De vreugdevolle verlossing van de doden

Ouderling Richard G. Scott

van het Quorum der Twaalf Apostelen


Richard G. Scott
‘Hij zal in het hart der kinderen de aan de vaderen gedane beloften planten, en het hart der kinderen zal zich tot hun vaderen wenden.’

De Heer heeft aan de profeet Joseph Smith sublieme leer geopenbaard over de heilige verordening van de doop. Dat licht kwam terwijl andere christelijke kerken leerden dat de dood bepalend was voor het onherroepelijke en eeuwige lot van de ziel. Men leerde dat de gedoopten werden beloond met eindeloze vreugde, terwijl alle anderen eeuwige kwelling zonder hoop op verlossing wachtte.

De openbaring van de Heer dat de doop met het juiste priesterschapsgezag plaatsvervangend kon worden verricht voor de doden, doet recht aan zijn volgende uitspraak: ‘Tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.’1 De plaatsvervangende doop maakt deze essentiële verordening mogelijk voor alle waardige overledenen die er bij hun leven van verstoken waren.

Deze heerlijke leer beklemtoont de allesomvattende aard van de verzoening van Jezus Christus. Hij stelt iedere bekeerlijke ziel heil in het vooruitzicht. Zijn verzoening heeft de dood overwonnen en Hij biedt de waardige overledenen de kans om alle heilsverordeningen plaatsvervangend te ontvangen.

In een brief die Joseph Smith ruim 150 jaar geleden schreef, verklaarde hij: ‘De heiligen hebben het voorrecht om zich te laten dopen voor […] hun overleden bloedverwanten […] die het evangelie in de geest hebben ontvangen, bij monde van […] wie zijn gemachtigd om tot hen te prediken.’2 Daar voegde hij later aan toe: ‘De heiligen die dit werk voor hun overleden bloedverwanten verwaarlozen, doen dat met gevaar voor hun eigen heil.’3

De profeet Elia droeg de sleutels voor het plaatsvervangende werk over aan Joseph Smith in de Kirtlandtempel4 volgens de eerdere belofte van de Heer: ‘Hij zal in het hart der kinderen de aan de vaderen gedane beloften planten, en het hart der kinderen zal zich tot hun vaderen wenden.’5

Verdere openbaring aan Joseph Smith en daaropvolgende profeten heeft meer inzicht en de mogelijkheden verschaft voor tempelwerk en het familiehistorische werk dat daaraan verbonden is. Elke profeet sinds Joseph Smith heeft de absolute noodzaak beklemtoond om alle verordeningen te ondergaan voor onszelf en voor onze overleden voorouders.

Tempelwerk en familiegeschiedenis vormen één werk dat in twee helften is verdeeld. Ze gaan samen zoals de verordeningen van de doop en de gave van de Heilige Geest. Sommige leden zijn — vanwege hun gezondheid of de afstand tot een tempel — niet goed in staat om beide werken te verrichten.

President Howard W. Hunter heeft gezegd:

‘We moeten in de tempel eerst de priesterschapsverordeningen ondergaan die voor onze eigen verhoging noodzakelijk zijn; dan moeten we het benodigde werk doen voor hen die zelf niet de kans hebben gehad in dit leven het evangelie te aanvaarden. Het werk voor anderen gaat in twee fasen: eerst onderzoeken we onze familiegeschiedenis om vast te stellen wie onze voorouders zijn; dan verrichten we de tempelverordeningen om hun dezelfde mogelijkheden te geven die de levenden hebben.

‘Maar er zijn veel leden van de kerk die maar beperkt naar de tempel kunnen. Ze doen wat in hun vermogen ligt. Ze doen onderzoek naar hun familiegeschiedenis en laten de tempelverordeningen door anderen doen. Aan de andere kant zijn er ook leden die tempelwerk verrichten maar hun eigen voorgeslacht niet uitzoeken. Hoewel ze een heilige dienst verrichten door anderen te helpen, ontzeggen zij zichzelf een zegening door niet naar hun voorouders te zoeken, zoals God bij monde van de hedendaagse profeten heeft geboden. […]

‘Ik heb ondervonden dat zij die hun familiegeschiedenis onderzoeken en dan in de tempel werken voor de mensen van wie zij de namen hebben gevonden, de vreugde van beide helften van de zegening zullen ervaren.’6

Onze Vader in de hemel wil ieder van ons beide helften van de zegening van dit essentiële plaatsvervangende werk laten ervaren. Hij heeft ons door anderen laten zien hoe we daarvoor in aanmerking komen. Het is aan u en mij om de hand te leggen op die zegeningen.

