Wortels en takken


Quentin L. Cook
In deze tijd is het van essentieel belang voor het heil en de verhoging van families dat we het familiehistorisch en tempelwerk bespoedigen.

Vlak voordat hij in 1981 aan kanker overleed, liet de controversiële schrijver William Saroyan aan de pers weten: ‘Iedereen gaat dood, maar ik dacht altijd dat in mijn geval een uitzondering zou worden gemaakt. Wat nu?’1

Het ‘wat nu’ in het aangezicht van de dood en het ‘wat nu’ in de beschouwing van het leven na de dood vormen de kern van de zielsvragen die het herstelde evangelie van Jezus Christus zo prachtig beantwoordt in het plan van geluk van de Vader.

In dit leven lachen, huilen, werken en spelen we — we leven en dan gaan we dood. Job stelt de kernachtige vraag: ‘Als een mens sterft, zou hij herleven?’2 Het antwoord is een welluidend ja, dankzij het zoenoffer van de Heiland. De aanloop naar Jobs vraag is interessant: ‘De mens, uit een vrouw geboren, is kort van dagen. […] Als een bloem ontluikt hij en verwelkt. […] Voor een boom blijft er nog hoop; wordt die omgehouwen, hij loopt weer uit, en zijn nieuwe scheuten blijven niet achterwege […] en [hij] schiet twijgen als een jonge plant.’3

Het plan van onze Vader is op families gericht. In diverse uiterst treffende Schriftteksten wordt het idee van een boom met zijn wortels en takken gebruikt.

In het slothoofdstuk van het Oude Testament geeft Maleachi een levendige beschrijving van de wederkomst van de Heiland met behulp van deze analogie. Hij spreekt over de hoogmoedigen en goddelozen, en merkt op dat zij als stoppels zullen verbranden, hetgeen ‘hun wortel noch tak zal overlaten’.4 Maleachi sluit dit hoofdstuk af met de geruststellende belofte van Heer:

‘Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt.

‘Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban.’5

Aan het begin van de herstelling beklemtoonde Moroni in 1823 die boodschap opnieuw in zijn eerste aanwijzingen aan de jonge Joseph Smith.6

Christenen en Joden over de hele wereld aanvaarden de oudtestamentische woorden aangaande Elia.7 Hij was de laatste profeet vóór de tijd van Jezus Christus die de verzegelbevoegdheid van het Melchizedeks priesterschap bezat.8

Elia herstelt sleutels

Elia’s terugkeer vond op 3 april 1836 in de Kirtlandtempel plaats. Hij verklaarde dat hij Maleachi’s belofte kwam vervullen. Hij droeg de priesterschapssleutels voor de verzegeling van gezinnen in deze bedeling over.9 De zending van Elia wordt door de zogenoemde geest van Elia bevorderd, die volgens ouderling Russell M. Nelson ‘een manifestatie [is] van de Heilige Geest die getuigt van de goddelijke aard van de familie’.10

De Heiland onderstreepte de noodzaak van de doop. Hij zei: ‘Tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.’11 De Heiland liet Zich zelf dopen om ons tot voorbeeld te strekken. Hoe zit het dan met de overledenen die niet gedoopt zijn?

Leer inzake tempelwerk en familiegeschiedenis

Op 11 oktober 1840 schreef Vilate Kimball vanuit Nauvoo (VS) een brief aan haar man, ouderling Heber C. Kimball, die met andere leden van de Twaalf in Groot-Brittannië op zending was. De algemene oktoberconferentie had enkele dagen daarvoor plaatsgevonden.

Ik citeer stukjes uit Vilate’s privébrief: ‘We hebben de grootste en interessantste conferentie gehad die ooit sinds de oprichting van de kerk is gehouden. […] President [Joseph] Smith heeft een nieuw en heerlijk onderwerp aangeroerd. […] Dat is de doop voor de doden. Paulus spreekt erover in 1 Korintiërs 15, vers 29. Joseph heeft er door openbaring meer licht over ontvangen. Hij zegt dat het [leden van] deze kerk is vergund om zich voor al hun verwanten te laten dopen die overleden zijn voordat dit evangelie voortkwam. […] Daarmee handelen wij in hun naam en bieden wij hun het voorrecht om in de eerste opstanding voort te komen. Hij zegt dat het evangelie in de gevangenis tot hen gepredikt wordt.’

