Wat vindt Christus van mij?

Ouderling Neil L. Andersen

van het Quorum der Twaalf Apostelen


U zult zijn liefde en goedkeuring voelen wanneer u Hem liefhebt, Hem vertrouwt, Hem gelooft en Hem volgt.

Een verslaggever van een toonaangevend Braziliaans tijdschrift verdiepte zich voor een uitgebreid artikel in de kerk.1 Hij dook in onze leer en bezocht het opleidingscentrum voor zendelingen en het centrum voor humanitaire hulp. Hij sprak met vrienden van de kerk en met anderen die de kerk minder gunstig gezind waren. De verslaggever interviewde mij ook en leek zich oprecht af te vragen waarom sommigen ons niet als christenen beschouwen. Ik snapte wel dat hij op de kerk doelde, maar vatte zijn vraag toch persoonlijk op. Ik dacht stilletjes: zijn de liefde en toewijding die ik voor de Heiland koester wel aan mijn levenswandel af te lezen?

Jezus vroeg de Farizeeën: ‘Wat dunkt u van de Christus?’2 Uiteindelijk worden we niet door vriend of vijand op ons persoonlijke discipelschap afgerekend. Nee, Paulus zei al: ‘Wij zullen allen voor de rechterstoel van Christus gesteld worden.’3 Op die dag zal de overheersende vraag voor ieder zijn: ‘Wat vindt Christus van mij?’

Hoewel Jezus alle mensen liefhad, noemde Hij sommigen om Hem heen verwijtend huichelaars,4 dwazen5 en werkers der wetteloosheid.6 Anderen noemde Hij goedkeurend kinderen van het koninkrijk7 en het licht der wereld.8 Sommigen noemde Hij afkeurend verblind9 en onvruchtbaar.10 Anderen prees hij als rein van hart11 en dorstend naar gerechtigheid.12 Hij betreurde het dat sommigen ongelovig13 en van deze wereld14 waren, maar anderen achtte Hij als uitgekozenen,15 discipelen16 en vrienden.17 En zo vraagt ieder van ons: ‘Wat vindt Christus van mij?’

President Monson heeft gezegd dat we in een wereld leven die zich ‘ver van het geestelijke heeft verwijderd (…), [waarin] de winden van verandering om ons heen waaien en het morele karakter van de maatschappij steeds meer voor onze ogen uiteenvalt’.18 De wereld keert zich steeds meer van Christus en zijn leringen af.

In zo’n roerige samenleving zijn wij verheugd dat we discipelen van Jezus Christus zijn. Wij zien de hand van de Heer overal om ons heen. Onze toekomst ziet er alleszins rooskleurig uit. ‘Dit nu is het eeuwige leven,’ bad Jezus, ‘dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.’19 Het zal ons door de eeuwigheden heen tot eer strekken als we in deze laatste dagen trouwe discipelen zijn.

De boodschappen van deze conferentie zijn aanwijzingen van de Heer op ons pad van het discipelschap. Als we de afgelopen twee dagen hebben geluisterd en om geestelijke leiding hebben gebeden, en als we deze boodschappen de komende dagen gebedvol bestuderen, geeft de Heer ons specifieke aanwijzingen door de gave van de Heilige Geest. Die gevoelens doen ons nog meer tot God keren en zetten ons aan tot bekering, gehoorzaamheid, geloof en vertrouwen. De Heiland reageert op onze geloofsdaden. ‘Indien iemand Mij liefheeft, zal hij [of zij] mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.’20

Jezus’ oproep ‘Kom hier, volg Mij’21 richt zich niet alleen tot een selecte groep deelnemers aan een geestelijk Olympisch toernooi. Sterker nog, het discipelschap is helemaal geen toernooi, maar een uitnodiging aan allen. Onze reis als discipel is geen sprint op de sintelbaan, noch is die helemaal vergelijkbaar met een lange marathon. Het is, eerlijk gezegd, een levenslange tocht die ons steeds dichter bij een celestiale wereld brengt.

Zijn uitnodiging is een oproep tot dagelijkse inzet. ‘Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.’22 ‘Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij.’23 We zijn misschien niet elke dag in topconditie, maar als we ons best doen, biedt Jezus’ uitnodiging volop hoop en bemoediging: ‘Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.’24

Waar u zich op dit moment ook bevindt op het pad van uw discipelschap, u bent op de goede weg, de weg naar het eeuwig leven. We kunnen elkaar opbeuren en sterken in de grote en belangrijke dagen die voor ons liggen. Welke moeilijkheden ons ook treffen, welke zwakheden ons ook beperken of welke onmogelijkheden ons ook omringen, laten we geloof hebben in de Zoon van God, die verklaarde: ‘Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft.’25

Ik wil graag twee voorbeelden aanhalen van discipelschap in actie. Het eerste voorbeeld, uit het leven van president Thomas S. Monson, onderstreept de kracht van gewone vriendelijkheid en van Jezus’ lering: “Wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn.’26

Een kleine twintig jaar geleden sprak president Monson op de algemene conferentie over een twaalfjarige jongevrouw die kanker had. Hij vertelde over haar moed en over de vriendelijke daad van haar vriendinnen die haar de berg Mount Timpanogos in Utah omhoog droegen.

