Dankbaar onder alle omstandigheden


Dieter F. Uchtdorf
Hebben wij geen reden om vervuld te zijn van dankbaarheid, ongeacht de omstandigheden waarin we ons bevinden?

Ik heb in de loop der jaren met veel mensen gesproken wier verdriet hen tot in het diepst van hun ziel raakte. Op die momenten heb ik naar mijn geliefde broeders en zusters geluisterd en met hen getreurd om de last die zij droegen. Ik heb me afgevraagd wat ik tegen ze moest zeggen, en hoe ik ze het beste kon troosten en steunen.

Vaak wordt hun verdriet veroorzaakt door iets dat zij als een einde beschouwen. Sommigen moeten het einde van een gekoesterde relatie verwerken, zoals de dood van een dierbare of vervreemding van een familielid. Anderen hebben het gevoel dat ze geen hoop meer hebben: de hoop op een huwelijk of een kind of genezing van een ziekte. Anderen zijn misschien aan het einde van hun geloof gekomen, verleid door verwarrende en onverenigbare stemmen uit de wereld om wat zij ooit als waar beschouwden in twijfel te trekken of zelfs opzij te zetten.

Ik geloof dat wij allen vroeg of laat een moment meemaken waarop onze wereld lijkt in te storten en wij eenzaam en gefrustreerd op drift raken.

Dat kan iedereen overkomen. Niemand is er immuun voor.

Wij kunnen dankbaar zijn

Ieder bevindt zich in een andere situatie, en de details van elk leven zijn uniek. Niettemin heb ik geleerd dat er altijd iets is wat de verbittering kan wegnemen die ons leven binnen kan sluipen. Er is één ding waarmee we het leven fijner, vreugdevoller en zelfs heerlijk kunnen maken.

We kunnen dankbaar zijn!

Het klinkt misschien alsof het tegen de wijsheid van de wereld indruist als ik stel dat iemand die de last van verdriet draagt, dank zou moeten geven aan God. Maar wie de beker van bitterheid opzij zet en in plaats daarvan de drinkbeker van dankbaarheid heft, kan daarin een zuiverende drank van genezing, gemoedsrust en begrip aantreffen.

Als discipel van Christus is ons geboden om ‘de Heer, uw God, in alle dingen [te] danken’1, ‘de Here een [dank]lied toe’2 te zingen en ‘uw hart […] vol dankbaarheid […] jegens God’3 te laten zijn.

Waarom gebiedt God ons om dankbaar te zijn?

Al zijn geboden zijn gegeven om zegeningen aan ons beschikbaar te stellen. Geboden zijn gelegenheden om onze keuzevrijheid te gebruiken en zegeningen te ontvangen. Onze liefhebbende hemelse Vader weet dat als we ervoor kiezen om een dankbare geest te ontwikkelen we ware vreugde en groot geluk zullen vinden.

Dankbaar zijn voor iets

Maar sommigen zeggen misschien: ‘Waar kan ik dankbaar voor zijn als mijn wereld instort?’

Misschien is het de verkeerde benadering om te kijken waar we dankbaar voor zijn. Het is moeilijk om een dankbare houding te ontwikkelen als onze dank niet meer dan evenredig is aan het aantal zegeningen dat wij tellen. Het is waar dat het belangrijk is om geregeld ‘onze zegeningen te tellen’ — en ieder die dit heeft geprobeerd, weet dat het er veel zijn — maar ik geloof niet dat de Heer van ons verwacht dat we minder dankbaar zijn in tijden van beproeving dan in tijden van overvloed en gemak. In feite is er in de meeste Schriftteksten geen sprake van dankbaarheid voor iets, maar wordt er gesuggereerd dat we een algehele houding van dankbaarheid behoren te hebben.

Het is makkelijk om dankbaar voor iets te zijn als het leven van een leien dakje gaat. Maar wat doen we als iets wat we wensen buiten ons bereik lijkt te zijn?

Mag ik voorstellen dat we dankbaarheid als een houding zien, een manier van leven die niet afhankelijk is van onze omstandigheden? Met andere woorden, ik stel voor dat we ons niet richten op dankbaarheid voor iets, maar op dankbaarheid in onze omstandigheden, wat die ook mogen zijn.

Er bestaat al heel lang een verhaal over een ober die een gast vraagt of hij genoten heeft van het diner. De gast antwoordt dat alles prima was, maar dat het beter zou zijn geweest als er meer brood was geserveerd. De volgende dag komt de man terug, de ober verdubbelt de hoeveelheid brood door hem vier sneetjes te geven in plaats van twee, maar de man is toch nog niet tevreden. De daaropvolgende dag verdubbelt de ober de hoeveelheid brood weer, maar zonder succes.

Op de vierde dag besluit de ober om de man echt tevreden te stellen. Hij snijdt een stokbrood van bijna drie meter doormidden en serveert het met een glimlach aan de klant. De ober kan nauwelijks wachten op de reactie van de man.

Na de maaltijd kijkt de man op en zegt: ‘Goed als altijd. Maar ik zie dat u me alweer slechts twee stukken brood hebt gegeven.’

