Een kostbaar erfgoed van hoop


Als u kiest om een verbond met God te sluiten of na te komen, dan kiest u ook of u een erfgoed van hoop nalaat aan hen die uw voorbeeld kunnen volgen.

Mijn geliefde broeders en zusters, sommigen onder u zijn door zendelingen van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen voor deze bijeenkomst uitgenodigd. Die zendelingen hebben u misschien ook al uitgenodigd om een verbond met God te sluiten door u te laten dopen.

Anderen onder u luisteren misschien omdat u de uitnodiging van een ouder, een echtgenote, of een kind ontvangen hebt, die hopen dat u de verbonden die u al met God gesloten hebt weer tot het middelpunt van uw leven zult maken. Sommigen van u die luisteren hebben al besloten om de Heiland weer te gaan volgen en ervaren vandaag de vreugde van zijn verwelkoming.

Wie u ook bent en waar u zich ook bevindt, u houdt het geluk van meer mensen in uw handen dan u zich kunt voorstellen. U kunt iedere dag en ieder uur kiezen om een verbond met God te sluiten of na te komen.

Waar u zich ook bevindt op het pad dat naar het erfgoed van het eeuwige leven leidt, u hebt de gelegenheid om veel mensen het pad naar groter geluk te wijzen. Als u kiest om een verbond met God te sluiten of na te komen, dan kiest u ook of u een erfgoed van hoop nalaat aan hen die uw voorbeeld kunnen volgen.

U en ik zijn gezegend met de belofte van zo’n erfgoed. Ik heb veel van mijn geluk te danken aan een man die ik in dit leven nooit heb ontmoet. Hij was een wees en werd een van mijn overgrootvaders. Hij heeft mij een kostbaar erfgoed van hoop nagelaten. Sta mij toe dat ik u iets vertel over de rol die hij speelde in het vormen van dat erfgoed voor mij.

Zijn naam was Heinrich Eyring. Hij was in grote rijkdom geboren. Zijn vader, Edward, had een groot landgoed in Coburg, in wat nu Duitsland is. Zijn moeder was burggravin Charlotte von Blomberg. Haar vader was de toezichthouder van de landerijen van de koning van Pruisen.

Heinrich was de oudste zoon van Charlotte en Edward. Charlotte stierf op eenendertigjarige leeftijd, na de geboorte van haar derde kind. Edward overleed kort daarna nadat hij al zijn bezit en rijkdom door een mislukte investering was kwijtgeraakt. Hij was pas veertig jaar oud. Hij liet drie weeskinderen na.

Heinrich, mijn overgrootvader, had zijn beide ouders en een grote erfenis verloren. Hij was blut. Hij schreef in zijn geschiedenis dat hij meende dat hij zijn hoop moest vestigen op emigratie naar Amerika. Hoewel hij daar geen familie of vrienden had, voelde hij hoop over een vertrek naar Amerika. Hij ging eerst naar New York City. Later verhuisde hij naar St. Louis (Missouri).

In St. Louis was een van zijn medewerkers een heilige der laatste dagen. Hij kreeg van hem een kopie van een brochure die door Parley P. Pratt was geschreven. Hij las die en bestudeerde daarna elk woord dat hij over de heiligen der laatste dagen te pakken kon krijgen. Hij bad om te weten te komen of er echt engelen bestonden die aan mensen waren verschenen, of er een levende profeet was en of hij een ware, geopenbaarde godsdienst had gevonden.

Na twee maanden zorgvuldige studie en gebed, had Heinrich een droom waarin hem werd opgedragen om zich te laten dopen. Een man wiens naam en priesterschap voor mij heilig zijn, ouderling William Brown, zou de verordening verrichten. Heinrich liet zich om half acht in de ochtend van 11 maart 1855 in een vijver van regenwater dopen.

Ik geloof dat Heinrich Eyring toen wist dat wat ik u vandaag leer waar is. Hij wist dat het geluk van het eeuwige leven voortkomt uit familiebanden die voor altijd blijven bestaan. Zelfs toen hij net het plan van geluk van de Heer had gevonden, wist hij al dat zijn hoop op eeuwige vreugde afhing van de keuzevrijheid van anderen die zijn voorbeeld zouden moeten volgen. Zijn hoop op geluk hing af van mensen die nog niet geboren waren.

Als onderdeel van het erfgoed van hoop in onze familie liet hij een geschiedenis aan zijn nakomelingen na.

