Wees heldhaftig wat je moed, kracht en inzet betreft

Bisschop Gary E. Stevenson

Presiderende bisschop


Gary E. Stevenson
Word als goede priesterschapsdragers net zo helfhaftig in moed als de tweeduizend jeugdige krijgers.

Ik voel me vanavond bijzonder gezegend nu ik als bisschop spreek tot de jongemannen, dragers van het Aäronisch priesterschap die overal ter wereld bijeen zijn gekomen voor deze algemene priesterschapsvergadering. Ik wil jullie het verhaal uit het Boek van Mormon van Helaman en zijn tweeduizend jeugdige strijders vertellen. Die Schrifttekst zal je inzicht geven in het karakter van die jonge mannen uit vroeger tijden en zal jullie, jongemannen in deze tijd, inspireren. Ik haal een lievelingstekst van me aan: ‘En het waren allen jongelingen, en zij waren buitengewoon heldhaftig wat hun moed en ook hun kracht en inzet betrof; doch zie, dat was niet alles: het waren mannen die te allen tijde getrouw waren in alle dingen die hun werden toevertrouwd.’1 Moed, kracht, inzet en waarheid, wat een bewonderenswaardige eigenschappen!

Ik wil het eerst hebben over hun eerstgenoemde eigenschap: ‘heldhaftig’ wat moed betreft. Voor mij beschrijft dat de overtuiging van deze jonge mannen dat ze moedig het goede moesten doen, of zoals Alma het beschrijft: ‘te allen tijde en […] op alle plaatsen […] als getuige van God op te treden’.2 De tweeduizend jeugdige krijgers maakten talloze momenten mee waarop ze blijk moesten geven van hun moed. Ieder van jullie zal in je leven ook bepalende momenten meemaken waarop er moed van je vereist wordt. Een vriend van mij, John, vertelde me over een van die momenten in zijn leven.

Enkele jaren geleden werd John toegelaten tot een vooraanstaande Japanse universiteit. Hij zou samen met andere studenten uit de hele wereld deel uitmaken van het internationale studentenprogramma. Sommigen schreven zich in om hun begrip van de cultuur en de taal te verruimen, anderen zagen het als een opstapje naar een loopbaan in Japan, maar wat ze gemeen hadden, was dat ze allemaal hun thuis achter hadden gelaten om in een vreemd land te studeren.

Al gauw nadat John er was aangekomen, verbreidde het bericht zich onder de buitenlandse studenten dat er op het dak van een woning een feestje zou worden gehouden. Die avond begaf John zich met twee vrienden naar het opgegeven adres.

Ze namen de lift naar de bovenste verdieping van het gebouw, beklommen de nauwe trap naar het dak, en mengden zich onder de feestgangers. In de loop van de avond veranderde de sfeer. Het lawaai, het muziekvolume en de hoeveelheid geconsumeerde alcohol namen toe, en John voelde zich steeds minder op zijn gemak. En toen begon iemand ineens studenten in een grote kring te zetten met de bedoeling om marihuanasigaretten te delen. John trok een afkeurend gezicht en zei snel tegen zijn twee vrienden dat het tijd was om te vertrekken. Een van hen zei bijna spottend: ‘John, dit is makkelijk op te lossen: we gaan gewoon in de kring staan, en als het onze beurt is, geven we de sigaret door in plaats van ’m te roken. Dan hoeven we onszelf niet in verlegenheid te brengen door weg te gaan.’ Dat leek John inderdaad makkelijk, maar het klonk niet goed. Hij wist dat hij zijn bedoeling aan moest kondigen en actie moest ondernemen. Hij raapte al zijn moed bij elkaar en zei dat ze konden doen wat ze zelf wilden, maar dat hij vertrok. Een van zijn vrienden besloot te blijven en in de kring te gaan staan; de ander besloot aarzelend om John naar de trap en de lift te volgen. Tot hun stomme verbazing stroomden er toen de liftdeuren opengingen Japanse politieagenten uit die zich via de trap naar het dak haastten. John en zijn vriend gingen de lift in en vertrokken.