Elk werk dat u in de tempel doet is goed bestede tijd, maar plaatsvervangend verordeningen ondergaan voor een van uw eigen voorouders maakt de tijd in de tempel nog heiliger, waaruit nog meer zegeningen zullen voortvloeien. Het Eerste Presidium heeft verklaard dat we in eerste instantie verantwoordelijk zijn om onze eigen voorouders te traceren.7

Zoeken jullie, jonge mensen, een efficiënte manier om de invloed van de tegenstander uit je leven te bannen? Ga dan aan de slag om je voorouders te traceren, maak hun namen klaar voor de heilige plaatsvervangende verordeningen in de tempel, en ga dan naar de tempel om als plaatsvervanger de verordeningen van de doop en de gave van de Heilige Geest te ontvangen. Later zul je ook in staat zijn om deel te nemen aan de andere verordeningen. Ik kan me geen betere bescherming tegen de invloed van de tegenstander in je leven indenken.

In het zendingsgebied Rostov-na-Donoe (Rusland) werd de jeugd uitgenodigd om ieder tweeduizend namen te indexeren en vervolgens minstens één naam van hun eigen familie voor tempelverordeningen in te sturen. Wie dit doel wisten te halen, mochten met een lange reis mee naar de nieuwe Kievtempel (Oekraïne). Een jongeman bracht zijn ervaring als volgt onder woorden: ‘Ik was heel vaak met computerspelletjes bezig. Toen ik met indexeren begon, had ik geen tijd meer om te spelen. Eerst dacht ik: O nee! Wat nu! Maar toen dit project voorbij was, had ik helemaal geen zin meer in computerspelletjes. […] Genealogisch werk is iets wat we hier op aarde kunnen doen en wat blijvende waarde heeft in de hemel.’

Veel getrouwe heiligen hebben hun stamboom uitgezocht en reserveren namen van hun overleden verwanten via FamilySearch om de plaatsvervangende verordeningen door hun eigen familieleden te laten verrichten. Namen reserveren geeft leden een redelijke termijn om de verordeningen voor hun voorouders en andere verwanten te verrichten. Er zijn momenteel twaalf miljoen namen en miljoenen bijbehorende verordeningen gereserveerd. Veel namen zijn al jarenlang gereserveerd. Gevonden voorouders zijn ongetwijfeld opgetogen en verwachtingsvol wanneer hun namen voor verordeningen zijn vrijgegeven. Maar ze zijn wellicht niet erg blij wanneer ze nog langer moeten wachten tot hun verordeningen zijn gedaan.

We sporen degenen onder u die veel namen hebben gereserveerd aan om er samen met andere leden uit uw familie of uit uw wijk en ring aan te werken. U kunt daartoe tempelkaarten aan leden uit uw wijk en ring geven die bereid zijn om te helpen. U kunt de namen met behulp van het FamilySearch-computersysteem ook rechtstreeks naar de tempel insturen. Die werkwijze volgt Cindy Blevins uit Casper (Wyoming, VS) al jaren.

Zuster Blevins heeft zich als tiener laten dopen en is de enige in haar familie die lid van de kerk is geworden. Ze heeft een enorme hoeveelheid genealogisch werk verricht. Maar er zijn veel te veel namen om haar en haar directe familie voor te laten werken. Daarom heeft zuster Blevins de namen naar de tempel ingestuurd. Het tempelwerk ervoor is naar haar zeggen vaak al binnen enkele weken gedaan, doorgaans in een van de twee tempels in haar nabije omgeving. Ze vindt het een prettig idee dat wellicht ook vrienden en buren uit haar eigen wijk en ring het werk voor haar voorouders helpen verrichten. Ze waardeert hun inzet in dat opzicht.

