Het getuigenis


Ik wil u over de waarheden vertellen die het meest waardevol zijn om te weten.

Door tijden van oorlog en onzekerheid wordt onze focus op wat echt van belang is vaak scherper.

De Tweede Wereldoorlog was voor mij een periode van grote geestelijke onrust. Ik had mijn ouderlijk huis in Brigham City met slechts een vonkje getuigenis verlaten en had behoefte aan meer. Bijna onze hele klas was in een paar weken tijd op weg gegaan naar het front. Toen ik op het eiland Ie Shima, net ten noorden van Okinawa (Japan) gestationeerd was, worstelde ik met twijfel en onzekerheid. Ik wilde een persoonlijk getuigenis van het evangelie hebben. Ik wilde het weten!

Tijdens een slapeloze nacht verliet ik mijn tent en ging ik naar een bunker die opgebouwd was uit brandstofvaten met een inhoud van tweehonderd liter gevuld met zand en op elkaar gezet als omheining. Er zat geen dak op. Ik kroop erin, keek omhoog naar de sterrenhemel en knielde neer in gebed.

Halverwege mijn gebed gebeurde het. Ik zou niet kunnen beschrijven wat er toen gebeurde, ook al zou ik het willen. Ik ben niet in staat het in woorden uit te drukken, maar het is vandaag nog net zo duidelijk als in die nacht ruim 65 jaar geleden. Ik wist dat het een heel persoonlijke, heel individuele manifestatie was. Eindelijk wist ik het zelf. Ik wist het zeker, want het was mij gegeven. Na een tijdje kroop ik uit de bunker en liep, of zweefde, terug naar mijn bed. Ik bracht de rest van de nacht met een gevoel van vreugde en grote verwondering door.

Ik had helemaal niet het idee dat ik zo bijzonder was en meende dat als mij zoiets kon overkomen, het iedereen kon overkomen. En dat geloof ik nog steeds. In de daaropvolgende jaren ben ik gaan begrijpen dat zo’n ervaring zowel een licht is dat je mag volgen als een last die je moet dragen.

Ik wil u over de waarheden vertellen die het meest waardevol zijn; de dingen die ik heb geleerd en meegemaakt in bijna negentig levensjaren en meer dan vijftig jaar als algemeen autoriteit. Veel van wat ik te weten ben gekomen valt in de categorie zaken die men niet kan onderwijzen maar wel te weten kan komen.

Zoals dat gaat met veel dingen van grote waarde, wordt kennis met eeuwige waarde alleen door gebed en overdenking verkregen. Als we die twee combineren met vasten en Schriftstudie, nodigen we indrukken, openbaringen en de fluisteringen van de Heilige Geest uit. Dan ontvangen we aanwijzingen van omhoog en leren we regel op regel.

De openbaringen beloven dat ‘welk niveau van ontwikkeling wij in dit leven ook bereiken, [het] in de opstanding met ons [zal] herrijzen’ en dat kennis en intelligentie door ijver en gehoorzaamheid worden verkregen. (zie LV 130:18–19.)

Een eeuwige waarheid die ik heb ontdekt is dat God leeft. Hij is onze Vader. Wij zijn zijn kinderen. ‘Wij geloven in God, de eeuwige Vader, en in zijn Zoon, Jezus Christus, en in de Heilige Geest (Artikelen des geloofs 1:1).

Van alle titels die Hij kon kiezen, koos Hij om ‘Vader’ genoemd te worden. De Heiland gebood: ‘Bidt gij dan aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt’ (3 Nephi 13:9; zie ook Matteüs 6:9). Zijn gebruik van de naam ‘Vader’ is een les voor ons waardoor we gaan begrijpen wat in dit leven het belangrijkste is.

Ouderschap is een heilig voorrecht en, afhankelijk van onze getrouwheid, kan het een eeuwige zegen zijn. De uiteindelijke bedoeling van alle kerkelijke activiteit is dat een man en zijn vrouw en hun kinderen thuis gelukkig kunnen zijn.

