Met ons hart leren

Ouderling Elder Walter F. González

van het Presidium der Zeventig


Walter F. Gonzalez
Wij kunnen tot Christus komen door met ons hart naar essentiële waarheden op zoek te gaan.

‘Komt tot Mij […], opdat gij zult voelen en zien.’1 Dat was een krachtige aansporing van de Heiland aan de inwoners van het oude Amerika. Ze voelden met hun handen en zagen met hun ogen dat Jezus de Christus was. Datzelfde gebod geldt net zozeer voor ons in deze tijd als toen voor hen. Als wij tot Christus komen, dan kunnen ook wij voelen en ‘met zekerheid’2 weten — niet met onze handen of ogen maar met ons hele hart en verstand — dat Jezus de Christus is.

Wij kunnen tot Christus komen door met ons hart naar essentiële waarheden op zoek te gaan. Als wij dat doen, ontvangen wij door middel van Gods ingevingen kennis die op geen enkele andere manier verkregen kan worden. De apostel Petrus wist met zekerheid dat Jezus de Christus, de Zoon van de levende God, was. De Heiland legde Petrus uit dat hij die kennis niet door ‘vlees en bloed’ had verkregen, ‘maar [door de] Vader, die in de hemelen is.’3

De profeet Abinadi legde uit welke rol die gevoelens spelen, die van God afkomstig zijn. Hij zei dat we de Schriften niet volledig kunnen begrijpen tenzij we ons hart op het begrijpen gericht hebben.4

Deze waarheid is mooi uiteengezet in het kinderboek De kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry. In het verhaal raakt de kleine prins bevriend met een vos. Als ze afscheid van elkaar nemen, vertelt de vos de kleine prins een geheim. Hij zegt: ‘Dit is mijn geheim […] : alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.’5

De 88-jarige broeder Thomas Coelho is een goed voorbeeld van iemand die het wezenlijke met zijn hart zag. Hij was een trouw hogeraadslid in Paysandú (Uruguay). Voordat broeder Coelho lid van de kerk werd, kreeg hij een motorongeluk. Toen hij op de grond lag en niet kon opstaan, hielpen twee van onze zendelingen hem, zodat hij weer naar huis kon. Hij zegt dat hij iets bijzonders voelde toen de zendelingen hem die dag hulp boden. Toen de zendelingen hem later onderwezen, kreeg hij opnieuw sterke gevoelens. Die gevoelens waren zo sterk dat hij het Boek van Mormon in slechts een paar dagen uitlas. Hij liet zich dopen en diende vanaf die dag trouw en onvermoeibaar. Ik weet nog dat hij door de straten van onze stad op zijn motor reed, zelfs in het koude en regenachtige winterweer, om anderen tot de kerk te brengen, zodat zij net als hij zouden kunnen voelen, zien en met zekerheid weten.

In deze tijd zijn wij omringd door zoveel informatie dat we wellicht denken dat we alles te weten kunnen komen door miljoenen webpagina’s af te zoeken. We kunnen zowel goede als slechte informatie op het internet vinden, maar informatie op zich is niet genoeg. God heeft ons een bron van meer kennis gegeven,6 namelijk kennis die uit de hemel komt. Onze hemelse Vader kan ons die kennis geven als wij op het celestiale internet in ons hart en in ons verstand zoeken. De profeet Joseph Smith zei dat hij ‘het oudste boek in [zijn] hart [had], namelijk de gave van de Heilige Geest.’7

Door onder meer de Schriften te lezen, de profeten te gehoorzamen en te bidden, krijgen we toegang tot die celestiale bron. Daarnaast moeten we de tijd nemen om stil te zijn8 en de celestiale ingevingen te voelen en volgen. Als we dat doen, ‘voelen en zien’ we dingen die we niet door moderne technologie kunnen leren. Naarmate we ervarener worden met het zoeken op het celestiale internet, gaan we de waarheid onderscheiden, ook als we over wereldlijke geschiedenis of andere onderwerpen lezen. Zij die oprecht naar waarheid zoeken, zullen door de macht van de Heilige Geest de waarheid van alle dingen kennen.9

Een woord van waarschuwing: als wij kwaad doen en de Heer vergeten, wordt onze toegang tot dat celestiale internet gehinderd. Nephi zei tegen zijn broers dat ze de ‘woorden [van de Heer] niet [konden] voelen’, want zij waren ‘snel om ongerechtigheid te bedrijven, maar traag om de Heer […] te gedenken.’10 Slechte daden staan ons vermogen om te zien, te voelen en anderen lief te hebben in de weg. Ons vermogen om de dingen van Christus te zien en te voelen, wordt groter als wij snel zijn om de Heer te gedenken door ‘met alle kracht van [ons] hart’11 te bidden en onze geestelijke ervaringen in gedachte te houden. Nu vraag ik u:

  1. Weet u nog dat u gemoedsrust voelde toen u, na veel beproeving te hebben ondervonden, de Heer in krachtig gebed om hulp aanriep?
  2. Weet u nog dat u van uw planning bent afgeweken om een ingeving in uw hart te volgen?