Dankbaar in onze omstandigheden

Broeders en zusters, aan ons de keus. We kunnen ervoor kiezen om onze dankbaarheid te beperken omdat wij vinden dat ons zegeningen ontbreken. Of we kunnen ervoor kiezen om net zo te zijn als Nephi, wiens hart altijd dankbaar was. Toen zijn broeders hem op het schip vastbonden — het schip dat hij had gebouwd om ze naar het beloofde land te brengen — waren zijn enkels en polsen zo ‘buitengewoon gezwollen’ dat ze erg zeer deden, en ze dreigden door een zware storm in de zee te worden verzwolgen. ‘Niettemin’, zei Nephi, ‘vertrouwde ik op mijn God en ik loofde Hem de gehele dag; en ik morde niet tegen de Heer wegens mijn ellende.’4

We kunnen ervoor kiezen zo te zijn als Job, die alles leek te hebben en het toen allemaal kwijtraakte. Maar Job antwoordde: ‘Naakt ben ik uit de schoot mijner moeder gekomen, naakt zal ik daarheen wederkeren. De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des Heren zij geloofd.’5

We kunnen ervoor kiezen om als de mormoonse pioniers te zijn die een geest van dankbaarheid behielden tijdens hun pijnlijke en langzame trek naar het Great Salt Lake, en die zelfs dansten en God om zijn goedheid verheerlijkten.6 Velen van ons zouden geneigd zijn geweest om zich terug te trekken, te klagen en vreselijk in de maag te zitten met de moeilijkheden van de reis.

We kunnen ervoor kiezen om te zijn zoals de profeet Joseph Smith, die onder erbarmelijke omstandigheden in de gevangenis te Liberty zat, en deze geïnspireerde woorden schreef: ‘Welnu, zeer geliefde broeders, laten wij blijmoedig alle dingen doen die binnen ons vermogen liggen, en mogen wij dan met het volste vertrouwen stilhouden om het heil Gods te zien, en in afwachting van de openbaring van zijn arm.’7

We kunnen ervoor kiezen om dankbaar te zijn, wat er ook gebeurt.

Dergelijke dankbaarheid overstijgt alles wat er om ons heen gebeurt. Zij overtreft teleurstelling, ontmoediging en wanhoop. Zij bloeit net zo prachtig in het ijzige winterlandschap als in de prettige zomerwarmte.

Als we God in al onze omstandigheden dankbaar zijn, kunnen we te midden van rampspoed gemoedsrust hebben. In verdriet kunnen we toch nog ons hart in lof verheffen. In pijn kunnen we Christus om de verzoening roemen. In de kou van bittere droefenis kunnen we de nabijheid en de warmte van de omhelzing van de hemel ervaren.

Soms denken we dat dankbaarheid iets is wat we doen nádat onze problemen zijn opgelost, maar dat is vreselijk kortzichtig. Hoeveel missen we van het leven als we wachten tot we de regenboog zien alvorens God te bedanken voor de regen?

Dankbaar zijn in verdrietige tijden betekent niet dat we blij zijn met onze omstandigheden. Het betekent wél dat we onze huidige moeilijkheden met het gelovige oog bekijken.

Deze dankbaarheid komt niet over onze lippen, maar heerst in onze ziel. Het is een dankbaarheid die het hart geneest en het verstand verruimt.

Dankbaarheid als geloofsdaad

Dankbaar zijn in onze omstandigheden is een daad die blijk geeft van geloof in God. Dit vergt vertrouwen in God en hoop op zaken die we niet zien, maar die waar zijn.8 Door dankbaar te zijn, volgen we het voorbeeld van onze geliefde Heiland, die heeft gezegd: ‘Niet mijn wil, maar de uwe geschiede.’9

Ware dankbaarheid is een uiting van hoop én getuigenis. Zij komt voort uit de erkentenis dat we de beproevingen van het leven niet altijd begrijpen, maar dat we erop vertrouwen dat begrip ooit te zullen krijgen.

Onder alle omstandigheden wordt ons gevoel van dankbaarheid gevoed door de vele heilige waarheden die we wél kennen: dat onze Vader zijn kinderen het grote plan van geluk heeft gegeven; dat we vanwege de verzoening door zijn Zoon, Jezus Christus, voor eeuwig bij onze dierbaren kunnen wonen; dat we uiteindelijk een verheerlijkt, vervolmaakt en onsterfelijk lichaam zullen krijgen dat niet geplaagd wordt door ziekten of handicaps; en dat onze tranen van verdriet en rouw plaats zullen maken voor een overvloed aan vreugde en geluk, met ‘een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat’.10

Het moet een dergelijk getuigenis zijn geweest waardoor de apostelen van de Heiland van angstige mannen vol twijfels veranderden in onbevreesde, blijmoedige afgezanten van de Meester. In de uren na zijn kruisiging werden zij verteerd door wanhoop en rouw, want zij konden niet begrijpen wat er net was gebeurd. Maar één voorval veranderde dat helemaal. Hun Heer verscheen aan hen en zei: ‘Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het zelf ben.’11

Toen de apostelen de herrezen Christus herkenden — toen zij de heerlijke opstanding van hun geliefde Heiland hadden vastgesteld — werden zij een ander mens. Niets kon verhinderen dat zij hun zending vervulden. Vanwege hun getuigenis aanvaardden zij vol moed en vastberadenheid de marteling, de vernedering en zelfs de dood.12 Zij lieten zich niet weerhouden van het prijzen en dienen van hun Heer. Zij veranderden het leven van mensen overal. Zij veranderden de wereld.

