‘Vrees niet, Ik ben met u’


Naarmate we meer geloof en vertrouwen in de Heer ontwikkelen, krijgen we meer toegang tot zijn macht om ons te zegenen en bevrijden.

Slechts weinig gevoelens zijn vergelijkbaar met de emoties die we ervaren als we kinderen krijgen. Er is niets mooier dan een lieve baby regelrecht uit de hemel te ontvangen. Eén van mijn broers heeft dat gevoel op een wel heel heftige manier ervaren. Zijn eerste zoontje werd te vroeg geboren en woog maar tweeënhalve pond. Hunter bracht zijn eerste twee maanden op de neonatale intensivecareafdeling van het ziekenhuis door. Die maanden waren heel gevoelig voor onze hele familie, terwijl we hoopten en de Heer om hulp smeekten.

De kleine Hunter was zo afhankelijk. Hij vocht zo hard om in leven te blijven. De sterke hand van zijn vader reikte vaak naar het kleine handje van zijn zoon om zijn kwetsbare kindje te bemoedigen.

En zo gaat het met alle kinderen van God. Onze Vader in de hemel reikt ons allen de hand met zijn oneindige liefde. Hij heeft macht over alles en wil ons helpen om te leren, te groeien en tot Hem terug te keren. Het doel van onze Vader is: ‘de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen.’1

Naarmate we meer geloof en vertrouwen in de Heer ontwikkelen, krijgen we meer toegang tot zijn macht om ons te zegenen en bevrijden.

We vinden dit prachtige thema van de macht van de Heer om zijn kinderen te redden terug op alle pagina’s van het Boek van Mormon. Nephi introduceert het in het eerste hoofdstuk van het boek. In vers 20 lezen we: ‘Zie, ik, Nephi, zal u tonen dat de tedere barmhartigheden des Heren zich uitstrekken over allen die Hij wegens hun geloof heeft uitverkoren om hen machtig te maken, zelfs tot de macht ter bevrijding toe.’2

Jaren geleden werd ik op persoonlijke wijze gewezen op de waarheden die in dit vers worden beschreven. Ik ontdekte hoe dichtbij onze Vader in de hemel werkelijk is en hoe graag Hij ons wil helpen.

Op een avond, toen de duisternis inviel, reed ik met mijn kinderen naar huis toen ik een jongen aan de kant van de weg zag lopen. Toen ik hem voorbij was gereden, kreeg ik sterk de indruk dat ik terug moest gaan om hem te helpen. Maar omdat ik bang was dat ik hem zou afschrikken als ik als vreemde naast hem zou stoppen, reed ik door. Weer kreeg ik dat sterke gevoel en de woorden in mijn gedachten: ‘Ga die jongen helpen!’

Ik reed terug en vroeg hem: ‘Heb je hulp nodig? Ik had het gevoel dat ik je moest helpen.’

Hij wendde zich naar ons toe en met tranen in zijn ogen zei hij: ‘Heel graag. Ik heb gebeden dat iemand me zou helpen.’

Zijn gebed om hulp werd beantwoord door de inspiratie die ik ontving. Deze ervaring met zo een duidelijke ingeving van de Geest liet een onvergetelijke indruk in mijn hart achter.

En na 25 jaar en de liefdevolle barmhartigheid van God ben ik een paar maanden geleden weer met deze jongen in contact gekomen. Ik ontdekte dat de ervaring niet alleen mijn verhaal is, maar ook het zijne. Deric Nance is nu een vader met een eigen gezin. Ook hij is die belevenis nooit vergeten. Daardoor konden we een geloofsfundament leggen dat God onze gebeden daadwerkelijk hoort en verhoort. Zowel hij als ik hebben die ervaring gebruikt om onze kinderen te leren dat God over ons waakt. We zijn niet alleen.

Deric was die avond voor een activiteit langer op school gebleven en had de laatste bus gemist. Als jonge tiener had hij er alle vertrouwen in dat hij wel alleen thuis kon komen, dus ging hij op weg.

Hij had al anderhalf uur op die stille weg gelopen. Hij was nog kilometers van huis verwijderd, er waren geen huizen in zicht en hij was bang. Wanhopig ging hij in de berm achter een berg stenen op zijn knieën en vroeg zijn hemelse Vader om hulp. Slechts een paar minuten nadat Deric zijn tocht weer had vervolgd, kwam ik voorbij om de hulp te bieden waarom hij gebeden had.

En nu na al die jaren zegt Deric: ‘De Heer was mij, een magere, kortzichtige jongen, indachtig. En ondanks al het andere dat in de wereld gaande was, kende Hij mijn situatie en hield Hij genoeg van me om hulp te sturen. De Heer heeft mijn gebeden sinds die dag op die verlaten weg vaak beantwoord. Zijn antwoorden kwamen niet altijd zo direct en duidelijk, maar dat Hij weet hoe het met mij gaat, is nu nog even duidelijk als op die eenzame avond. Wanneer de donkere schaduwen van het leven mijn wereld bedekken, weet ik dat Hij altijd een plan heeft om me weer veilig thuis te brengen.’

Zoals Deric zei, wordt niet elk gebed direct beantwoord. Maar onze Vader kent ons en hoort de smeekbeden van ons hart. Hij verricht zijn wonderen één gebed tegelijk, één persoon tegelijk.

We kunnen erop vertrouwen dat Hij ons zal helpen, misschien niet op de manier die wij willen, maar op de manier waarop wij het beste kunnen groeien. Onze wil aan zijn wil onderwerpen kan soms moeilijk zijn, maar het is essentieel als we op Hem willen lijken en de vrede willen vinden die Hij ons biedt.