Vilate voegde daaraan toe: ‘Ik wil mij voor mijn moeder laten dopen. […] Is dat geen heerlijke leer?’12

De essentiële leer inzake de vereniging van families is regel op regel en voorschrift op voorschrift tot stand gekomen. Plaatsvervangende verordeningen vormen de kern van het samensmeden van eeuwige gezinnen en families, waarbij wortels aan takken verbonden worden.

De leer van het gezin met betrekking tot familiegeschiedenis en tempelwerk is duidelijk. De Heer sprak in zijn eerste geopenbaarde aanwijzingen over de ‘doop voor uw doden’.13 Wij hebben een leerstellige plicht jegens onze eigen voorouders. Dat komt omdat de celestiale inrichting in de hemel op het gezin en de familie gebaseerd is.14 Het Eerste Presidium heeft de leden, vooral de jeugd en jonge alleenstaanden, aangemoedigd om familiehistorisch werk en verordeningen te verrichten voor hun eigen familienamen of de namen van voorouders van leden uit hun wijk of ring.15 Wij moeten met zowel onze wortels als onze takken verbonden worden. De gedachte aan onze verbondenheid in de eeuwigheid is inderdaad heerlijk.

Tempels

Wilford Woodruff heeft gezegd dat de profeet Joseph Smith lang genoeg leefde om het fundament voor tempelwerk te leggen. De allerlaatste keer dat hij, Joseph Smith, met het Quorum der Twaalf bijeenkwam, had hij ze hun begiftiging gegeven.16

Na de martelaarsdood van de profeet voltooiden de heiligen de Nauvootempel en werd de verzegelmacht vóór de uittocht naar het gebergte in het westen gebruikt om duizenden trouwe leden tot zegen te zijn. Dertig jaar later, bij de voltooiing van de St. Georgetempel, sprak president Brigham Young over het eeuwige belang van het feit dat de heilsverordeningen eindelijk voor zowel de levenden als de doden beschikbaar waren.17

President Wilford Woodruff heeft dat eenvoudigweg als volgt verwoord: ‘Er is nauwelijks een beginsel te bedenken dat de Heer heeft geopenbaard, waarin ik mij meer verheug dan dat van de verlossing van de doden; dat we onze vader, onze moeder, onze vrouw en kinderen in familieverband bij ons zullen hebben in de morgen van de eerste opstanding en in het celestiale koninkrijk. Dat zijn verheven beginselen. Ze zijn elk offer waard.’18

Wij leven in een geweldige tijd. Dit is de laatste bedeling, en we merken dat het heilswerk in elk aspect van de heilsverordeningen bespoedigd wordt.19 Er zijn nu tempels over vrijwel de hele wereld om in die heilsverordeningen te voorzien. Tempelbezoek om geestelijke kracht, gemoedsrust, veiligheid en richting te krijgen, is eveneens een grote zegen.20

Binnen een jaar nadat president Thomas S. Monson als apostel was geroepen, wijdde hij de genealogische bibliotheek van de Los Angelestempel in. Hij zei dat overleden voorouders ‘wachten op de dag waarop u en ik het vereiste onderzoek doen om de weg vrij te maken, [en] tevens naar het huis van de Heer gaan en het werk verrichten […] dat zij […] niet zelf kunnen verrichten’.21

Toen ouderling Monson die inwijdingswoorden op 20 juni 1964 uitsprak, waren er maar twaalf tempels in gebruik. Gedurende de periode waarin president Monson in de hoogste bestuursorganen van de kerk werkzaam is geweest, zijn 130 van onze 142 in gebruik zijnde tempels ingewijd. Het is gewoonweg een wonder om te zien hoe het heilswerk in deze tijd bespoedigd wordt. Er zijn nog 28 extra tempels aangekondigd die zich in uiteenlopende stadia van voltooiing bevinden. Van de kerkleden woont nu 85 procent binnen een straal van zo’n driehonderd kilometer van een tempel.

