Hem nimmer verlaten

Neil L. Andersen

Of the Quorum of the Twelve Apostles


Neil L. Andersen
Als u ervoor kiest om geen aanstoot te nemen of u niet te schamen, voelt u zijn liefde en goedkeuring. U weet dan dat u meer aan Hem gelijk wordt.
 

Geliefde broeders en zusters over de hele wereld, ik spreek mijn diepe bewondering uit voor het geloof en de moed die ik bij u zie. We leven in een zeer opmerkelijke, maar ook moeilijke tijd.

De Heer waarschuwt ons voor naderend gevaar

De Heer laat ons niet alleen op onze reis terug naar Hem. Luister naar zijn woorden die ons waarschuwen voor naderend gevaar: ‘Ziet toe, blijft waakzaam.’ 1 Weest op uw hoede, opdat gij niet wordt misleid.’ 2 ‘[Weest] waakzaam en voorzichtig.’ 3 ‘Weest op uw hoede, dat gij niet (…) afvalt van uw eigen standvastigheid.’ 4

Niemand is immuun voor de invloeden van de wereld. De Heer roept ons op tot waakzaamheid.

U weet wat Jezus in Kafarnaüm meemaakte toen discipelen die de Heiland hadden gevolgd, niet konden accepteren dat Hij de Zoon van God was. ‘Van toen af [gingen] vele van zijn discipelen (…) niet langer met Hem mede.’ 5

Jezus vroeg daarna aan de twaalven: ‘Gij wilt toch ook niet weggaan?’ 6

Gij wilt toch ook niet weggaan?

In gedachten heb ik die vraag vaak beantwoord: ‘Absoluut niet! Ik niet! Ik zal Hem nimmer verlaten! Ik blijf Hem altijd trouw!’ Ik weet dat u hetzelfde antwoord hebt gegeven.

Maar de vraag: ‘Gij wilt toch ook niet weggaan?’ herinnert ons ook aan onze eigen kwetsbaarheid. Het leven is in geestelijk opzicht geen plezierreisje. De woorden van de apostelen bij een andere gelegenheid dringen stilaan tot ons door: ‘Ik ben het toch niet, Here?’ 7

We dalen met vreugde en verwachting in de wateren van de doop af. De Heiland wenkt ons om tot Hem te komen. 8 Wij doen dat en nemen zijn naam op ons. Niemand wil dat die reis uitdraait op een kortstondige flirt met geestelijke zaken, en zelfs niet op een interessante maar eindige episode. Het pad van discipelschap is niet voor de lafhartigen van geest. Jezus heeft gezegd: ‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.’ 9 ‘Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge mij.’ 10

Als we de Heiland volgen, komen we zonder twijfel voor moeilijkheden te staan. Als we die vormende momenten met geloof het hoofd bieden, krijgt de realiteit van de Heiland meer betekenis voor ons. Als we er een werelds perspectief op nahouden, vertroebelen diezelfde moeilijkheden ons zicht en verzwakken ze ons voornemen. Sommigen die we liefhebben en bewonderen, raken van het rechte en smalle pad af en ‘gaan niet langer met Hem mede’.

Hoe blijven we trouw?

Hoe blijven we de Heiland, zijn evangelie en de verordeningen van zijn priesterschap trouw? Hoe ontwikkelen we het geloof en de kracht om Hem nimmer te verlaten?

Jezus heeft gezegd: ‘Wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.’ 11 We moeten het gelovige hart van een kind hebben.

Door de kracht van zijn verzoening moeten we worden ‘als een kind: onderworpen, zachtmoedig, ootmoedig, geduldig, vol liefde, gewillig [ons] te onderwerpen aan alles wat de Heer goeddunkt [ons] op te leggen, ja, zoals een kind zich aan zijn vader onderwerpt.’ 12 Dat is de machtige verandering van hart. 13

We zien al snel in waarom een verandering van hart noodzakelijk is. Twee woorden geven aan dat er gevaar dreigt: die woorden zijn aanstoot en schaamte.

