De zegeningen van het avondmaal

Ouderling Don R. Clarke

van de Zeventig


Don R. Clarke
Wij worden gezegend als we dankbaar zijn voor de verzoening van Jezus Christus, onze doopverbonden hernieuwen, vergiffenis voelen, en inspiratie krijgen van de Heilige Geest.

Ik ben opgegroeid in Rexburg (Idaho), waar ik beïnvloed en onderwezen ben door een geweldig gezin, vrienden, leerkrachten en leiders. Wij maken allemaal bijzondere dingen mee die onze ziel raken en alles voor altijd veranderen. Ik had in mijn jeugd zo’n ervaring. Door deze ervaring is mijn leven veranderd.

Ik was altijd actief in de kerk en maakte vooruitgang in de Aäronische priesterschap. In mijn tienerjaren vroeg broeder Jacobs, mijn leraar, ons om op een kaartje te schrijven waar we die dag tijdens het avondmaal aan hadden gedacht. Ik begon op mijn kaartje te schrijven. Bovenaan het lijstje stond een basketbalwedstrijd die we de avond tevoren hadden gewonnen. En daarna een date na de wedstrijd, en zo ging de lijst door. Ver naar onderen op de lijst, en beslist niet in vette letters, stond de naam van Jezus Christus.

We vulden elke zondag het kaartje in. Voor een jonge Aäronisch-priesterschapsdrager kregen het avondmaal en de avondmaalsdienst een nieuwe, grotere en geestelijke betekenis. Ik keek altijd erg naar de zondagen uit en naar de gelegenheid om deel te nemen aan het avondmaal, daar het begrip van de verzoening van de Heiland me veranderde. Tot op de dag vandaag kan ik bij het nemen van het avondmaal mijn kaartje zien en mijn lijst doornemen. Maar nu staat de Heiland van de mensheid altijd bovenaan mijn lijst.

In het Nieuwe Testament lezen we over de keer dat de Heiland voor het paschafeest met zijn apostelen bijeenkwam in een bovenzaaltje.

‘En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.

‘Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.1

Jezus stelde de verordening van het avondmaal ook in tijdens zijn bezoek aan de Nephieten.2 Ik ben gaan inzien hoe belangrijk die twee gebeurtenissen waren.

President David O. McKay heeft gezegd: ‘Ik heb het gevoel dat ik de bijeenkomst moet beklemtonen die de Heer heeft aangewezen als de belangrijkste in de kerk, namelijk de avondmaalsdienst.’3 Als we ons goed voorbereiden op het avondmaal, kan het ons leven veranderen. Ik wil vijf beginselen voorstellen die ons tot zegen kunnen zijn als we waardig aan het avondmaal deelnemen.

I. Dankbaarheid voor de verzoening van Jezus Christus.

Het eerste beginsel is tijdens het avondmaal uw hemelse Vader dankbaar te zijn voor de verzoening van zijn Zoon. Het volgende verhaal over het ronddienen van het avondmaal doet de ronde:

‘Het avondmaal betekende niet veel voor me, tot de zondag dat ik tot diaken werd geordend. Die middag diende ik voor het eerst het avondmaal rond. Vóór de dienst waarschuwde een van de diakenen me: “Let op broeder Schmidt. Het kan nodig zijn om hem wakker te maken!” Eindelijk was de tijd aangebroken dat ik het avondmaal zou ronddienen. Ik deed de eerste zes rijen heel goed. Kinderen en volwassenen namen het brood zonder dat ze er merkbaar over na moesten denken of problemen mee hadden. En toen kwam ik bij de zevende rij, waar broeder Schmidt altijd zat. Maar ik was verbaasd. In plaats van te slapen, was hij klaarwakker. In tegenstelling tot de anderen die ik had bediend, nam hij het brood zo te zien erg aandachtig en eerbiedig.

