Het priesterschap van Aäron

L. Tom Perry

Of the Quorum of the Twelve Apostles


L. Tom Perry
Het priesterschap dat je draagt is een bijzondere gave, want de Heer zelf heeft het je gegeven. Gebruik het, maak het groot en leef ernaar.
 

Toen ik 25 jaar geleden tijdens de algemene conferentie een toespraak hield, had ik een visueel hulpmiddel meegenomen: mijn oudste kleinzoon. Hij had pas het Aäronisch priesterschap ontvangen en was tot diaken geordend. Ik nam toen de gelegenheid te baat om mijn woorden over het belang van het ontvangen van het Aäronisch priesterschap tot hem te richten.

Ik zei tegen mijn kleinzoon:

‘Ik ben niet zo blij met de toestand in de wereld waar jij en andere jongemannen in terechtkomen nu je de rol van man op je gaat nemen. Hoewel diegenen onder ons die ouder zijn zich in een tijdperk en een positie bevonden waarin we de wereld konden beïnvloeden, vind ik dat we je daarin hebben teleurgesteld, als je ziet hoe we de wereld hebben laten worden. Daardoor bevind jij je in een situatie waarin velen van hen met wie je moet omgaan niet zijn opgevoed met een begrip van, of respect voor, traditionele normen en waarden. Daardoor wordt de druk van leeftijdgenoten op jou veel moeilijker en radicaler.

‘We hebben radio’s, grammofoons en televisies in huis genomen. Hoewel elk van die apparaten gezond amusement kan verschaffen, is zo veel van wat er is geproduceerd om naar te luisteren en te kijken niet van een kaliber dat jongemannen inspireert en aanmoedigt. In feite is het meeste eigenlijk vernederend. Met het omdraaien van een knop in je eigen huis kun je je eigen gevoel voor wat goed en wat kwaad is vernietigen.’ (‘I Confer the Priesthood of Aaron’, Ensign, november 1985, p. 46.)

Hoe meer de dingen veranderen, hoe meer ze hetzelfde blijven — behalve de techniek. Ik ben in de verleiding om de jongemannen van de Aäronische priesterschap te vragen of ze wel weten wat een grammofoon is. Voor wie dat niet weet, het is iets waarmee we in de huiskamer muziek afspeelden. Denk je dat eens in, we moesten er naartoe in plaats van hem met ons mee te dragen.

Ik leerde mijn kleinzoon Terry vier lessen naar aanleiding van het verhaal van Daniël in het Oude Testament. Ik zei dat hij ten eerste zijn lichaam gezond en rein moest houden, ten tweede zijn verstand moest ontwikkelen en wijs worden, ten derde sterk worden en de verleidingen weerstaan waar de wereld zo vol van is, en ten vierde vertrouwen op de Heer, vooral als hij zijn bescherming nodig had.

Ik besloot mijn raad aan Terry met deze woorden: ‘Die schriftverhalen verouderen nooit. Ze zijn net zo opwindend als je ze leest als diaken, leraar, priester, zendeling, huisonderwijzer, quorumpresident ouderlingen of waartoe de Heer je ook roept. Je leert erdoor om geloof te hebben, moed, liefde voor je medemens, zelfvertrouwen en vertrouwen in de Heer.’ (Ensign, november 1985, p. 48.)

Het doet mij genoegen om te melden dat Terry de opdracht die ik hem 25 jaar geleden gaf, trouw heeft uitgevoerd. Later ontving hij het Melchizedeks priesterschap en vervulde een voltijdzending. Momenteel is hij quorumpresident ouderlingen, en hij is de vader van een prachtige dochter.

Er is in de afgelopen 25 jaar veel veranderd. Iets anders dat er is gebeurd, is dat veel van mijn kleinkinderen zijn opgegroeid en zelf kinderen hebben gekregen. Deze zomer mocht ik in een kring van priesterschapsdragers staan en mijn oudste achterkleinzoon de handen opleggen terwijl zijn vader hem het Aäronisch priesterschap verleende. Hoewel mijn achterkleinzoon vandaag niet naast mij staat, wil ik toch mijn woorden richten tot hem en tot al jullie fijne jongemannen die het Aäronisch priesterschap dragen.

Het is een bijzondere zegen om het Aäronisch priesterschap te ontvangen. In de geschiedenis is die heerlijke dag opgetekend waarop het priesterschap op aarde werd hersteld, waarmee de mens opnieuw het recht kreeg om als vertegenwoordiger van de Heer heilige priesterschapsverordeningen te verrichten. Op 5 april 1829 kwam Oliver Cowdery bij de profeet Joseph Smith thuis, in Harmony (Pennsylvania). Oliver vroeg de profeet naar zijn vertaalwerk aan een oude kroniek, het Boek van Mormon. Overtuigd van de goddelijke afkomst van het werk stemde Oliver ermee in om als schrijver bij te dragen aan de vertaling van het boek. Het vertaalwerk verliep snel toen Oliver Cowdery eenmaal als schrijver optrad.