Kies ervoor om geen aanstoot te nemen

Jezus vroeg aan wie zijn goddelijkheid in twijfel trokken: ‘Geeft u dit aanstoot?’ 14 In de gelijkenis van de zaaier gaf Jezus de waarschuwing: ‘Hij (…) is iemand van het ogenblik; wanneer echter verdrukking of vervolging komt om der wille van het woord, komt hij terstond ten val.’ 15

Aanstoot doet zich in allerlei verschijningsvormen aan ons voor. Mensen die we vertrouwen, stellen ons teleur. Er zijn onvoorziene moeilijkheden. Ons leven verloopt anders dan verwacht. We maken fouten, voelen ons niet waardig en piekeren over vergiffenis. We hebben moeite met een leerstellige kwestie. We horen of lezen iets dat 150 jaar geleden vanaf de kansel is gezegd en dat ons stoort. Onze kinderen worden oneerlijk behandeld. We worden genegeerd of ondergewaardeerd. Het kan om duizend-en-een dingen gaan, die ons op dat moment echt raken. 16

In onze zwakke momenten probeert de tegenstander onze geestelijke beloften teniet te doen. Als we niet waakzaam zijn, kruipt onze gekwetste, kinderlijke geest terug in de schulp van ons vroegere opgeblazen ego, weg van het warme, genezende licht van de Heiland.

Toen Parley P. Pratt in 1835 eens onheus was beoordeeld en men daardoor schande sprak van hem en zijn gezin, gaf de profeet Joseph Smith hem de volgende raad: ‘Parley (…) stap over die dingen heen (…) [en] de almachtige God zal met je zijn.’ 17

Nog een voorbeeld: In 1830 liet Frederick G. Williams, een prominent arts, zich dopen. Hij stelde zijn talenten en middelen direct beschikbaar aan de kerk. Hij werd een leider van de kerk. Hij schonk de kerk een perceel voor de Kirtlandtempel. In 1837 beging Frederick G. Williams in alle moeilijkheden van die tijd enkele ernstige fouten. De Heer verklaarde in een openbaring dat ‘als gevolg van [zijn] overtredingen [zijn] eerdere status [als leidinggevende in de kerk] van [hem] was weggenomen.’ 18

De prachtige les die Frederick G. Williams ons leert, is dat ‘wat zijn persoonlijke zwakheden ook waren, hij karakter genoeg had om de Heer, de profeet en (…) de kerk opnieuw zijn trouw te bewijzen, hoewel hij er ook voor had kunnen kiezen om verbitterd te raken.’ 19 In het voorjaar van 1840 woonde hij een algemene conferentie bij, vroeg nederig om vergeving voor zijn vroegere gedrag, en gaf blijk van zijn vastberadenheid om voortaan de wil van God te doen. Zijn zaak werd door Hyrum Smith naar voren gebracht en hij ontving vrijelijk vergiffenis. Hij overleed als trouw lid van de kerk.

Onlangs maakte ik kennis met de president van de Recifetempel (Brazilië), die Frederick G. Williams heet. Hij vertelde hoe het karaktervolle besluit van zijn betovergrootvader zijn familie en honderden van zijn nakomelingen tot zegen is geweest.

Kies ervoor om u niet te schamen

Aanstoot heeft een venijnige metgezel schaamte genaamd.

In het Boek van Mormon lezen we over Lehi’s visioen van de boom des levens. Het visioen verhaalt van de edele zielen die ‘naar voren [drongen] door de mist van duisternis heen, zich vastklampende aan de roede van ijzer’ tot ze aankwamen en ‘van de vrucht van de boom namen’. 20

Nephi omschreef de boom als ‘de liefde Gods’ 21 , waarvan de vrucht de ‘ziel met een buitengewoon grote vreugde [vervulde].’ 22

Nadat Lehi van de vrucht had genomen, zag hij ‘een groot en ruim gebouw (…) vol mensen, zowel oude als jonge, zowel mannen als vrouwen; en hun wijze van kleden was buitengewoon fraai; en zij maakten spottende gebaren en wezen [spottend] met hun vinger naar hen die [van] de vrucht (…) namen.’ 23 De engel legde uit dat het spotten, het honen en de wijzende vingers de hoogmoed en wijsheid van de wereld voorstelden. 24

Nephi verklaarde duidelijk: ‘Wij sloegen geen acht op hen.’ 25

Helaas waren er anderen die de moed opgaven. In de Schriften staat: ‘Toen zij van de vrucht hadden geproefd, schaamden zij zich wegens hen die de spot met hen dreven; en zij geraakten op verboden paden en gingen verloren.’ 26

Als volgelingen van Christus zijn wij niet van de wereld. Soms voelen we ons misschien opgelaten als spottende vingers honend afwijzen wat voor ons heilig is. 27 President Thomas S. Monson heeft gezegd: ‘Tenzij de wortels van uw getuigenis sterk genoeg zijn, zal het moeilijk voor u zijn om de spot te weerstaan van hen die uw geloof op de proef stellen.’ 28 Nephi zei: ‘[Sla] geen acht op hen.’ 29 Paulus gaf ons de aansporing: ‘God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid (…). Schaam u dus niet voor het getuigenis van onze Here.’ 30 Wij verlaten Hem nimmer.