Wie niet trouwen of geen kinderen kunnen krijgen, worden niet buitengesloten van die eeuwige zegeningen die zij nastreven, maar die nu nog buiten hun bereik liggen. We weten niet altijd hoe en wanneer de zegeningen komen, maar de belofte van eeuwig nakomelingschap zal geen enkele persoon die heilige verbonden sluit en nakomt onthouden worden.

Uw stille verlangen en verdrietige smeekbeden zullen het hart van de Vader en de Zoon raken. U zult de persoonlijke geruststelling ontvangen dat u een rijk leven zult hebben en dat geen enkele essentiële zegening aan u voorbij zal gaan.

Als dienstknecht van de Heer en in het ambt waartoe ik ben geordend, geef ik hun die in zulke omstandigheden verkeren een belofte dat alles wat essentieel is voor uw heil en verhoging ooit uw deel zal zijn. Armen die nu leeg zijn, zullen gevuld worden en harten die nu lijden als gevolg van verloren dromen en diepe verlangens zullen genezen worden.

Een andere waarheid die ik heb ontdekt is dat de Heilige Geest echt bestaat. Hij is het derde lid van de Godheid. Het is zijn zending om te getuigen van waarheid en gerechtigheid. Hij maakt zichzelf op allerlei manieren bekend, zoals door gevoelens van vrede en geruststelling. Hij kan ook troosten, leiden en corrigeren. Wij behouden het gezelschap van de Heilige Geest door een rechtschapen leven.

De gave van de Heilige Geest wordt door een verordening van het evangelie verleend. Iemand met bevoegdheid legt zijn handen op het hoofd van een nieuw kerklid en zegt iets zoals: ‘Ontvang de Heilige Geest.’

Die verordening alleen verandert ons niet op een merkbare manier, maar als we luisteren en de ingevingen opvolgen, zullen we de zegen van de Heilige Geest ontvangen. Iedere zoon en dochter van onze hemelse Vader kan te weten komen dat deze belofte van Moroni waar is: ‘Door de macht van de Heilige Geest kunt gij de waarheid van alle dingen kennen’ (Moroni 10:5; cursivering toegevoegd).

Een hemelse waarheid die mij ten deel is gevallen, is mijn getuigenis van de Heer Jezus Christus.

Bovenal schraagt de naam van de Heer, verankerd in openbaring, alles wat we doen. Het is de bevoegdheid waarmee we in de kerk handelen. Ieder gebed dat uitgesproken wordt, zelfs door kleine kinderen, eindigt in de naam van Jezus Christus. Elke zegen, elke verordening, elke ordening, elke officiële handeling wordt in de naam van Jezus Christus gedaan. Het is zijn kerk en zij is naar Hem vernoemd — De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (zie LV 115:4).

In het Boek van Mormon lezen we over die bijzondere gebeurtenis waarbij de Nephieten ‘tot de Vader in [de] naam [van de Heer]’ baden. De Heer verscheen en vroeg:

‘Wat wilt gij dat Ik u geven zal?

‘En zij zeiden tot Hem: Heer, wij zouden willen dat gij ons zegt met welke naam wij deze kerk moeten aanduiden; want er is woordenstrijd onder het volk aangaande die zaak.

‘En de Heer zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, hoe komt het dat het volk hierover mort en redetwist?

‘Hebben zij de Schriften niet gelezen, waarin staat dat gij de naam van Christus, die mijn naam is, op u moet nemen? Want met die naam zult gij ten laatsten dage aangeduid worden;

‘en wie mijn naam op zich neemt en tot het einde volhardt, die zal […] behouden worden […].

‘Daarom moet gij wat gij ook zult doen, in mijn naam doen; daarom moet gij de kerk met mijn naam aanduiden; en gij moet de Vader in mijn naam aanroepen, opdat Hij de kerk om mijnentwil zal zegenen’ (3 Nephi 27:2–7).