Een paar jaar geleden kwam ik Jami Palmer Brinton tegen en hoorde ik een andere kant van het verhaal — de kant van wat president Monson voor haar had gedaan.

Jami sprak president Monson in maart 1993, een dag nadat ze te horen had gekregen dat het gezwel boven haar rechterknie snelgroeiende botkanker was. Samen met haar vader gaf president Monson haar een priesterschapszegen, met onder meer de volgende belofte: ‘Jezus zal aan je rechterzijde en aan je linkerzijde zijn om je te bemoedigen.’

‘Toen ik die dag zijn kantoor verliet,’ zei Jami, ‘gaf ik hem een ballon die aan mijn rolstoel was vastgeknoopt. “Je bent de beste!” stond er met felgekleurde letters op.’

In de daaropvolgende perioden van chemotherapie en operaties aan de ledematen vergat president Monson haar niet. Jami zei: ‘President Monson was werkelijk een ware discipel van Christus. [Hij] beurde me uit mijn ellende op en gaf me grote en blijvende hoop.’ Drie jaar na hun eerste ontmoeting zat Jami weer in president Monsons kantoor. Aan het eind van het bezoek deed hij iets wat Jami nooit zal vergeten. Met zijn zo typerende attentheid verraste president Monson haar met dezelfde ballon die ze drie jaar eerder aan hem had gegeven. ‘Je bent de beste!’ was de boodschap op de ballon. Hij had hem bewaard, wetend dat hij haar na haar genezing van de kanker weer op kantoor zou treffen. Veertien jaar na hun eerste ontmoeting voltrok president Monson het huwelijk van Jami Palmer en Jason Brinton in de Salt Laketempel.27

We kunnen zoveel leren van het discipelschap van president Monson. Hij herinnert de algemene autoriteiten er vaak aan deze eenvoudige vraag voor ogen te houden: ‘Wat zou Jezus doen?’

Jezus hield de overste van de synagoge voor: ‘Wees niet bevreesd, geloof alleen.’28 Discipelschap betekent Hem geloven in tijden van voorspoed en in tijden van moeilijkheden, wanneer onze droefheid en angst alleen tot bedaren komen door de overtuiging dat Hij ons liefheeft en zijn beloften waarmaakt.

Onlangs maakte ik kennis met een gezin dat een prachtig voorbeeld is van hoe we Hem geloven. Olgan en Soline Saintelus uit Port-au-Prince (Haïti) vertelden me hun verhaal.

Op 12 januari 2010 was Olgan aan het werk en was Soline in de kerk toen Haïti door een verwoestende aardbeving werd getroffen. Hun drie kinderen — Gancci (vijf jaar), Angie (drie jaar) en Gansly (één jaar) — waren thuis in hun flat met een bevriende oppas.

Er vond overal enorme verwoesting plaats. U weet nog wel dat tienduizenden mensen die januari in Haïti omkwamen. Olgan en Soline renden zo snel als ze konden naar hun woning om de kinderen te zoeken. Het flatgebouw van drie verdiepingen waarin het gezin Saintelus woonde, was ingestort.

De kinderen konden niet ontsnappen. Men zou geen reddingsactie ondernemen in een gebouw dat zo volslagen in puin lag.

Olgan en Soline Saintelus waren beiden op zending geweest en later in de tempel getrouwd. Ze geloofden in de Heiland en in zijn beloften aan hen. Toch brak hun hart. Ze huilden onbedaarlijk.

Olgan vertelde me dat hij op zijn moeilijkste moment ging bidden. ‘Hemelse Vader, als het uw wil is, laat dan in elk geval een van mijn kinderen nog in leven zijn. Help ons alstublieft.’ Hij liep steeds maar weer om het gebouw heen, biddend om inspiratie. De buren probeerden hem te troosten en hem het verlies van zijn kinderen te helpen aanvaarden. Olgan bleef hopend en biddend langs de puinhopen van het ingestorte gebouw drentelen. Toen gebeurde er iets wonderbaarlijks. Olgan nam het welhaast onhoorbare gehuil van een baby waar. Het was het gehuil van zijn baby.