‘Enkele minuten later naderde ik rij zeven weer met het water. Dit keer had mijn vriend het bij het rechte eind. Broeder Schmidt zat met zijn hoofd gebogen en zijn grote Duitse ogen dicht. Hij was duidelijk in diepe slaap. Wat kon ik doen of zeggen? Ik keek even naar zijn voorhoofd, dat gerimpeld en versleten was door jaren hard werken en ontbering. Hij was als tiener lid geworden van de kerk en had in zijn Duitse dorpje veel vervolging te verduren gehad. Ik had het verhaal al vaak gehoord in de getuigenisdienst. Ik besloot uiteindelijk om voorzichtig zijn schouder aan te duwen, in de hoop hem wakker te maken. Toen ik dat deed, ging zijn hoofd langzaam omhoog. Er stroomden tranen over zijn wangen, en toen ik in zijn ogen keek, zag ik liefde en vreugde. Hij stak stilletjes zijn hand uit en pakte het water. Hoewel ik toen nog maar twaalf jaar was, kan ik me nog levendig herinneren hoe ik me voelde toen ik die ruige oude man aan het avondmaal deel zag nemen. Ik wist zonder enige twijfel dat hij van het avondmaal een gevoel kreeg dat ik nog nooit had gevoeld. Ik besloot toen dat ik diezelfde gevoelens wilde hebben.’4

Broeder Schmidt had met de hemel gecommuniceerd, en de hemel had met hem gecommuniceerd.

II. Bedenk dat we ons doopverbond hernieuwen

Het tweede beginsel is te bedenken dat we bij onze deelname aan het avondmaal ons doopverbond hernieuwen. Enkele beloften die we doen, omvatten volgens de Schriften:

‘[Gij zijt] verlangend […] tot de kudde Gods toe te treden en zijn volk te worden genoemd en gewillig […] elkaars lasten te dragen […] en gewillig […] te treuren met hen die treuren; […] als getuige van God op te treden.’5

‘Naar voren treden met een gebroken hart en een verslagen geest, […] en gewillig zijn de naam van Jezus Christus op zich te nemen, met het vaste voornemen Hem tot het einde te dienen,’6 zijn geboden te onderhouden en Hem altijd indachtig te zijn.7

De avondmaalsgebeden zijn een herinnering aan die verbonden. Als we deelnemen aan het avondmaal, hernieuwen we onze toewijding aan het naleven van die verbonden. Ik denk dat het gepast zou zijn om de avondmaalsgebeden uit het hoofd te leren en ze in ons hart te bewaren. Dan zouden we ons beter kunnen richten op het hernieuwen van onze doopverbonden. Of we nu acht of tachtig jaar zijn als we gedoopt worden, ik hoop dat we die dag nooit zullen vergeten, noch de verbonden die we toen sloten.

III. Tijdens het avondmaal kunnen we het gevoel krijgen dat onze zonden vergeven zijn

Ten derde kunnen we tijdens het avondmaal het gevoel krijgen dat onze zonden vergeven zijn. Als we voorafgaand aan de avondmaalsdienst tijd hebben besteed aan bekering van onze zonden, kunnen we ons na de avondmaalsdienst rein en zuiver voelen. President Packer heeft gezegd: ‘Het avondmaal hernieuwt het vergevingsproces. Elke zondag is de bediening van het avondmaal een ceremonie om het vergevingsproces te hernieuwen. […] Elke zondag reinigt u zichzelf, zodat uw geest, als de tijd is gekomen, bij uw overlijden rein zal zijn.’8 Als we waardig aan het avondmaal deelnemen, kan dat ons helpen om ons net als het volk van koning Benjamin te voelen. Die mensen waren ‘met vreugde […] vervuld, omdat zij vergeving van hun zonden hadden ontvangen en gemoedsrust hadden.9

IV. Wij kunnen inspiratie ontvangen om onze problemen op te lossen

Het vierde beginsel is dat wij tijdens de avondmaalsdienst inspiratie kunnen ontvangen om onze problemen op te lossen. Toen ik zendingspresident was in Bolivia, waren Mary Anne en ik zo gezegend dat we een instructiebijeenkomst voor zendingspresidenten met president Eyring mochten bijwonen. In die bijeenkomst leerde hij ons dat er drie belangrijke manieren zijn om baat te hebben bij een bijeenkomst. We zouden met onze problemen moeten komen, nederig als kinderen en bereid om te leren, en met een verlangen om Gods kinderen te helpen.

