Leer ze tot grote hoogte te reiken

President Henry B. Eyring

Eerste raadgever in het Eerste Presidium


Met uw hulp kunnen degenen die onder uw leiding staan inzicht, verlangen en geloof krijgen in hun capaciteiten om in Gods koninkrijk te dienen.

Ik ben zo dankbaar dat ik in deze priesterschapsbijeenkomst ben en zulke geweldige raad heb gehoord. Ik moest erdoor aan mijn eigen ervaringen denken. Bijna alles wat ik als priesterschapsdrager heb bereikt, is mogelijk gemaakt door mensen die iets in mij zagen wat ik zelf niet zag.

Toen ik nog maar net vader was, vroeg ik aan de Heer wat mijn kinderen aan zijn koninkrijk konden bijdragen. Ik wist dat mijn zoons het priesterschap ten goede zouden kunnen aanwenden. Ik wist dat mijn dochters in naam van de Heer zouden dienen. Ze zouden allemaal zijn werk doen. Ik wist dat ze allemaal anders waren en dat de Heer ze daarom unieke gaven had gegeven om Hem te dienen.

Ik ga nu niet iedere vader, leider of jongere precies vertellen wat u het beste kunt doen, maar ik beloof u dat u ze tot zegen bent als u ze helpt om hun geestelijke gaven te herkennen die ze sinds hun geboorte al hebben. Iedereen is anders en iedereen draagt iets anders bij. Niemand is voorbestemd om te mislukken. Als u u toelegt op openbaring om u bewust te worden van de gaven die God heeft gegeven aan wie in het priesterschap onder uw leiding staan — vooral de jongeren — kunt u ze doen inzien hoe ze kunnen dienen. Met uw hulp kunnen degenen die onder uw leiding staan inzicht, verlangen en geloof krijgen in hun capaciteiten om in Gods koninkrijk te dienen.

Ik heb om openbaring gebeden zodat ik mocht weten hoe ik elk van mijn kinderen kon voorbereiden op concrete manieren om God te dienen. Daarna liet ik hen met hoop hun toekomst visualiseren en daar naartoe werken. Ik sneed voor al mijn zoons op een plankje een tekst uit die hun bijzondere gaven omschreef en een passende afbeelding. Onder de afbeelding en de inscriptie kerfde ik de datum van hun doop en hun ordening tot priesterschapsambten, alsmede wat hun lengte ten tijde van de gebeurtenis was.

Ik zal u wat meer over de plankjes vertellen waar mijn zoons op konden zien welke geestelijke gaven ze hadden en hoe ze aan het werk van de Heer konden bijdragen. Misschien komt u dan net als ik door inspiratie te weten welke unieke gaven en mogelijkheden de jongens hebben die u liefhebt en leidt.

Toen mijn oudste zoon diaken werd en als scout de arendinsigne had verdiend, kwam er toen ik over zijn toekomst nadacht een arend in mijn gedachten. We woonden toen in Idaho, ten zuiden van de Tetonberg. Daar gingen we vaak samen wandelen en naar zwevende arenden kijken. Ik zag het voor me en dacht aan de woorden van Jesaja:

‘Hij geeft de moede kracht en de machteloze vermeerdert hij sterkte.

‘Jongelingen worden moede en mat, zelfs jonge mannen struikelen,

‘Maar wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.’1

We waren daar ook met die oudste zoon gaan wandelen en waren vlak onder de top van de Tetonberg gestrand omdat hij moe was. Hij wilde niet verder. Hij zei: ‘Zal ik er altijd spijt van hebben dat ik de top niet heb gehaald? Ga maar verder pa, ik wil niet dat u zich ook teleurgesteld voelt.’

Ik antwoordde: ‘Ik zal heus niet teleurgesteld raken en jij zal heus geen spijt hebben. We zullen ons altijd blijven herinneren dat we hier samen hebben geklommen.’ Bovenaan zijn groeiplankje sneed ik een arend met de inscriptie ‘Op de vleugels van een arend.’

Mijn zoon reikte die jaren daarna als zendeling hoger dan ik me ooit had kunnen voorstellen. Soms kwam hij op zijn zending voor situaties te staan die boven zijn macht leken te zijn. Voor de jongen die u hoger laat reiken, kan het zijn zoals bij mijn zoon, dat de Heer hem naar grotere hoogten brengt in de prediking van het evangelie in een moeilijke taal, hoger dan ik voor mogelijk had gehouden. Als u probeert de mogelijkheden van iedere jongeman in het priesterschap te zien, beloof ik u dat de Heer u zal laten weten wat u nodig hebt. Wellicht openbaart de Heer u niet alles wat die jongen kan bereiken. Leer hem tot grote hoogte te reiken.

