Hoogmoed en het priesterschap

Dieter F. Uchtdorf

Second Counselor in the First Presidency


Dieter F. Uchtdorf
Hoogmoed is een knop die priesterschapsmacht uitzet. Nederigheid is een knop die haar aanzet.

Mijn geliefde broeders, dank u dat u over de gehele wereld bijeen gekomen bent voor deze priesterschapsbijeenkomst van de algemene conferentie. Uw aanwezigheid is een teken van uw vaste besluit om waar u ook bent naast uw broeders te staan die het heilige priesterschap dragen, en te dienen, en uw Heer en Verlosser, Jezus Christus, te eren.

Vaak markeren we onze levenstijd aan de hand van gebeurtenissen die een stempel op ons denken en ons hart achterlaten. Ik ken veel van dergelijke gebeurtenissen in mijn leven. Eén ervan vond plaats in 1989 toen ik de klassieke toespraak van president Ezra Taft Benson genaamd ‘Hoed u voor hoogmoed’ hoorde. In de inleiding zei president Benson dat het onderwerp hem al geruime tijd zwaar op het hart lag. 1

Ik heb de laatste maanden een soortgelijke last gedragen. De ingevingen van de Heilige Geest dringen mij ertoe om mijn stem te laten horen als een tweede getuige van de boodschap die president Benson 21 jaar geleden bracht.

Iedere sterveling heeft op z’n minst een oppervlakkige zo niet een intieme relatie met de zonde hoogmoed. Niemand heeft haar kunnen vermijden; slechts enkelen overwinnen haar. Toen ik mijn vrouw vertelde dat ik over dit onderwerp zou spreken, glimlachte ze en zei ze: ‘Het is echt goed dat je over iets spreekt waar je zoveel van afweet.’

Andere betekenissen van hoogmoed

Ik herinner me ook een interessant neveneffect van die invloedrijke toespraak van president Benson. Een tijdje werd het bijna een taboe onder leden van de kerk om te zeggen dat ze trots waren op hun kinderen, hun land of hun werk. Het woord trots leek wel uit onze woordenschat verbannen.

In de Schriften vinden we tal van voorbeelden van goede, rechtschapen mensen die zich verheugen in rechtschapenheid en tegelijkertijd Gods goedheid verheerlijken. Onze hemelse Vader introduceerde zijn geliefde Zoon zelf met de woorden ‘in wie Ik mijn welbehagen heb.’ 2

Alma roemde in de gedachte dat hij ‘een werktuig in de handen Gods’ mocht zijn. 3 De apostel Paulus roemde in de getrouwheid van de leden van Christus’ kerk. 4 De grote zendeling Ammon roemde in het succes dat zijn broeders en hij op zending hadden gehad. 5

Ik ben van mening dat er een verschil is tussen trots zijn op bepaalde zaken en hoogmoedig zijn. Ik ben trots op veel dingen. Ik ben trots op mijn vrouw. Ik ben trots op mijn kinderen en kleinkinderen.

Ik ben trots op de jeugd van de kerk, en ik verheug mij in hun goedheid. Ik ben trots op u, mijn dierbare, getrouwe broeders. Ik ben er trots op dat ik als drager van het heilige priesterschap van God naast u mag staan.

Hoogmoed is de zonde van zelfverheffing

Dus wat is het verschil tussen dit soort trots en de hoogmoed die president Benson ‘de algemene zonde’ 6 noemde? Hoogmoed is zondig omdat zij, zoals president Benson in zijn gedenkwaardige rede onderwees, haat of vijandigheid kweekt, en ons tot tegenstand jegens God en onze naasten voert. In de kern is hoogmoed een zonde van vergelijken, want hoewel het vaak begint met ‘kijk eens hoe fantastisch ik ben en welke geweldige dingen ik heb gedaan’, lijkt het altijd te eindigen met ‘daarom ben ik beter dan jij’.

Als ons hart vol trots is, begaan we een ernstige zonde, want dan overtreden we de twee grote geboden. 7 In plaats van God aanbidden en onze naasten liefhebben, onthullen we het ware voorwerp van onze aanbidding en liefde — het beeld dat we in de spiegel zien.

