Een christelijker christen worden

Ouderling Robert D. Hales

van het Quorum der Twaalf Apostelen


Robert D. Hales
Dit is de oproep van Christus aan alle christenen in deze tijd: ‘Weid mijn lammeren. (…) Hoed mijn schapen.’

Wat houdt het in om een christen te zijn?

Een christen heeft geloof in de Heer Jezus Christus, gelooft dat Hij de letterlijke Zoon van God is, dat Hij door zijn Vader is gezonden om voor onze zonden te lijden in de allesovertreffende liefdesdaad die we de verzoening noemen.

Een christen gelooft dat we ons door de genade van God de Vader en zijn Zoon, Jezus Christus, kunnen bekeren, anderen vergeven, de geboden onderhouden en het eeuwig leven beërven.

Het woord christen geeft aan dat we de naam van Christus op ons nemen. We doen dat door ons te laten dopen en door handoplegging de gave van de Heilige Geest te ontvangen van hen die zijn priesterschapsgezag dragen.

Een christen weet dat Gods profeten door de eeuwen heen van Jezus Christus hebben getuigd. Diezelfde Jezus verscheen, vergezeld van onze hemelse Vader, in het jaar 1820 aan de profeet Joseph Smith en bracht het evangelie terug, alsmede de organisatie van zijn oorspronkelijke kerk.

Door Schriftuur en het getuigenis van de profeet Joseph Smith weten we dat God, onze hemelse Vader, een verheerlijkt en vervolmaakt lichaam van vlees en beenderen heeft. Jezus Christus is zijn eniggeboren Zoon in het vlees. De Heilige Geest is een geestpersoon en heeft als taak om van de Vader en de Zoon te getuigen. De Godheid bestaat uit drie afzonderlijke en onderscheiden Personen die eensgezind zijn in de doelen die Zij nastreven.

Is er met deze leerstellingen als het fundament van ons geloof enige ruimte voor twijfel of dispuut dat leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen christenen zijn? Maar voor elke christen blijft er nog een eenvoudige vraag over: wat voor christen ben ik? Of met andere woorden: hoe goed slaag ik in mijn pogingen om Christus te volgen?

Denk eens met mij na over iets dat twee discipelen van Christus meemaakten:

‘Toen [Jezus] nu langs de zee van Galilea ging, zag Hij twee broeders, Simon, die Petrus genoemd wordt, en Andreas, diens broeder, een net in zee werpen; want zij waren vissers.

‘En Hij zeide tot hen: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken.

‘Zij nu lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem.’1

Tegenwoordig hebben wij als christenen de kans om directe, onmiddellijke en beslissende actie te ondernemen, net als Petrus en Andreas: ‘En zij lieten terstond hun netten liggen en volgden Hem.’2 Ook wij worden opgeroepen om onze netten te laten liggen, om wereldse gewoonten en tradities af te wijzen. Ook wij worden opgeroepen om onze zonden te verzaken. ‘En Hij riep de schare, met zijn discipelen, tot Zich en zeide tot hen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.’3 Onszelf goddeloos gedrag ontzeggen, is het begin van onze bekering, die een grote verandering van hart teweegbrengt, totdat wij ‘niet meer geneigd zijn om kwaad te doen’.4

Die verandering, die wij bekering noemen, is alleen mogelijk door de Heiland. Jezus heeft beloofd: ‘Indien de mensen tot Mij komen, zal Ik hun hun zwakheid tonen. (…) en mijn genade is genoeg voor alle mensen die zich voor mijn aangezicht verootmoedigen; want indien zij zich voor mijn aangezicht verootmoedigen en geloof hebben in Mij, zal Ik zwakke dingen sterk voor hen laten worden.’5 Worden wij nieuw in Christus, dan verandert onze aard en willen wij onze oude levenswijze niet meer oppakken.

Getrouwe christenen zullen echter altijd gezegend worden met moeilijkheden en teleurstellingen. Als die zuiverende moeilijkheden zich voordoen, kunnen we in de verleiding komen om terug te keren naar onze oude wegen. Na zijn kruisiging verscheen de Heiland aan de vrouwen en vertelde ze dat de broeders Hem in Galilea zouden vinden. Toen senior apostel Petrus terugkeerde naar Galilea, keerde hij ook terug naar bezigheden die hij kende, die voor hem vertrouwd waren. Hij zei dat hij ging vissen6 en hij nam enkele discipelen mee.