De grote mannen in het Boek van Mormon kregen toegang tot meer kennis omdat zij zich hun belangrijkste geestelijke ervaringen bleven herinneren. Alma sterkte zijn kinderen door hen aan zijn bekeringsverhaal te laten denken.12 Helaman vertelde aan Nephi en Lehi om te denken aan — of te bedenken dat zij hun fundament op de rots van Christus moesten bouwen, zodat de duivel geen macht over hen zou hebben.13 Dat moeten wij ook doen. Als wij God gedenken, voelen wij en leven wij. Hierdoor krijgen de woorden van koning Benjamin een diepere betekenis. Hij zei: ‘En nu, o mens, denk hieraan en ga niet verloren.’14

Een van mijn dierbaarste, heiligste herinneringen was toen ik voelde dat het Boek van Mormon het woord van God was. Ik kwam erachter dat we ons zo gelukkig kunnen voelen dat we het met geen woorden kunnen beschrijven. Toen ik die dag knielde, voelde en wist ik dingen zeker waar ik op geen enkele andere manier achter had kunnen komen. Ik ben eeuwig dankbaar voor die herinnering waardoor ik in moeilijke tijden sterk kan blijven.

Degenen die kennis opdoen, niet door vlees en bloed maar door onze hemelse Vader, zullen zeker weten dat Jezus de Christus is en dat dit zijn kerk is. Door die kennis worden we sterk en kunnen we zo nodig veranderen, zodat we werkelijk onszelf worden. Om die reden nodigen wij iedere ziel uit om zich nu te laten dopen, zich te bekeren en tot Hem te komen.15

Iedere ziel kan door tot Christus te komen, zien, voelen en met zekerheid weten dat Christus tijdens zijn zoenoffer voor onze zonden heeft geleden. Als wij ons bekeren, hoeven wij niet onnodig te lijden.16 Dankzij Hem worden gewonde zielen en gebroken harten genezen. Er is geen last die Hij niet kan verlichten of afnemen. Hij kent onze zwakheden en ziekten. Ik beloof u en getuig tot u dat, als alle deuren gesloten lijken en alles lijkt te mislukken, Hij u niet in de steek zal laten. Christus zal u bijstaan. Hij is de oplossing, of u nu met een verslaving, een depressie of iets anders worstelt. Hij weet ‘hoe zijn volk te hulp te komen.’17 Huwelijken en gezinnen die in moeilijkheden verkeren, om welke reden dan ook — financiële tegenvallers, slechte invloeden van de media, of gezinskwesties — zullen een kalmerende hemelse invloed voelen. Het is een troost om te ‘voelen en zien’ dat Hij is opgestaan ‘met genezing onder zijn vleugels’18, en dat we dankzij Hem onze overleden dierbaren weer zullen terugzien en omhelzen. Als we ons tot Hem bekeren, worden we beslist genezen.19

Ik weet zeker dat dit allemaal waar is. Om die reden verhef ik mijn stem met de inwoners van het oude Amerika, die uitriepen: ‘Hosanna! Gezegend zij de naam van de Allerhoogste God!’20 Hij verlost ons. Ik geef mijn getuigenis dat Jezus de Christus is, de heilige Messias. Hij is de Heer der heerscharen, onze Heiland en Verlosser. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1.  3 Nephi 18:25.

  2.  

    2.  3 Nephi 11:15.

  3.  

    3. Zie Matteüs 16:16–17.

  4.  

    4. Zie Mosiah 12:27.

  5.  

    5. Naar Antoine de Saint-Exupéry, The Little Prince, vertaald door Katherine Woods (1971), p. 87.

  6.  

    6. Zie Ether 4:13.

  7.  

    7.  Leringen van kerkpresidenten: Joseph Smith (2007), p. 143.

  8.  

    8. Zie Leer en Verbonden 101:16.

  9.  

    9. Zie Moroni 10:3–5.

  10.  

    10.  1 Nephi 17:45.

  11.  

    11.  Moroni 7:48.

  12.  

    12. Zie Alma 36:5–24; 38:6–9.

  13.  

    13. Zie Helaman 5:12.

  14.  

    14.  Mosiah 4:30.

  15.  

    15. Zie 3 Nephi 9:13.

  16.  

    16. Zie Leer en Verbonden 19:16.

  17.  

    17.  Alma 7:12.

  18.  

    18.  2 Nephi 25:13; zie ook 3 Nephi 25:2.

  19.  

    19. Zie 2 Nephi 16:10; 3 Nephi 9:13.

  20.  

    20. Zie 3 Nephi 11:15–17.