Mijn geliefde vrouw, Jeanene, was dol op familiehistorisch onderzoek. Toen onze kinderen jong waren, pasten zij en haar vriendinnen beurtelings bij elkaar op, zodat ze een paar uur per week onze familielijnen kon uitpluizen. Nadat onze jongste het huis uit was, schreef ze in haar dagboek: ‘Ik heb net een besluit genomen en wil het wel van de daken schreeuwen. De vroegere slaapkamer van Mike is mijn genealogiewerkkamer geworden. De kamer is erg geschikt om in te werken en de gegevens te ordenen. Ik ga mij nu bezighouden met het zoeken naar familienamen en indienen van de namen naar de tempel. Ik kijk er ontzettend naar uit om aan de slag te gaan.’8

Een andere dagboekaantekening luidt: ‘Het […] wonder voor mij deed zich voor in het kantoor voor familiegeschiedenis van Mel Olsen die mij een afdruk overhandigde van al mijn bekende stamboomlijnen op basis van de update van de computergegevens in het voorouderarchief die naar de genealogische vereniging worden gestuurd. Ze waren voornamelijk afkomstig uit het viergeneratiesprogramma waartoe de kerk vele jaren geleden had opgeroepen. Ik was overweldigd door de gedachte aan de enorme taak die voor me lag om alle onderzoeksgegevens over mijn voorouders van verschillende familieorganisaties te verzamelen en allemaal in de computer in te voeren voor de eerste geautomatiseerde verspreiding van het voorouderarchief. En daar lag alles, prachtig en overzichtelijk afgedrukt voor mij op het bureau. Ik was zo blij en zo overweldigd dat ik er verbijsterd naar zat te kijken en toen begon te huilen van blijdschap. […] Voor iemand die dertig jaar lang vasthoudend en zorgvuldig onderzoek heeft gedaan, is de automatisering van al deze gegevens werkelijk fantastisch. En dan te bedenken dat honderdduizenden mensen nu of binnenkort grote hoeveelheden volkstellingsgegevens en schijven met eigen onderzoeksgegevens beschikbaar gaan maken voor de computer. […] Ik ben zo enthousiast. Dit is echt het werk van de Heer en Hij stuurt het.’9

Ik heb genoeg van de vruchten van dit sublieme werk geproefd om te weten dat de sleutels die Elia aan Joseph Smith teruggaf ons hart doet uitgaan naar en ons in verbinding brengt met onze voorouders die wachten op onze hulp. Door onze inspanningen in heilige tempels hier op aarde en met het gedelegeerde gezag van de Heiland ontvangen onze voorouders de heilsverordeningen waardoor zij eeuwig geluk kunnen ervaren.

In het verleden is men op basis van een individueel getuigenis van dit heilige werk ieder voor zich aan de slag gegaan. Het leek wel op het eigenhandig oogsten van al het graan in het hele land. Tegenwoordig worden er talloze grote combines ingezet. Samen kunnen en zullen we het benodigde werk volbrengen.

Ik getuig dat de geest van Elia het hart van vele kinderen van onze Vader over de hele wereld raakt, waardoor het werk voor de doden in een ongekend tempo wordt versneld.

Maar hoe zit het met u? Hebt u gebeden over het werk voor uw eigen voorouders? Zet die dingen in uw leven aan de kant die niet echt belangrijk zijn. Besluit om iets te doen wat eeuwige gevolgen heeft. Misschien hebt u al een ingeving gehad om uw voorouders te traceren maar voelt u zich geen genealoog. Ziet u nu in dat u dat niet meer hoeft te zijn? Het begint allemaal met liefde en een oprecht verlangen om mensen achter de sluier te helpen die zichzelf niet helpen kunnen. Informeer eens om u heen. U zult vast iemand in uw omgeving vinden die u kan helpen slagen.

Dit werk is een geestelijk werk, waarbij aan beide kanten van de sluier immens wordt samengewerkt en waar hulp in beide richtingen voorhanden is. Waar u ook in de wereld bent, met gebed, geloof, vastberadenheid, ijver en enige opoffering kunt u een grote bijdrage leveren. Begin nu. Ik beloof u dat de Heer u een weg zal helpen vinden. En u zult er een fantastisch gevoel aan overhouden. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Show References

  1.  

    1.  Johannes 3:5.

  2.  

    2.  History of the Church, deel 4, p. 231.

  3.  

    3.  Leringen van kerkpresidenten: Joseph Smith (2007), p. 507.

  4.  

    4. Zie Leer en Verbonden 110:13–16 .

  5.  

    5.  Leer en Verbonden 2:2; cursivering toegevoegd.

  6.  

    6. Howard W. Hunter, ‘Een tempelgericht volk’, De Ster, mei 1995, pp. 5–6.

  7.  

    7. Zie brief van het Eerste Presidium, 29 februari 2012; cursivering toegevoegd.

  8.  

    8. Jeanene Watkins Scott, persoonlijk dagboek, april 1988.

  9.  

    9. Jeanene Watkins Scott, persoonlijk dagboek, 23 september 1989.