Op 15 mei 1829 waren Joseph en Oliver al bij 3 Nephi. De geschiedenis van de herrezen Heiland die het westelijk halfrond bezocht, en zijn leringen over de doop, grepen hen aan. Lezend in 3 Nephi begonnen ze zich het een en ander af te vragen over de doop. Welke vorm van doop was de juiste, en wie had het gezag om die heilige, verlossende verordening te bedienen? Zij zochten naar een antwoord op deze fundamentele leerstellige vraag. Ze besloten om in gebed een antwoord te vragen, en ze gingen naar een nabijgelegen plek op de oever van de Susquehanna. Ze stortten hun hart uit en de hemelen werden voor hen geopend. Er verscheen een engel die zich voorstelde als Johannes de Doper. Hij vertelde Joseph en Oliver dat hij optrad namens Petrus, Jakobus en Johannes, die het hogere priesterschap droegen (zie Geschiedenis van Joseph Smith 1:72).

Hij legde zijn handen op hun hoofd en zei: ‘Aan u, mijn mededienstknechten, verleen ik, in de naam van de Messias, het priesterschap van Aäron, dat de sleutels omvat van de bediening van engelen en van het evangelie van bekering en van de doop door onderdompeling tot vergeving van zonden; en dit zal nimmermeer van de aarde worden weggenomen, totdat de zonen van Levi de Heer wederom een offer offeren in gerechtigheid’ (LV 13:1).

Later vertelde Oliver het volgende over deze gebeurtenis: ‘Maar (…) denk verder, denk u voor een ogenblik in welk een vreugde ons hart vervulde en met welk een verbazing wij ons moeten hebben gebogen (…) toen wij onder zijn hand het heilig priesterschap ontvingen’ (Geschiedenis van Joseph Smith 1:71, voetnoot).

Nadat de mens eeuwenlang op de herstelling van Gods gezag had gewacht, kwamen de macht en de heerlijkheid van het heilig Aäronisch priesterschap weer op aarde. In afdeling 107 van de Leer en Verbonden vernemen we waarom het lagere priesterschap het Aäronisch priesterschap wordt genoemd:

‘Het tweede priesterschap wordt het priesterschap van Aäron genoemd, omdat het aan Aäron en zijn nakomelingen, door al hun geslachten heen, is verleend.

‘Waarom dit het lagere priesterschap wordt genoemd, is omdat het een toevoeging is aan het grotere of het Melchizedeks priesterschap, en bevoegdheid bezit tot het bedienen van uiterlijke verordeningen. (…)

‘De macht en het gezag van het lagere of Aäronisch priesterschap bestaat in het dragen van de sleutels van de bediening van engelen, en in het bedienen van uiterlijke verordeningen, de letter van het evangelie, de doop van bekering tot vergeving van zonden, overeenkomstig de verbonden en geboden’ (LV 107:13–14; 20).

Jongemannen van de Aäronische priesterschap ontvangen niet alleen de macht en het gezag om namens de Heer op te treden in hun priesterschapstaken, ze krijgen bovendien de sleutels tot de bediening van engelen.

Jongemannen van de Aäronische priesterschap, ik getuig tot jullie dat de Heer door een plechtig verbond gebonden is om je te zegenen naar je getrouwheid. Als je luistert naar de waarschuwende stem van de Heilige Geest en zijn leiding volgt, word je gezegend met de bediening van engelen. Daardoor word je gezegend met wijsheid, kennis, macht en heerlijkheid. Het is een vaste belofte van de Heer om je hiermee te zegenen.

Enkele maanden geleden woonde ik een vasten-en-getuigenisdienst bij. Een van de mensen die opstond om zijn getuigenis te geven, was een adviseur van de Aäronische priesterschap. Door zijn getuigenis ging ik opnieuw waarderen wat het betekent om als drager van het Aäronisch priesterschap de sleutels tot de bediening van engelen te hebben.

Deze adviseur beschreef enkele dingen die hij die ochtend met de Aäronische priesterschap van de wijk had meegemaakt. Toen hij naar de kerk liep, zag hij twee jonge diakenen met vastengavenenveloppen langs de huizen van de leden gaan. Hij was onder de indruk van hun nette zondagskleding en hoe zij hun taak met stille waardigheid uitvoerden. Vervolgens vergezelde hij twee priesters die het avondmaal bedienden in een verzorgingstehuis voor lichamelijk en geestelijk gehandicapte mannen. Het was de eerste keer dat ze daarheen gingen, en hun adviseur merkte op hoe zij hun priesterschapstaak vol respect en zorg uitvoerden.

