Bescherm de kinderen

Ouderling Dallin H. Oaks

van het Quorum der Twaalf Apostelen


Niemand kan mijn pleidooi weerleggen om ons eensgezind in te zetten voor het welzijn en de toekomst van onze kinderen — het opkomend geslacht.

We weten allemaal wel hoe we ons voelen als een klein kind huilt en onze hulp wil. Een liefdevolle hemelse Vader geeft ons die gevoelens om ons ertoe aan te zetten zijn kinderen te helpen. Denkt u alstublieft aan die gevoelens tijdens mijn toespraak over onze verantwoordelijkheid om onze kinderen te beschermen en voor hun welzijn te zorgen.

Ik spreek vanuit het perspectief van het evangelie van Jezus Christus dat zijn heilsplan bevat. Dat is mijn roeping. Plaatselijke kerkleiders zijn verantwoordelijk voor een beperkt gebied zoals een wijk of een ring, maar een apostel draagt de verantwoordelijkheid om tot de gehele wereld te getuigen. Kinderen in iedere natie, van ieder ras en ieder geloof zijn kinderen van God.

Hoewel ik het niet heb over politiek of overheidsmaatregelen, kan ik, net zoals andere kerkleiders, niet voor het welzijn van de kinderen pleiten zonder dat dit implicaties heeft voor de keuzes die burgers, overheidspersonen en werknemers in particuliere organisaties maken. Wij hebben allemaal het gebod van de Heiland ontvangen om van elkaar te houden en voor elkaar te zorgen, en in het bijzonder voor wie zwak en weerloos zijn.

Kinderen zijn heel kwetsbaar. Ze hebben weinig tot geen macht om zichzelf te beschermen of voor zichzelf te zorgen in zaken die essentieel zijn voor hun welzijn. Kinderen hebben anderen nodig die voor hen opkomen. Zij hebben beleidsmakers nodig die hun welzijn boven de zelfzuchtige belangen van volwassenen plaatsen.

I.

Het is schokkend hoe wereldwijd miljoenen kinderen het slachtoffer zijn van de misdadigheid en de zelfzucht van volwassenen.

In sommige door oorlog verscheurde landen worden kinderen gekidnapt om als soldaat in een strijdend leger te dienen.

Een rapport van de Verenigde Naties geeft aan dat ieder jaar bijna twee miljoen kinderen het slachtoffer zijn van prostitutie en pornografie.1

Vanuit het perspectief van het heilsplan is een van de ergste dingen die je kunt doen een kind zijn geboorte te ontzeggen. Dit is een wereldwijde trend. Het nationale geboortecijfer in de Verenigde Staten is in vijfentwintig jaar niet zo laag geweest2 en de geboortecijfers van de Europese en Aziatische landen zijn al vele jaren onder het peil van demografische instandhouding. Dit is niet alleen een godsdienstige kwestie. Naarmate de opkomende generaties kleiner in aantal worden, raken culturen en zelfs naties uitgehold en zullen ze uiteindelijk verdwijnen.

Een oorzaak van het dalende geboortecijfer is abortus. Wereldwijd worden er naar schatting meer dan 40 miljoen abortussen per jaar verricht.3 Veel wetten staan abortus toe of stimuleren haar zelfs, maar in onze ogen is zij een groot kwaad. Een ander soort mishandeling die plaatsvindt tijdens de zwangerschap is de beschadiging van de foetus als gevolg van de ontoereikende voeding of drugsgebruik van de moeder.

Het is tragisch te noemen dat massa’s kinderen al voor de geboorte worden geëlimineerd of beschadigd terwijl menigten onvruchtbare echtparen heel graag een baby willen adopteren.