Technologie voor familiegeschiedenis

De technologie voor het familiehistorisch werk heeft eveneens een enorme vlucht genomen. President Howard W. Hunter heeft in november 1994 verklaard: ‘We zijn informatietechnologie gaan gebruiken ter bespoediging van het heilige werk om in de verordeningen voor de overledenen te voorzien. De rol van technologie […] is door de Heer zelf bespoedigd. […] We staan echter nog maar aan de vooravond van wat we met die hulpmiddelen kunnen doen.’22

In de negentien jaar sinds die profetische uitspraak is de technologie in een welhaast ongelooflijke stroomversnelling geraakt. Een 36-jarige moeder met jonge kinderen zei onlangs tegen me: ‘Sta er eens bij stil — eerst gebruikten we een leesapparaat voor microfilm in een speciaal centrum voor familiegeschiedenis en nu zit ik met mijn computer aan de keukentafel familiegeschiedenis te doen als mijn kinderen eindelijk liggen te slapen.’ Broeders en zusters, onze centra voor familiegeschiedenis zijn nu bij ons thuis.

Tempelwerk en familiegeschiedenis gaan niet alleen ons aan. Denk eens aan de mensen aan de andere kant van de sluier die wachten op de heilsverordeningen waardoor zij uit de gevangenis in de geestenwereld bevrijd worden. Gevangenis duidt op een plek of toestand waarin iemand van zijn of haar vrijheid is beroofd.23 Wie zich in gevangenschap bevinden, kunnen zich met William Saroyan afvragen: ‘Wat nu?’

Een trouwe zuster vertelde eens over een bijzondere ervaring in de Salt Laketempel. In de bevestigingskamer hoorde ze, nadat er een plaatsvervangende bevestiging was verricht: ‘En de gevangene zal vrijgelaten worden!’ Ze had een sterk gevoel van urgentie namens hen die op het werk van hun doop en bevestiging aan het wachten waren. Thuis zocht ze de Schrifttekst op met de zinsnede die ze had gehoord. Ze vond Joseph Smiths woorden in afdeling 128 van de Leer en Verbonden: ‘Laat uw hart zich verheugen en buitengewoon verblijd zijn. Laat de aarde in gezang uitbarsten. Laten de doden gezangen van eeuwige lofprijzing aanheffen voor koning Immanuël, die datgene heeft verordonneerd, vóór de wereld bestond, wat ons in staat zou stellen hen uit hun gevangenis te verlossen; want de gevangenen zullen vrijgelaten worden.’24

De vraag is: wat staat ons te doen? De profeet Joseph gaf de raad om in de tempel een boek aan te bieden ‘met de geslachtslijsten van onze doden dat alleszins aannemelijk zal zijn’.25

Onze kerkleiders hebben een duidelijke oproep aan de opkomende generatie gedaan om voorop te lopen in het gebruik van technologie om de geest van Elia te ervaren, gegevens over hun voorouders op te zoeken en tempelverordeningen voor hen te verrichten.26 Het heilswerk voor zowel de levenden als de doden zal vooral bespoedigd worden door jullie, jonge mensen.27

Als de jongeren in elke wijk niet alleen naar de tempel gaan en zich voor hun doden laten dopen, maar er ook samen met hun familie en andere wijkleden voor zorgen dat er familienamen zijn voor de verordeningen die ze verrichten, dan zal dat hen en de kerk enorm tot zegen zijn. Onderschat de hulp die je van de overledenen bij dit werk krijgt niet, en evenmin de vreugde wanneer je de mensen voor wie je werkt uiteindelijk zult ontmoeten. De eeuwige zegeningen die voortvloeien uit de vereniging van onze eigen familie zijn bijna niet te bevatten.28

Van alle volwassen kerkleden in de hele wereld heeft 51 procent momenteel niet beide ouders vermeld in het Family Tree-stamboomgedeelte van de FamilySearch-internetsite van de kerk. Voor 65 procent van de volwassenen staan niet alle vier grootouders vermeld.29 Bedenk dat wij zonder onze wortels en takken niet gered kunnen worden. De kerkleden moeten die belangrijke persoonsgegevens opzoeken en invoeren.