Petrus en de anderen visten de hele nacht zonder iets te vangen. De volgende ochtend verscheen Jezus op de oever en riep tot hen over het water: ‘Werpt uw net uit aan de rechterzijde van het schip.’ De discipelen die in de boot bleven, volgden zijn aanwijzing op en ontdekten al snel dat hun netten wonderbaarlijk vol waren. Johannes herkende onmiddellijk de stem van de Heiland, en Petrus sprong meteen in het water en zwom naar de kant.7

Tot de christenen die zijn teruggekeerd naar hun oude, minder getrouwe wegen, zeg ik: denk eens na over het goede voorbeeld van Petrus. Stel niet uit. Kom luisteren naar de stem van de Meester en herken die. En keer dan meteen terug naar Hem en neem opnieuw zijn overvloedige zegeningen in ontvangst.

Toen de broeders weer terugkeerden naar de oever, troffen ze een feestmaal met vis en brood aan. ‘Komt en houdt de maaltijd’,8 nodigde de Heiland uit. Terwijl Hij ze te eten gaf, vroeg Hij Petrus tot drie keer toe: ‘Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief?’ Toen Petrus zijn liefde voor Hem uitsprak, droeg de Heiland hem op: ‘Weid mijn lammeren. (…) Hoed mijn schapen.’9

Dit is de oproep van Christus aan alle christenen in deze tijd: ‘Weid mijn lammeren. (…) Hoed mijn schapen’ — breng mijn evangelie aan jong en oud. Beur ze op, zegen ze, troost ze, bemoedig ze en bouw ze op, vooral hen die anders denken en geloven dan wij. Wij weiden zijn lammeren bij ons thuis door de manier waarop wij het evangelie naleven: door de geboden te onderhouden, te bidden, de Schriften te bestuderen en zijn voorbeeld te volgen door liefde te geven. Wij hoeden zijn schapen in de kerk door ons dienstbaar te maken in priesterschapsquorums en hulporganisaties. En wij hoeden zijn schapen in de hele wereld door christelijke naasten te zijn, zuivere godsdienst te beoefenen door de weduwen te bezoeken, de wezen en de armen en alle behoeftigen te dienen.

Voor velen kan de oproep om een christen te zijn veeleisend en zelfs overweldigend lijken. Maar we hoeven niet bang te zijn of ons incapabel te voelen. De Heiland heeft beloofd om ervoor te zorgen dat we opgewassen zijn tegen ons werk. ‘Hij zeide tot hen: Komt achter Mij en Ik zal u vissers van mensen maken.’10 Volgen wij Hem, dan zegent Hij ons met gaven, talenten en de kracht om zijn wil te doen, stelt Hij ons in staat om het vertrouwde achter ons te laten en dingen te doen die we nog nooit eerder hebben gedaan. Dat kan inhouden dat we onze buren over het evangelie vertellen, mensen redden die geestelijk verloren waren, op voltijdzending gaan, werken in de tempel, een kind met beperkingen opvoeden, de verloren zoon liefhebben, een zieke partner verzorgen, misverstanden of kwalen verduren. Het betekent dat we ons voorbereiden om gehoor te geven aan zijn oproep door te zeggen: ‘Ik ga daar waarheen Gij mij zendt, ik spreek dan wat Gij mij te spreken geeft; wat Gij wilt zal ’k wezen, o Heer.’11

Het betekent dat we zijn wie onze hemelse Vader wil dat we zijn, dat we Jezus Christus volgen. Ik getuig dat Hij ons voortdurend roept om Hem te volgen. Als u nog maar net aan het ontdekken bent hoe toegewijde christenen heiligen der laatste dagen zijn, of als u niet zo actief bent geweest in de kerk en Hem weer wilt volgen, vrees dan niet! De eerste discipelen van de Heiland waren allen nieuwe leden van de kerk, pas bekeerd tot zijn evangelie. Jezus onderwees ieder van hen geduldig. Hij hielp ze om hun taken uit te voeren. Hij noemde hen zijn vrienden en legde zijn leven voor hen neer. En Hij heeft dat ook voor u en voor mij gedaan.

