een van de vele voorbeelden die hij noemde, was de zinsnede ‘En het geschiedde’, die volgens hem overeenkwam met hoe hij zinsneden in oude Semitische geschriften zou vertalen.21 De hoogleraar kreeg te horen dat zijn beroepsmatig intellectuele benadering hem weliswaar geholpen had, maar dat het toch nog van onmisbaar belang was om een geestelijk getuigenis te krijgen. Door studie en gebed kreeg hij een geestelijk getuigenis en hij werd gedoopt. Dus wat een beroemd humorist als een onderwerp van spot beschouwde, werd door een wetenschapper herkend als belangrijk bewijs van de waarheid van het Boek van Mormon, wat door de Geest aan hem werd bevestigd.

De essentiële leer van de keuzevrijheid eist dat een getuigenis van het herstelde evangelie op geloof gebaseerd moet zijn en niet slechts op extern of wetenschappelijk bewijs. Het helpt niet om zich obsessief bezig te houden met zaken die niet volledig zijn geopenbaard, zoals de vraag hoe de maagdelijke geboorte heeft kunnen plaatsvinden of de opstanding van de Heiland, of hoe Joseph Smith precies onze Schriften heeft vertaald, en het levert ook geen geestelijke vooruitgang op. Dit zijn geloofskwesties. Uiteindelijk ligt de oplossing in de raad van Moroni om te lezen en te overpeinzen en God vervolgens met een oprecht hart en een eerlijke bedoeling te vragen om door het getuigenis van de Geest schriftuurlijke waarheden te bevestigen.22 Als we daarnaast de aanwijzingen uit de Schriften toepassen en het evangelie naleven, worden we gezegend met de Geest en proeven wij zijn goedheid door gevoelens van vreugde, geluk en bovenal gemoedsrust.23

Het is duidelijk dat de scheidingslijn tussen hen die de muziek van het geloof kunnen horen en hen die geen muzikaal gehoor hebben of geen toon kunnen houden, uit actieve Schriftstudie bestaat. Ik werd jaren geleden diep geraakt toen de toenmalige geliefde profeet Spencer W. Kimball de nadruk legde op de noodzaak om de Schriften voortdurend te lezen en te bestuderen. Hij zei: ‘Ik heb gemerkt dat als mijn relatie met de Godheid oppervlakkig wordt en het erop lijkt dat God niet meer naar me luistert of tot mij spreekt, ik heel ver weg ben. Als ik mijzelf in de Schriften verdiep, wordt de afstand kleiner en keert de spiritualiteit terug.’24

Ik hoop dat we geregeld met onze kinderen in het Boek van Mormon lezen. Ik heb dit ook met mijn eigen kinderen besproken. Zij maakten daar twee opmerkingen over. Ten eerste is het van essentieel belang om erin te volharden dagelijks als gezin in de Schriften te lezen. Mijn dochter beschrijft op luchthartige manier welke moeite zij vroeg op de ochtend moet doen om hun kinderen, die overwegend in de tienerleeftijd zijn, consequent aan het Schriftlezen te krijgen. Zij staat ’s morgens vroeg op met haar man en schuifelt door de donkere mist naar de roede van ijzer die langs de trap loopt naar de kamer waar het gezin bijeenkomt om het woord Gods te lezen. Volharding is de oplossing, en een gevoel voor humor helpt. Het vereist dagelijks grote moeite van elk gezinslid, maar het is de moeite waard. Tijdelijke tegenslagen worden overschaduwd door volharding.

De tweede opmerking was dat onze jongste zoon en zijn vrouw met hun kleine kinderen in de Schriften lezen. Twee van de vier kinderen zijn niet oud genoeg om te lezen. Ze hebben voor de vijfjarige vijf vingersignalen waar hij op reageert die ze gebruiken om hem volledig bij de gezamenlijke Schriftlezing te betrekken. Het signaal voor vinger 1 is dat hij ‘En het geschiedde’ zegt wanneer dit voorkomt in het Boek van Mormon. Ik moet toegeven dat ik het leuk vind hoe vaak die zinsnede voorkomt. En voor gezinnen met kleine kinderen: vingersignaal 2 is ‘En aldus zien we’; en de vingers 3, 4 en 5 worden door de ouders gekozen op basis van de woorden in het hoofdstuk dat ze lezen.

We weten dat gezamenlijke Schriftstudie en gezinsavonden niet altijd volmaakt zijn. Maar ook al vindt u het moeilijk, laat u niet ontmoedigen.

Zie alstublieft in dat geloof in de Heer Jezus Christus en het onderhouden van zijn geboden de doorslaggevende proef van het sterfelijk leven is, en dat altijd zal blijven. Bovenal moet ieder van ons beseffen dat als iemand geen gelovig muzikaal gehoor heeft, hij of zij niet is afgestemd op de Geest. Zoals de profeet Nephi ons heeft geleerd: ‘Hij heeft tot u gesproken; (…) en Hij heeft met de stem van een zachte stilte tot u gesproken, maar gij waart gevoelloos geworden, zodat gij zijn woorden niet hebt kunnen voelen.’25

Onze leer is duidelijk; wij moeten positief en blijmoedig zijn. We concentreren ons op ons geloof, niet op onze angsten. We verheugen ons in de geruststelling van de Heer dat Hij ons zal bijstaan en ons zal leiden.26 De Heilige Geest getuigt tot ons hart dat we een liefhebbende Vader in de hemel hebben en dat zijn barmhartige plan voor onze verlossing in alle opzichten in vervulling zal gaan vanwege het zoenoffer van Jezus Christus.

