Gehoorzaamheid door getrouwheid


Gehoorzaamheid is een uiting van ons geloof in de wijsheid en macht van het hoogste gezag, namelijk God.

De gezinsavonden die mijn vrouw en ik elke maandagavond houden, hebben plotseling een groter aantal deelnemers gekregen. Mijn broer, zijn dochter, Barbara’s broer, een nicht en haar man zijn in ons appartementengebouw komen wonen. Het is sinds mijn jeugd de eerste keer dat ik gezegend ben met de nabijheid van familie. Mijn ouderlijk gezin woonde toen vlakbij enkele familieleden van mijn moeder. Opa Sonne woonde naast ons aan de noordkant, en tante Emma naast ons aan de zuidkant. Aan de zuidkant van het huizenblok woonde ook tante Josephine, en aan de oostkant woonde oom Alma.

In mijn jeugd gingen we dagelijks om met al die familieleden — we werkten en speelden samen, en gingen bij elkaar op bezoek. We konden niet veel ondeugd uithalen zonder dat onze moeder ervan hoorde. Onze wereld is nu anders: de leden van de meeste families wonen verspreid. Zelfs als ze relatief dicht bij elkaar wonen, gebeurt het maar zelden dat ze naast elkaar wonen. Maar ik moet wel geloven dat mijn jeugd en mijn huidige situatie een beetje zijn zoals de hemel, waar dierbare familieleden dicht bij elkaar wonen. Het herinnert mij voortdurend aan de eeuwige aard van de familie.

Toen ik opgroeide, had ik een bijzondere band met mijn opa. Ik was de oudste zoon in het gezin. Ik schoof in de winter sneeuw voor ons huishouden en dat van mijn opa en twee tantes, en in de zomer zorgde ik voor de gazons. Opa zat meestal voor het huis als ik het gras maaide. Als ik klaar was, ging ik bij hem zitten om een praatje te maken. Ik heb dierbare herinneringen aan die momenten.

Op een dag vroeg ik mijn opa hoe ik kon weten of ik altijd het goede deed, daar het leven ons zoveel keuzes biedt. Zoals gebruikelijk voor mijn opa, gaf hij antwoord met een voorbeeld uit het boerenleven.

Hij vertelde me hoe je een span paarden leert samenwerken. Hij legde uit dat een span paarden altijd moet weten wie er de baas is. Eén manier om controle uit te oefenen en een paard te leiden, is het een tuig en een bit aan te doen. Als een paard in het span ooit meent dat het niet hoeft te luisteren naar wat de menner wil, zal het span niet trekken of samenwerken om optimale trekkracht te leveren.

Laten we nu eens kijken wat mijn opa mij aan de hand van dit voorbeeld leerde. Wie is de menner van het span paarden? Volgens mijn opa is dat de Heer. Hij is degene met een doel en een plan. Hij is ook de trainer van het span paarden, en degene die ze gekozen heeft, en bovendien de trainer van elk individueel paard. De menner weet wat het beste is, en de enige manier voor een paard om te weten dat hij altijd het goede doet, is te gehoorzamen en te doen wat de menner wil.

Wat vergeleek mijn opa met een tuig en bit? Ik geloofde toen, en dat geloof ik nog steeds, dat mijn opa mij iets leerde aan de hand van de ingevingen van de Heilige Geest. Hij zag het tuig en bit als geestelijke zaken. Een gehoorzaam paard dat deel uitmaakt van een span goed afgerichte paarden heeft slechts een zacht rukje van de menner nodig om precies te doen wat hij wil. Dat zachte rukje staat gelijk aan de stille, zachte stem waarmee de Heer tot ons spreekt. Uit respect voor onze keuzevrijheid is dat nooit een sterke, krachtige ruk.

