Verbonden naleven beschermt ons, bereidt ons voor en geeft ons kracht


Rosemary M. Wixom
We zijn verbondsvrouwen van allerlei leeftijden die het levenspad terug naar zijn tegenwoordigheid bewandelen.

O, zusters, wij hebben u lief. Toen ik onlangs Mexico bezocht, kreeg ik een voorproefje van het zusterschap dat we vanavond allemaal ervaren. Stel u zich dit voor: we hadden op zondagmorgen net het jeugdwerk bezocht. De kinderen, leerkrachten en ik liepen de volle gang in. Op dat moment ging de deur van het jongevrouwenlokaal open. Ik zag de jongevrouwen en hun leidsters. We sloegen allemaal de armen om elkaar heen. Met de kinderen aan mijn rok hangend en de vrouwen vlak naast mij, wilde ik mijn gevoelens van dat moment uiten.

Ik spreek geen Spaans, dus er kwamen alleen Engelse woorden in mij op. Ik keek hen aan en zei: ‘Wij zijn dochters van onze hemelse Vader, die van ons houdt, en wij houden van Hem.’ Gelijk deden ze allemaal mee, in het Spaans. Daar stonden we in een volle gang en zeiden het jongevrouwenthema op: ‘Wij treden op als getuige van God […] “te allen tijde en in alle dingen en op alle plaatsen”.’

Vanavond komen wij overal op de wereld als zijn discipelen samen met het verlangen om het koninkrijk van God te verdedigen en ondersteunen. We zijn dochters van onze hemelse Vader. We zijn verbondsvrouwen van allerlei leeftijden die het levenspad terug naar zijn tegenwoordigheid bewandelen. Verbonden naleven beschermt ons, bereidt ons voor en geeft ons kracht.

We hebben vanavond meisjes van het jeugdwerk bij ons. Sommigen van jullie hebben onlangs de eerste stap gezet op het pad naar het eeuwige leven door de verordening van de doop.

Kijk eens om je heen. De toekomst ziet er stralend uit, want je ziet vrouwen die ook verbonden hebben gesloten en jou graag de weg willen wijzen op het pad dat voor je ligt.

Als je acht, negen, tien of elf jaar oud bent, of je nu in het Conferentiecentrum bent, thuis, of in een kerkgebouw ergens ter wereld, wil je opstaan? Welkom op de algemene vrouwenbijeenkomst. Blijf staan alsjeblieft, want we willen je vragen om vanavond een bijdrage te leveren. Ik ga een jeugdwerkliedje neuriën. En zodra je de melodie herkent, denk je dat je dan met mij mee kunt zingen? En zing luid zodat iedereen je kan horen.

‘Leer mij te wand’len in ’t licht van de Heer;
leer mij te bidden tot Hem altijd weer
dat ik mijn oog op het goede steeds richt.
Leer mij, leer mij te wand’len in ’t licht.

Blijf staan, meisjes, dan zingt iedereen van twaalf jaar en ouder nu het tweede vers.

Laat ons tezamen toch leren, mijn kind,
van zijn geboden en dat Hij ons mint,
tot wij verschijnen voor zijn aangezicht—,
altijd, altijd te wand’len in ’t licht.1

Dat was prachtig. Je kunt weer gaan zitten. Dank je.

Als vrouwen van allerlei leeftijden wandelen wij in zijn licht. Onze tocht op het pad is persoonlijk en wordt helder verlicht door de liefde van de Heiland.

Wij gaan door de poort en begeven ons op het pad naar het eeuwige leven door de verordening en het verbond van de doop, en dan ontvangen we de gave van de Heilige Geest. Ouderling Robert D. Hales vraagt ons: ‘Begrijpen [wij] en begrijpen [onze] kinderen dat [wij], als [we] ons hebben laten dopen, voor altijd veranderd zijn?’

Hij legde ook uit, dat ‘als we ons doopverbond en de gave van de Heilige Geest begrijpen, dit ons leven zal veranderen en onze volledige getrouwheid aan het koninkrijk van God zal vestigen. Wanneer er verleidingen op ons pad komen, zal de Heilige Geest ons, als we luisteren, eraan herinneren dat we beloofd hebben de Heiland indachtig te zijn en de geboden van God te onderhouden.’2

Iedere week hernieuwen we bij onze deelname aan het avondmaal ons doopverbond. Ouderling David A. Bednar heeft gezegd: ‘Wanneer we in de wateren van de doop staan, kijken we vooruit naar de tempel. Wanneer we aan het avondmaal deelnemen, kijken we vooruit naar de tempel. Wij beloven dat we de Heiland altijd indachtig zullen zijn en zijn geboden zullen onderhouden, zodat wij kunnen deelnemen aan de heilige tempelverordeningen.’3

De tempelverordeningen leiden tot de grootste zegeningen die beschikbaar zijn door de verzoening van Jezus Christus. Het zijn de verordeningen die we nodig hebben voor onze verhoging in het celestiale koninkrijk. Wanneer we ons best doen om onze verbonden na te komen, beginnen onze gevoelens van onbekwaamheid en onvolmaaktheid te vervagen, terwijl de verordeningen en verbonden van de tempel tot leven komen. Iedereen mag dat pad naar het eeuwige leven bewandelen.

