Tot de Heer bekeerd

Ouderling David A. Bednar

van het Quorum der Twaalf Apostelen


David A. Bednar
Weten dat het evangelie waar is, is de kern van een getuigenis. Waarlijk trouw zijn aan het evangelie is de kern van bekering.

Mijn boodschap gaat over de samenhang tussen een getuigenis ontvangen dat Jezus de Christus is en onze bekering tot Hem en zijn evangelie. We behandelen de onderwerpen getuigenis en bekering doorgaans afzonderlijk en los van elkaar. We nemen echter in kostbare kennis en geestelijke overtuiging toe als we deze twee belangrijke thema’s samen beschouwen.

Ik bid dat de Heilige Geest ieder van ons zal onderrichten en opbouwen.

Wie zegt gij, dat Ik ben?

We komen veel over getuigenis en bekering te weten door de bediening van de apostel Petrus.

Toen Jezus in de omgeving van Caesarea Filippi gekomen was, stelde Hij zijn discipelen deze indringende vraag: ‘Wie zegt gij, dat Ik ben?’

Petrus antwoordde onomwonden:

‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!

‘Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is’ (Matteüs 16:15–17).

Uit het antwoord van Petrus en de uitleg van de Heiland blijkt dat een getuigenis persoonlijke kennis van geestelijke waarheid is, door openbaring verkregen. Een getuigenis is een gave van God en is weggelegd voor al zijn kinderen. Ieder die oprecht naar waarheid zoekt, kan een getuigenis ontvangen door het noodzakelijke ‘sprankje geloof’ in Jezus Christus te oefenen en ‘te beproeven’ (Alma 32:27), door ‘de kracht van het woord’ te proberen (Alma 31:5), door zich over te geven ‘aan de ingevingen van de Heilige Geest’ (Mosiah 3:19) en door tot God te ontwaken (zie Alma 5:7). Een getuigenis gaat gepaard met meer eigen verantwoording en geeft ons richting, vertrouwen en vreugde.

Een getuigenis van geestelijke waarheid nastreven en ontvangen, vereist dat we vragen, zoeken en kloppen (zie Matteüs 7:7; 3 Nephi 14:7) met een oprecht hart, eerlijke bedoeling en geloof in de Heiland (zie Moroni 10:4). Fundamentele bouwstenen van een getuigenis zijn weten dat onze hemelse Vader leeft en van ons houdt, dat Jezus Christus onze Heiland is en dat de volheid van het evangelie in deze laatste dagen op aarde is hersteld.

Als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt

Toen de Heiland zijn discipelen bij het laatste avondmaal onderrichtte, zei hij tegen Petrus:

‘Simon, Simon, zie, de satan heeft verlangd [u] te ziften als de tarwe,

‘maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken. En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen’ (Lucas 22:31–32).

Het is interessant dat deze machtige apostel met de Meester had gesproken en gewandeld, vele wonderen had gezien en een sterk getuigenis van de goddelijkheid van de Heiland had. Toch had zelfs Petrus nadere instructies van Jezus nodig over de bekerende en heiligende macht van de Heilige Geest en zijn opdracht om trouw te dienen.

De kern van het evangelie van Jezus Christus omvat een fundamentele en permanente verandering van onze aard, die mogelijk is dankzij de verzoening van de Heiland. Ware bekering zorgt voor een verandering in iemands opvattingen, hart en leven om de wil van God te aanvaarden en te doen (zie Handelingen 3:19; 3 Nephi 9:20). Zij omvat ook een bewuste keuze om een discipel van Christus te worden.

Bekering is een uitbreiding, verdieping en verbreding van het onderliggende fundament van een getuigenis. Zij volgt op openbaring van God en gaat gepaard met berouw, gehoorzaamheid en ijver. Ieder die oprecht naar waarheid zoekt, kan tot bekering komen door de machtige verandering van hart te ondervinden en geestelijk uit God geboren te worden (zie Alma 5:12–14). Als we de verordeningen en verbonden voor ons heil en onze verhoging in acht nemen (zie LV 20:25), ‘standvastig in Christus voorwaarts streven’ (2 Nephi 31:20) en met geloof tot het einde toe volharden (zie LV 14:7), worden we een nieuw schepsel in Christus (zie 2 Korintiërs 5:17). Bekering is de overgave van onszelf, onze liefde en onze trouw aan God uit dankbaarheid voor de gave van ons getuigenis.

Voorbeelden van bekering in het Boek van Mormon

Het Boek van Mormon staat vol inspirerende bekeringsverhalen. Amaleki, een nakomeling van Jakob, verklaarde: ‘Ik [zou] willen dat gij tot Christus komt, die de Heilige Israëls is, en deelhebt aan zijn heil en de kracht van zijn verlossing. Ja, komt tot Hem en biedt Hem uw gehele ziel als offerande aan’ (Omni 1:26).

