Zusterschap: we hebben elkaar hard nodig!


We moeten niet meer naar verschillen kijken maar naar wat we met elkaar gemeen hebben.

In die video zagen we acht landen en hoorden we negen verschillende talen. En voeg daar ook nog eens alle talen aan toe waarin dat laatste vers werd gezongen. Het brengt een heel goed gevoel teweeg dat we als wereldwijde zusterschap onze stem verheffen en getuigen van de eeuwige waarheid dat we dochters van een liefdevolle hemelse Vader zijn.

Het is mij een bijzonder voorrecht om bij deze historische gebeurtenis aanwezig te zijn en alle vrouwen van de kerk vanaf acht jaar toe te spreken. Onze eenheid vanavond is een bron van kracht. Nu ik u allen hier in het Conferentiecentrum zie en bedenk hoeveel duizenden anderen overal ter wereld naar deze uitzending kijken, besef ik dat de verenigde kracht van ons getuigenis en geloof in Jezus Christus dit tot een van de machtigste geloofsbijeenkomsten van vrouwen in de geschiedenis van de kerk maakt, en misschien wel van de wereld.

We verheugen ons vanavond in onze vele verschillende rollen als vrouw in de kerk. Hoewel we in veel opzichten verschillend en uniek zijn, erkennen we ook dat we allemaal dochters van dezelfde hemelse Vader zijn en dat maakt ons tot zusters. Ongeacht de omstandigheden zijn we verenigd in de opbouw van Gods koninkrijk en in de verbonden die we hebben gesloten. Deze gezamenlijke bijeenkomst is ongetwijfeld de heerlijkste zusterschap op het aardoppervlak!1

Dat we zusters zijn betekent dat er een onbreekbare band tussen ons is. Zusters zorgen voor elkaar, waken over elkaar, troosten elkaar en staan door dik en dun voor elkaar klaar. De Heer heeft gezegd: ‘Ik zeg u, zijt één; en indien gij niet één zijt, zijt gij de mijnen niet.’2

De tegenstander wil dat we elkaar kritisch beoordelen. Hij wil dat we ons op verschillen richten en onszelf met elkaar vergelijken. U vindt het misschien fijn om elke dag een uur intensief te sporten omdat u zich daar lekker bij voelt, terwijl ik het een flinke atletische prestatie vind om één trap op te lopen in plaats van de lift te nemen. Toch kunnen we wel vriendinnen zijn, nietwaar?

Wij vrouwen kunnen best hard voor onszelf zijn. Als we onszelf met elkaar vergelijken, zullen we ons altijd incapabel voelen of ons aan anderen storen. Zuster Patricia T. Holland heeft het volgende gezegd: ‘Het gaat erom dat we onszelf geen christen kunnen noemen als we elkaar — of onszelf — zo streng veroordelen.’3 Ze zei verder dat niets het waard is om ons medeleven en zusterschap voor te verliezen. We moeten ons gewoon ontspannen en blij zijn met onze goddelijke verschillen. We moeten beseffen dat we allemaal in het koninkrijk willen dienen en onze talenten en gaven daarbij allemaal op onze eigen manier gebruiken. Dan kunnen we genieten van onze zusterschap en onze omgang met elkaar, en beginnen met dienen.

De waarheid is dat we elkaar allemaal werkelijk nodig hebben. Vrouwen zoeken van nature naar vriendschap, steun en gezelschap. We kunnen veel van elkaar leren, en door de barricades die we zelf opwerpen laten we vaak fijne contacten, die tot de grootste zegeningen in ons leven kunnen behoren, aan ons voorbijgaan. Zo hebben wij, die wat ouder zijn, nodig wat jullie, jeugdwerkmeisjes, te bieden hebben. We kunnen veel van jullie leren over christelijke dienstbaarheid en liefde.

Ik hoorde onlangs een schitterend verhaal over een meisje dat Sarah heette, van wie de moeder de kans kreeg om een vrouw in hun wijk, die Brenda heet en multiple sclerose had, te helpen. Sarah vond het heel fijn om met haar moeder Brenda te helpen. Ze deed lotion op Brenda’s handen en masseerde haar vingers en armen omdat ze vaak pijn deden. Sarah leerde hoe ze Brenda’s armen zachtjes boven haar hoofd kon strekken om haar spieren te oefenen. Sarah borstelde Brenda’s haar en praatte met haar terwijl haar moeder voor andere zaken zorgde. Sarah merkte hoe belangrijk en fijn het is om iemand anders te dienen en ontdekte dat zelfs een kind veel voor een ander kan betekenen.