Toen ik vorig jaar samen met president Dieter F. Uchtdorf Oost-Europa bezocht, stond ik versteld van het geloof en de moed van de heiligen. Een priesterschapsleider in Oekraïne vertelde ons dat hij in het voorjaar van 1994, slechts zes maanden na zijn doop, als lid van een gemeentepresidium werd geroepen. Dat hield in dat hij voor zijn geloof zou moeten uitkomen en de kerk in de stad Dnjepropetrovsk moest helpen registreren. Het was toen een onzekere tijd in Oekraïne. Openlijk uitkomen voor zijn geloof in Christus en voor het herstelde evangelie kon problemen geven, met de kans om zijn baan als piloot kwijt te raken.

De priesterschapsleider vertelde ons: ‘Ik heb toen heel veel gebeden. Ik had een getuigenis en had een verbond gesloten. Ik wist wat de Heer van me verlangde.’ 31 Met moed en zonder schaamte voor het evangelie van Jezus Christus gingen hij en zijn vrouw voorwaarts in geloof.

Waar veel is gegeven, wordt veel geëist

Sommigen vragen: ‘Moet ik nou zo anders zijn dan anderen?’ ‘Kan ik geen volgeling van Christus zijn zonder steeds op mijn gedrag te letten?’ ‘Kan ik Christus niet liefhebben zonder de wet van kuisheid na te leven?’ ‘Kan ik Hem niet liefhebben en doen wat ik wil op zondag?’ Jezus heeft een eenvoudig antwoord gegeven: ‘Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.’ 32

Sommigen vragen: ‘Zijn er niet vele andere gelovigen die Christus liefhebben?’ Natuurlijk zijn die er! Wij zijn echter lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, met een getuigenis dat Hij bestaat, niet alleen op basis van de Bijbel, maar ook van het Boek van Mormon; wij weten dat zijn priesterschap op aarde is hersteld; wij hebben heilige verbonden gesloten om Hem te volgen en hebben de gave van de Heilige Geest ontvangen; wij zijn in zijn heilige tempel met macht begiftigd, en wij hebben deel aan de voorbereiding op zijn heerlijke wederkomst op aarde. We kunnen wie we behoren te zijn dan ook niet vergelijken met wie deze waarheden nog niet hebben ontvangen. ‘Van hem aan wie veel is gegeven, wordt veel geëist.’ 33

De Heer heeft gezegd: ‘Gij [moogt] voor uzelf kiezen.’ 34

Ik beloof u dat als u ervoor kiest om geen aanstoot te nemen en u niet te schamen, u zijn liefde en goedkeuring zult voelen. U weet dan dat u meer aan Hem gelijk wordt. 35

Begrijpen we altijd alles? Natuurlijk niet. Sommige zaken laten we rusten tot een later tijdstip.

Is alles altijd eerlijk? Nee. We berusten in sommige zaken waar we niets aan kunnen doen, en vergeven anderen, ook als dat pijn doet.

Voelen we ons wel eens buitengesloten van de mensen om ons heen? Zeker.

Staan we bij tijden versteld van de razernij die sommigen jegens de kerk van de Heer koesteren, en van hun pogingen om het wankelende geloof van de zwakken te ondermijnen? 36 Ja. Maar dat zal de kerk er niet van weerhouden om te groeien en haar bestemming te bereiken, noch zal het onze individuele geestelijke vooruitgang als volgeling van de Heer, Jezus Christus, belemmeren.

