Over spijt en voornemens

President Dieter F. Uchtdorf

Tweede raadgever in het Eerste Presidium


Hoe meer we ons aan heiligheid en geluk toewijden, hoe minder we later spijt zullen hebben.

Over spijt

President Monson, wij hebben u lief. Dank u voor de geïnspireerde en historische aankondiging over de bouw van tempels en zendingswerk. Ik ben er zeker van dat hier grote zegeningen uit voort zullen vloeien voor ons en vele toekomende generaties.

Broeders en zusters, mijn dierbare vrienden! We zijn allemaal sterfelijk. Ik hoop dat dat geen verrassing voor iemand is.

Niemand van ons zal lang op aarde blijven. We hebben een x aantal kostbare jaren op aarde, die in eeuwig opzicht niet meer zijn dan een oogwenk.

En dan vertrekken we. Onze geest wordt ‘huiswaarts […] gevoerd naar die God die [ons] het leven heeft geschonken.’1 We leggen ons lichaam af, laten de zaken van deze wereld achter ons en gaan over naar de volgende fase van ons bestaan.

Als we jong zijn denken we dat er geen eind aan ons leven komt. We denken dat er een onbeperkt aantal zonsopgangen achter de horizon wacht en dat de toekomst één lange, uitgestrekte weg is waar geen eind aan komt.

Hoe ouder we echter worden, hoe meer we geneigd zijn terug te kijken en ons te verwonderen hoe kort die weg eigenlijk is. We verbazen ons erover hoe snel het allemaal gegaan is. En dan beginnen we na te denken over onze keuzes en wat we met ons leven hebben gedaan. We herinneren ons fijne momenten die onze ziel verwarmen en ons hart deugd doen. Maar we voelen ook spijt — we zouden willen teruggaan en bepaalde dingen anders doen.

Een verpleegster die zorg biedt aan terminaal zieken zegt dat ze hun vaak, als het einde nadert, een eenvoudige vraag stelt.

‘Hebt u ergens spijt van?’, vraagt ze dan.2

Zo vlak voor die laatste dag kan men vaak helder denken en het geheel in perspectief zien. Toen deze mensen dus gevraagd werd of ze ergens spijt van hadden, waren ze openhartig. Ze spraken over wat ze anders zouden doen als ze de klok konden terugdraaien.

Toen ik nadacht over wat ze gezegd hadden, trof het mij hoe de fundamentele beginselen van het evangelie van Jezus Christus ons leven ten goede kunnen beïnvloeden, als we ze maar toepassen.

Er is niets mysterieus aan de beginselen van het evangelie. We bestuderen ze in de Schriften, we bespreken ze in de zondagsschool en ze worden vaak vanaf de kansel gepredikt. Deze goddelijke beginselen en waarden zijn duidelijk en helder; ze zijn mooi, diepzinnig en krachtig; en ze kunnen ons beslist helpen verdere vergissingen te voorkomen.

Ik wou dat ik meer tijd met mijn dierbaren had doorgebracht

Waar bijna iedereen in het laatste levensstadium spijt van had was dat ze niet meer tijd hadden doorgebracht met de mensen van wie ze houden.

Vooral mannen lieten deze klaagzang horen — ze ‘hadden er bijzonder veel spijt van dat ze een groot deel van hun leven hadden besteed aan hun werk.’3 Aan velen waren mooie herinneringen voorbijgegaan die men overhoudt aan tijd doorbrengen met familie en vrienden. Zij misten de diepe band met hen die het meest voor hen betekenden.

Is het niet zo dat we het vaak te druk hebben? En, helaas, zijn we ook nog erg trots op onze drukke leven, alsof een druk leven op zich een prestatie of een teken van een superieur leven is.

Is dat wel zo?

Ik moest denken aan onze Heer en Voorbeeld, Jezus Christus, en zijn korte leven onder de mensen van Galilea en Jeruzalem. Ik probeerde mij voor te stellen hoe Hij Zich van bijeenkomst naar bijeenkomst haast of snel een lijst met dringende zaken afwerkt.

Het lukte mij niet.

In plaats daarvan zie ik de meelevende en zorgzame Zoon van God elke dag heel doelbewust leven. Als Hij sprak met de mensen om Hem heen, voelden zij zich belangrijk en geliefd. Hij kende de oneindige waarde van de mensen die Hij ontmoette. Hij zegende ze en diende ze. Hij sprak ze moed in en genas ze. Hij schonk hun zijn kostbare tijd.