Door de macht van de Heilige Geest weten dat Jezus de Christus is, is belangrijk en noodzakelijk. Maar werkelijk tot Hem komen en onze gehele ziel als offerande aanbieden vereist meer dan kennis alleen. Bekering vereist geheel ons hart, geheel onze macht, en geheel ons verstand en onze kracht (zie LV 4:2).

Het volk van koning Benjamin riep als reactie op zijn onderricht uit: ‘Ja, wij geloven alle woorden die gij tot ons hebt gesproken; en ook weten wij dat ze zeker en waar zijn, dankzij de Geest van de almachtige Heer, die een grote verandering in ons, ofwel in ons hart, heeft teweeggebracht, waardoor wij niet meer geneigd zijn om kwaad te doen, maar wél om voortdurend goed te doen’ (Mosiah 5:2). Zij aanvaardden de woorden die gesproken waren, verkregen een getuigenis van de waarheid ervan en oefenden geloof in Christus, waardoor zij een machtige verandering in hun hart ondervonden en vastbesloten waren hun leven te beteren.

Van de bekeerde Lamanieten in het boek Helaman wordt geschreven dat zij ‘zich op het pad van hun plicht bevind[en], en zij wandelen behoedzaam voor het aangezicht van God, en zij onderhouden nauwgezet zijn geboden en zijn inzettingen en zijn gerichten. […]

‘[…] En met onvermoeide ijver streven zij ernaar de rest van hun broeders tot de kennis der waarheid te brengen’ (Helaman 15:5–6).

Uit deze voorbeelden blijkt dat bekering vooral te maken heeft met een machtige verandering in ons hart ondervinden, geneigd zijn om voortdurend goed te doen, op het pad van onze plicht voorwaarts gaan, behoedzaam voor het aangezicht van God wandelen, de geboden onderhouden en met onvermoeide ijver dienen. Deze trouwe zielen hadden zich duidelijk volkomen aan de Heer en zijn leringen toegewijd.

Tot bekering komen

Bekering is voor de meesten van ons een voortdurend proces en niet een eenmalige gebeurtenis als gevolg van een indrukwekkende of spectaculaire ervaring. Regel op regel en voorschrift op voorschrift worden onze motieven, gedachten, woorden en daden geleidelijk en bijna onmerkbaar in overeenstemming met de wil van God gebracht. Bekering tot de Heer vereist zowel volharding als geduld.

Samuël de Lamaniet noemde vijf basiselementen van onze bekering tot de Heer: (1) geloven in de leringen en profetieën van de heilige profeten die in de Schriften zijn opgetekend, (2) geloof oefenen in de Heer Jezus Christus, (3) tot inkeer komen, (4) een machtige verandering van hart ondervinden, en (5) ‘onwrikbaar en standvastig in het geloof’ worden (zie Helaman 15:7–8). Dit is het patroon dat tot bekering voert.

Getuigenis en bekering

Een getuigenis is het begin van, en een voorwaarde voor, voortdurende bekering. Een getuigenis is het vertrekpunt, niet het einddoel. Een sterk getuigenis is het fundament waarop onze bekering is gegrondvest.

Een getuigenis alleen is en blijft niet genoeg om ons te beschermen in de storm van duisternis en kwaad waarin we in deze laatste dagen leven. Een getuigenis is belangrijk en noodzakelijk, maar niet voldoende om de geestelijke kracht en bescherming te bieden die we nodig hebben. Sommige leden van de kerk met een getuigenis zijn gaan wankelen en zijn weggevallen. Hun geestelijke kennis en toewijding waren ontoereikend om de uitdagingen waarvoor ze stonden aan te kunnen.

De samenhang tussen getuigenis en bekering valt ook duidelijk op te maken uit het zendingswerk van de zoons van Mosiah.

‘Zovelen als er geloofden, ofwel zovelen als er tot de kennis der waarheid waren gebracht door de prediking van Ammon en zijn broeders, volgens de geest van openbaring en van profetie, en de macht Gods die wonderen onder hen werkte — ja, […] zowaar de Heer leeft, zovelen van de Lamanieten als er geloofden in hun prediking en zich tot de Heer bekeerden, zijn nooit afvallig geworden.

‘Want zij werden een rechtvaardig volk; zij legden de wapens van hun opstand neer, zodat zij niet meer tegen God streden. […]

‘Welnu, dezen zijn het die zich tot de Heer bekeerden’ (Alma 23:6–8).