Ik ben diep onder de indruk van de kracht van meisjes, jonge vrouwen en vrouwen over de hele wereld wier voeten zich stevig op dat pad bevinden. Sta mij toe dat ik enkele voorbeelden geef van verbondsmeisjes en -vrouwen die ik heb ontmoet.

Luana was 11 jaar toen ik haar thuis in Buenos Aires (Argentinië) bezocht. Als gevolg van een traumatische gebeurtenis in haar kinderjaren kon Luana niet praten. Ze had al jaren niet gesproken. Ze was stil terwijl wij allemaal met elkaar in gesprek waren. Ik bleef hopen op een kleine fluistering van haar kant. Ze keek me indringend aan alsof ik geen woorden van haar nodig had om haar hart te kennen. Na een gebed stonden we op om te vertrekken en Luana gaf me een tekening. Ze had Jezus Christus in de hof van Getsemane getekend. Toen herkende ik haar getuigenis luid en duidelijk. Luana had bij haar doop een verbond gesloten om als getuige van God te staan ‘te allen tijde en in alle dingen en op alle plaatsen.’4 Ze begreep de verzoening van Jezus Christus, zoals uit haar tekening bleek. Had ze ook ontdekt dat ze door de versterkende en helende macht van de verzoening genezen kon worden en weer kon praten? Sinds die dag drie jaar geleden heeft Luana vooruitgang gemaakt in haar spreken. Ze doet nu met haar vriendinnen mee aan het jongevrouwenprogramma. Getrouw aan het verbond dat ze heeft gesloten, geeft ze nog steeds haar getuigenis van de Heiland.

Jongeren over de gehele wereld gaan naar de tempel. In Lima (Peru) kwam ik een vader met drie dochters bij de ingang van de tempel tegen. Ik zag het licht in hun gezicht. Twee dochters waren zwaar gehandicapt en zaten in een rolstoel. De derde dochter, die voor haar zus zorgde, legde uit dat ze thuis nog twee zusjes had. Zij zaten ook in een rolstoel. Zij konden de veertien uur durende reis naar de tempel niet maken. De tempel was zo belangrijk voor de vader en zijn dochters dat ze die dag met z’n vieren naar de tempel waren gekomen — twee van hen gingen eenvoudigweg kijken naar de zus die zich wel voor de doden kon laten dopen en die heilige verordening kon verrichten. Net zoals Nephi verlustigen zij zich in de verbonden van de Heer.5

Een alleenstaande vrouw die ik ken hecht grote waarde aan de wekelijkse verordening van het avondmaal en de heilige belofte, ‘dat zij zijn Geest altijd bij zich [mag] hebben.’6 Dat voortdurende gezelschap is een belofte die de golven van haar eenzaamheid verzacht. Het geeft haar de kracht om zich toe te leggen op het ontwikkelen van haar talenten en haar verlangen om de Heer te dienen. Ze heeft veel vreugde gevonden in alle heerlijke kinderen in haar leven. En als ze serene gemoedsrust zoekt, dan vind je haar in de tempel.

Als laatste een oudere vrouw van over de 90 die haar kinderen en kleinkinderen heeft zien opgroeien en haar achterkleinkinderen in de wereld heeft zien komen. Zoals velen van ons heeft ze een leven van verdriet, tegenspoed en onvoorstelbare vreugde gehad. Ze geeft toe dat ze, als ze haar levensverhaal kon herschrijven, bepaalde hoofdstukken er uit zou laten. Maar ze zegt met een glimlach: ‘Ik moet nog wat langer leven om te zien hoe alles afloopt!’ Ze blijft zich vasthouden aan de verbonden op het pad.

Nephi leerde:

‘Wanneer gij dat enge en smalle pad hebt betreden, wil ik vragen of daarmee alles is gedaan? Zie, ik zeg u, neen. […]

‘Daarom moet gij standvastig in Christus voorwaarts streven, met volmaakt stralende hoop, en liefde voor God en voor alle mensen. Welnu, indien gij voorwaarts streeft, u vergastend aan het woord van Christus, en tot het einde volhardt, zie, zo zegt de Vader: Gij zult het eeuwige leven hebben.’7

Ieder van ons is op dat pad. Vanavond hebben we gezongen over in het licht van de Heer wandelen. Individueel zijn we sterk. Samen met God zijn we niet te stoppen.

De Heer heeft tegen Emma Smith gezegd: ‘Hef uw hart op en verblijd u en kleef de verbonden aan die gij hebt gesloten.’8

We zijn blij dat we door het naleven van onze verbonden de liefde van onze hemelse Vader en onze Heiland, Jezus Christus, kunnen voelen. Ik getuig dat Zij leven. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Verwijzingen tonen

  1.  

    1. ‘Leer mij te wand’len in ’t licht van de Heer’, Lofzangen, nr. 198; of Kinderliedjes, pp. 70–71.

  2.  

    2. Robert D. Hales, ‘Het doopverbond: in het koninkrijk en van het koninkrijk zijn’, Liahona, januari 2001, pp. 8, 7.

  3.  

    3. David A. Bednar, ‘Op eervolle wijze een naam en status behouden’, Liahona, mei 2009, p. 98.

  4.  

    4.  Mosiah 18:9.

  5.  

    5.  Zie 2 Nephi 11:5.

  6.  

    6.  Leer en Verbonden 20:77.

  7.  

    7.  2 Nephi 31:19–20.

  8.  

    8.  Leer en Verbonden 25:13.