Hem nimmer verlaten

Ik vind deze woorden uit een lievelingslofzang erg mooi:

‘Vat moed! Ik ben met u, o, weest niet verschrikt,
want Ik ben uw God die uw lot hier beschikt.
Ik sterk u en help u en waarschuw voor ’t kwaad,
als gij vol vertrouwen, als gij vol vertrouwen,
als gij vol vertrouwen Mij nimmer verlaat.’ 37

In dit leven worden we niet volmaakt, maar oefenen we geloof in de Heer Jezus Christus en leven we onze verbonden na. President Monson heeft beloofd: ‘Als je getuigenis voortdurend wordt gevoed, zul je beschermd worden.’ 38 We laten onze geestelijke wortels diep groeien en vergasten ons dagelijks aan de woorden van Christus in de Schriften. We vertrouwen op de woorden van de levende profeten die ons de weg wijzen. We bidden voortdurend en luisteren naar de zachte stem van de Heilige Geest, die ons voort leidt en vrede in onze ziel brengt. Wat ons ook te wachten staat, we zullen Hem nimmer verlaten.

Jezus vroeg daarna aan de twaalven: ‘Gij wilt toch ook niet weggaan?’ 39

Petrus antwoordde:

‘Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven;

‘(…) en wij hebben geloofd en erkend, dat Gij zijt de Heilige Gods.’ 40

Dat getuigenis heb ik ook. Daarvan getuig ik, in de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1.  Marcus 13:33.

  2.  

    2.  Leer en Verbonden 46:8.

  3.  

    3.  Leer en Verbonden 42:76.

  4.  

    4.  2 Petrus 3:17.

  5.  

    5.  Johannes 6:66.

  6.  

    6.  Johannes 6:67.

  7.  

    7.  Matteüs 26:22.

  8.  

    8.  3 Nephi 9:14.

  9.  

    9.  Matteüs 22:37.

  10.  

    10.  Marcus 8:34.

  11.  

    11.  Matteüs 18:3; zie ook Marcus 10:15; Lucas 18:17; 3 Nephi 9:22; 11:37–38.

  12.  

    12.  Mosiah 3:19.

  13.  

    13. Zie Alma 5:14.

  14.  

    14.  Johannes 6:61.

  15.  

    15.  Matteüs 13:21.

  16.  

    16. Zie David A. Bednar, ‘Er is voor hen geen struikelblok’, Liahona, november 2006, pp. 89–92.

  17.  

    17. Joseph Smith. In: Autobiography of Parley P. Pratt, Parley P. Pratt Jr. (1938, red.), p. 118.

  18.  

    18.  History of the Church, 3:46, voetnoot.

  19.  

    19. Frederick G. Williams, “Frederick Granger Williams of the First Presidency of the Church,” BYU Studies, deel 12, nr. 3 (1972), p. 261.

  20.  

    20.  1 Nephi 8:24.

  21.  

    21.  1 Nephi 11:25.

  22.  

    22.  1 Nephi 8:12.

  23.  

    23.  1 Nephi 8:26–27; zie ook vers 33.

  24.  

    24. Zie 1 Nephi 11:35–36; 12:18–19.

  25.  

    25.  1 Nephi 8:33.

  26.  

    26.  1 Nephi 8:28; cursivering toegevoegd.

  27.  

    27. President Boyd K. Packer heeft gezegd: ‘Het komt grotendeels door de televisie dat we niet meer naar het ruime gebouw kijken, maar er in feite in wonen.’ (‘Onszelf in de droom van Lehi plaatsen’, Liahona, augustus 2010, p. 29.)

  28.  

    28. In dezelfde toespraak zei president Thomas S. Monson ook: ‘Het grote en ruime gebouw in het visioen van Lehi staat voor de mensen in de wereld die Gods woord bespotten en de spot drijven met de gelovigen die de Heiland liefhebben en zijn geboden onderhouden.’ (‘Mogen jullie moed hebben’, Liahona, mei 2009, p. 126.)

  29.  

    29.  1 Nephi 8:33.

  30.  

    30.  2 Timoteüs 1:7–8.

  31.  

    31. Uit persoonlijke gesprekken en uit een vertaald fragment van de mondelinge geschiedenis van Alexander Davydov, opgenomen op 16 juli 2010.

  32.  

    32.  Johannes 14:15.

  33.  

    33.  Leer en Verbonden 82:3.

  34.  

    34.  Mozes 3:17.

  35.  

    35. Zie 1 Nephi 19:9.

  36.  

    36. Zie 2 Nephi 28:20.

  37.  

    37. ‘O, vast als een rotssteen’, lofzang 53.

  38.  

    38. Thomas S. Monson, Liahona, mei 2009, p. 126.

  39.  

    39.  Johannes 6:67.

  40.  

    40.  Johannes 6:68–69.