Twee belangrijke elementen worden in deze verzen beschreven: (1) de kennis der waarheid, ofwel een getuigenis, en (2) tot de Heer bekeerden, waar ik bekering tot de Heiland en zijn evangelie onder versta. De krachtige combinatie van getuigenis en bekering tot de Heer resulteerde dus in onwrikbaarheid en standvastigheid, en zorgde voor geestelijke bescherming.

Zij zijn nooit afvallig geworden en zij ‘legden de wapens van hun opstand neer, zodat zij niet meer tegen God streden’. Gekoesterde ‘wapens van opstand’ zoals zelfzucht, hoogmoed en ongehoorzaamheid afleggen, vereist meer dan geloof en kennis alleen. Overtuiging, nederigheid, berouw en overgave gaan vooraf aan het wegdoen van onze wapens van opstand. Bezitten u en ik nog steeds wapens van opstand die ons ervan weerhouden ons tot de Heer te bekeren? Zo ja, dan moeten we nu tot bekering komen.

Merk op dat de Lamanieten zich niet tot de zendelingen bekeerden die ze de geweldige programma’s van de kerk hadden uitgelegd. Zij bekeerden zich niet tot de persoonlijkheid van hun leiders of tot het bewaren van hun culturele erfgoed of de overleveringen van hun vaderen. Zij bekeerden zich tot de Heer — tot Hem als de Heiland en tot zijn goddelijkheid en leer — en zij zijn nooit afvallig geworden.

Een getuigenis is geestelijke kennis van waarheid, verkregen door de macht van de Heilige Geest. Voortdurende bekering is constante toewijding aan de geopenbaarde waarheid die we ontvangen hebben — met een bereidwillig hart en rechtschapen bedoelingen. Weten dat het evangelie waar is, is de kern van een getuigenis. Waarlijk trouw zijn aan het evangelie is de kern van bekering. Wij behoren te weten dat het evangelie waar is en het evangelie waarlijk trouw te zijn.

Getuigenis, bekering en de gelijkenis van de tien maagden

Ik ga nu een van de vele mogelijke betekenissen van de gelijkenis van de tien maagden gebruiken om de samenhang tussen getuigenis en bekering te verduidelijken. Tien maagden, van wie er vijf dwaas en vijf wijs waren, trokken met hun lamp de bruidegom tegemoet. Beschouw de lamp die de maagden gebruikten als de lamp van getuigenis. De dwaze maagden namen wel de lamp van hun getuigenis maar geen olie mee. Beschouw de olie als de olie van bekering.

‘Doch de wijze namen olie [van bekering] in haar kruiken, met haar lampen [van getuigenis].

‘Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in.

‘En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet!

‘Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen [van getuigenis] in orde.

‘En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie [de olie van bekering], want onze lampen [van getuigenis zijn zwak en] gaan uit.

‘Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf’ (Matteüs 25:4–9).

Waren de vijf wijze maagden zelfzuchtig en niet bereid om te delen, of gaven ze terecht te kennen dat de olie van bekering niet kan worden geleend? Kan de geestelijke kracht die voortvloeit uit voortdurende gehoorzaamheid aan de geboden aan een ander worden gegeven? Kan de kennis verkregen door ijverige studie en overpeinzing van de Schriften worden overgeheveld naar iemand die in nood verkeert? Kan de vrede die het evangelie een getrouwe heilige der laatste dagen schenkt, worden overgedragen aan iemand die met tegenslagen of grote moeilijkheden kampt? Het duidelijke antwoord op al deze vragen is nee.

Zoals de wijze maagden dat juist onder woorden brachten, moet ieder ‘kopen voor zichzelf’. Deze geïnspireerde vrouwen spraken niet over een zakelijke transactie, maar beklemtoonden veeleer onze eigen verantwoordelijkheid om de lamp van ons getuigenis brandende te houden en voor voldoende olie van bekering te zorgen. Die kostbare olie wordt druppel voor druppel verkregen — ‘regel op regel [en] voorschrift op voorschrift’ (2 Nephi 28:30), geduldig en gestaag. Er is geen sneltraject voorhanden; er is geen haastige voorbereiding op het laatste moment mogelijk.

‘Welnu, weest getrouw, bidt altijd, hebt uw lamp in orde en brandende, en hebt olie bij u, zodat u gereed zult zijn bij de komst van de Bruidegom’ (LV 33:17).

Getuigenis

Ik beloof dat we, als we kennis van de waarheid krijgen en we ons tot de Heer bekeren, onwrikbaar en standvastig zullen blijven en nooit afvallig worden. Wij leggen onze wapens van opstand dan graag af. Wij worden dan gezegend met een helder brandende lamp van ons getuigenis en met voldoende olie van bekering. En als wij meer volkomen tot bekering zijn gekomen, zullen wij onze familieleden, onze vrienden en anderen versterken. Van die waarheden getuig ik in de heilige naam van de Heer Jezus Christus. Amen.