Gebed — een voorrecht

J. Devn Cornish

van de Zeventig


J. Devn Cornish
Het gebed is een van de kostbaarste gaven van God aan de mens.

Geliefde broeders en zusters, God onze Vader is niet een gevoel, idee of kracht. Hij is een heilig Wezen met, zoals de Schriften aangeven, een gezicht, handen en een verheerlijkt, onsterfelijk lichaam. Hij bestaat echt, Hij kent ieder van ons persoonlijk en Hij heeft ieder van ons lief. Hij wil ons zegenen.

Jezus heeft gezegd:

‘Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven?

‘Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven?

‘Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden’ (Matteüs 7:9–11).

Ik zal proberen dat met een persoonlijke ervaring te verduidelijken. Als jonge specialist in opleiding aan het Boston Children’s Hospital maakte ik altijd lange dagen. Ik pendelde gewoonlijk op de fiets tussen het ziekenhuis en ons huis in Watertown (Massachusetts, VS), aangezien mijn vrouw voor onze kleine kinderen de auto nodig had. Op een avond fietste ik naar huis na een lange dag in het ziekenhuis. Ik was moe en hongerig, en behoorlijk ontmoedigd. Ik wist dat ik mijn vrouw en vier kleine kinderen bij thuiskomst niet alleen mijn tijd en energie moest geven, maar nog opgewekt moest zijn ook. Ik had eerlijk gezegd al moeite genoeg om mijn fiets vooruit te krijgen.

Onderweg zou ik langs een kiprestaurantje komen. Ik zou me een stuk minder gammel en moe voelen als ik op weg naar huis kon stoppen voor een stukje kip. Ik wist dat ze pootjes of drumsticks in de aanbieding hadden voor 29 cent per stuk, maar ik zag dat ik nog maar een stuiver in de portemonnee had. Ik fietste verder en legde de Heer mijn situatie uit. Ik vroeg Hem of Hij zo genadig wilde zijn om me een kwartje langs de weg te laten vinden. Ik vertelde Hem dat ik niet zozeer een teken nodig had, maar dat ik erg dankbaar zou zijn als Hij me die milde zegen toestond.

Ik begon de grond beter in de gaten te houden, maar zag niets. Ik probeerde ootmoedig geloof te blijven oefenen terwijl ik de eettent naderde. Plotseling zag ik, vrijwel pal tegenover de kipkraam, een kwartje op de grond liggen. Ik raapte het muntje dankbaar en opgelucht op, kocht de kip, smulde van elke hap, en fietste monter naar huis.

In zijn barmhartigheid had de God des hemels, de Schepper en Heerser van alle dingen, een gebed verhoord over iets heel kleins. Je kunt je afvragen waarom Hij Zich met zoiets nietigs bezighoudt. Ik ben geneigd te geloven dat onze hemelse Vader ons zo liefheeft dat de dingen die voor ons belangrijk zijn ook voor Hem belangrijk worden, gewoon omdat Hij van ons houdt. Hoeveel te meer zal Hij ons willen helpen met de grote dingen waarom we vragen, en die goed zijn (zie 3 Nephi 18:20).

Kleine kinderen, jonge mensen én volwassenen, geloof alsjeblieft hoezeer onze hemelse Vader jullie wil zegenen. Maar omdat Hij niet aan onze keuzevrijheid wil tornen, moeten we Hem om hulp vragen. Dat gebeurt doorgaans in gebed. Het gebed is een van de kostbaarste gaven van God aan de mens.

Jezus’ discipelen vroegen eens: ‘Here, leer ons bidden’ (Lucas 11:1). Als antwoord gaf Jezus ons een voorbeeld van, en leidraad voor, de belangrijkste beginselen van het gebed. (Zie Russell M. Nelson, ‘Lessen uit de gebeden van de Heer’, Liahona, mei 2009, pp. 46–49; zie ook Matteüs 6:9–13; Lucas 11:1–4.) Naar het voorbeeld van Jezus:

Wij beginnen met onze hemelse Vader aan te spreken: ‘Onze Vader die in de hemelen zijt’ (Matteüs 6:9; zie ook Lucas 11:2). Het is ons voorrecht om onze Vader rechtstreeks aan te roepen. We bidden niet tot iemand anders. We hebben de raad gekregen om een omhaal van woorden en herhalingen te vermijden, waaronder in onze gebeden de naam van de Vader te vaak noemen.1

‘Uw naam worde geheiligd’ (Matteüs 6:9; Lucas 11:2). Jezus sprak zijn Vader eerbiedig aan, erkende zijn grootsheid, en prees en dankte Hem. God eren en oprecht danken voor specifieke zaken is een van de sleutels van doeltreffend gebed.