Kindermishandeling of verwaarlozing na de geboorte is duidelijker zichtbaar voor de buitenwereld. Wereldwijd sterven jaarlijks bijna 8 miljoen kinderen vóór hun vijfde verjaardag, grotendeels als gevolg van ziekten die te behandelen en te voorkomen zijn.4 En de Wereldgezondheidsorganisatie vermeldt dat één op de vier kinderen lijdt aan een mentale en fysieke ontwikkelingsachterstand als gevolg van ondervoeding.5 Doordat we internationaal wonen en reizen worden wij als kerkleiders hier vaak mee geconfronteerd. Het algemeen jeugdwerkpresidium zegt dat er kinderen in omstandigheden leven ‘die wij ons niet kunnen voorstellen.’6 Een moeder op de Filippijnen zei: ‘Soms hebben we niet genoeg geld om te eten, maar het geeft niet, want het biedt mij de gelegenheid om mijn kinderen over geloof te leren. We komen samen en bidden om hulp en de kinderen zien hoe de Heer ons zegent.’7 In Zuid-Afrika kwam een jeugdwerkleidster een klein, eenzaam en verdrietig meisje tegen. Op haar liefdevolle vragen vertelde het meisje terneergedrukt dat ze geen moeder had, geen vader en geen grootmoeder — alleen een grootvader die voor haar zorgde. Zulke tragedies zijn schering en inslag op een continent waar veel ouders aan aids zijn gestorven.

Zelfs in rijke landen worden kleine kinderen beschadigd door verwaarlozing. Kinderen die in armoede opgroeien krijgen slechte gezondheidszorg en onvoldoende kansen in het onderwijs. Ook zij worden blootgesteld aan gevaar in hun fysieke en culturele omgeving en zelfs als gevolg van ouderlijke verwaarlozing. Ouderling Jeffrey Holland vertelde onlangs wat een heilige der laatste dagen die politieagent is had meegemaakt. Tijdens een onderzoek vond hij vijf jonge kinderen die bij elkaar gekropen op een vuile vloer zonder beddengoed probeerden te slapen terwijl hun moeder en anderen in het huis aan het drinken en feestvieren waren. In het appartement was geen eten om hun honger te stillen. Nadat de agent de kinderen in een in elkaar geflanst bed had gestopt, knielde hij neer en bad voor hun bescherming. Toen hij naar de deur liep, kwam een van hen, ongeveer zes jaar oud, hem achterna, greep zijn hand vast en smeekte: ‘Wilt u mij alstublieft adopteren?’8

We herinneren ons allemaal de leringen van de Heiland toen Hij een klein kind voor zijn volgelingen neerzette en verklaarde:

‘En een ieder, die zulk een kind ontvangt in mijn naam, ontvangt Mij.

‘Maar een ieder, die één dezer kleinen, die in Mij geloven, tot zonde verleidt, het zou beter voor hem zijn, dat een molensteen om zijn hals was gehangen en hij verzwolgen was in de diepte der zee’ (Matteüs 18:5–6).

Denkend aan de gevaren waarvoor we kinderen moeten beschermen moeten we ook aan emotionele mishandeling denken. Ouders, verzorgers, leerkrachten of leeftijdgenoten die kinderen of jongeren neerhalen, pesten of vernederen, kunnen schade toebrengen die blijvender is dan lichamelijk letsel. Maken dat een kind of jongere zich waardeloos, niet geliefd of ongewenst voelt, kan ernstige, langdurige schade aan zijn of haar emotionele welzijn en ontwikkeling toebrengen.9 Jonge mensen die worstelen met een uitzonderlijke gesteldheid, aantrekking tot hetzelfde geslacht inbegrepen, zijn extra kwetsbaar en hebben liefde en begrip nodig— geen pesten of verbannen.10

Met de hulp van de Heer kunnen we ons bekeren en veranderen, en liefdevoller en behulpzamer voor onze kinderen worden — onze eigen kinderen en de kinderen om ons heen.

II.

De meest voorkomende fysieke of emotionele bedreigingen waaraan kinderen worden blootgesteld komen voor binnen de relaties met hun ouders of verzorgers. President Thomas S. Monson heeft het gehad over wat hij noemde de ‘verfoeilijke daden’ van kindermishandeling, waarbij een ouder een kind lichamelijk of emotioneel heeft gebroken of misvormd.11 Toen ik werkte voor het hooggerechtshof van Utah was ik zeer bedroefd wanneer ik de schokkende bewijslast van zulke gevallen moest doornemen.