Toen de politie bovenaan de trap was gekomen, gooiden de studenten snel de illegale drugs van het dak om niet gepakt te worden. Maar na de trap geblokkeerd te hebben, zetten de agenten alle aanwezigen op het dak op een rij en lieten alle studenten hun handen uitsteken. De agenten liepen langs de rij en roken aandachtig aan de duim en wijsvinger van elke student. Iedereen die marihuana had vastgehouden, of hij het nu had gerookt of niet, werd als schuldig beschouwd, wat grote consequenties had. Bijna zonder uitzondering werden alle studenten die op het dak waren gebleven van hun universiteit gestuurd. Zij die voor een wetsovertreding werden veroordeeld, werden Japan uit gezet. Hun droom van een opleiding in Japan en een eventuele toekomstige baan in dat land viel in duigen, en jaren van voorbereiding werden in een oogwenk tenietgedaan.

Ik zal jullie nu vertellen wat er gebeurde met de drie vrienden. De vriend die op het dak bleef, werd van de Japanse universiteit gestuurd waarvoor hij zoveel moeite had gedaan om er toegelaten te worden, en hij moest terug naar huis. De vriend die het feest die avond samen met John verliet, maakte zijn opleiding in Japan af en behaalde daarna nog twee graden aan topuniversiteiten in de Verenigde Staten. Zijn loopbaan bracht hem terug naar Azië, waar hij groot succes heeft behaald in zijn beroep. Hij is tot op de dag van vandaag dankbaar voor Johns voorbeeld van moed. En voor John zijn de gevolgen in zijn leven onmetelijk groot gebleken. De tijd die hij dat jaar in Japan doorbracht, leverde hem een gelukkig huwelijk en de geboorten van twee zoons op. Hij heeft veel succes gehad als zakenman en is onlangs hoogleraar geworden aan een Japanse universiteit. Denk je eens in hoe anders zijn leven zou zijn geweest als hij niet de moed had gehad om op die belangrijke avond in Japan het feest te verlaten.3

Jongemannen, er zullen momenten zijn waarop jullie net als John in het gezelschap van leeftijdgenoten blijk zullen moeten geven van rechtschapen moed, met als mogelijk gevolg dat je bespot wordt of in verlegenheid gebracht. En daarnaast worden in jullie wereld veel veldslagen met de tegenstander uitgevochten op een stil en eenzaam strijdtoneel achter een scherm. De techniek heeft grote voordelen, maar brengt ook moeilijkheden met zich mee waar voorgaande generaties geen last van hadden. Uit een recent onderzoek in Amerika is gebleken dat de tieners van deze tijd niet alleen op school met alarmerend grote verleidingen te maken krijgen, maar ook in de digitale wereld. Er bleek uit dat tieners die op sociale netwerksites bloot worden gesteld aan beelden van drank- of drugsgebruik drie tot vier keer zoveel kans lopen om dat zelf ook te gaan gebruiken. Een voormalig minister uit de Verenigde Staten zei over het onderzoek: ‘Het onderzoek van dit jaar onthult dat er een nieuwe soort druk door leeftijdgenoten is ontstaan: digitale druk. Digitale druk door leeftijdgenoten gaat verder dan de vriendenkring van een kind. Het dringt via het internet de woning en de slaapkamer van een kind binnen.’4 Blijk geven van rechtschapen moed is vaak een subtiele keus, die kan bestaan uit niets meer dan de vraag of je wel of niet ergens op klikt. Zendelingen leren het volgende uit Predik mijn evangelie: ‘Wat u denkt en doet als u alleen bent, als u denkt dat niemand u kan zien, is een belangrijke maatstaf van uw deugdzaamheid.’5 Wees moedig! Wees sterk! ‘Staat daarom in heilige plaatsen, en wordt niet aan het wankelen gebracht.’6

Jongemannen, ik beloof je dat de Heer je kracht zal geven. ‘Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht.’7 Hij zal je voor je moed en je rechtschapen gedrag belonen — met geluk en vreugde. Die moed komt voort uit je geloof in Jezus Christus en zijn verzoening, en uit je gebeden en je gehoorzaamheid aan de geboden.