Tegenwoordig is het gemakkelijk om net te doen of je tijd met anderen doorbrengt. Met slechts één muisklik kunnen we ‘verbinding’ maken met duizenden ‘vrienden’, zonder ooit een van hen in levende lijve te zien. De technologie is geweldig en kan heel nuttig zijn als onze dierbaren ver van ons vandaan wonen. Mijn vrouw en ik wonen ver van onze dierbare kinderen vandaan; we weten hoe dat is. Ik ben echter van mening dat we ons, als mens en als samenleving, niet in de juiste richting bewegen als het contact met onze familie of vrienden niet meer inhoudt dan het plaatsen van grappige foto’s, het doorsturen van onbeduidende weetjes of het linken van onze dierbaren aan sites op het internet. Ik veronderstel dat we dit soort zaken een plaats kunnen geven, maar hoeveel tijd zijn we bereid eraan te besteden? Als we weigeren onszelf en onze onverdeelde aandacht te geven aan wie echt belangrijk voor ons zijn, zullen we daar op een dag spijt van hebben.

Laten we ons voornemen om onze dierbaren te koesteren door met hen tijd door te brengen, samen dingen te doen en mooie herinneringen levend te houden.

Ik wou dat ik meer van mijn leven had gemaakt

Waar mensen ook spijt van hebben, is dat ze niet zijn geworden wat ze graag hadden willen en kunnen worden. Als ze terugkijken op hun leven beseffen ze dat ze er meer van hadden kunnen maken, dat ze veel hebben laten liggen.

Ik heb het niet over het beklimmen van de succesladder van een beroepscarrière. Die ladder, hoe in het oog springend ook, is nauwelijks meer dan een stapje op de grote eeuwige reis die ons wacht.

Nee, ik heb het over de persoon worden die God wil dat we worden.

We komen, zoals de dichter schreef, in de wereld ‘in wolken van heerlijkheid’4 uit een voorsterfelijk bestaan.

Onze hemelse Vader ziet onze mogelijkheden. Hij weten dingen over ons die we zelf niet weten. Hij wekt ons op om in ons leven aan het doel van onze schepping te beantwoorden, een goed leven te leiden en in zijn tegenwoordigheid terug te keren.

Waarom besteden we dan zoveel tijd en energie aan zaken die vergankelijk, onbeduidend en oppervlakkig zijn? Weigeren wij in te zien hoe dwaas de jacht naar triviale en tijdelijke zaken is?

Zou het niet veel wijzer zijn als we ‘schatten in de hemel [verzamelen], waar mot noch roest ze bederven, en waar dieven inbreken noch stelen’?5

Hoe doen we dat? Door het voorbeeld van de Heiland te volgen, door zijn leringen in ons leven te verwerken, en God en onze medemens werkelijk lief te hebben.

Dat zal ons zeker niet lukken als we het discipelschap benaderen met een moet-dit-nu-echt, duurt-het-nog-lang, klaag-terwijl-u-wacht-houding.

Wat het naleven van het evangelie betreft, moeten we niet zo zijn als de jongen die zijn grote teen in het water stak en daarna beweerde dat hij had gezwommen. Als zoons en dochters van onze hemelse Vader hebben we zoveel meer in onze mars. Maar met alleen goede voornemens redden we het niet. We moeten het doen. Of nog beter, we moeten worden wat onze hemelse Vader wil dat we worden.

Ons getuigenis van het evangelie geven is goed, maar een levend voorbeeld van het herstelde evangelie is beter. De wens uitspreken onze verbonden beter te willen naleven is goed; maar heilige verbonden nakomen — zoals een deugdzaam leven leiden, onze tiende en giften betalen, het woord van wijsheid naleven en hulpbehoevenden helpen — is veel beter. Zeggen dat we meer tijd aan gezinsgebed, Schriftstudie en uitjes in het gezin zullen besteden is goed; maar al deze dingen ook echt gestaag doen, zal meer hemelse zegeningen in ons leven brengen.

Discipelschap is streven naar heiligheid en geluk. Het is het pad naar onze beste en gelukkigste ik.