Hoogmoed is de grote zonde van zelfverheffing. Het is voor velen een persoonlijke Rameümpton, een heilig podium dat afgunst, hebzucht en ijdelheid rechtvaardigt. 8 Hoogmoed is in zekere zin de oorspronkelijke zonde, want voor de grondlegging van deze aarde, velde de hoogmoed Lucifer, een zoon van de morgen, ‘die gezag bezat in de tegenwoordigheid van God.’ 9 Als hoogmoed iemand die zo capabel en veelbelovend was slecht kon maken, moeten wij dan ook niet ons hart onderzoeken?

Hoogmoed heeft vele gezichten

Hoogmoed is een dodelijke tumor. Deze zonde fungeert als een poort die de weg opent naar een massa andere menselijke zwakheden. In feite kan men stellen dat iedere andere zonde uiteindelijk een manifestatie is van hoogmoed.

Deze zonde heeft vele gezichten. Zij brengt sommigen ertoe zich te verlustigen in hun door henzelf vermeende eigenwaarde, hun prestaties, talenten, rijkdom of positie. Zij zien in deze zegeningen het bewijs dat zij ‘uitverkoren’, ‘superieur’ of ‘meer rechtschapen’ dan anderen zijn. Dit is de zonde van ‘dank zij God dat ik bijzonderder ben dan jij’. Ten grondslag hieraan ligt het verlangen om bewonderd of benijd te worden. Het is de zonde van zelfverheerlijking.

Bij anderen ontwikkelt hoogmoed zich tot afgunst: zij kijken bitter naar hen die een betere positie hebben, meer talenten of meer bezit dan zij hebben. Zij streven ernaar te kwetsen, kleineren en anderen neer te halen in een misleide en ongepaste poging om zichzelf te verhogen. Als zij die ze benijden struikelen of lijden, dan juichen zij heimelijk.

Het sportlaboratorium

Misschien is er geen beter laboratorium om de zonde van hoogmoed te observeren dan de sportwereld. Ik heb altijd graag aan sportevenementen meegedaan en ernaar gekeken. Maar ik moet bekennen dat er tijden zijn dat het gebrek aan beschaving bij sport beschamend is. Hoe is het mogelijk dat mensen die normaliter aardig en meelevend zijn zo intolerant en van haat vervuld kunnen worden jegens een ander team en zijn supporters?

Ik heb gehoord dat supporters hun rivalen voor schurken en duivels uitmaken. Zij zoeken naar tekortkomingen en vergroten die uit. Ze rechtvaardigen hun haat met brede generaliseringen en passen die toe op iedereen die met het andere team geassocieerd is. Als het hun rivaal tegenzit, zijn ze blij.

Broeders, jammer genoeg zien wij tegenwoordig dezelfde soort houding en gedrag zich verspreiden op het gebied van politiek, ras of volk, en godsdienst.

Mijn geliefde broeders van de priesterschap, mijn geliefde discipelen van de zachtmoedige Christus, moeten wij ons niet aan een hogere norm houden? Als priesterschapsdragers moeten wij beseffen dat alle kinderen van God onder dezelfde hemel slapen. Ons team is de broederschap van mannen. Dit sterfelijk leven is ons speelveld. Ons doel is God leren liefhebben en diezelfde liefde uitdragen naar onze naasten. Wij zijn hier om naar zijn wet te leven en het koninkrijk van God te vestigen. Wij zijn hier om op te bouwen, te verheffen, eerlijk te behandelen en alle kinderen van onze hemelse Vader aan te moedigen.

We moeten het niet inhaleren

Toen ik als algemeen autoriteit was geroepen, was het een zegen dat ik werd begeleid door vele leiders van de kerk die al veel jaren algemeen autoriteit waren. Op zekere dag mocht ik president James E. Faust naar een ringconferentie rijden. Tijdens die uren in de auto nam president Faust de tijd om mij in enkele belangrijke beginselen van mijn opdracht te onderwijzen. Hij legde ook uit hoe vriendelijk de leden van de kerk zijn, vooral de algemene autoriteiten. ‘Ze zullen je heel vriendelijk behandelen. Ze zullen aardige dingen over je zeggen.’ Hij lachte een beetje en zei toen: ‘Wees daar dankbaar voor, Dieter. Maar inhaleer het niet.’

Dat is een goede les voor ons allemaal, broeders, in iedere roeping of situatie. We mogen dankbaar zijn voor onze gezondheid, rijkdom, bezit of positie, maar als we die gaan inhaleren — als we geobsedeerd raken met onze status; als we ons richten op hoe belangrijk we zijn, op onze macht of reputatie; als we stil blijven staan bij ons imago en de recensies over onszelf gaan geloven — dan komen de problemen; dan gaat hoogmoed ons bederven.