Ik houd van het voorbeeld dat we in het eerste hoofdstuk van Lucas vinden, waarin de liefdevolle relatie tussen Maria, de moeder van Jezus, en haar nicht Elizabeth wordt beschreven. Maria was nog een jonge vrouw toen ze hoorde van haar belangrijke zending als moeder van de Zoon van God. Aanvankelijk moet het wel een zware verantwoordelijkheid hebben geleken om alleen te dragen. De Heer zelf gaf Maria iemand om haar last samen mee te dragen. De engel Gabriël gaf Maria in zijn boodschap de naam van een vertrouwenswaardige en sympathieke vrouw tot wie ze zich voor steun kon wenden — haar nicht Elisabet.

Dit jonge meisje en haar nicht die ‘op hoge leeftijd gekomen’4 was, hadden een bijzondere band door hun wonderbaarlijke zwangerschappen, en ik kan me wel voorstellen hoe belangrijk de drie maanden die ze samen doorbrachten voor hen waren; een periode waarin ze praatten, met elkaar meeleefden en elkaar steunden in hun unieke roeping. Wat een prachtig voorbeeld van vrouwelijke ondersteuning tussen de generaties.

Wie onder ons al wat ouder zijn, kunnen een geweldige invloed op de jongere generaties hebben. Toen mijn moeder nog een klein meisje was, waren haar ouders geen van beiden actief in de kerk. Al op vijfjarige leeftijd liep ze zelf naar de kerk en woonde al haar bijeenkomsten bij — jeugdwerk, zondagsschool en avondmaalsdienst — allemaal op andere tijden.

Ik vroeg mijn moeder onlangs waarom ze dat deed, week na week, terwijl ze thuis niet werd aangemoedigd. Haar antwoord was: ‘Ik had jeugdwerkleerkrachten die van me hielden.’ Die leerkrachten gaven om haar en leerden haar het evangelie. Ze leerden haar dat ze een hemelse Vader had die van haar hield, en door hun zorg voor haar bleef elke week ze maar komen. Mijn moeder zei tegen me: ‘Dat was een van de belangrijkste invloeden in mijn jonge leven.’ Ik hoop dat ik die geweldige zusters op een dag kan bedanken! Er zijn geen leeftijdsbeperkingen aan christelijk dienstbetoon.

Een aantal weken geleden ontmoette ik een jongevrouwenpresidente uit een ring in Californië die me vertelde dat haar 81-jarige moeder juist als adviseuse van de rozenmeisjes was geroepen. Dat intrigeerde me, dus belde ik haar moeder op. Toen de bisschop met zuster Val Baker wilde spreken, zag ze ernaar uit om als mediathecaresse of wijkhistorica geroepen te worden. Toen hij haar vroeg of ze wilde dienen als adviseuse van de rozenmeisjes was haar reactie: ‘Weet u dat zeker?’

Haar bisschop antwoordde plechtig: ‘Zuster Baker, vergis u niet. Dit is een roeping van de Heer.’

Ze zei dat ze daarop niets anders kon antwoorden dan: ‘Natuurlijk.’

Ik vind het geweldig dat deze bisschop door inspiratie begreep dat de vier rozenmeisjes in zijn wijk veel konden leren van de wijsheid, de ervaring en het levenslange voorbeeld van deze volwassen zuster. En raad eens naar wie zuster Baker toegaat als ze hulp nodig heeft bij het maken van haar Facebook pagina?

De zusters in de ZHV kunnen goed helpen om de jonge zusters die tot voor kort in de jongevrouwen zaten te verwelkomen. Onze jonge zusters vinden vaak dat ze niet op hun plaats zijn of niets gemeen hebben met de zusters in de ZHV. Voordat ze achttien jaar worden hebben ze jongevrouwenleidsters en moeders nodig die vreugdevol getuigen van de zegeningen van de ZHV. Ze moeten zich enthousiast voelen om deel te gaan uitmaken van zo’n heerlijke organisatie. Wat jonge vrouwen die voor het eerst naar de ZHV gaan vooral nodig hebben is een vriendin naast zich, een arm om hun schouders en de kans om te onderwijzen en te dienen. Laten we elkaar allemaal de helpende hand reiken zodat we de veranderingen en mijlpalen in ons leven goed doorstaan.