We beschikken uiteindelijk over de leer, de tempels en de technologie waarmee gezinnen en families dit heerlijke heilswerk tot stand kunnen brengen. Ik stel één manier voor waarop u dat kunt doen. Families kunnen een ‘Family Tree-bijeenkomst’ (ofwel familiestamboombijeenkomst) houden. Dat zou een terugkerend evenement moeten zijn. Iedereen neemt bestaande familiegeschiedenissen, verhalen en foto’s mee, inclusief dierbare bezittingen van grootouders en ouders. Onze jonge mensen zijn erg benieuwd naar het leven van onze familieleden — waar ze vandaan kwamen en hoe ze geleefd hebben. Voor velen is hun hart tot de vaderen teruggevoerd. Zij houden van de verhalen en foto’s. Ook hebben zij de technologische kennis om die verhalen en foto’s te scannen en naar Family Tree te uploaden, en brondocumenten aan voorouders te koppelen zodat ze voor altijd behouden blijven. Uiteraard is het hoofddoel: vaststellen welke verordeningen nog gedaan moeten worden en afspreken wie het noodzakelijke tempelwerk gaat doen. In het boekje Mijn familie kunt u informatie, verhalen en foto’s van de familie opnemen, die iemand vervolgens naar Family Tree kan uploaden.

Familieverplichtingen en -verwachtingen verdienen onze hoogste prioriteit om onze goddelijke bestemming zeker te stellen. Voor wie de sabbatdag voor het hele gezin nuttiger wil besteden, biedt het bespoedigen van dit werk volop gelegenheid. Een moeder vertelt stralend dat haar zeventienjarige zoon na de kerk op zondag achter de computer kruipt om familiehistorisch werk te doen, en dat haar zoontje van tien dol is op de verhalen en foto’s van zijn voorouders. Dat is hun hele gezin tot zegen: iedereen is de geest van Elia gaan voelen. Onze dierbare wortels en takken moeten gekoesterd worden.

Jezus Christus heeft zijn leven gegeven als plaatsvervangend zoenoffer. Hij heeft de ultieme vraag van Job beantwoord. Hij heeft de dood voor alle mensen overwonnen, wat wij niet voor onszelf konden doen. Wij kunnen echter plaatsvervangende verordeningen verrichten en waarlijk verlossers op de berg Zion30 worden voor onze eigen familieleden, zodat wij met hen verhoogd en verlost kunnen worden.

Ik getuig van het zoenoffer van de Heiland en de zekerheid van het plan van de Vader voor ons en onze familie. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Verwijzingen tonen

  1.  

    1. William Saroyan. In: Henry Allen, ‘Raging against Aging’, Wall Street Journal, 31 december 2011–1 januari 2012, p. C9.

  2.  

    2.  Job 14:14.

  3.  

    3.  Job 14:1, 2, 7, 9.

  4.  

    4.  Maleachi 4:1. Onlangs is in diverse artikelen de toenemende trend belicht dat een aanzienlijk aantal mensen ervoor kiest geen kinderen te krijgen, om zo hun levensstandaard te verbeteren. (Zie Abby Ellin, ‘The Childless Plan for Their Fading Days’, New York Times, 15 februari 2014, p. B4.) In veel landen loopt het bevolkingsaantal ten gevolge van die individuele keuzes terug. Dit wordt soms wel de ‘demografische winter’ genoemd. (Zie The New Economic Reality: Demographic Winter [documentaire], byutv.org/shows.)

  5.  

    5.  Maleachi 4:5–6.

  6.  

    6. Zie History of the Church, deel 1, p. 12; Leer en Verbonden 2.

  7.  

    7. De Joden wachten al 2.400 jaar op de terugkeer van Elia. Tot op de dag van vandaag dekken zij bij hun jaarlijkse Sedermaaltijd met Pasen een extra plek aan tafel voor hem en gaan ze naar de deur in de hoop dat hij is gearriveerd om de komst van de Messias aan te kondigen.

  8.  

    8. Zie Gids bij de Schriften, ‘Elia’.

  9.  

    9. Zie Leer en Verbonden 110:14–16; zie ook Leer en Verbonden 2.

  10.  

    10. Zie Russell M. Nelson, ‘Een nieuwe oogsttijd’, De Ster, juli 1998, p. 39.

  11.  

    11.  Johannes 3:5.

  12.  

    12. Vilate M. Kimball aan Heber C. Kimball, 11 oktober 1840, brieven van Vilate M. Kimball, Bibliotheek voor kerkgeschiedenis.

  13.  

    13.  Leer en Verbonden 127:5; cursivering toegevoegd.

  14.  

    14. Zie Leringen van kerkpresidenten: Joseph Fielding Smith (2013), p. 72.

  15.  

    15. Zie Brief van het Eerste Presidium, 8 oktober 2012.

  16.  