In die geschiedenis kan ik zijn liefde voelen voor ons die hem zouden volgen. In zijn woorden bemerk ik de hoop dat zijn nakomelingen hem zouden volgen op het pad terug naar ons hemelse huis. Hij wist dat het niet om één grote keuze ging, maar om vele kleine keuzes. Ik citeer uit zijn geschiedenis:

‘Vanaf het moment dat ik ouderling Andrus voor het eerst hoorde spreken […] heb ik de bijeenkomsten van de heiligen der laatste dagen bijgewoond, en slechts heel zelden ben ik niet gegaan, omdat het mijn plicht was om te gaan.

‘Ik vermeld dit in mijn geschiedenis opdat mijn kinderen mijn voorbeeld zullen volgen en nooit de belangrijke plicht zullen verwaarlozen om met de heiligen samen te komen.’1

Heinrich wist dat we in de avondmaalsdienst onze belofte konden hernieuwen om de Heiland altijd indachtig te zijn en dat we dan zijn Geest bij ons zouden hebben.

Die Geest steunde hem op zijn zending waartoe hij slechts enkele maanden na het aannemen van het doopverbond werd geroepen. Hij liet als erfgoed zijn voorbeeld van zes ijverige zendingsjaren na in wat toen de Indian Territories werd genoemd. Om van zijn zending ontheven te worden liep hij naar Oklahoma en voegde zich daar bij een huifkarrenkonvooi naar Salt Lake City, een afstand van ongeveer 1.770 kilometer.

Kort daarna werd hij door de profeet van God geroepen om in het zuiden van Utah te gaan wonen. Daar accepteerde hij een zendingsoproep naar zijn geboorteland, Duitsland. Vervolgens nam hij de uitnodiging van een apostel van de Heer Jezus Christus aan om de mormoonse koloniën in Noord-Mexico te helpen opbouwen. Daar werd hij weer als voltijdzendeling naar Mexico-Stad geroepen. Hij vervulde die roepingen eervol. Hij ligt op een kleine begraafplaats in Colonia Juárez, Chihuahua (Mexico) begraven.

Ik vertel dit allemaal niet om voor hem, voor wat hij deed of voor zijn nakomelingen eer op te eisen. Ik vertel deze feiten om hem te eren voor zijn voorbeeld van geloof en hoop dat in zijn hart was.

Hij nam die roepingen aan vanwege zijn geloof dat de herrezen Christus en onze hemelse Vader in een bos in de staat New York aan Joseph Smith waren verschenen. Hij nam ze aan omdat hij geloofde dat de priesterschapssleutels in de kerk van de Heer hersteld waren met de macht om families voor eeuwig te verbinden, op voorwaarde van voldoende geloof om hun verbonden na te komen.

Evenals Heinrich Eyring bent u misschien de eerste in uw familie die voorgaat op het pad van heilige verbonden die met ijver en geloof worden gesloten en nagekomen op weg naar het eeuwige leven. Elk verbond brengt plichten en beloften met zich mee. Net zoals voor Heinrich zijn die plichten ook voor ons soms eenvoudig maar vaak moeilijk. Maar bedenk dat onze plichten soms moeilijk moeten zijn, want de bedoeling ervan is ons vooruit te helpen op het pad om voor altijd in gezinsverband bij onze hemelse Vader en zijn geliefde Zoon, Jezus Christus, te wonen.

U herinnert zich de woorden uit het boek Abraham:

‘En er stond Een in hun midden die gelijk God was; en Hij zeide tot hen die bij Hem waren: Wij zullen naar beneden gaan, want er is ruimte daar; en wij zullen van deze stoffen nemen en wij zullen een aarde maken waarop dezen kunnen wonen;

‘en wij zullen hen hiermee beproeven om te zien of zij alles zullen doen wat de Heer, hun God, hun ook zal gebieden;

‘en aan hen die hun eerste staat behouden, zal worden toegevoegd; en zij die hun eerste staat niet behouden, zullen geen heerlijkheid hebben in hetzelfde koninkrijk met hen die hun eerste staat behouden; en zij die hun tweede staat behouden, op hun hoofd zal heerlijkheid worden toegevoegd voor eeuwig en altijd.’2

Om onze tweede staat te behouden. moeten we verbonden met God sluiten en trouw de bijbehorende verplichtingen nakomen. Het vereist geloof in Jezus Christus, onze Heiland, om je verbonden je hele leven na te komen.

Doordat Adam en Eva zijn gevallen zijn verleiding, beproeving en de dood ons universeel erfgoed. Niettemin heeft onze liefdevolle hemelse Vader ons de gave van zijn geliefde Zoon, Jezus Christus, onze Heiland, gegeven. Die grote gave en zegen van de verzoening van Jezus Christus voorziet ons ook van een universeel erfgoed: de belofte van de opstanding en de mogelijkheid van eeuwig leven voor allen die geboren worden.