Er staan genoeg waarschuwingen voor hoogmoed in de Schriften: ‘Door overmoed ontstaat slechts twist, maar bij hen die zich laten raden, is wijsheid.’ 10

De apostel Petrus heeft gewaarschuwd: ‘God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.’ 11 Mormon legt uit: ‘niemand is aannemelijk voor God dan alleen de zachtmoedigen en nederigen van hart.’ 12 De Heer kiest expres ‘wat voor de wereld zwak is, (…) om wat sterk is te beschamen.’ 13 De Heer doet dit om aan te tonen dat zijn hand dit werk bestuurt opdat wij niet zouden ‘vertrouwen op de arm van het vlees.’ 14

Wij zijn dienstknechten van onze Heer en Heiland, Jezus Christus. Ons wordt het priesterschap niet gegeven zodat we een buiging kunnen maken en ons koesteren in verering. We zijn hier om onze mouwen op te rollen en aan het werk te gaan. Wij hebben geen doorsneetaak. We zijn geroepen om de wereld voor te bereiden op de komst van onze Heer en Heiland, Jezus Christus. We streven niet naar eigen roem, maar geven God lof en eer. We weten dat we zelf maar een kleine bijdrage kunnen leveren; niettemin, als we de macht van het priesterschap in rechtschapenheid aanwenden, kan God een groot en wonderbaar werk doen ontstaan door onze moeite. Wij moeten net als Mozes leren ‘dat de mens niets is’ 15 op zichzelf, maar dat ‘bij God (…) alle dingen mogelijk [zijn].’ 16

Jezus Christus is het volmaakte voorbeeld van nederigheid

Zoals in alles is Jezus Christus ook hierin ons volmaakte voorbeeld. Terwijl Lucifer het heilsplan van de Vader probeerde te veranderen en eer voor zichzelf te verwerven, zei de Heiland: ‘Vader, uw wil geschiede en de heerlijkheid zij de uwe voor eeuwig!’ 17 Ondanks zijn uitmuntende mogelijkheden en prestaties was de Heiland altijd zachtmoedig en nederig.

Broeders, wij dragen ‘het heilige priesterschap naar de orde van de Zoon van God’. 18 Het is de macht die God de mens op aarde gegeven heeft om voor Hem te handelen. Om deze macht uit te oefenen, moeten we ernaar streven zoals de Heiland te zijn. Dat betekent dat we in alles trachten de wil van de Vader te doen, net zoals de Heiland. 19 Het betekent dat we alle heerlijkheid aan de Vader geven, net zoals de Heiland. 20 Het betekent dat we onszelf verliezen in de dienst aan anderen, net zoals de Heiland.

Hoogmoed is een knop die priesterschapsmacht uitzet. 21 Nederigheid is een knop die haar aanzet.

Wees nederig en vol liefde

Hoe overwinnen we de zonde van hoogmoed die zo overheerst en zo veel kapot maakt? Hoe worden we nederiger?

Het is bijna onmogelijk om in hoogmoed verheven te raken als we van naastenliefde vervuld zijn. ‘Niemand kan aan dit werk meewerken tenzij hij ootmoedig en vol liefde is.’ 22 Als we de wereld om ons heen zien door de lens van de zuivere liefde van Christus, gaan we nederigheid begrijpen.

Sommigen denken dat nederigheid inhoudt jezelf ervan langs geven. Nederigheid betekent niet jezelf ervan overtuigen dat je waardeloos, onbelangrijk of van weinig betekenis bent. Het betekent evenmin dat we de talenten die God ons heeft gegeven weigeren in te zetten of ze voor onszelf houden. We ontdekken nederigheid niet door slecht over onszelf te denken; we ontdekken nederigheid door minder aan onszelf te denken. Nederigheid komt vanzelf als we ons werk doen met een dienstvaardige houding tegenover God en onze naasten.

Nederigheid richt onze aandacht en liefde op anderen en op de doeleinden van onze hemelse Vader. Hoogmoed doet het tegenovergestelde. Hoogmoed put zijn energie en kracht uit de diepe bronnen van zelfzucht. Op het moment dat wij niet meer geobsedeerd zijn met onszelf, en we onszelf verliezen in dienstbetoon, vermindert onze hoogmoed en begint die af te sterven.