De buren baanden zich met gevaar voor eigen leven urenlang een weg door het puin. In de donkere nacht hoorden de reddingswerkers door het indringende lawaai van hamers en beitels heen een ander geluid. Ze hielden zich stil en luisterden. Ze konden niet geloven wat ze hoorden. Het geluid kwam van een klein kind — en hij was aan het zingen. De vijfjarige Gancci vertelde later dat hij wist dat zijn vader hem zou horen als hij zong. Onder het gewicht van een verpletterend brok beton, waardoor zijn arm later geamputeerd moest worden, zong Gancci zijn lievelingslied: ‘Ik ben een kind van God.’29

Met het verstrijken van de uren en te midden van de duisternis, dood en wanhoop van zoveel andere dierbare zoons en dochters van God in Haïti, maakte de familie Saintelus een wonder mee. Gancci, Angie en Gansly werden levend onder het ingestorte gebouw aangetroffen.30

Wonderen gebeuren niet altijd zo direct. Soms vragen we ons wel eens af waarom het wonder waar we zo oprecht om hebben gebeden niet hier en nu plaatsvindt. Maar als we vertrouwen stellen in de Heiland, vinden beloofde wonderen plaats. Of dat nu in dit leven of hierna gebeurt, alles wordt rechtgetrokken. De Heiland verklaarde: ‘Uw hart worde niet ontroerd of versaagd.’31 ‘In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.’32

Ik getuig dat u zijn liefde en goedkeuring zult voelen wanneer u Hem liefhebt, Hem vertrouwt, Hem gelooft en Hem volgt. Op uw vraag: ‘Wat vindt Christus van mij?’ weet u dan dat het antwoord luidt dat u zijn discipel en vriend bent. Door zijn genade zal Hij voor u doen wat u niet zelf kunt doen.

We zien reikhalzend uit naar de slotwoorden van onze geliefde profeet. President Thomas S. Monson werd tot apostel van de Heer Jezus Christus geordend toen ik twaalf was. Al ruim 48 jaar zijn we gezegend geweest om zijn getuigenis van Jezus Christus te horen. Ik getuig dat hij nu als senior apostel van de Heiland op aarde optreedt.

Met grote liefde en bewondering voor de vele discipelen van Jezus Christus die geen lid van deze kerk zijn, verklaren wij nederig dat engelen in onze tijd op aarde zijn teruggekeerd. De Kerk van Jezus Christus zoals Hij die vroeger had gevestigd, is hersteld met de macht, verordeningen en zegeningen van de hemel. Het Boek van Mormon is een ander testament van Jezus Christus.

Ik getuig dat Jezus Christus de Heiland der wereld is. Hij heeft voor onze zonden geleden en zijn leven gegeven, en is ten derden dage opgestaan. Hij is uit de dood herrezen. Op een dag zal elke knie zich buigen en elke tong belijden dat Hij de Christus is.33 Op die dag zullen we ons niet druk maken over de vraag: ‘Zien anderen mij als een christen?’ Nee, dan is onze blik volledig op Hem gericht, en gaat onze ziel helemaal op in de vraag: ‘Wat vindt Christus van mij?’ Hij leeft. Daarvan getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1. Zie André Petry, ‘Entre a Fé e a Urna’, Veja, 2 november 2011, p. 96.

  2.  

    2.  Matteüs 22:42.

  3.  

    3.  Romeinen 14:10.

  4.  

    4. Zie Matteüs 6:2.

  5.  

    5. Zie Matteüs 23:17.

  6.  

    6. Zie Matteüs 7:23.

  7.  

    7. Zie Matteüs 13:38.

  8.  

    8. Zie Matteüs 5:14.

  9.  

    9. Zie Matteüs 15:14.

  10.  

    10. Zie Matteüs 13:22.

  11.  

    11. Zie Matteüs 5:8.

  12.  

    12. Zie Matteüs 5:6.

  13.  

    13. Zie Matteüs 17:17.

  14.  

    14. Zie Johannes 8:23.

  15.  

    15. Zie Johannes 6:70.

  16.  

    16. Zie Johannes 13:35.

  17.  

    17. Zie Johannes 15:13.

  18.  

    18. Thomas S. Monson, ‘Op heilige plaatsen staan’, Liahona, november 2011, pp. 83, 86.

  19.  

    19.  Johannes17:3.

  20.  

    20.  Johannes 14:23.

  21.  

    21.  Lucas 18:22.

  22.  

    22.  Johannes 14:15.

  23.  

    23.  Lucas 9:23.

  24.  

    24.  Matteüs 11:28.

  25.  

    25.  Marcus 9:23.

  26.  

    26.  Matteüs 23:11.

  27.  

    27. Jami Brinton, brief aan auteur, 27 januari 2012.

  28.  

    28.  Marcus 5:36.

  29.  

    29. ‘Ik ben een kind van God’ (Kinderliedjes, pp. 2–3).

  30.  

    30. Uit een gesprek met Olgan en Soline Saintelus op 10 februari 2012. Zie ook Jennifer Samuels, ‘Boy Sings Primary Songs until Rescued in Haiti’, Meridian Magazine, 30 januari 2010, p. 6.

  31.  

    31.  Johannes 14:27.

  32.  

    32.  Johannes 16:33.

  33.  

    33. Zie Romeinen 14:11.