De grootste van alle zegeningen van God, eeuwig leven, ontvangen wij alleen als we de verbonden sluiten die in de ware kerk van Jezus Christus door zijn bevoegde dienstknechten worden verleend. Vanwege de val hebben we allemaal het reinigende effect van de doop en de oplegging van handen om de gave van de Heilige Geest te ontvangen nodig. Die verordeningen moeten verricht worden door hen die het juiste priesterschapsgezag bezitten. En dan kunnen wij met de hulp van het Licht van Christus en de Heilige Geest alle verbonden die we met God sluiten naleven, in het bijzonder de verbonden die ons in de tempel worden aangeboden. Alleen op die manier en met die hulp kan men zijn of haar rechtmatig erfdeel als een kind van God in een eeuwige familie opeisen.

Voor sommigen van u lijkt dat misschien een bijna hopeloze droom.

U hebt getrouwe ouders zien lijden vanwege hun kinderen die de verbonden hebben geweigerd of besloten hebben hun verbonden met God te verbreken. Maar die ouders mogen moed vatten en hoop hebben dankzij de ervaringen van andere ouders.

Alma’s zoon en de zoons van koning Mosiah bekeerden zich van hun heftige opstand tegen de verbonden en de geboden van God. Alma de jonge zag hoe zijn zoon Corianton zich van ernstige zonde afkeerde en getrouw ging dienen. In het Boek van Mormon lezen we ook over het wonder van de Lamanieten die overleveringen van haat tegen gerechtigheid opzijzetten en zich verbonden om zo nodig te sterven om de vrede te bewaren.

Er werd een engel naar de jonge Alma en de zoons van Mosiah gezonden. Die engel kwam vanwege het geloof en de gebeden van hun vaders en van Gods volk. Uit die voorbeelden waarin we zien hoe de macht van de verzoening in het menselijk hart werkt, kunt u moed en troost putten.

De Heer heeft ons allemaal de bron van hoop gegeven wanneer wij hen die we liefhebben proberen te helpen om hun eeuwige erfgoed te aanvaarden. Hij heeft ons beloften gedaan wanneer wij blijven proberen mensen tot Hem te brengen, zelfs al wijzen zij zijn uitnodiging af. Hun afwijzing doet Hem verdriet, maar Hij geeft het niet op, en dat moeten wij ook niet doen. Hij geeft ons met zijn blijvende liefde het volmaakte voorbeeld: ‘en voorts, hoe dikwijls heb Ik u willen vergaderen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, ja, o gij volk van het huis Israëls, gij die gevallen zijt; ja, o volk van het huis Israëls, zowel gij die in Jeruzalem woont, als gij die gevallen zijt; ja, hoe dikwijls heb Ik u willen vergaderen zoals een hen haar kuikens vergadert, en gij hebt niet gewild.’3

We kunnen vertrouwen op dat nooit ontbrekende verlangen van de Heiland om alle geestkinderen van onze hemelse Vader met Zich mee terug naar hun huis te nemen. Iedere getrouwe ouder, grootouder en overgrootouder heeft dat verlangen ook. Onze hemelse Vader en de Heiland zijn ons volmaakte voorbeeld van wat we kunnen en moeten doen. Zij dwingen rechtschapenheid nooit af, want rechtschapenheid moet je kiezen. Zij maken het ons mogelijk om rechtschapenheid te herkennen en zij laten ons zien dat haar vruchten heerlijk zijn.

Iedereen die op aarde geboren wordt, ontvangt het licht van Christus waardoor we zien en voelen wat goed en kwaad is. God stuurt ons zijn sterfelijke dienstknechten die ons, door de Heilige Geest, kunnen helpen om te herkennen wat Hij van ons verwacht en wat Hij verbiedt. God maakt het aantrekkelijk voor ons om het goede te kiezen omdat hij ons de gevolgen van onze keuzes laat voelen. Als we het goede kiezen, zullen we geluk vinden — uiteindelijk. Als we het kwade kiezen, zullen we verdriet en spijt krijgen — uiteindelijk. Die gevolgen staan vast. Maar ze komen met een bedoeling vaak pas later. Als de zegeningen direct kwamen, zou het goede kiezen geen geloof ontwikkelen. En aangezien verdriet soms ook pas veel later komt, vergt het geloof om de behoefte te voelen om al vroeg vergeving voor zonde te vragen in plaats van nadat we de droevige en pijnlijke gevolgen ervan ervaren.

