Vraag dat maar aan de zendelingen! Zij kunnen u helpen!

Ouderling Russell M. Nelson

van het Quorum der Twaalf Apostelen


Russell M. Nelson
Alle zendelingen, jong en oud, dienen enkel en alleen in de hoop dat ze het leven van andere mensen beter kunnen maken.

Geliefde broeders, zusters en vrienden, wij groeten u en betuigen u onze liefde. We zijn heel blij met de bekendmaking die president Thomas S. Monson vanochtend gedaan heeft, die de minimumzendingsleeftijd voor jonge mannen op 18 brengt en voor jonge vrouwen op 19. Door deze optie zullen meer van onze jongeren de zegeningen van een zending genieten.

Twee jaar geleden en vanochtend nogmaals verklaarde president Monson onomwonden: ‘Iedere waardige jongeman die daartoe in staat is, dient zich op een zending voor te bereiden. Een zending is een priesterschapsplicht — een verplichting aan de Heer, die ons heel veel heeft gegeven.’1 Nogmaals legde hij uit dat een zending voor jonge zusters een welkome mogelijkheid is, maar geen verplichting. En nogmaals riep hij echtparen op om een zending te vervullen.

Je op een zending voorbereiden is belangrijk. Een zending is een vrijwillige dienst aan God en de mensheid. Zendelingen bekostigen dat voorrecht met hun eigen spaargeld. Ouders, familieleden, vrienden en sponsors van het algemeen zendingsfonds kunnen ook bijspringen. Alle zendelingen, jong en oud, dienen enkel en alleen in de hoop dat ze het leven van andere mensen beter kunnen maken.

Het besluit om een zending te vervullen zal zijn weerslag hebben op de spirituele ontwikkeling van de zendeling, zijn of haar partner en hun nakomelingen in de komende generaties. Het verlangen om te dienen is het natuurlijke gevolg van iemands bekering, waardigheid en voorbereiding.

Velen van u in dit grote wereldwijde publiek zijn niet verbonden met De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen en weten weinig over ons en onze zendelingen. U bent hier of luistert mee omdat u meer over mormonen wilt horen en wilt weten wat de zendelingen onderwijzen. Als u ons beter leert kennen, zult u merken dat we veelal dezelfde waarden hebben. Wij moedigen u aan alles wat goed en waar is te behouden en dan te zien of wij daar nog iets aan toe kunnen voegen. In deze wereld met al zijn problemen hebben we soms hulp nodig. Godsdienst, eeuwige waarheid en onze zendelingen zijn een wezenlijk deel van die hulp.

Onze jonge zendelingen zetten hun opleiding, beroep, vertier en alles wat jongvolwassenen in die levensperiode meestal verder nog doen aan de kant. Zij zetten het gedurende anderhalf of twee jaar opzij vanwege hun intense verlangen om de Heer te dienen.2 En sommige zendelingen dienen op latere leeftijd. Ik weet dat hun familielieden hiervoor gezegend worden. In onze familie dienen nu acht mensen als voltijdzendeling: drie dochters, hun echtgenoten, een kleindochter en een kleinzoon.

Sommigen van u vragen zich misschien af wat de naam mormoon te betekenen heeft. Het is onze bijnaam. Het is niet onze echte naam, hoewel we overal als mormonen bekendstaan. De term komt van een boek met heilige Schriftuur, het Boek van Mormon genaamd.

De werkelijke naam van de kerk is De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Het is de herstelde oorspronkelijke kerk van Jezus Christus. Toen Hij op aarde was, vestigde Hij zijn kerk. Hij riep apostelen, zeventigen en andere leiders aan wie Hij priesterschapsbevoegdheid verleende om in zijn naam te handelen.3 In de tijd na Christus, nadat zijn apostelen overleden waren, veranderden de mensen de verordeningen en leer. De oorspronkelijke kerk en het priesterschap waren verloren gegaan. Na de middeleeuwen heeft Jezus Christus op aanwijzing van zijn hemelse Vader zijn kerk weer gevestigd. Nu bestaat die kerk weer. Zij is hersteld en functioneert onder zijn goddelijke leiding.4

Wij volgen de Heer Jezus Christus en onderwijzen over Hem. We weten dat de herrezen Heer na zijn heerlijke overwinning op de dood talloze keren aan zijn discipelen verscheen. Hij at met hen. Hij wandelde met hen. Voor zijn laatste hemelvaart gebood Hij hen: ‘Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.’5 De apostelen gaven gehoor aan die opdracht. Zij deden ook een beroep op anderen om het gebod van de Heer samen met hen uit te voeren.