Mensen die de subtiele ingevingen van de Geest negeren, zullen vaak leren, zoals de verloren zoon ondervond, door de natuurlijke gevolgen van ongehoorzaamheid en losbandigheid. Pas na het ondervinden van natuurlijke gevolgen verootmoedigde de verloren zoon zich dusdanig dat hij ‘tot zichzelf’ kwam en de influisteringen van de Geest om naar zijn vaders huis terug te keren, hoorde (zie Lucas 15:11–32).

Dus de les die mijn opa mij leerde, was om altijd bereid te zijn gehoor te geven aan het zachte rukje van de Geest. Hij leerde me dat ik altijd zo’n ingeving zou krijgen als ik van de juiste koers begon af te wijken. En ik zou me nooit aan ernstiger wandaden schuldig maken als ik mij in mijn beslissingen liet leiden door de Geest.

Zoals in Jakobus 3:3 staat: ‘Als wij paarden [het bit] in de bek leggen, zodat zij ons gehoorzamen, kunnen wij ook hun gehele lichaam besturen.’

Wij moeten goed letten op ons geestelijke bit. Wij moeten bereid zijn om na het minste rukje van de Meester volledig van koers te veranderen. Om in het leven te slagen, moeten we onze geest en ons lichaam leren om samen te werken in gehoorzaamheid aan Gods geboden. Als we gehoor geven aan de subtiele ingevingen van de Heilige Geest, kan dit geest en lichaam in doelgerichtheid verenigen en ons terugvoeren naar ons eeuwige thuis, om bij onze eeuwige Vader in de hemel te wonen.

In het derde geloofsartikel leren we hoe belangrijk gehoorzaamheid is: ‘Wij geloven dat dankzij de verzoening van Christus alle mensen door gehoorzaamheid aan de wetten en verordeningen van het evangelie zalig kunnen worden.’

De gehoorzaamheid die mijn opa in zijn gelijkenis over een span paarden beschreef, vergt ook een bijzonder vertrouwen — namelijk absoluut geloof in de menner van het span. De les die mijn opa me leerde, verwees daarmee ook naar het eerste beginsel van het evangelie: geloof in Jezus Christus.

De apostel Paulus heeft gezegd: ‘Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet’ (Hebreeën 11:1). Vervolgens gebruikte Paulus de voorbeelden van Abel, Henoch, Noach en Abraham om zijn lering over geloof kracht bij te zetten. Hij ging in op het verhaal van Abraham, want Abraham is de vader van de getrouwen:

‘Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou.

‘Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land […].

‘Door het geloof heeft ook Sara kracht ontvangen om moeder te worden, en dat ondanks haar hoge leeftijd, daar zij Hem, die het beloofd had, betrouwbaar achtte’ (Hebreeën 11:8–9, 11).

Wij weten dat door Isaak, de zoon van Abraham en Sara, een belofte van nageslacht aan Abraham is gegeven, ‘als de sterren des hemels in menigte en gelijk het zand aan de oever der zee, dat ontelbaar is’ (zie vs. 12; zie ook Genesis 17:15–16). En toen werd Abrahams geloof op de proef gesteld op een manier die velen onder ons onvoorstelbaar vinden.

Ik heb vaak nagedacht over het verhaal van Abraham en Isaak, en ik geloof dat ik nog steeds niet helemaal de getrouwheid en gehoorzaamheid van Abraham kan bevatten. Misschien kan ik me hem indenken als hij op een ochtend getrouw inpakt om te vertrekken. Maar hoe nam hij al die stappen naast zijn zoon Isaak op een reis van drie dagen naar de voet van de berg Moria? Hoe droegen zij het brandhout de berg op? Hoe bouwde hij een altaar? Hoe bond hij Isaak vast en legde hem op het altaar? Hoe legde hij hem uit dat hij het offer zou zijn? En vond hij de kracht om het mes op te heffen voor het doden van zijn zoon? Abrahams geloof stelde hem in staat om Gods aanwijzingen precies op te volgen tot aan dat wonderbaarlijke moment waarop een engel hem uit de hemel aanriep en Abraham vertelde dat hij deze pijnlijke toets had doorstaan. En toen herhaalde de engel van de Heer de beloften van het verbond van Abraham.