U hoeft de Heiland niet zoals de apostelen te zien om diezelfde verandering te ondergaan. Door uw getuigenis van Christus, gegeven door de Heilige Geest, kunt u verder kijken dan de teleurstellende afloop van een en ander in het sterfelijk leven en de stralende toekomst zien die de Verlosser van de wereld ons heeft bereid.

Wij zijn niet geschapen voor de eindigheid

Is het in het licht van onze eeuwige bestemming geen wonder dat de bittere eindigheid van het leven ons onaanvaardbaar toeschijnt? Het lijkt wel of we ons innerlijk verzetten tegen de eindigheid.

Waarom eigenlijk? Omdat we uit de eeuwigheid zijn geschapen. We zijn eeuwige wezens, kinderen van de almachtige God, wiens naam Eindeloos13 is, en die talloze eeuwige zegeningen belooft. De eindigheid is niet onze bestemming.

Hoe meer we over het evangelie van Jezus Christus te weten komen, hoe meer we inzien dat de eindigheid in dit sterfelijk leven helemaal geen einde inhoudt. Zo’n einde is slechts een onderbreking — een tijdelijke pauze die ooit maar kort zal lijken in vergelijking met de eeuwige vreugde die de getrouwen wacht.

Ik ben mijn hemelse Vader heel dankbaar dat er in zijn plan geen waar einde is, alleen een eeuwig begin.

Wie dankbaar is, wordt verheerlijkt

Broeders en zusters, hebben wij geen reden om vervuld te zijn van dankbaarheid, ongeacht de omstandigheden waarin we ons bevinden?

Hebben we een grotere reden nodig om ons ‘hart […] vol dankbaarheid […] jegens God’14 te laten zijn?

‘Hebben wij […] geen goede reden om ons te verheugen?’15

Wat zijn wij gezegend als we Gods hand in het wonderbaarlijke tapijt van het leven herkennen. Dankbaarheid voor onze Vader in de hemel verruimt ons inzicht en verbreedt onze visie. Zij inspireert ootmoed en kweekt meegevoel voor onze medemensen en alle scheppingen van God. Dankbaarheid is een katalysator voor alle christelijke eigenschappen! Een dankbaar hart is de moeder van alle deugd.16

De Heer heeft ons beloofd dat ‘wie alle dingen met dankbaarheid ontvangt, zal worden verheerlijkt; en de dingen van deze aarde zullen hem worden toegevoegd.’17

Mogen wij leven onder ‘dagelijkse dankbetuiging’18 — vooral als we de schijnbaar onverklaarbare eindigheid van het sterfelijk leven ervaren. Mogen wij toelaten dat onze ziel zich verruimt in dankbaarheid voor onze genadige hemelse Vader. Mogen wij voortdurend en altijd onze stem verheffen en in woord en daad blijk geven van onze dankbaarheid aan onze Vader in de hemel en zijn geliefde Zoon. Dat bid ik, en ik laat u mijn getuigenis en zegen, in de naam van onze Meester, Jezus Christus. Amen.

Verwijzingen tonen

  1.  

    1.  Leer en Verbonden 59:7; zie ook Efeziërs 5:20; 1 Tessalonicensen 5:18; Mosiah 26:39; Alma 7:23; Leer en Verbonden 98:1.

  2.  

    2.  Psalmen 147:7.

  3.  

    3.  Alma 37:37.

  4.  

    4. Zie 1 Nephi 18:10–16.

  5.  

    5.  Job 1:21.

  6.  

    6. Zie voor voorbeelden van pioniers die blijmoedig bleven ondanks zware moeilijkheden: Andrew D. Olsen, The Price We Paid: The Extraordinary Story of the Willie and Martin Handcart Pioneers (2006), pp. 10, 366–367.

  7.  

    7.  Leer en Verbonden 123:17.

  8.  

    8. Zie Alma 32:21.

  9.  

    9.  Lucas 22:42.

  10.  

    10.  Lucas 6:38.

  11.  

    11.  Lucas 24:39.

  12.  

    12. Zie Romeinen 5:3; 2 Korintiërs 4:17; 12:10.

  13.  

    13. Zie Mozes 1:3.

  14.  

    14.  Alma 37:37.

  15.  

    15.  Alma 26:13.

  16.  

    16. Zie Marcus Tullius Cicero, Oratio Pro Cnæo Plancio, XXXIII, afdeling 80; aangehaald door Joseph B. Wirthlin in ‘Live in Thanksgiving Daily’, Ensign, september 2001, p. 8.

  17.  

    17.  Leer en Verbonden 78:19; cursivering toegevoegd.

  18.  

    18.  Alma 34:38.