In deze tijd is diezelfde opdracht op aanwijzing van de huidige apostelen en profeten aan de zendelingen van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen gegeven. Die zendelingen dienen in meer dan 150 landen. Als vertegenwoordigers van de Heer Jezus Christus proberen zij die goddelijke opdracht — in onze tijd door de Heer zelf hernieuwd — om de volheid van het evangelie uit te dragen en mensen overal tot zegen te zijn, te vervullen.6

Zendelingen rond de twintig jaar oud zijn in werelds opzicht nog jong. Maar zij worden met gaven gezegend — zoals de macht van de Heilige Geest, de liefde van God en een getuigenis van de waarheid — waardoor zij machtige vertegenwoordigers van de Heer worden. Ze brengen het goede nieuws van het evangelie dat ware vreugde en eeuwig geluk zal brengen aan allen die naar hun boodschap willen luisteren. En in veel gevallen doen ze dat in een vreemd land in een vreemde taal.

Zendelingen doen hun best om Jezus Christus in woord en daad te volgen. Ze prediken Jezus Christus en zijn verzoening.7 Ze onderwijzen de letterlijke herstelling van de vroege kerk van Christus middels de profeet van de laatste dagen, Joseph Smith.

Het kan zijn dat u onze zendelingen al eens bent tegengekomen of ze zelfs hebt genegeerd. Ik hoop dat u niet bang voor hen zult zijn maar van hen zult leren. Ze kunnen een zegen uit de hemel voor u zijn.

Dat was de ervaring van Jerry, een protestantse man, een zestigplusser, die in Mesa (Arizona) woont. Jerry’s vader was een predikant bij de baptisten; zijn moeder was predikant bij de methodisten. Op een dag vertelde Jerry’s goede vriendin Pricilla hem over het verdriet dat ze had door het overlijden van haar kind bij de geboorte en een bittere scheiding die kort daarna plaatsvond. Ze worstelde erg als alleenstaande moeder van vier kinderen, drie dochters en een zoon. Toen ze haar hart bij Jerry uitstortte, bekende ze dat ze overwoog zich het leven te benemen. Met alle kracht en liefde die hij in zich had probeerde Jerry haar te laten inzien dat haar leven waarde had. Hij nodigde haar bij hem in de kerk uit, maar Pricilla legde uit dat ze haar geloof in God verloren was.

Jerry wist niet wat hij moest doen. Later, toen hij zijn tuin aan het sproeien was, bad deze gelovige man om leiding tot God. Terwijl hij bad, hoorde hij een stem in zijn gedachten die zei: ‘Praat met de jongens op de fiets.’ Jerry vroeg zich verward af wat dit betekende. Terwijl hij over deze ingeving nadacht, keek hij de straat in en zag twee jongemannen in wit overhemd en das op de fiets op zijn huis afkomen. Verstomd door dit ‘toeval’ staarde hij hen na. Toen, beseffend dat hij tot actie moest overgaan, riep hij uit: ‘Hé daar, stop alsjeblieft! Ik moet jullie spreken!’

Met een verbaasde maar opgetogen blik stopten de twee jongemannen. Toen ze naderbij kwamen, zag hij dat ze een naambordje droegen dat aangaf dat ze zendelingen van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen waren. Jerry keek ze aan en zei: ‘Dit klinkt misschien een beetje raar, maar ik was aan het bidden en kreeg toen de opdracht om met de jongens op de fiets te praten. Ik keek de straat in en daar waren jullie. Kunnen jullie mij helpen?’

De zendelingen glimlachten en zeiden: ‘Natuurlijk kunnen we dat.’

Jerry vertelde over de zorgelijke situatie van Pricilla. Spoedig daarna hadden de zendelingen een afspraak met Pricilla, haar kinderen en Jerry. Ze bespraken het doel van het leven en Gods eeuwige plan voor hen. Jerry, Pricilla en haar kinderen groeiden in geloof door oprecht gebed, hun studie van het Boek van Mormon en de vriendschap met leden van de kerk. Jerry’s sterke geloof in Jezus Christus werd nog sterker. Pricilla’s twijfels en gedachten over zelfdoding veranderden in hoop en geluk. Ze lieten zich dopen en werden lid van de herstelde kerk van Christus.8

Ja, zendelingen kunnen op allerlei manieren helpen. Sommigen van u willen bijvoorbeeld misschien meer weten over uw voorouders. Misschien kent u de namen van uw ouders en uw vier grootouders, maar hoe zit het met uw acht overgrootouders? Kent u hun namen? Zou u meer van hen te weten willen komen? Vraag het maar aan de zendelingen! Zij kunnen u helpen!9 Ze hebben toegang tot de uitgebreide familiehistorische verslagen van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Sommigen onder u zijn lid van de kerk maar zijn momenteel niet actief betrokken. U houdt van de Heer en overweegt vaak om terug te keren tot zijn kudde. Maar u weet niet hoe u dat aan moet pakken. Ik stel voor dat u het de zendelingen vraagt!10 Zij kunnen u helpen! Ze kunnen ook helpen door hen die u dierbaar zijn les te geven. Wij en de zendelingen houden van u en willen vreugde en het licht van het evangelie in uw leven terugbrengen.