Het is zijn naam, Jezus Christus, ‘want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden’ (Handelingen 4:12).

In de kerk weten wij wie Hij is: Jezus Christus, de Zoon van God. Hij is de Eniggeborene van de Vader. Hij is het die werd gedood en weer leeft. Hij is onze voorspraak bij de Vader. ‘Bedenkt, het is op de rots van onze Verlosser, die Christus is, de Zoon Gods, dat gij uw fundament moet bouwen’ (Helaman 5:12). Hij is het anker dat ons en ons gezin vasthoudt en beschermt in de levensstormen.

Elke zondag wordt overal op de wereld waar de gelovigen van allerlei nationaliteit en taal bijeenkomen, het avondmaal met dezelfde woorden gezegend. We nemen de naam van Christus op ons en zijn Hem altijd indachtig. Dat is in onze gedachten gegrift.

De profeet Nephi verklaarde: ‘Wij spreken over Christus, wij verheugen ons in Christus, wij prediken Christus, wij profeteren over Christus, en wij schrijven volgens onze profetieën, opdat onze kinderen zullen weten op welke Bron zij mogen vertrouwen voor vergeving van hun zonden’ (2 Nephi 25:26).

Ieder van ons moet een eigen persoonlijk getuigenis van de Heer Jezus Christus verkrijgen. Daarna geven we dat getuigenis aan onze familie en anderen.

Laten we bij dit alles bedenken dat er een tegenstander is die het werk van de Heer persoonlijk tracht te ontwrichten. We moeten kiezen wie we volgen. Onze bescherming ligt eenvoudig in de individuele beslissing om de Heiland te volgen en te zorgen dat we getrouw aan zijn kant blijven.

In het Nieuwe Testament schrijft Johannes dat er mensen waren die niet in staat waren om zich aan de Heiland toe te wijden, en dat ‘van toen af vele van zijn discipelen terug[keerden] en niet langer met Hem mede [gingen].

‘Jezus zeide dan tot de twaalven: Gij wilt toch ook niet weggaan?

‘Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven;

‘en wij hebben geloofd en erkend, dat Gij zijt de Heilige Gods’ (Johannes 6:66–69).

Petrus had ontdekt wat iedere volgeling van de Heiland te weten kan komen. Om volledig toegewijd aan Jezus Christus te zijn, aanvaarden we Hem als onze Verlosser en doen we alles in ons vermogen om naar zijn leringen te leven.

Na alle jaren waarin ik heb geleefd en onderwezen en gediend, na de miljoenen kilometers die ik over de hele wereld heb gereisd, na alles wat ik heb meegemaakt, is er één grote waarheid waarover ik wil spreken. Dat is mijn getuigenis van de Heiland, Jezus Christus.

Joseph Smith en Sidney Rigdon schreven na een heilige ervaring het volgende:

‘En nu, na de vele getuigenissen die van Hem zijn gegeven, is dit het getuigenis, het laatste van alle, dat wij van Hem geven: dat Hij leeft!

‘Want wij zagen Hem’ (Leer en Verbonden 76:22–23).

Hun woorden zijn mijn woorden.

Ik geloof en ik weet zeker dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God. Hij is de Eniggeborene van de Vader, en ‘door Hem en in Hem en uit Hem [worden] en [werden] de werelden geschapen, en de bewoners daarvan [zijn] voor God gewonnen zonen en dochters’ (LV 76:24).

Ik getuig dat de Heiland leeft. Ik ken de Heer. Ik ben zijn getuige. Ik ken zijn grote offer en zijn eindeloze liefde voor alle kinderen van onze hemelse Vader. Als zijn bijzondere getuige spreek ik in alle nederigheid maar met absolute zekerheid, in de naam van Jezus Christus. Amen.