    16. Zie The Discourses of Wilford Woodruff, samengesteld door G. Homer Durham (1946), p. 147.

  17.  

    17. Brigham Young heeft gezegd: ‘Alles wat ik wil, is zien dat dit volk hun middelen en aandacht besteedt aan de opbouw van het koninkrijk van God, het bouwen van tempels en het officiëren voor de levenden en de doden […] opdat zij tot zoons en dochters van de Almachtige gekroond mogen worden.’ (Deseret News, 6 september 1876, p. 498.) De eerste dopen voor de doden [in deze bedeling] vonden op 9 januari 1877 plaats, en begiftigingen voor de doden werden twee dagen later verricht. Over de vreugde daarvan zei Lucy B. Young dat ‘haar hart vol was in het vooruitzicht dat ze met open armen door [haar overleden verwanten] ontvangen zou worden, zoals allen ontvangen zouden worden door hen die het werk niet voor zichzelf konden doen.’ (In: Richard E. Bennett, ‘“Which Is the Wisest Course?” The Transformation in Mormon Temple Consciousness, 1870–1898’, BYU Studies Quarterly, deel 52, nummer 2 [2013], p. 22.)

  18.  

    18.  Leringen van kerkpresidenten: Wilford Woodruff (2004), p. 201.

  19.  

    19. President Wilford Woodruff (die bekendstaat als een van de grootste zendelingen ooit voor de levenden), heeft over het werk voor de doden gezegd: ‘Voor mij is dit deel van onze bediening net zo belangrijk als een zending onder de levenden; de doden zullen de stem van de dienstknechten Gods in de geestenwereld horen. En ze kunnen niet voortkomen in de morgen van de [eerste] opstanding tenzij er ten behoeve van hen bepaalde verordeningen worden verricht.’ Hij zei ook: ‘Voor de redding van een dode […] moet hetzelfde worden gedaan als voor een levende.’ (Leringen van kerkpresidenten: Wilford Woodruff, p. 196.)

  20.  

    20. President Howard W. Hunter heeft de kerkleden aangemoedigd vaak naar de tempel te gaan ‘om zelf de zegeningen van de tempel te ontvangen, om te proeven van de heiligheid en veiligheid die binnen die heilige muren te vinden zijn. […] De tempel is heilig voor de Heer. Ook voor ons moet hij heilig zijn.’ (Zie ‘Het grote symbool van ons lidmaatschap’, De Ster, november 1994, p. 6.)

  21.  

    21. ‘Messages of Inspiration from President Thomas S. Monson’, Church News, 29 december 2013, p. 2.

  22.  

    22. Howard W. Hunter, ‘We Have a Work to Do’, Ensign, maart 1995, p. 65.

  23.  

    23. Zie bijvoorbeeld Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, online editie (2013), lemma ‘gevangenis’.

  24.  

    24.  Leer en Verbonden 128:22; zie ook Leer en Verbonden 138:42. ‘Vóór [de] wereld bestond, verordonneerde de Heer datgene wat de geesten in [de gevangenis] in staat stelt verlost te worden.’ (Naar de Engelstalige Index voor de tripelcombinatie, lemma ‘Prison’.)

  25.  

    25.  Leer en Verbonden 128:24.

  26.  

    26. Zie brief van het Eerste Presidium, 8 oktober 2012; zie ook David A. Bednar, ‘Het hart der kinderen zal zich wenden’, Liahona, november 2011, pp. 24–27; R. Scott Lloyd, ‘“Find Our Cousins”: Apostle [Neil L. Andersen] Counsels LDS Youth at RootsTech Conference’, Church News, 16 februari 2014, pp. 8–9.

  27.  

    27. Uit een recent onderzoek kwam naar voren dat deze generatie onder meer groot belang hecht aan het leiden van een zinvol leven waarin zij ‘geven aan anderen en zich op een hoger doel richten’. (Emily Esfahani Smith en Jennifer L. Aaker, ‘Millennial Searchers’, New York Times Sunday Review, 1 december 2013, p. 6.)

  28.  

    28. Zie Howard W. Hunter, ‘Een tempelgericht volk’, De Ster, mei 1995, pp. 2–7.

  29.  

    29. Statistieken afkomstig van de afdeling familiegeschiedenis.

  30.  

    30. Zie Obadja 1:21.