Toen vertelde de adviseur een kort verhaal over iets dat hem diep in zijn hart had geraakt. Een van die priesters herinnerde hem eraan wat het werkelijk betekent om een waar dienaar van Jezus Christus te zijn — letterlijk een dienende engel. De jonge priester die het water ronddiende kwam bij een man die zo te zien een ernstige vorm van het syndroom van Down had. Door zijn gesteldheid kon de man geen bekertje pakken om uit te drinken. De jonge priester schatte de situatie meteen goed in. Hij hield zijn linkerhand achter het hoofd van de man zodat hij zich in de juiste houding bevond om te drinken, en met zijn rechterhand pakte hij een bekertje en bracht dat voorzichtig naar de lippen van de man. Er kwam een dankbare uitdrukking op het gezicht van de man — een uitdrukking van iemand die door een ander is bediend. Deze fijne jonge priester bediende het water vervolgens aan de andere aanwezigen.

De adviseur gaf in zijn getuigenis uiting aan de gevoelens die hij op dat ontroerende moment had. Hij zei dat hij in stilte huilde van vreugde, en hij wist zeker dat de kerk in goede handen was bij deze jonge, zorgzame, gehoorzame dragers van het Aäronisch priesterschap.

President Ezra Taft Benson heeft eens gezegd: ‘Geef mij een jongeman die zichzelf zedelijk rein heeft gehouden en die getrouw zijn kerkbijeenkomsten heeft bezocht. Geef mij een jongeman die zijn priesterschap heeft groot gemaakt en die de onderscheiding Plicht jegens God heeft behaald en die zich heeft onderscheiden in de scouting. Geef mij een jongeman die het seminarie heeft afgemaakt en een brandend getuigenis van het Boek van Mormon heeft. Geef mij zo’n jongeman, en ik zal u een jongeman geven die in het zendingsveld en in de rest van zijn leven wonderen kan doen voor de Heer.’ (‘To the “Youth of the Noble Birthright”’, Ensign, mei 1986, p. 45.)

Ouders van deze fantastische jongemannen en -vrouwen, wij vertrouwen u de heilige taak toe om uw kinderen de leringen van het heilig priesterschap bij te brengen. Uw kinderen moeten al jong leren wat een zegen het is om het eeuwige priesterschap van de Heer te dragen, en wat zij moeten doen om in aanmerking te komen voor die zegeningen.

Bisschoppen, u hebt de priesterschapssleutels om de jongemannen van de Aäronische priesterschap te presideren, in raadsvergadering met hen bijeen te zijn, en ze hun priesterschapstaken bij te brengen. Overtuig u er alstublieft van dat elke jongeman die in aanmerking komt voor het Aäronisch priesterschap begrijpt welke plichten en zegeningen eraan verbonden zijn voor hem als drager van het priesterschap. Help hem om nu al te leren wat het betekent het priesterschap groot te maken door hem belangrijke taken te geven en hem te helpen andere mensen te dienen.

Jongemannen, ik geef jullie de uitdaging om je leven op het fundament van waarheid en gerechtigheid te bouwen. Het is het enige fundament dat de druk van dit leven aankan en in de eeuwigheid blijft bestaan. Het priesterschap dat je draagt is een bijzondere gave, want de Heer zelf heeft het je gegeven. Gebruik het, maak het groot en leef ernaar. Ik wil dat je weet dat ik een bijzonder en persoonlijk getuigenis van zijn kracht heb. Het is mij in zoveel opzichten ten goede gekomen.

Ik moedig jullie ook aan om vandaag te beslissen dat je deze grote zegen zult eren en je zult voorbereiden om vooruitgang te maken in het Aäronisch priesterschap — van diaken naar leraar en naar priester. Bereid je voor op de grote zegen van het Melchizedeks priesterschap, wat je nodig hebt om in aanmerking te komen voor een voltijdzending. De Heer vindt het nodig dat je je voorbereidt op die vorm van dienstbetoon, vooral vanwege de grote verantwoordelijkheid die je dan draagt om zijn evangelie aan de wereld te verkondigen. Ik beloof je dat als jij je voorbereidt om zijn heilig priesterschap te ontvangen, Hij letterlijk zegeningen over je zal uitstorten. Dat getuigenis geef ik je in de naam van onze Heer en Heiland, namelijk Jezus de Christus. Amen.