Mijn geliefde broeders, er zijn zoveel mensen in nood aan wie wij kunnen denken in plaats van aan onszelf. En vergeet nooit uw eigen gezin, en uw vrouw. Er zijn zoveel manieren om te dienen. We hebben geen tijd om door onszelf opgeslokt te worden.

Ik had eens een pen die ik heel graag gebruikte tijdens mijn loopbaan als piloot. Door eenvoudigweg het middenstuk te draaien kon ik uit vier kleuren kiezen. De pen beklaagde zich niet als ik rood wilde gebruiken in plaats van blauw. Hij zei niet ‘ik schrijf liever niet na tienen, in dichte mist of op grote hoogte’. De pen zei niet ‘maak alleen gebruik van mij voor belangrijke documenten, niet voor alledaagse taken.’ Hij voerde iedere taak waarvoor ik hem nodig had met de grootst mogelijke betrouwbaarheid uit, ongeacht hoe onbelangrijk de taak was. Hij stond altijd klaar om te dienen.

Op soortgelijk wijze zijn wij een werktuig in de handen van God. Als ons hart op de juiste plaats zit, klagen we niet dat de ons toegewezen taak onze capaciteiten niet waard is. We dienen graag waar dat ook gevraagd wordt. Als we dat doen, kan de Heer ons gebruiken op manieren die ons begrip te boven gaan om zijn werk tot stand te brengen.

Ik wil graag eindigen met woorden uit de geïnspireerde boodschap van president Ezra Taft Benson van 21 jaar geleden:

‘Hoogmoed is het grote struikelblok voor Zion.

‘We moeten de binnenste schotel reinigen door hoogmoed te overwinnen. (…) 23

‘We moeten gehoor geven “aan de ingevingen van de Heilige Geest”, de hoogmoedige “natuurlijke mens” afleggen, “een heilige [worden] (…) door de verzoening van Christus, de Here”, en worden “als een kind: onderworpen, zachtmoedig, ootmoedig.” (…) 24

‘God zal een nederig volk hebben. (…) “Gezegend zijn zij die zich verootmoedigen zonder te worden gedrongen ootmoedig te zijn” (…) 25

‘Laten wij ervoor kiezen om nederig te zijn. Wij kunnen het. Ik weet dat we het kunnen.’ 26

Mijn geliefde broeders, laten we het voorbeeld van onze Heiland volgen en de hand reiken om te dienen in plaats van de lof en eer van mensen na te streven. Het is mijn gebed dat wij de onrechtschapen hoogmoed in ons hart mogen herkennen en met wortel en tak uitrukken, en dat wij daarvoor in de plaats ‘gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid’ 27 mogen zaaien. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1. Zie Ezra Taft Benson, ‘Beware of Pride’, Ensign, mei 1989, p. 4.

  2.  

    2.  3 Nephi 11:7.

  3.  

    3.  Alma 29:9.

  4.  

    4. Zie 2 Tessalonicenzen 1:4.

  5.  

    5. Zie Alma 26.

  6.  

    6. Ezra Taft Benson, Ensign, mei 1989, p. 6.

  7.  

    7. Zie Matteüs 22:36–40.

  8.  

    8. Zie Alma 31:21.

  9.  

    9.  Leer en Verbonden 76:25.

  10.  

    10.  Spreuken 13:10.

  11.  

    11.  1 Petrus 5:5.

  12.  

    12.  Moroni 7:44.

  13.  

    13.  1 Korintiërs 1:27.

  14.  

    14.  Leer en Verbonden 1:19.

  15.  

    15.  Mozes 1:10.

  16.  

    16.  Matteüs 19:26.

  17.  

    17. See Mozes 4:1–2.

  18.  

    18.  Leer en Verbonden 107:3.

  19.  

    19. Zie Johannes 8:28–29.

  20.  

    20. Zie Johannes 17:4.

  21.  

    21. Zie Leer en Verbonden 121:34–37.

  22.  

    22.  Leer en Verbonden 12:8.

  23.  

    23. Zie Alma 6:2–4; Matteüs 23:25–26.

  24.  

    24.  Mosiah 3:19; zie ook Alma 13:28.

  25.  

    25.  Alma 32:16.

  26.  

    26. Ezra Taft Benson, Ensign, mei 1989, pp. 6–7.

  27.  

    27.  1 Timoteüs 6:11.