Vader Lehi had verdriet over de keuzes die enkele van zijn zoons en hun gezinnen maakten. Hij was een groot en goed mens — een profeet van God. Hij getuigde vaak tot hen van onze Heiland, Jezus Christus. Hij was een voorbeeld van gehoorzaamheid en dienstbaarheid toen de Heer hem riep om al zijn wereldse bezittingen achter te laten en zijn gezin voor vernietiging te behoeden. Aan het einde van zijn leven getuigde hij nog steeds tot zijn kinderen. Net zoals de Heiland — en ondanks zijn vermogen om in hun hart te kijken en de trieste en prachtige toekomst te zien — hield Lehi zijn armen nog steeds uitgestrekt om zijn gezin tot het heil te brengen.

Nu rechtvaardigen miljoenen nakomelingen van vader Lehi zijn hoop voor hen.

Hoe kunnen u en ik van Lehi’s voorbeeld leren? Wij kunnen zijn voorbeeld ter harte nemen door de Schriften gebedvol te bestuderen en ernaar te leven.

Ik stel voor dat u zowel de korte- als de langetermijnvisie hanteert wanneer u uw familie het erfgoed van hoop probeert te geven. Op korte termijn zullen er problemen zijn en zal Satan briesen. En er zijn zaken waarop we geduldig moeten wachten, met geloof, en met het besef dat God op zijn tijd en manier handelt.

Er zijn dingen die u vroeg kunt doen, als zij die u liefhebt nog jong zijn. Onthoud dat dagelijks gebed, Schriftstudie met het gezin en uw getuigenis geven in de avondmaalsdienst makkelijker en doeltreffender zijn als uw kinderen jong zijn. Jonge kinderen zijn vaak veel gevoeliger voor de Geest dan wij beseffen.

Als ze ouder worden, zullen ze zich de lofzangen die u met hen zong herinneren. En ze zullen zich de woorden uit de Schriften en van uw getuigenis nog beter herinneren dan de muziek. De Heilige Geest kan ons alles in herinnering brengen, maar de woorden uit de Schriften en de lofzangen blijven het langst hangen. Die herinneringen zullen aan hen trekken als zij voor een tijdje, misschien jarenlang, afdwalen van het pad naar huis, naar het eeuwige leven.

We moeten de langetermijnvisie hanteren als zij die wij liefhebben door de wereld worden aangetrokken en als de wolk van twijfel hun geloof overschaduwt. We hebben geloof, hoop en liefde om ons te leiden en hen te versterken.

Als raadgever van twee levende profeten van God heb ik dat gezien. Ze hebben ieder een unieke persoonlijkheid. Toch hebben ze een consequent optimisme met elkaar gemeen. Als iemand alarm slaat over iets in de kerk, dan is hun meest voorkomende reactie: ‘O, het komt wel goed.’ Meestal weten zij meer van het probleem af dan de mensen die alarm slaan.

Zij kennen de werkwijze van de Heer ook en daarom zijn ze altijd hoopvol wat betreft zijn koninkrijk. Ze weten dat Hij aan het hoofd staat. Hij is almachtig en Hij geeft om ons. Als u Hem toestaat om de leider van uw gezin te zijn, dan komt alles goed.

Sommige nakomelingen van Heinrich Eyring schijnen te zijn afgedwaald. Maar veel betachterkleinkinderen van hem gaan ’s morgens vroeg om zes uur naar de tempel om verordeningen te verrichten voor voorouders die ze nog nooit ontmoet hebben. Zij gaan op grond van het erfgoed van hoop dat hij heeft nagelaten. Hij heeft een erfgoed nagelaten dat door veel van zijn nakomelingen wordt opgeëist.

Na alles wat wij in geloof kunnen doen, zal de Heer onze hoop op grotere zegeningen voor onze familieleden rechtvaardigen dan wij ons kunnen voorstellen. Hij wil het beste voor hen en voor ons, zijn kinderen.

Wij zijn allemaal kinderen van de levende God. Jezus van Nazaret is zijn geliefde Zoon en onze herrezen Heiland. Dit is zijn kerk. Hier zijn de sleutels van het priesterschap en daarom kunnen gezinnen eeuwig zijn. Dit is ons kostbare erfgoed van hoop. Ik getuig dat dit waar is in de naam van de Heer Jezus Christus. Amen.

Verwijzingen tonen

  1.  

    1. Henry Eyring reminiscences, 1896, typescript, Church History Library, pp. 16–21.

  2.  

    2.  Abraham 3:24–26.

  3.  

    3.  3 Nephi 10:5.