Hoofdnavigatie overslaan
April 2015 | De muziek van het evangelie

De muziek van het evangelie

April 2015 Algemene conferentie

De muziek van het evangelie is het vreugdevolle geestelijke gevoel dat van de Heilige Geest komt. Het leidt tot een verandering van hart.

Jaren geleden hoorde ik een radio-interview met een jonge arts die in een ziekenhuis onder de Navajo-indianen werkte. Hij vertelde over een voorval toen een oude indiaanse man met lange vlechten de eerstehulpafdeling binnenkwam. De jonge arts pakte zijn klembord, stapte op de man af en zei: ‘Wat kan ik voor u doen?’ De oude man keek strak voor zich uit en zei niets. De arts werd een tikkeltje ongeduldig en probeerde het nog eens. ‘Ik kan u niet helpen als u niets zegt’, zei hij. ‘Waarom bent u naar het ziekenhuis gekomen?’

Toen keek de oude man hem aan en zei: ‘Danst u ook?’ De jonge arts wist zich even geen raad met die rare vraag en bedacht toen dat zijn patiënt wellicht een medicijnman was die volgens oud indianengebruik de zieken door zang en dans probeerde te genezen in plaats van medicatie voor te schrijven.

‘Nee,’ zei de arts, ‘ik dans niet. Danst u wel?’ De oude man knikte. Toen vroeg de arts: ‘Kunt u mij leren dansen?’

Het antwoord van de oude man heeft me jarenlang aan het denken gezet. ‘Ik kan u wel leren dansen,’ zei hij, ‘maar dan moet u zelf de muziek horen.’

Soms lukt het bij ons thuis wel om de danspassen aan te leren, maar lukt het ons niet om onze gezinsleden de muziek te laten horen. En de oude medicijnman wist drommels goed dat je zonder muziek moeilijk kunt dansen. Dansen zonder muziek is ongemakkelijk en onplezierig — zelfs gênant. Hebt u het wel eens geprobeerd?

In afdeling 8 van de Leer en Verbonden liet de Heer aan Joseph Smith en Oliver Cowdery weten: ‘Ja, zie, Ik zal in uw gedachten en in uw hart tot u spreken door de Heilige Geest, die op u zal komen en die in uw hart zal wonen’ (vers 2). We leren de danspassen aan met ons verstand, maar we horen de muziek met ons hart. De danspassen van het evangelie zijn de dingen die we doen; de muziek van het evangelie is het vreugdevolle geestelijke gevoel dat van de Heilige Geest komt. Dat resulteert in een verandering van hart en is de bron van alle rechtschapen verlangens. De danspassen vergen discipline, maar de vreugde van de dans is alleen te beleven wanneer we de muziek erbij kunnen horen.

Sommige mensen bespotten de leden van de kerk om de dingen die we doen. Dat is te begrijpen. Mensen die dansen, komen vaak raar of apart of, om een andere term te gebruiken, ‘eigenaardig’ (zie 1 Petrus 2:9) over op anderen die de muziek niet kunnen horen. Hebt u wel eens voor een verkeerslicht naast een auto gestaan waarin de bestuurder zat te swingen en luidkeels zat te zingen — maar u hoorde geen geluid omdat de ramen dicht waren? Zag hij er inderdaad niet een beetje raar uit? Als uw kinderen de danspassen leren zonder de prachtige muziek van het evangelie erbij te horen en voelen, zullen ze het dansen mettertijd ongemakkelijk gaan vinden en ermee ophouden of, bijna net zo erg, alleen blijven dansen omdat ze de druk voelen van anderen die om hen heen dansen.

Ieder van ons die het evangelie wil overbrengen, staat voor de uitdaging om meer dan alleen de danspassen door te nemen. Het geluk van onze kinderen staat of valt met hun vermogen om de prachtige muziek van het evangelie te horen en ervan te genieten. Hoe pakken we dat aan?

Ten eerste moeten we zelf op de juiste geestelijke frequentie afgestemd blijven. Vroeger, vóór het digitale tijdperk, zochten we onze favoriete radiozender op door voorzichtig aan de radioknop te draaien tot die precies op de frequentie van de zender stond. In de buurt van de frequentie hoorden we alleen maar ruis. Maar zodra we de frequentie precies te pakken hadden, was onze lievelingsmuziek duidelijk te horen. We moeten ons leven ook op de juiste frequentie afstemmen om de muziek van de Geest te horen.

Wanneer we na de doop de gave van de Heilige Geest ontvangen, worden we vervuld van de hemelse muziek die met bekering gepaard gaat. Ons hart ondergaat een verandering en wij zijn ‘niet meer geneigd om kwaad te doen, maar wél om voortdurend goed te doen’ (Mosiah 5:2). De Geest kan echter geen onvriendelijkheid, hoogmoed of afgunst verduren. Als we die milde invloed in ons leven verliezen, kunnen de rijke harmonieuze klanken van het evangelie al snel ontstemd raken en uiteindelijk stilvallen. Alma stelde de indringende vraag: ‘Indien gij gestemd waart het lied der verlossende liefde te zingen, zou ik willen vragen: kunt gij nu zo gestemd zijn?’ (Alma 5:26.)