Voor het welzijn van kinderen zijn van het grootste belang: of de ouders gehuwd zijn, de aard en tijdsduur van het huwelijk, en in bredere zin de cultuur en de verwachtingen die rond huwelijk en kinderopvoeding bestaan in het gebied waar zij wonen. Twee geleerden op het gebied van gezinswetenschappen verklaren: ‘Doorheen de geschiedenis was het huwelijk in de eerste plaats bedoeld voor voortplanting en kinderopvoeding. Het verschafte de culturele band tussen een vader en zijn kinderen doordat hij zich verbonden had met de moeder van zijn kinderen. Sinds kort echter worden kinderen meer en meer uit die centrale positie verdrongen.’12

Een professor in de rechten van Harvard beschrijft de huidige wetgeving en houding ten opzichte van huwelijk en scheiding als volgt: ‘Het [huidige] Amerikaanse verhaal over het huwelijk — zowel in de wetgeving als in de populaire literatuur — luidt ongeveer zo: het huwelijk is een relatie die voornamelijk bestaat voor de voldoening van de individuele echtgenoten. Als het deze functie niet meer vervult, mag men niemand iets kwalijk nemen en mogen beide echtgenoten het naar believen beëindigen. […] Kinderen spelen nauwelijks een rol in het verhaal; op zijn best zijn ze figuranten op de achtergrond.’13

Onze kerkleiders hebben gewaarschuwd dat het huwelijk zien ‘als niets meer dan een contract dat men naar believen aangaat (…) en verbreekt bij de eerste moeilijkheid die zich voordoet (…) een kwaad is dat ernstig veroordeeld dient te worden’, vooral als daar kinderen onder zouden lijden.14 Een echtscheiding heeft een effect op kinderen. Een van de laatste jaren had meer dan de helft van de scheidingsgevallen betrekking op echtparen met minderjarige kinderen.15

Veel kinderen zouden gezegend zijn met een opvoeding door beide ouders als die ouders maar deze geïnspireerde lering in de proclamatie over het gezin hadden gevolgd: ‘Man en vrouw hebben de plechtige taak om van elkaar en hun kinderen te houden, en voor elkaar en hun kinderen te zorgen.’ ‘Ouders hebben de heilige plicht om hun kinderen in liefde en rechtschapenheid op te voeden, te voorzien in hun stoffelijke en geestelijke behoeften, en ze te leren dat ze elkaar moeten liefhebben en helpen.’16 Het meest invloedrijke onderwijs aan kinderen is het voorbeeld van hun ouders. Ouders die scheiden onderwijzen onvermijdelijk een negatieve les.

Er zijn zeker gevallen waarin een scheiding noodzakelijk is voor het welzijn van de kinderen, maar die omstandigheden zijn de uitzondering.17 In de meeste huwelijksconflicten zouden de ruziënde ouders veel meer rekening moeten houden met het belang van de kinderen. Met de hulp van de Heiland kunnen ze dat. Kinderen hebben de emotionele en persoonlijke kracht nodig die voortvloeit uit een opvoeding door twee ouders die eensgezind zijn in hun huwelijk en hun doelstellingen. Zelf ben ik grootgebracht door een moeder die weduwe was. Ik weet dus uit eigen ervaring dat dit niet altijd mogelijk is. Maar het is wel het ideaal waar zoveel mogelijk naar gestreefd moet worden.

Kinderen zijn het eerste slachtoffer van de huidige wetten die zogenaamde scheidingen zonder schuld toestaan. Vanuit het standpunt van de kinderen is een scheiding te gemakkelijk verkrijgbaar. In een samenvatting van tientallen jaren sociaalwetenschappelijk onderzoek concludeerde een geleerde dat ‘de gezinsstructuur die in het algemeen het beste voor kinderen werkt, de structuur is met twee biologische ouders die gehuwd blijven.’18 Een journalist van de New York Times noemde het ‘opmerkelijk dat, hoewel het traditionele huwelijk in de Verenigde Staten op de terugweg is, […] er toenemend bewijs bestaat voor het belang ervan voor het welzijn van kinderen.’19 Die realiteit moet voor ouders en toekomstige ouders een belangrijk advies inhouden ten aanzien van hun beslissingen over huwelijk en gezin. Het is ook nodig dat politici, beleidsmakers en ambtenaren meer aandacht besteden aan wat het beste voor de kinderen is in tegenstelling tot het zelfbelang van kiezers en mensen die opkomen voor de belangen van volwassenen.