Sommigen onder u willen misschien weten hoe u een verslaving kunt overwinnen of langer kunt leven en gezonder zijn. Vraag het maar aan de zendelingen! Zij kunnen u helpen! Onafhankelijk onderzoek heeft uitgewezen dat leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen als geheel een gezonde groep zijn. Hun sterftecijfer behoort tot de allerlaagste en hun levensduur is het langste van alle welomschreven groepen naar wie uitgebreid onderzoek is gedaan.11

Sommigen onder u ervaren het leven misschien als druk en hectisch, maar diep in uw hart voelt u een gapende leegte zonder richting of doel. Vraag het maar aan de zendelingen! Zij kunnen u helpen! Ze kunnen u over het ware doel van het leven vertellen — waarom u hier op aarde bent en waar u na de dood heengaat. U kunt te weten komen hoe het herstelde evangelie van Jezus Christus u meer dan u zich nu kunt voorstellen tot zegen zal zijn.

Als u vragen hebt over uw gezin, vraag het maar aan de zendelingen! Zij kunnen u helpen! Het huwelijk en het gezin versterken is van het grootste belang voor heiligen der laatste dagen. Gezinsbanden kunnen eeuwig duren. Vraag de zendelingen om u uit te leggen hoe dit voor uw gezin mogelijk is.

Zendelingen kunnen u ook helpen bij uw verlangen naar meer kennis. Het mensenhart snakt naar verlichting. Of de waarheid nu uit een wetenschappelijk laboratorium of door openbaring van God komt, wij streven haar na! De heerlijkheid Gods is waarlijk intelligentie.12

Meer leren omvat zowel geestelijke als wereldlijke kennis. We benadrukken dat het belangrijk is om heilige Schriftuur te begrijpen. Onlangs wees een onafhankelijk onderzoek uit dat heiligen der laatste dagen het best onderlegd waren aangaande het christendom en de Bijbel.13 Als u de Bijbel beter wilt begrijpen, als u het Boek van Mormon beter wilt begrijpen en meer inzicht wilt krijgen in de broederschap van de mens en het vaderschap van God, vraag het dan maar aan de zendelingen! Zij kunnen u helpen!

Velen van u hebben een diep verlangen om mensen in nood te helpen. Omdat we Jezus Christus volgen, worden wij als heiligen der laatste dagen ook door die onverzadigbare drang aangespoord.14 Iedereen mag zich bij ons aansluiten om wie behoeftig zijn te steunen en hulp te bieden aan slachtoffers van rampen waar ook ter wereld. Als u daaraan deel wilt nemen, vraag het dan maar aan de zendelingen! Zij kunnen u helpen!

En als u meer wilt weten over het leven na de dood, over de hemel, over Gods plan voor u; als u meer wilt weten over Jezus Christus, zijn verzoening en de herstelling van zijn kerk zoals die oorspronkelijk was gevestigd, vraag het dan maar aan de zendelingen! Zij kunnen u helpen!

Ik weet dat God leeft. Jezus is de Christus. Zijn kerk is hersteld. Ik bid vurig dat God ieder van u en ieder van onze dierbare zendelingen mag zegenen. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1. Thomas S. Monson, ‘Nu we elkaar weerzien’, Liahona, november 2010, pp. 5–6.

  2.  

    2. Zie Leer en Verbonden 4:3.

  3.  

    3. Zie Matteüs 10:1; Lucas 6:13, 10:1; Efeziërs 4:11–12.

  4.  

    4. Zie Leer en Verbonden 1:30.

  5.  

    5.  Matteüs 28:19.

  6.  

    6. Zie Leer en Verbonden 68:8; 84:62; 112:28.

  7.  

    7. Zie 1 Korintiërs 2:2; 2 Nephi 25–26.

  8.  

    8. Persoonlijke informatie van W. Tracy Watson, voormalig president van het zendingsgebied Mesa (Arizona, VS).

  9.  

    9. Overal waar ik de zin ‘vraag het maar aan de zendelingen’ heb gebruikt, kunt u ook een vriend die lid van de kerk is om hulp vragen.

  10.  

    10. Ook familieleden, vrienden en kerkleiders die actief in de kerk betrokken zijn zullen graag helpen.

  11.  

    11. Zie James E. Enstrom and Lester Breslow, ‘Lifestyle and Reduced Mortality among Active California Mormons, 1980–2004,’ Preventative Medicine, deel 46 (2008), p. 135.

  12.  

    12. Zie Leer en Verbonden 93:36.

  13.  

    13. Zie U.S. Religious Knowledge Survey (Pew Forum on Religion and Public Life, 28 september 2010), p. 7.

  14.  

    14. Zie Ram Cnaan, Van Evans, and Daniel W. Curtis, Called to Serve: The Prosocial Behavior of Active Latter-day Saints (University of Pennsylvania School of Social Policy and Practice, 2012); ‘Mormon Volunteerism Highlighted in New Study’ (Mar. 16, 2012), http://www.mormonnewsroom.org/article/mormon-volunteerism-report; Mormons in America: Certain in Their Beliefs, Uncertain of Their Place in Society (Pew Forum on Religion and Public Life, Jan. 12, 2012), 43; Robert D. Putnam and David E. Campbell, American Grace: How Religion Divides and Unites Us (2010), pp. 444–454.