Laten we ons voornemen om de Heiland na te volgen en er ijverig aan werken om de persoon te worden die we bedoeld zijn te worden. Laten we luisteren naar en gehoor geven aan de ingevingen van de Heilige Geest. Als we dat doen, zal onze hemelse Vader ons dingen over onszelf openbaren die we niet over onszelf wisten. Hij zal het pad vóór ons verlichten en ons onze onbekende en wellicht ongedachte talenten laten zien.

Hoe meer we ons aan heiligheid en geluk toewijden, hoe minder we later spijt zullen hebben. Hoe meer we ons verlaten op de genade van de Heiland, hoe meer we het gevoel zullen hebben dat we ons op de weg bevinden die onze hemelse Vader voor ons bedoeld heeft.

Ik wou dat ik mijzelf had toegestaan gelukkiger te zijn

Waar mensen in hun laatste levensstadium ook spijt van hadden, is misschien enigszins verrassend. Ze hadden zich gelukkiger willen voelen.

Zo vaak laten we ons leiden door de illusie dat ons geluk afhankelijk is van iets dat net buiten ons bereik ligt: een betere gezinssituatie, een betere financiële situatie of het einde van een moeilijke periode.

Hoe ouder we worden, hoe meer we terugkijken en beseffen dat onze omstandigheden er niet echt toedoen of ons geluk bepalen.

Wij doen ertoe.Wij bepalen ons geluk.

U en ik zijn het die uiteindelijk voor ons eigen geluk verantwoordelijk zijn.

Mijn vrouw, Harriet, en ik gaan graag een eindje fietsen. Het is heerlijk om naar buiten te gaan en van de natuur te genieten. We hebben zo onze lievelingsroutes, maar we houden ons niet te veel bezig met hoe ver of hoe hard we in vergelijking met anderen fietsen.

Maar soms denk ik dat we ons best eens zouden kunnen meten met andere fietsers. We zouden verder of harder kunnen fietsen als we ons iets meer inspannen. Soms bega ik zelfs de vergissing om dit tegen mijn lieve vrouw te zeggen.

Ze reageert altijd vriendelijk, duidelijk en rechtdoorzee op dergelijke suggesties. Ze glimlacht en zegt dan: ‘Dieter, het is geen wedstrijd, het is een tocht. Geniet van het moment.’

Ze heeft absoluut gelijk!

Soms concentreren we ons in dit leven zo op de eindstreep dat we nalaten plezier in de tocht te hebben. Ik ga niet met mijn vrouw uit fietsen, omdat ik mij verheug op de thuiskomst. Ik doe het omdat het ik fijn vind om dat samen met haar te doen.

Is het niet een beetje dwaas om plezierige en vreugdevolle momenten te bederven door alleen geïnteresseerd te zijn in wanneer ze afgelopen zijn?

We beginnen bij mooie muziek toch ook niet pas te genieten als de laatste noot is weggestorven. We luisteren aandachtig naar de variaties in de melodie, ritmiek en harmonie van de hele compositie.

Spreken we onze gebeden uit met alleen het ‘amen’ of het einde in gedachten? Natuurlijk niet. We bidden om dicht bij onze hemelse Vader te zijn, zijn Geest te ontvangen en zijn liefde te voelen.

We moeten niet wachten met gelukkig zijn tot we een bepaald punt in de toekomst hebben bereikt, om er vervolgens achter te komen dat het geluk al die tijd al binnen handbereik was! We hoeven niet terug te blikken om het leven te kunnen waarderen. ‘Dit is de dag die de Here gemaakt heeft’, schreef de psalmist, ‘laten wij juichen en ons daarover verheugen.’6

Broeders en zusters, wat onze situatie, ons probleem of beproeving ook is, we kunnen uit elke dag iets halen wat we kunnen koesteren. Elke dag heeft wel iets wat ons dankbaar stemt of blij maakt, als we het maar zien en waarderen.

Misschien moeten we meer met ons hart dan onze ogen kijken. Ik vind dit een geweldig citaat: ‘Alleen met het hart kun je goed zien. Alles van wezenlijk belang is onzichtbaar voor het oog.’7

Ons is geboden ‘voor alles te danken’.8 Is het daarom niet beter om zelfs de kleinste dingen waar we dankbaar voor kunnen zijn met onze ogen en ons hart te zien, in plaats van het negatieve in onze huidige situatie uit te vergroten?