Kinderen zijn ook het slachtoffer van huwelijken die niet plaatsvinden. Weinig informatie over het welzijn van het opkomend geslacht is verontrustender dan een recentelijk rapport dat 41 procent van de geboorten in de Verenigde Staten bij ongehuwde vrouwen is.20 Ongehuwde moeders staan voor gigantische uitdagingen en er is ampel bewijs dat hun kinderen aanzienlijk in het nadeel zijn vergeleken bij kinderen die door beide ouders worden grootgebracht.21

De meerderheid van de kinderen die uit ongehuwde moeders geboren waren — 58 procent — werd geboren bij stellen die samenwoonden.22 Naast alles wat er gezegd kan worden over het feit dat deze stellen geen huwelijk aangaan, wijzen vergelijkende studies uit dat hun kinderen behoorlijk in het nadeel zijn.23 De relatieve stabiliteit die het huwelijk biedt is belangrijk voor kinderen.

We kunnen aannemen dat dezelfde nadelen gelden voor kinderen die door partners van hetzelfde geslacht grootgebracht worden. De sociaalwetenschappelijke literatuur is tegenstrijdig en politiek gekleurd aangaande het langetermijneffect hiervan op kinderen, voornamelijk omdat, volgens een schrijver van de New York Times, ‘het homohuwelijk een sociaal experiment is, en zoals dat met de meeste experimenten gaat, kost het tijd om de gevolgen ervan te kunnen overzien.’24

III.

Ik heb voor de kinderen gesproken — de kinderen overal. Sommigen zullen bepaalde voorbeelden misschien afwijzen, maar niemand kan mijn pleidooi weerleggen om ons eensgezind in te zetten voor het welzijn en de toekomst van onze kinderen — het opkomend geslacht.

We hebben het over de kinderen van God. Met zijn machtige hulp kunnen we meer doen om hen te helpen. In dit pleidooi richt ik mij niet alleen tot de heiligen der laatste dagen, maar ook tot alle gelovige mensen en andersdenkenden die een waardensysteem hanteren waardoor zij hun eigen behoeften ondergeschikt maken aan die van anderen. Onderzoek wijst uit dat zulke mensen het meest geneigd zijn om voor het welzijn van kinderen in de bres te springen.25

Godsdienstige mensen zijn zich ook bewust van de lering van de Heiland in het Nieuwe Testament dat reine kleine kinderen ons rolmodel voor nederigheid en ontvankelijkheid zijn.

‘Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.

‘Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen’ (Matteüs 18:3–4).

In het Boek van Mormon lezen we hoe de opgestane Heer de Nephieten leerde dat zij zich moesten bekeren en zich laten dopen ‘en worden als een klein kind’ omdat ze het koninkrijk Gods anders niet konden beërven. (3 Nephi 11:38; zie ook Moroni 8:10.)

Ik bid dat wij nederig als kleine kinderen mogen worden en ons best zullen doen om onze kleine kinderen te beschermen, want zij zijn de toekomst, voor ons, voor onze kerk en voor onze naties. in de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1. Zie UNICEF, The State of the World’s Children 2005: Childhood Under Threat (2004), p. 26.

  2.  

    2. Zie Haya El Nasser, ‘National Birthrate Lowest in 25 Years’, USA Today, 26 juli 2012, p. A1.

  3.  

    3. Zie Gilda Sedgh, et. al., ‘Induced Abortion: Incidence and Trends Worldwide from 1995 to 2008’, The Lancet deel 379, nr. 9816 (18 februari 2012): pp. 625–632.