Wij kunnen het gevoel ontwikkelen dat C. S. Lewis beschreef: ‘Ik bid omdat ik het niet kan helpen. […] Ik bid omdat die behoefte steeds uit mij vloeit, wakend en slapend. Het verandert God niet. Het verandert mij.’3

Er staan veel verhalen in de Schriften over hen die hun vertrouwen in de Heer stelden en door Hem zijn geholpen en bevrijd. Denk aan de jonge David die aan een zekere dood door de machtige Goliath ontsnapte door op de Heer te vertrouwen. Denk aan Nephi, die door zijn gelovige smeekbeden tot God uit de handen van zijn broers werd bevrijd die hem probeerden te doden. Denk aan de jonge Joseph Smith die gebedvol om de hulp van de Heer vroeg. Hij werd van de macht van duisternis bevrijd en ontving een wonderbaarlijk antwoord. Allemaal stonden ze voor echte en grote moeilijkheden. Allemaal handelden ze in geloof en vertrouwden ze op de Heer. Allemaal ontvingen ze zijn hulp. En ook in onze tijd wordt de macht en liefde van God zichtbaar in het leven van zijn kinderen.

Ik heb dat onlangs waargenomen onder de gelovige heiligen in Zimbabwe en Botswana. In een vasten-en-getuigenisdienst in een kleine gemeente werd ik door de getuigenissen van velen — kinderen, jongeren en volwassenen — geïnspireerd en nederig gestemd. Ieder van hen gaf krachtig uiting aan zijn of haar geloof in de Heer Jezus Christus. Te midden van zware omstandigheden leven zij van dag tot dag vanuit hun vertrouwen op God. Zij erkennen zijn hand in hun leven en brengen dat vaak tot uiting met de woorden: ‘Ik ben God zo dankbaar.’

Een paar jaar geleden was een getrouw gezin uit onze wijk een voorbeeld van dergelijk vertrouwen op de Heer. Arn en Venita Gatrell hadden een gelukkig leven toen er bij Arn een aggressieve vorm van kanker werd vastgesteld. De prognose was niet goed: hij had nog maar een paar weken te leven. De familie wilde nog één keer bij elkaar komen. Dus kwamen alle kinderen bij elkaar, sommige van verre. Ze hadden slechts 48 uur om samen door te brengen. De familie Gatrell dacht zorgvuldig na over wat het belangrijkste voor hen was — een familiefoto, een familiediner en een dienst in de Salt Laketempel. Venita zei: ‘Toen we de tempel verlieten was dat de laatste keer dat we in dit leven allemaal samen zouden zijn.’

Maar zij namen afscheid in de zekerheid dat er zoveel meer voor ze is dan dit leven. Dankzij heilige tempelverbonden hebben zij hoop in Gods beloften. Zij kunnen voor eeuwig samen zijn.

De volgende twee maanden ontvingen ze ontelbare zegeningen. Het geloof en vertrouwen in de Heer van Arn en Venita kwam naar voren in Venita’s woorden: ‘Ik werd gedragen. Ik ontdekte dat je vrede kunt voelen te midden van beroering. Ik wist dat de Heer over ons waakte. Ik leerde dat je, als je op de Heer vertrouwt, werkelijk alle problemen kunt doorstaan.’

Een van hun dochters voegde daaraan toe: ‘Wij keken naar onze ouders en zagen hun voorbeeld. We zagen hun geloof en hoe ze ermee omgingen. Ik zou nooit om zo’n beproeving vragen, maar ik zou er nu ook niet meer voor wegrennen. We waren omgeven door Gods liefde.’

Natuurlijk was het overlijden van Arn niet de uitkomst waarop ze hadden gehoopt. Maar hun crisis was geen geloofscrisis. Het evangelie is geen lijstje van dingen die we moeten doen; het leeft veeleer in ons hart. Het evangelie is ‘geen last, maar geeft vleugels.’4 Het draagt ons. Het droeg de familie Gatrell. Zij voelden vrede te midden van de storm. Ze hielden zich vast aan elkaar en aan de tempelverbonden die ze hadden gesloten en nageleefd. Ze groeiden in hun vermogen om op de Heer te vertrouwen en werden gesterkt door hun geloof in Jezus Christus en de kracht van zijn verzoening.

Waar we ons ook op het pad van het discipelschap bevinden, wat onze zorgen en problemen ook zijn, we zijn niet alleen. U wordt niet vergeten. Zoals Deric, de heiligen in Afrika, en de familie Gatrell kunnen wij ervoor kiezen om in onze moeilijkheden met geloof Gods hand te grijpen. We kunnen onze problemen met gebed en vertrouwen in de Heer benaderen. En in dat proces gaan we meer op Hem lijken.

De Heer spreekt tot ieder van ons: ‘Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand.’5

Ik geef mijn nederig maar stellig getuigenis dat God onze Vader leeft en van ons houdt. Ik getuig dat wij door zijn geliefde Zoon, Jezus Christus, de wereld kunnen overwinnen en veilig thuis gebracht kunnen worden. Dat wij het geloof mogen hebben om op Hem te vertrouwen bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

Verwijzingen tonen

  1.  

    1.  Mozes 1:39.

  2.  

    2.  1 Nephi 1:20.

  3.  

    3. Gesproken door de acteur die C. S. Lewis speelt in William Nicholson, Shadowlands (1989), p. 103.

  4.  

    4. Naar Harry Emerson Fosdick, Twelve Tests of Character (1923), p. 88.

  5.  

    5.  Jesaja 41:10.