President N. Eldon Tanner heeft gezegd: ‘Eén jongen op school kan een grote, goede invloed hebben. Eén jonge man in de voetbalploeg, op de campus of op werk kan door het evangelie na te leven, zijn priesterschap te eren en pal te staan voor het goede erg veel goeds tot stand brengen. Vaak zul je bekritiseerd en bespot worden, zelfs door hen die hetzelfde geloven als jij, ook al respecteren ze je omdat je het goede doet. Maar bedenk dat de Heiland zelf werd gekweld, bespot, bespuwd en uiteindelijk gekruisigd omdat Hij niet wankelde in zijn overtuiging. Heb je er wel eens over nagedacht wat er gebeurd zou zijn als Hij had toegegeven en had gezegd ‘O, wat heeft het ook voor zin’, en Hij zijn zending had opgegeven? Willen we mensen zijn die het opgeven, of willen we moedige dienstknechten zijn ondanks alle tegenstand en kwaad in de wereld? Laten we de moed hebben om pal te staan voor onze trouw als toegewijde, trouwe volgelingen van Christus.’8

Ik nodig jullie uit om als goede priesterschapsdragers net zo helfhaftig in moed te worden als de tweeduizend jeugdige krijgers. Bedenk: wat je doet, waar je heengaat en wat je ziet, bepalen wie je wordt. Wie wil jij worden? Word een goed diaken, goed leraar, goed priester. Stel je ten doel om de tempel nu waardig te zijn, en om je volgende ordening op de juiste leeftijd te verdienen, en uiteindelijk het Melchizedeks priesterschap te ontvangen. Dit is een pad van rechtschapenheid dat vraagt om goddelijke hulp. De Heer heeft gezegd: ‘In de verordeningen daarvan is de macht der goddelijkheid kenbaar.’9

Ouders, priesterschapsleiders en profetische prioriteiten in je boekjes Plicht jegens God en Voor de kracht van de jeugd zullen je richting geven.

President Thomas S. Monson heeft onlangs deze raad gegeven:

‘Om verstandige [beslissingen te nemen], hebben we moed nodig — de moed om nee te zeggen, de moed om ja te zeggen. (…)

‘Ik smeek je om hier en nu een besluit (…) te nemen dat je niet af zult wijken van het pad dat naar ons doel leidt: het eeuwig leven bij onze Vader in de hemel.’10

Jij kunt hetzelfde doen als de tweeduizend krijgers die gehoor gaven aan de oorlogskreet van hun leider, Helaman, en die heldhaftige moed opbrachten, door je profeet en leider, president Thomas S. Monson, te volgen.

Jonge Aäronisch-priesterschapsdragers, tot besluit geef ik mijn getuigenis van God de Vader en Jezus Christus, en van de woorden van Joseph Smith: ‘Broeders, zullen wij niet voorwaarts gaan in zo’n groot werk? Gaat voorwaarts en niet achterwaarts! Houdt moed, broeders; en op, op naar de overwinning!’11 In de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1.  Alma 53:20.

  2.  

    2.  Mosiah 18:9.

  3.  

    3. Persoonlijke belevenis, verteld aan de auteur.

  4.  

    4. Joseph A. Califano jr., stichter en emeritus-voorzitter van het National Center on Addiction and Substance Abuse aan de Columbia University, in een persbericht aangaande het onderzoek, casacolumbia.org.

  5.  

    5.  Predik mijn evangelie: handleiding voor zendingswerk (2004), p. 129.

  6.  

    6.  Leer en Verbonden 87:8.

  7.  

    7.  2 Timoteüs 1:7.

  8.  

    8. N. Eldon Tanner, ‘For They Loved the Praise of Men More Than the Praise of God’, Ensign, november 1975, pp. 74–75.

  9.  

    9.  Leer en Verbonden 84:20.

  10.  

    10. Thomas S. Monson, ‘De drie aspecten van keuzes’, Liahona november 2010, pp. 67–70.

  11.  

    11.  Leer en Verbonden 128:22.