Misschien is de jongen die u aanmoedigt te verlegen om een krachtig priesterschapsdienaar te worden. Een andere zoon van mij was als kind zo verlegen dat hij niets tegen een winkelbediende durfde te zeggen. Ik maakte mij er zorgen over en bad over zijn toekomst als priesterschapsdrager. Ik zag hem als zendeling voor me — dat leek niet veelbelovend. Dat bracht mij bij een tekst in Spreuken: ‘Goddelozen vluchten terwijl er geen vervolger is, maar een rechtvaardige heeft zelfvertrouwen als een jonge leeuw.’2

Ik sneed ‘Zelfvertrouwen als een leeuw’ op zijn plankje uit, onder een afbeelding van een grote, brullende leeuwenkop. Op zijn zending en de daaropvolgende jaren maakte hij de verwachtingen waar die ik op zijn plank had gekerfd. Mijn zoon was eerst verlegen, maar predikte later met overtuiging het evangelie en was moedig in gevaar. Hij kreeg steeds meer taken van de Heer.

Dat kan de jongeman die u leidt ook overkomen. U moet hem in het geloof sterken dat de Heer hem van een verlegen jongen in een moedige dienaar kan veranderen.

We weten dat de Heer zijn dienaren zelfvertrouwen geeft. De jonge Joseph die God de Vader en zijn Zoon, Jezus Christus, in het bos zag, veranderde in de loop der jaren in een geestelijke reus. Parley P. Pratt zag dat toen de profeet Joseph Smith de laaghartige bewakers berispte die hem gevangenhielden. Ouderling Pratt schreef:

‘Plotseling stond hij op en sprak met bulderende stem, als een brullende leeuw, de volgende woorden, voor zover ik me kan herinneren:

‘“ZWIJG, jullie, demonen van de eeuwige hel. In de naam van Jezus Christus bestraf ik jullie en gebied jullie te zwijgen; ik zal dergelijke taal geen minuut langer aanhoren en leven. Houd op met die taal, anders zullen óf jullie, óf ik, DIRECT sterven!”’

Ouderling Pratt schreef over die ervaring: ‘Waardigheid en majesteit heb ik maar één keer aanschouwd, in ketenen, in het holst van de nacht, in een kerker, in een onbekend stadje in Missouri.’3

De Heer geeft zijn rechtschapen dienaren het zelfvertrouwen van een leeuw als zij in zijn naam als getuige in het priesterschap spreken.

Een andere zoon van mij had toen hij jong was al veel vrienden om zich heen. Hij sloot gemakkelijk vriendschap met mensen. Door gebed probeerde ik te zien hoe hij aan Gods koninkrijk zou kunnen bijdragen, en ik voelde dat hij mensen in liefde en eenheid tot elkaar zou kunnen brengen.

Ik kwam bij het gedeelte in de Leer en Verbonden waar beschreven wordt dat de ouderlingen hun best deden om Zion in Missouri op te bouwen, en dat engelen hen toejuichten. Dat vergde grote offers. In de openbaring in de Leer en Verbonden staat: ‘Niettemin zijt gij gezegend, want het getuigenis dat gij hebt gegeven is in de hemel opgetekend om door de engelen te worden aanschouwd; en zij verheugen zich over u, en uw zonden zijn u vergeven.’4

Op het groeiplankje van mijn zoon sneed ik ‘Engelen jubelen over jou’ uit.

Toen hij zijn schoolopleiding had afgemaakt, kon hij nog steeds goed mensen bij elkaar brengen en beïnvloeden. Hij organiseerde ringactiviteiten met andere priesterschapsdragers, waardoor de jongeren in zijn gebied met meer geloof en volharding hun problemen konden oplossen. Door het geloof van die jongemannen en jongevrouwen te versterken, bouwde hij buitenposten van Zion in de stedelijke centra van Amerika. Op het plankje liet ik engelen op bazuinen blazen, en dat is misschien niet hoe ze het doen, maar het was makkelijker om een bazuin dan een jubelkreet uit te kerven.

Engelen jubelen omdat priesterschapsleiders over de hele wereld Zion in hun wijken, ringen en zendingsgebieden opbouwen. En zij zullen nog harder jubelen als u ervoor zorgt dat jongemannen en jongevrouwen op alle plaatsen en in alle omstandigheden ook Zion opbouwen. Zion bestaat uit mensen die door verbonden en liefde aan elkaar gehecht zijn. Ik verzoek u uw jongeren daar toe te brengen.