Ik getuig dat we door zijn oneindige liefde en genade christelijker christenen kunnen worden. Denk eens na over de volgende christelijke eigenschappen. Hoe goed zijn we die bij onszelf aan het verbeteren?

Christelijke naastenliefde. De Heiland waardeerde iedereen. Hij was vriendelijk en barmhartig voor iedereen, en Hij liet de negenennegentig achter om de honderdste te vinden,12 want ‘zelfs de haren van [ons] hoofd zijn alle geteld’13 voor Hem.

Christelijk geloof. Ondanks verleiding, beproeving en vervolging vertrouwde de Heiland op onze hemelse Vader en koos Hij ervoor om zijn geboden getrouw en gehoorzaam te zijn.

Christelijke opoffering. De Heiland gaf tijdens zijn leven van zijn tijd, zijn energie, en gaf uiteindelijk met de verzoening Zichzelf zodat al Gods kinderen konden opstaan en de kans krijgen om het eeuwig leven te beërven.

Christelijke zorg voor onze naasten. De Heiland hielp net als de barmhartige Samaritaan voortdurend de mensen om Hem heen door hen te redden, lief te hebben en te verzorgen, ongeacht hun cultuur, geloof of omstandigheden.

Christelijk dienstbetoon. Water putten uit een bron, vis bakken of stoffige voeten wassen, de Heiland bracht zijn dagen in dienst van anderen door; Hij verhief de afgematten en sterkte de zwakken.

Christelijk geduld. De Heiland wachtte temidden van zijn eigen verdriet en lijden op zijn Vader. En Hij wacht geduldig tot wij tot onszelf komen en dan tot Hem komen.

Christelijke vrede. Tijdens zijn bediening spoorde Hij aan tot begrip en bevorderde Hij vrede. Vooral onder zijn discipelen onderwees Hij dat christenen niet met andere christenen moeten twisten, wat hun meningsverschillen ook zijn.

Christelijke vergevensgezindheid. Hij leerde ons te zegenen wie ons vervloeken. Hij gaf ons het goede voorbeeld door te bidden dat zij die Hem kruisigden vergeven mochten worden.

Christelijke bekering. Net als Petrus en Andreas herkennen veel mensen de waarheid van het evangelie zodra ze die horen. Ze komen onmiddellijk tot bekering. Bij anderen kan het langer duren. In een openbaring bij monde van Joseph Smith heeft de Heiland gezegd: ‘Hetgeen van God is, is licht; en wie licht ontvangt en in God blijft, ontvangt meer licht; en dat licht wordt steeds helderder tot de volle dag toe’14, de volmaakte dag van onze bekering. Jezus Christus is ‘het licht en de Verlosser der wereld; de Geest der waarheid.’15

Christelijke volharding tot het einde. De Heiland hield zijn hele leven niet op om de wil van zijn Vader te doen, maar Hij ging door met goedheid, genade en waarheid te betrachten tot het eind van zijn sterfelijke leven.

Dat zijn enkele kenmerken van hen die naar de stem van de Heiland luisteren en Hem volgen. Als een van zijn bijzondere getuigen op aarde geef ik mijn christelijk getuigenis dat Hij u vandaag roept: ‘Kom hier, volg Mij.’16 Kom en bewandel het pad dat voert naar eeuwig geluk, vreugde en eeuwig leven in het koninkrijk van onze hemelse Vader. In de naam van Jezus Christus, onze Heiland en Verlosser. Amen.

Show References

  1.  

    1.  Matteüs 4:18–20.

  2.  

    2.  Marcus 1:18.

  3.  

    3.  Marcus 8:34.

  4.  

    4.  Mosiah 5:2.

  5.  

    5.  Ether 12:27; cursivering toegevoegd.

  6.  

    6.  Johannes 21:3.

  7.  

    7. Zie Johannes 21:3–8.

  8.  

    8.  Johannes 21:12.

  9.  

    9. Zie Johannes 21:15–17.

  10.  

    10.  Matteüs 4:19; cursivering toegevoegd.

  11.  

    11. Zie ‘Ik ga daar waarheen Gij mij zendt’, lofzang 179.

  12.  

    12. Zie Matteüs 18:12–14.

  13.  

    13.  Lucas 12:7.

  14.  

    14.  Leer en Verbonden 50:24.

  15.  

    15.  Leer en Verbonden 93:9.

  16.  

    16.  Lucas 18:22.