Ik begrijp dat de moeilijkheden die gepaard gaan met geloof in Jezus Christus en met gehoorzaamheid voor sommigen moeilijker zijn dan voor anderen. Ik heb genoeg ervaring om te weten dat de persoonlijkheden van paarden heel erg kunnen verschillen en dat sommige daarom makkelijker of moeilijker te trainen zijn, en dat de verscheidenheid onder mensen nog veel groter is. Ieder van ons is een zoon of dochter van God, en wij hebben een uniek voorsterfelijk en sterfelijk verhaal. Daarom zijn er erg weinig pasklare oplossingen voor iedereen. En dus erken ik dat we ons leven doorbrengen met vallen en opstaan en, belangrijker nog, dat het tweede beginsel van het evangelie van Jezus Christus, namelijk bekering, voortdurend nodig is.

Het is ook waar dat het leven in de tijd van mijn opa eenvoudiger was, met name wat betreft de keuzes tussen goed en kwaad. Hoewel enkele uiterst intelligente mensen met groot inzicht misschien geloven dat onze ingewikkelde tijd nog ingewikkelder oplossingen vereist, ben ik er helemaal niet van overtuigd dat zij gelijk hebben. Integendeel, ik vind dat het huidige ingewikkelde leven meer eenvoud vergt, net als het antwoord van mijn opa op mijn oprechte vraag hoe ik het verschil tussen goed en kwaad kon onderkennen. Ik weet dat de formule die ik vandaag voorstel slechts eenvoudig is, maar ik kan getuigen dat hij voor mij prima werkt. Ik beveel hem u aan, en daag u zelfs uit om mijn woorden te beproeven. En als u dat doet, beloof ik dat ze tot duidelijkheid zullen leiden in de keuzes die u doet wanneer u gebombardeerd wordt met een veelheid aan keuzes, en tot eenvoudige antwoorden op vragen die geleerden en mensen die menen dat zij wijs zijn verwarren.

Maar al te vaak menen we dat gehoorzaamheid het passief en gedachteloos volgen van de bevelen of orders van een hoger gezag inhoudt. Maar gehoorzaamheid in zijn beste vorm is een uiting van ons geloof in de wijsheid en macht van het hoogste gezag, namelijk God. Toen Abraham blijk gaf van onwankelbare getrouwheid en gehoorzaamheid aan God, zelfs toen hij geboden werd zijn zoon te offeren, redde God hem. En als wij door gehoorzaamheid blijk geven van onze getrouwheid, zal God ons uiteindelijk redden.

Zij die alleen op zichzelf vertrouwen en uitsluitend afgaan op hun eigen verlangens en neigingen, zijn heel beperkt in hun mogelijkheden, vergeleken met hen die God volgen en gebruikmaken van zijn inzicht, macht en gaven. Iemand heeft eens gezegd: ‘Iemand die alleen maar met zichzelf bezig is, leeft in een heel klein wereldje.’ Grote, proactieve gehoorzaamheid is helemaal niet zwak of passief. Gehoorzaamheid is het middel waardoor wij verklaren in God te geloven en in aanmerking komen voor de hemelse machten. Gehoorzaamheid is een keuze. Het is een keuze tussen onze eigen beperkte kennis en macht en Gods oneindige wijsheid en almacht. Volgens de les die mijn opa mij leerde, is het een keus om het geestelijke bit in onze mond te voelen en de aanwijzingen van de menner te volgen.

Mogen wij door onze getrouwheid, en door ontvangst van de verordeningen van het herstelde evangelie, erfgenaam worden van het verbond en het nageslacht van Abraham. Ik beloof u dat de zegeningen van het eeuwige leven allen ter beschikking staan die getrouw en gehoorzaam zijn. In de naam van Jezus Christus. Amen.