‘Uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede’ (Matteüs 6:10; zie ook Lucas 11:2). Wij erkennen vrijelijk onze afhankelijkheid van de Heer en uiten ons verlangen om zijn wil te doen, ook als die niet met onze wil overeenkomt. In de Engelse Bible Dictionary staat: ‘Bidden is de handeling waarmee de wil van de Vader en de wil van het kind in overeenstemming met elkaar worden gebracht. Het doel van het gebed is niet om de wil van God te veranderen, maar om voor onszelf en anderen de zegeningen te ontvangen die God graag wil geven, op voorwaarde dat wij erom vragen.’ (Bible Dictionary, ‘Prayer’.)

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ (Matteüs 6:11; zie ook Lucas 11:3). Wij vragen om de dingen die we van de Heer verlangen. Eerlijkheid is essentieel wanneer we God om iets vragen. Het zou bijvoorbeeld niet helemaal eerlijk zijn als we de Heer om hulp voor een proefwerk op school vragen als we tijdens de les niet hebben opgelet, ons huiswerk niet hebben gemaakt of niet voor het proefwerk hebben geleerd. Als ik bid, herinnert de Geest me er vaak aan dat ik zelf meer moet doen om de hulp te krijgen die ik van de Heer vraag. Dan moet ik me inspannen en mijn deel doen. Het druist in tegen Gods plan om voor ons te doen wat wij zelf kunnen doen.

‘En vergeef ons onze schulden’ (Matteüs 6:12) of, in een andere versie, ‘Vergeef ons onze zonden’ (Lucas 11:4). Bekering is een essentieel maar soms vergeten onderdeel van ons persoonlijk gebed. Alleen specifieke, oprechte en blijvende bekering telt.

‘Gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’ (Matteüs 6:12; zie ook Lucas 11:4). De Heiland koppelde vergeving ontvangen voor onze zonden duidelijk aan anderen vergeven die ons iets hebben aangedaan. Soms hebben anderen ons iets heel pijnlijks aangedaan, wat we erg moeilijk kunnen vergeven of vergeten. Ik ben dankbaar voor de troost en genezing die ik heb ervaren door de uitnodiging van de Heer om onze gekwetste gevoelens te laten varen en bij Hem neer te leggen. In Leer en Verbonden 64 zegt Hij:

‘Ik, de Heer, zal vergeven wie Ik vergeven wil, maar van u wordt het vereist alle mensen te vergeven.

En gij behoort in uw hart te zeggen: Laat God tussen mij en u oordelen en u vergelden naar uw werken’ (vss. 10–11).

Daarna dienen wij de zaak te laten rusten en verder aan de Heer over te laten als we genezen willen worden.

‘En sta niet toe dat wij in verzoeking geleid worden, maar verlos ons van het boze’ (Bijbelvertaling van Joseph Smith, Matteüs 6:14 in de Gids bij de Schriften; zie ook Bijbelvertaling van Joseph Smith, Lucas 11:4 in de Gids bij de Schriften). In ons ochtendgebed kunnen we dus de hele wapenrusting Gods beginnen aantrekken (zie Efeziërs 6:11; LV 27:15) door vooruit te blikken op de nieuwe dag en om hulp te vragen bij de soms angstwekkende dingen die op ons pad kunnen komen. Broeders en zusters, vergeet niet de Heer te vragen om u te beschermen en bij u te zijn.

‘Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid’ (Matteüs 6:13). Is het niet veelzeggend dat Jezus aan het einde van dit gebed God nogmaals prijst en de Vader eer betoont en zijn wil aan Hem onderwerpt? Als wij werkelijk geloven dat God zijn koninkrijk bestuurt en dat Hij alle macht en alle heerlijkheid bezit, erkennen wij dat Hij ons leidt, dat Hij ons volmaakt liefheeft en ons geluk voor ogen heeft. Ik heb ontdekt dat een van de geheimen van een gelukkig leven de erkenning is dat dingen doen op de wijze van de Heer mij gelukkiger maakt dan dingen doen op mijn manier.