Ouders, als ons leven niet op de muziek van het evangelie is afgestemd, moeten we het afstemmen. President Thomas S. Monson spoorde ons afgelopen oktober aan om te letten op het pad dat onze voeten bewandelen. (Zie ‘Let op het pad dat uw voeten bewandelen’, Liahona, november 2014, 86–88.) We weten hoe dat moet. We moeten hetzelfde pad bewandelen als toen we de hemelse akkoorden van de muziek van het evangelie voor het eerst hoorden. We oefenen geloof in Christus, bekeren ons en nemen van het avondmaal; dan voelen we de invloed van de Heilige Geest sterker en begint de muziek van het evangelie weer in ons leven te spelen.

Ten tweede, wanneer we de muziek zelf kunnen horen, moeten we die thuis proberen ten uitvoer te brengen. Dat is niet iets wat valt af te dwingen. ‘Geen macht of invloed kan of dient krachtens het priesterschap te worden gehandhaafd’ — of krachtens het feit dat u de vader, de moeder, de grootste of de luidste bent — ‘dan alleen door overreding, door lankmoedigheid, door mildheid en zachtmoedigheid, […] door ongeveinsde liefde [en] door vriendelijkheid’ (LV 121:41–42).

Waarom zouden deze eigenschappen iemand thuis meer macht en invloed opleveren? Omdat die eigenschappen de Heilige Geest uitnodigen. Die eigenschappen stemmen ons hart op de muziek van het evangelie af. Zijn die aanwezig, dan zullen de danspassen op natuurlijker wijze en met meer genoegen worden uitgevoerd door alle dansers en danseressen in het gezin, zonder er dreigementen of intimidatie of dwang bij te halen.

Wanneer onze kinderen klein zijn, kunnen we het slaapliedje van ongeveinsde liefde voor ze zingen. En wanneer ze koppig zijn en weigeren te gaan slapen, moeten we wellicht het slaapliedje van lankmoedigheid zingen. Wanneer ze tiener zijn, kunnen we de kakofonie van ruzies en dreigementen uitzetten en op de prachtige muziek van overreding overgaan — en wellicht het tweede couplet van het slaapliedje van lankmoedigheid zingen. Ouders kunnen in perfecte harmonie de bij elkaar horende eigenschappen mildheid en zachtmoedigheid tentoonspreiden. We kunnen onze kinderen uitnodigen om eenstemmig met ons mee te zingen terwijl we vriendelijkheid tonen jegens iemand in nood.

Dat komt niet zomaar tot stand. Iedere succesvolle musicus weet dat er ijverig geoefend moet worden om prachtige muziek ten gehore te brengen. Als bij onze eerste pogingen om muziek te maken wanklanken en disharmonie te horen zijn, bedenk dan dat kritiek geen oplossing biedt. Disharmonie thuis is als een donkere kamer. Het heeft weinig zin om de duisternis een standje te geven. We moeten de duisternis verdrijven door het licht aan te doen.

Zijn de bassen bij u thuis dus wat te luid en te nadrukkelijk aanwezig, of zijn de strijkers in het gezinsorkest iets te schel of aan de scherpe kant, of spelen die ongedurige piccolo’s uit de toon of zijn ze onhandelbaar: wees dan geduldig. Als u de muziek van het evangelie bij u thuis niet hoort, denk dan aan deze twee woorden: blijf oefenen. Met Gods hulp zal de dag komen dat de muziek van het evangelie uw huis met onuitsprekelijke vreugde zal vervullen.

Zelfs als we prachtige muziek ten gehore brengen, zijn al onze problemen daarmee niet opgelost. Er zullen nog steeds crescendo’s en decrescendo’s in ons leven voorkomen, staccato’s en legato’s. Die horen nu eenmaal bij ons bestaan op deze aarde.

Maar als we muziek aan de danspassen toevoegen, raakt het soms gecompliceerde ritme van het huwelijk en ons gezinsleven eerder in een harmonieuze balans. Zelfs onze grootste moeilijkheden voegen rijke weemoedige klanken en ontroerende motieven toe. De leringen van het priesterschap zullen zich op onze ziel beginnen te vormen als dauw uit de hemel. De Heilige Geest zal onze constante metgezel zijn. En onze scepter — een duidelijke verwijzing naar macht en invloed — zal een onveranderlijke scepter van gerechtigheid en waarheid zijn. Onze heerschappij zal een eeuwigdurende heerschappij zijn. En zonder dwang zal die ons toevloeien, voor eeuwig en altijd (zie LV 121:45–46).

Moge dat in ieders leven en bij ieder van ons thuis zo zijn; dat is mijn gebed in de naam van Jezus Christus. Amen.