Ik kreeg de ingeving om voor een van mijn zoons een zon uit te snijden, met daaronder de woorden ‘Dit nu is het eeuwige leven’ uit het hogepriesterlijk gebed van de Heiland. Aan het eind van zijn aardse bediening bad de Heiland tot zijn Vader:

‘Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.

‘Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt.’5

Mijn zoon heeft priesterschapstaken op drie continenten verricht, maar het belangrijkste werk heeft hij in zijn gezin verricht. Hij heeft zijn leven op hen afgestemd. Hij werkt dicht bij huis en komt vaak thuis om met zijn vrouw en kinderen te lunchen. Zijn gezin woont bij mijn vrouw en mij in de buurt. Ze zorgen erg goed voor onze tuin. Deze zoon zorgt dat hij niet alleen zelf in aanmerking voor het eeuwige leven komt, maar wil dat ook voor zijn dankbare familieleden, die hij bijeen verzamelt.

Het eeuwige leven bestaat erin verenigd in een gezin en met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest te leven. Het eeuwige leven wordt alleen mogelijk door de sleutels van Gods priesterschap, die door de profeet Joseph Smith hersteld zijn. Houdt u de jongeren onder uw leiding dat eeuwige doel voor, dan geeft u hen het grootst mogelijke geschenk. Dat doet u voornamelijk door zelf het voorbeeld in uw gezin te geven. Degenen die u leidt, zijn misschien enig lid. Toch geef ik u de uitdaging om hun de liefde van hun familie aan beide kanten van de sluier te laten voelen en die te accepteren.

De groeiplankjes waar ik het over had, zijn slechts één manier waarop jongeren een glimp kunnen opvangen van alles wat God in hen ziet en hun toekomst en de unieke taken die Hij voor hen in petto heeft. Hij zal u bijstaan als u ervoor zorgt dat uw kinderen en andere jongeren die u leidt dat kunnen. Maar als u door gebed zelf een glimp van die toekomst probeert op te vangen en er daarna met die jongere onder vier ogen over praat, zult u beseffen dat God van al zijn kinderen houdt en weet dat ieder van hen grote, unieke gaven bezit.

Ik voel mij gezegend dat ik voor mijn zoons en dochters een geweldige toekomst in Gods koninkrijk heb gezien. Toen ik in mijn gebed om leiding vroeg, werd mij getoond hoe ik mijn dochters duidelijk kon maken dat God erop rekent dat ze zijn koninkrijk opbouwen.

Toen mijn dochters nog jong waren, merkte ik dat we anderen generaties lang de liefde van degenen aan de andere kant van de sluier kunnen laten voelen. Ik weet dat die liefde door dienstbetoon komt en dat we daardoor hoop op het eeuwige leven krijgen.

We sneden dus broodplanken uit en legden daar een zelfgemaakt brood op, die we samen naar weduwen, weduwnaars en gezinnen brachten. Op elke broodplank stond de Franse inscriptie ‘J’aime et J’espère’, wat ‘Ik heb lief en ik hoop’ betekent. Hun unieke geestelijke gaven bleken niet alleen uit het uitsnijden van de planken, maar ook uit het feit dat ze die aan mensen gaven die het nodig hadden en onder pijn of verlies leden. Ze verzekerden hen dat we door de liefde en verzoening van de Heiland een volmaakt stralende hoop kunnen hebben. Dat betekent het eeuwige leven voor mijn dochters en voor ons allemaal.

Misschien denkt u: broeder Eyring, zegt u nu dat ik moet leren houtsnijden? Nee, dat hoeft niet. Ik heb het slechts van een aardige en vaardige leermeester geleerd, namelijk van toen nog ouderling Boyd K. Packer. Ik schrijf mijn geringe vaardigheden toe aan zijn grote houtsnijtalent en aan zijn geduld tijdens mijn leerproces. Een leermeester als president Packer krijg je slechts als een geschenk uit de hemel. U kunt het hart van uw kinderen echter op andere manieren vormen dan door houten planken of groeiplankjes voor hen te snijden.