De Heer heeft beloofd: ‘Wie alle dingen met dankbaarheid ontvangt, zal worden verheerlijkt; en de dingen van deze aarde zullen hem worden toegevoegd, zelfs honderdvoudig.’9

Hebben wij, broeders en zusters, met de overvloedige zegeningen van onze hemelse Vader, zijn edelmoedige heilsplan, zijn verheven waarheden van het herstelde evangelie, en de vele schoonheden van deze levensreis ‘geen reden on ons te verheugen?’10

Laten we ons voornemen gelukkig te zijn, wat onze omstandigheden ook mogen zijn.

Over voornemens

Op zekere dag zullen we die onvermijdelijke stap zetten en het tijdelijke met het eeuwige verwisselen. Op zekere dag zullen we op ons leven terugkijken en ons afvragen of we het beter hadden kunnen doen, of we betere keuzes hadden kunnen maken of onze tijd beter hadden kunnen gebruiken.

Om te voorkomen dat we dan grote spijt hebben, zou het verstandig zijn om ons vandaag een paar zaken voor te nemen. Laten we ons daarom voornemen om:

  1. Meer tijd met onze dierbaren door te brengen.
  2. Meer ons best te doen om de persoon te worden die God wil dat we worden.
  3. Gelukkig te zijn, wat onze omstandigheden ook mogen zijn.

Ik geef u mijn getuigenis dat heel veel spijt dan voorkomen kan worden door vanaf vandaag de Heiland na te volgen. Als we hebben gezondigd of vergissingen hebben begaan — als we keuzes hebben gedaan waar we nu spijt van hebben — dan is er de kostbare gave van Christus’ verzoening, die vergeving mogelijk maakt. We kunnen niet terug in de tijd gaan en het verleden veranderen, maar we kunnen ons wel bekeren. De Heiland kan onze tranen van spijt drogen11 en de last van zonde verwijderen.12 Zijn verzoening staat ons toe het verleden achter ons te laten en met reine handen, een zuiver hart13 en een vast voornemen om het beter te doen en beter te worden, verder te gaan.

Ja, dit leven vliegt voorbij; onze dagen rijgen zich snel aaneen; en de dood is soms beangstigend. Niettemin zal onze geest blijven leven en zal zich op zekere dag met ons herrezen lichaam verenigen om onsterfelijke heerlijkheid te ontvangen. Ik getuig plechtig dat we dankzij de genadevolle Christus weer zullen leven, en wel voor eeuwig. Dankzij onze Heiland en Verlosser zullen we op zekere dag de betekenis van de woorden: ‘De prikkel des doods [is] in Christus verzwolgen’14 ten volle begrijpen en ons daarin verheugen.

Het pad naar onze goddelijke bestemming als zoons en dochters van God is eeuwig. Broeders en zusters, dierbare vrienden, we moeten ons vandaag op dat pad begeven; we kunnen geen dag voorbij laten gaan. Laten we nu echt leren leven en daar niet mee wachten tot het te laat is, dat bid ik in de heilige naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1.  Alma 40:11.

  2.  

    2. Zie Susie Steiner, ‘Top Five Regrets of the Dying’, Guardian, Feb. 1, 2012, www.guardian.co.uk/lifeandstyle/2012/feb/01/top-five-regrets-of-the-dying.

  3.  

    3. Bronnie Ware. In: Steiner, ‘Top Five Regrets of the Dying.’

  4.  

    4. ‘Ode: Intimations of Immortality from Recollections of Early Childhood’, The Complete Poetical Works of William Wordsworth (1924), p. 359.

  5.  

    5.  Matteüs 6:20.

  6.  

    6.  Psalmen 118:24.

  7.  

    7. Antoine de Saint-Exupéry, The Little Prince, trans. Richard Howard (2000), p. 63.

  8.  

    8.  Mosiah 26:39; zie ook Leer en Verbonden 59:7.

  9.  

    9.  Leer en Verbonden 78:19.

  10.  

    10.  Alma 26:35.

  11.  

    11. Zie Openbaring 7:17.

  12.  

    12. Zie Matteüs 11:28–30.

  13.  

    13. Zie Psalmen 24:4.

  14.  

    14.  Mosiah 16:8; zie ook 1 Korintiërs 15:54.