Zoals Naomi W. Randall, auteur van ‘Ik ben een kind van God’, heeft geschreven: ‘Zijn Geest leidt; zijn liefde verzekert dat angst vergaat als geloof volhardt.’27

Laten wij, waar wij ons ook bevinden op het pad van het discipelschap in het visioen van Lehi, ons daarom vast voornemen in onszelf en onze gezinsleden een groter verlangen te doen ontwaken om de onbevattelijke gave van de Heiland van het eeuwige leven op te eisen. Ik bid dat we afgestemd mogen blijven op de muziek van het geloof. Ik getuig van de goddelijke aard van Jezus Christus en van de waarheid van zijn verzoening. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Mostra riferimenti

  1.  

    1. Zie Leer en Verbonden 1:30.

  2.  

    2. Jonathan Sacks, ‘Has Europe Lost Its Soul?’ (voordracht gehouden op 12 december 2011 aan de pauselijke gregoriaanse universiteit), chiefrabbi.org/ReadArtical.aspx?id=1843.

  3.  

    3. Zie 1 Nephi 8.

  4.  

    4. Zie 1 Nephi 8:27; 11:35.

  5.  

    5. Zie 1 Nephi 8:23; 12:17.

  6.  

    6.  1 Nephi 8:28.

  7.  

    7. Zie 1 Nephi 8:12.

  8.  

    8. De instructie van de Heiland is om de verloren schapen op te zoeken; zie Matteüs 18:12–14.

  9.  

    9. Zie Johannes 5:22; zie ook Matteüs 7:1–2.

  10.  

    10. Thomas S. Monson, ‘Mogen jullie moed hebben’, Liahona, mei 2009, p. 123.

  11.  

    11.  1 Nephi 8:12.

  12.  

    12.  Handboek 2: de kerk besturen (2010), 1.1.1.

  13.  

    13.  1 Nephi 8:12.

  14.  

    14. Zie Dallin H. Oaks, ‘Sins and Mistakes’, Ensign, oktober 1996, p. 62. Ouderling Oaks besprak dit idee toen hij in 1980 president van de Brigham Young University was.

  15.  

    15. Zie Leer en Verbonden 1:25–27.

  16.  

    16. Zie Marva Jeanne Kimball Pedersen, Vaughn Roberts Kimball: A Memorial (1995). Vaughn speelde in 1941 als quarterback voor de Brigham Young University. De dag na Pearl Harbor, op 8 december 1941, ging hij in dienst bij de Amerikaanse marine. Hij sneuvelde op 11 mei 1945 bij een vijandelijk bombardement op de USS Bunker Hill en kreeg een zeemansgraf.

  17.  

    17. Zie Johannes 5:39.

  18.  

    18. Zie Ezra Taft Benson, ‘The Book of Mormon — Keystone of Our Religion’, Ensign, november 1986, p. 4; of Liahona, oktober 2011, p. 52.

  19.  

    19. Mark Twain, Roughing It (1891), pp. 127–128. Elke nieuwe generatie krijgt de opmerkingen van Twain te horen alsof ze een opzienbarende nieuwe ontdekking zijn. Er wordt meestal weinig gezegd over het feit dat Mark Twain het christendom en godsdienst in het algemeen net zozeer van de hand wees.

  20.  

    20. Zie 1 Nephi 1:2.

  21.  

    21. Ik maakte in Londen kennis met dr. Ebeid Sarofim toen de zendelingen hem lesgaven. Zie ook N. Eldon Tanner, Conference Report, april 1962, p. 53. Veel geleerden die Semitische en Egyptische geschriften uit de oudheid hebben bestudeerd, hebben opgemerkt dat veel zinnen beginnen met de zinsnede ‘En het geschiedde’. Zie Hugh Nibley, Since Cumorah, 2e editie (1988), p. 150.

  22.  

    22. Zie Moroni 10:3–4; erg weinig critici hebben met een oprechte bedoeling de proef op de som genomen.

  23.  

    23. Zie Leer en Verbonden 59:23.

  24.  

    24.  Leringen van kerkpresidenten: Spencer W. Kimball (2006), p. 92.

  25.  

    25.  1 Nephi 17:45; zie ook Ezra Taft Benson, ‘Seek the Spirit of the Lord’, Ensign, april 1988, p. 4: ‘We horen de woorden van de Heer het meest door een gevoel. Als we nederig zijn en ervoor openstaan, geeft de Heer ons ingevingen in de vorm van gevoelens.’

  26.  

    26. Zie Leer en Verbonden 68:6.

  27.  

    27. ‘When Faith Endures’, Hymns, nr. 128.