Gaan we nederig naar de avondmaalsdienst, dan kunnen we gezegend worden met ingevingen voor oplossingen voor onze dagelijkse problemen. We moeten voorbereid gaan, bereid zijn om te luisteren, en ons niet laten afleiden. In de Schriften lezen we: ‘Maar zie, Ik zeg u dat u het in uw gedachten moet uitvorsen; daarna moet u Mij vragen of het juist is, en indien het juist is, zal Ik uw boezem in u doen branden; bijgevolg zult u voelen dat het juist is.10 Wij kunnen te weten komen wat we moeten doen om onze problemen op te lossen.

V. Als we waardig aan het avondmaal deelnemen, kunnen we beter vervuld worden met de Heilige Geest

V. Het vijfde beginsel: als we waardig aan het avondmaal deelnemen, kunnen we beter vervuld worden met de Heilige Geest. Toen Jezus bij zijn bezoek aan de Nephieten het avondmaal instelde, zei Hij: ‘Hij die dit brood eet, eet van mijn lichaam voor zijn ziel; en hij die van deze wijn drinkt, drinkt van mijn bloed voor zijn ziel; en zijn ziel zal nimmermeer hongeren of dorsten, maar verzadigd zijn.’11 Hun werd beloofd dat ze met de Heilige Geest vervuld zouden worden als ze hongerden en dorstten naar gerechtigheid. Het avondmaalsgebed belooft ook dat we, als we zijn geboden onderhouden, altijd zijn Geest bij ons zullen hebben.12

Ouderling Melvin J. Ballard heeft gezegd: ‘Ik kan getuigen dat er tijdens de bediening van het avondmaal een bepaalde geest aanwezig is die de ziel van top tot teen verwarmt. Dan voel je diepe geestelijke wonden genezen en worden lasten verlicht. De ziel die een oprecht verlangen heeft om dit geestelijke voedsel te ontvangen, en die ervoor in aanmerking komt, zal troost en geluk vinden.’13

Wij worden gezegend als we dankbaar zijn voor de verzoening van Jezus Christus, onze doopverbonden hernieuwen, vergiffenis voelen, en inspiratie krijgen van de Heilige Geest wanneer we wekelijks aan het avondmaal deelnemen. Het zal altijd een fijne avondmaalsdienst zijn als het avondmaal centraal staat in onze aanbidding. Ik ben dankbaar voor de verzoening van Jezus Christus. Ik weet dat Hij leeft. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1.  Lucas 22:19–20; cursivering toegevoegd.

  2.  

    2. Zie 3 Nephi 18.

  3.  

    3. David O. McKay, Conference Report, oktober 1929, p. 11.

  4.  

    4.  Book of Mormon Student Manual (lesboek van het Church Educational System, 1979), p. 417.

  5.  

    5.  Mosiah 18:8–9.

  6.  

    6.  Leer en Verbonden 20:37.

  7.  

    7. Zie Leer en Verbonden 20:77.

  8.  

    8. Boyd K. Packer, Mine Errand from the Lord (2008), p. 196.

  9.  

    9.  Mosiah 4:3; cursivering toegevoegd.

  10.  

    10.  Leer en Verbonden 9:8; cursivering toegevoegd.

  11.  

    11.  3 Nephi 20:8.

  12.  

    12. Zie Leer en Verbonden 20:77.

  13.  

    13. Melvin J. Ballard, aangehaald door Bryant S. Hinckley in Sermons and Missionary Services of Melvin Joseph Ballard (1949), p. 149.