Een woord van dank aan alle vrouwen van de kerk die hun best doen om anderen van allerlei leeftijden en culturen te dienen. Jonge vrouwen dienen jeugdwerkkinderen en ouderen. Alleenstaande zusters van allerlei leeftijden besteden ontelbare uren om in de behoeften van de mensen om hen heen te voorzien. We waarderen de duizenden jonge vrouwen die achttien maanden van hun leven geven om het evangelie aan de wereld te verkondigen. Dat alles is het bewijs dat, zoals in onze geliefde lofzang staat, ‘als zusters te dienen ’t voorrecht der vrouwen [is].’5

Als er barrières zijn, hebben we die zelf gecreëerd. We moeten niet meer naar verschillen kijken maar naar wat we met elkaar gemeen hebben; dan kunnen we ons grote potentieel verwezenlijken en het grootste goed ter wereld verwerven. Zuster Marjorie P. Hinckley heeft ooit gezegd: ‘We hebben elkaar hard nodig. Wie van ons oud zijn hebben de jongeren nodig. En hopelijk hebben jullie, de jongeren, sommigen van ons ook nodig. Het is een sociologisch feit dat vrouwen andere vrouwen nodig hebben. We hebben behoefte aan diepe, bevredigende en loyale vriendschap met elkaar.’6 Zuster Hinckley had gelijk: we hebben elkaar hard nodig!

Zusters, geen andere groep vrouwen op de wereld heeft toegang tot grotere zegeningen dan wij, de mormoonse vrouwen. We zijn lid van de kerk van de Heer en we kunnen allemaal, ongeacht onze individuele omstandigheden, alle zegeningen van de priesterschapsmacht genieten door de verbonden na te leven die we bij onze doop en in de tempel hebben gesloten We hebben levende profeten om ons te leiden en te onderwijzen, en we hebben de grote gave van de Heilige Geest, die voor ons als een troost en gids functioneert. We zijn gezegend dat we met rechtschapen broeders kunnen samenwerken om gezinnen en families te versterken. We hebben toegang tot de kracht van tempelverordeningen en tot zoveel meer.

Naast al die geweldige zegeningen hebben we elkaar — zusters in het evangelie van Jezus Christus. We zijn gezegend met een tedere en liefdevolle aard die ons in staat stelt om christelijke liefde en dienstbetoon aan de mensen om ons heen te geven. Als we voorbijzien aan verschillen in leeftijd, cultuur en omstandigheden en elkaar steunen en dienen, zullen we vervuld worden van de reine liefde van Christus en de inspiratie die ons zal laten weten wanneer en wie wij kunnen dienen.

Ik nodig u uit waartoe we al eerder door een algemeen ZHV-presidente zijn uitgenodigd. Zij zei: ‘Ik nodig u uit om niet alleen meer van elkaar te houden maar ook beter van elkaar te houden.’7 Mogen we beseffen hoezeer we elkaar nodig hebben en mogen we allemaal beter van elkaar houden. Dat is mijn gebed in de naam van Jezus Christus. Amen.

Verwijzingen tonen

  1.  

    1. Zie Barbara B. Smith, ‘The Bonds of Sisterhood’, Ensign, maart 1983, p. 20–23.

  2.  

    2.  Leer en Verbonden 38:27.

  3.  

    3. Patricia T. Holland, ‘“One Thing Needful”: Becoming Women of Greater Faith in Christ’, Ensign, oktober 1987, p. 29.

  4.  

    4.  Lucas 1:7.

  5.  

    5. ‘Wij zusters in Zion’, Lofzangen, nr. 200.

  6.  

    6.  Glimpses into the Life and Heart of Marjorie Pay Hinckley, Virginia H. Pearce, red., (1999), pp. 254–255.

  7.  

    7. Bonnie D. Parkin, ‘Kiezen voor naastenliefde: het goede deel’, Liahona, november 2003, p. 106.