  4.  

    4. Zie UNICEF, ‘Young Child Survival and Development’, http://www.unicef.org/childsurvival/index.html

  5.  

    5. Zie Wereldgezondheidsorganistie, World Health Statistics 2012 (2012), pp. 109, 118.

  6.  

    6. Rapport van het algemeen jeugwerkpresidium van de kerk, 13 september 2012.

  7.  

    7. Rapport van het algemeen jeugwerkpresidium van de kerk

  8.  

    8. Zie Jeffrey R. Holland, ‘Israël, hoor, God roept u allen’, CES Satellietuitzending 9 september 2012, lds.org/broadcasts; zie ook R. Scott Lloyd, ‘Zion Not Only Where, but How We Live’, Says Elder Holland, Deseret News, 10 september 2012, p. B2.

  9.  

    9. Zie Kim Painter, ‘Parents Can Inflict Deep Emotional Harm’, USA Today, 30 juli 2012, p. B8; Rachel Lowry, ‘Mental Abuse as Injurious as Other Forms of Child Abuse, Study Shows’, Deseret News, 5 augustus 2012, p. A3.

  10.  

    10. Zie ‘End the Abuses’, Deseret News, 12 juni 2012, p. A10.

  11.  

    11. Thomas S. Monson, ‘Dierbare kinderen, een gave van God’, Liahona, juni 2000, p. 3.

  12.  

    12. W. Bradford Wilcox en Elizabeth Marquardt, uitg., The State of Our Unions: Marriage in America (2010), p. 82.

  13.  

    13. Mary Ann Glendon, Abortion and Divorce in Western Law: American Failures, European Challenges (1987), p. 108.

  14.  

    14. David O. McKay, ‘Structure of the Home Threatened by Irresponsibility and Divorce’, Improvement Era, juni 1969, p. 5.

  15.  

    15. Zie Diana B. Elliott en Tavia Simmons, ‘Marital Events of Americans: 2009’, American Community Service Reports, augustus 2011.

  16.  

    16. ‘Het gezin: een proclamatie aan de wereld’, Liahona, november 2010, p. 129.

  17.  

    17. Zie Dallin H. Oaks, ‘Echtscheiding’, Liahona, mei 2007, p. 70.

  18.  

    18. Charles Murray, Coming Apart: The State of White America, 1960–2010 (2012), p. 158.

  19.  

    19. Ross Douthat, ‘Gay Parents and the Marriage Debate’, New York Times, 11 juni 2012, http://douthat.blogs.nytimes.com/2012/06/11/gay-parents-and-the-marriage-debate/.

  20.  

    20. Zie Joyce A. Martin, et. al., ‘Births: Final Data for 2009’, National Vital Statistics Reports, 60:1 (3 november 2011), p. 10

  21.  

    21. Zie William J. Doherty, et al., Why Marriage Matters: Twenty-One Conclusions from the Social Sciences (2002); en W. Bradford Wilcox, et al., Why Marriage Matters: Thirty Conclusions from the Social Sciences, 3e uitgave., (2011).

  22.  

    22. Zie Martin, et. al., ‘Births: Final Data for 2009’.

  23.  

    23. Zie Wilcox, et al., Why Marriage Matters.

  24.  

    24. Ross Douthat, ‘Gay Parents and the Marriage Debate’. Het recentste en meest diepgaande onderzoek geeft aan dat jongvolwassenen van wie een ouder een homofiele relatie had voordat het kind achttien werd, daar ernstige nadelen van ondervonden. (Zie Mark Regnerus, ‘How Different Are the Adult Children of Parents Who Have Same-Sex Relationships? Findings from the New Family Structures Study’, Social Science Research deel 41 [2012] pp. 752–770).

  25.  

    25. Met name heiligen der laatste dagen beschouwen het ouderschap als een van de belangrijkste levensdoelen (zie Pew Research Center’s Forum on Religious and Public Life, Mormons in America: Certain in Their Beliefs, Uncertain of Their Place in Society, 12 januari 2012, pp. 10, 16, 51).