Iemand kan zich wel eens onwaardig voelen om te bidden. Dat idee komt van die boze geest, die ons leert niet te bidden (zie 2 Nephi 32:8). Het is net zo tragisch om te denken dat we te zondig zijn om te bidden als een zieke die denkt dat hij te ziek is om naar de dokter te gaan!

We moeten niet denken dat een gebed, hoe oprecht ook, ons veel zal helpen als we het gebed alleen uitspreken. We moeten onze gebeden niet alleen uitspreken, we moeten er ook naar leven. De Heer schept veel meer behagen in iemand die bidt en vervolgens aan de slag gaat dan in iemand die alleen maar bidt. Gebed werkt net als een medicijn alleen als we het volgens voorschrift gebruiken.

Bidden is voor mij niet alleen een groot voorrecht omdat ik dankbaar ben om tegen mijn hemelse Vader te kunnen praten en zijn Geest te voelen onder het bidden. Het is ook een voorrecht omdat Hij ons werkelijk antwoord geeft en tot ons spreekt. Uiteraard spreekt Hij gewoonlijk niet met een hoorbare stem tot ons. President Boyd K. Packer heeft uitgelegd: ‘Die aangename, stille stem van inspiratie is meer een gevoel dan een geluid. Er kan zuivere intelligentie tot het verstand worden gesproken. (…) Deze inspiratie krijgen we in de vorm van gedachten, gevoelens, ingevingen en indrukken.’ (‘Gebed en ingevingen’, Liahona, november 2009, p. 44.)

Soms lijken we geen antwoord te krijgen op onze oprechte gebeden terwijl we er zelf alles aan doen. Het vergt geloof om erop te vertrouwen dat het antwoord van de Heer op zijn tijd en zijn wijze ons de best mogelijke zegeningen verschaft. Of bij nader inzien blijkt vaak dat we al drommels goed weten wat we moeten doen.

Raak niet ontmoedigd als het u niet in één keer lukt. Daar moet u net als bij het leren van een vreemde taal op oefenen en moeite voor doen. Weet echter dat u de taal van de Geest kunt leren, wat u groot geloof en macht in rechtschapenheid zal geven.

Ik koester de raad van onze geliefde profeet, president Thomas S. Monson. Hij zei: ‘Tegen ieder in mijn gehoor die worstelt met problemen en moeilijkheden, groot of klein, zeg ik dat het gebed geestelijke kracht geeft; het is het paspoort naar gemoedsrust. Gebed is de brug naar onze Vader in de hemel, die ons liefheeft. Spreek Hem in gebed aan en luister dan of er antwoord komt. Door gebed komen er wonderen tot stand.’ (‘Wees de bovenste beste’, Liahona, mei 2009, pp. 68–69.)

Ik ben uitermate dankbaar voor het voorrecht dat ik tot mijn heilige hemelse Vader in gebed kan gaan. Ik ben dankbaar voor de talloze keren dat Hij mij heeft gehoord en geantwoord. Omdat Hij mij antwoord geeft, soms op een voorspellende en wonderbare wijze, weet ik dat Hij leeft. Ook getuig ik nederig dat Jezus, zijn heilige Zoon, onze levende Heiland is. Dit is zijn kerk en koninkrijk op aarde. Dit werk is waar. Thomas S. Monson, voor wie wij vurig bidden, is zijn profeet. Van deze dingen getuig ik met volle zekerheid in de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1. Zie Francis M. Lyman, ‘Proprieties in Prayer’, in: Brian H. Stuy, samenstellers, Collected Discourses Delivered by President Wilford Woodruff, His Two Counselors, the Twelve Apostles, and Others, 5 delen, (1987–1992), deel 3, pp. 76–79; B. H. Roberts, samensteller, The Seventy’s Course in Theology, 5 delen (1907–1912), deel 4, p. 120; Encyclopedia of Mormonism (1992), ‘Prayer’, pp. 1118–1119; Bruce R. McConkie, Mormon Doctrine, 2de editie (1966), p. 583.