Met nieuwe communicatiemiddelen kunnen we bijvoorbeeld in een ogenblik gratis berichten van geloof en hoop over lange afstanden sturen. Mijn vrouw helpt me daarmee. Eerst bellen we zoveel mogelijk van onze kinderen en kleinkinderen op. Dan vragen we hun om te vertellen wat ze bereikt hebben en hoe ze gediend hebben. We vragen ook of ze ons foto’s van hun bezigheden willen sturen. We plakken die foto’s dan ter illustratie naast een paar alinea’s tekst over wat ze hebben gedaan. Daaronder zetten we dan één of twee verzen uit het Boek van Mormon. Nephi en Mormon zouden misschien niet zo onder de indruk zijn van de geestelijke kwaliteit van het geschrevene of van de kleine moeite waarmee we ons zogenaamde ‘Familiedagboek: de kleine platen’ in elkaar hebben gezet, maar mijn vrouw en ik ervaren het als een zegen. We voelen ons geïnspireerd bij het selecteren van teksten en het schrijven van een kort getuigenis. En het blijkt dat hun hart zich op ons, op de Heiland en op het hogere richt.

Er zijn andere manieren waarop u de helpende hand kunt reiken. Veel daarvan doet u al. Aan gewoonten als gezinsgebed en Schriftstudie houden mensen meer goede herinneringen en grotere veranderingen van hart over dan u denkt. Zelfs door schijnbaar kleine activiteiten, zoals naar een sportwedstrijd gaan of samen een film kijken, verandert het hart van uw kind. Daarbij gaat het niet zozeer om wat u doet, maar om hoe het voelt. Ik weet een goede manier om vast te stellen of een activiteit belangrijk kan zijn voor uw kind. U laat ze een activiteit voorstellen uit een interesse, die volgens hen een gave van God is. Ik weet uit persoonlijke ervaring dat dit mogelijk is.

Toen ik op mijn twaalfde diaken werd, woonde ik in New Jersey, zo’n tachtig kilometer van New York City af. Mijn droom was om een goede honkballer te worden. Mijn vader ging met me naar een wedstrijd in het oude, historische Yankee Stadium in de Bronx. Ik zie het nog steeds voor me: mijn vader zat naast me en Joe DiMaggio sloeg een homerun, waardoor de bal midden op de tribune terechtkwam. Dat was de enige keer dat we samen naar een professionele honkbalwedstrijd gingen.

Maar een andere gebeurtenis met mijn vader heeft een blijvend effect op mij gehad. Hij ging met mij vanaf New Jersey naar een geordende patriarch in Salt Lake City. Ik had die man nooit eerder gezien. Mijn vader liet ons alleen. De patriarch bood mij een stoel aan, legde zijn handen op mijn hoofd en sprak een zegen als gave van God uit met daarin een uitspraak over het grootste verlangen van mijn hart.

Hij zei dat ik een van degenen was waarover is gezegd: ‘Zalig de vredestichters.’6 Ik was zo verbaasd dat een vreemdeling wist wat er in mij omging, dat ik mijn ogen opendeed en om me heen keek om het wonder te zien. Door die zegen over mijn mogelijkheden zijn mijn leven, mijn huwelijk en mijn priesterschapswerk gevormd.

Door die gebeurtenis en wat daarop volgde, kan ik getuigen: ‘Want allen krijgen niet iedere gave geschonken; want er zijn vele gaven, en ieder mens wordt een gave door de Geest Gods geschonken.’7

Door openbaring van de Heer ben ik mijn gave gaan herkennen en heb ik die gebruikt om degenen die ik liefheb en dien tot zegen te zijn.

God weet welke gaven we hebben. Ik geef u en mijzelf de uitdaging om God te vragen welke gaven Hij ons heeft gegeven, zodat wij ze kunnen ontwikkelen en kansen kunnen aangrijpen om anderen te dienen. Maar bovenal bid ik dat u geïnspireerd wordt om anderen hun bijzondere gaven van God te helpen ontdekken, zodat ze kunnen dienen.

Ik beloof u dat u, als u daarom vraagt, anderen kunt verheffen en helpen om degenen die zij leiden en liefhebben ten volle te dienen. Ik getuig tot u dat God leeft. Jezus is de Christus. Dit is het priesterschap van God wat wij dragen. God heeft ons bijzondere gaven gegeven waarmee wij Hem kunnen dienen op manieren die onze innigste wensen te boven gaan. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1.  Jesaja 40:29–31.

  2.  

    2.  Spreuken 28:1.

  3.  

    3.  Autobiography of Parley P. Pratt, red. Parley P. Pratt jr. (1938), p. 211.

  4.  

    4.  Leer en Verbonden 62:3.

  5.  

    5.  Johannes 17:3–4.

  6.  

    6.  Matteüs 5:9.

  7.  

    7.  Leer en Verbonden 46:11.