Geestelijke wervelwinden


Neil L. Andersen
Laat de wervelwinden je niet neerhalen. Dit is jullie tijd — om sterk te staan als discipelen van de Heer Jezus Christus.

Ik groet u deze ochtend — in het bijzonder de jonge mensen hier in het Conferentiecentrum en overal ter wereld. Jullie zijn een uitverkoren generatie met een missie, en ik richt mij vooral tot jullie.

Toen we vele jaren geleden op familiebezoek in Florida waren, stak er niet ver bij ons vandaan een tornado op. Een vrouw zocht dekking in de badkamer van haar woonwagen. De woonwagen begon te schudden. Even later hoorde ze de stem van een van haar buren: ‘Ik ben hier in de voorkamer.’ Ze kwam de badkamer uit en zag tot haar grote verbazing dat de tornado haar woonwagen had opgetild en keurig rechtop boven op de woonwagen van de buren had laten belanden.

Mijn jonge vrienden, de wereld gaat niet kalmpjes de wederkomst van de Heiland tegemoet. In de Schriften staat: ‘Alle dingen zullen in beroering zijn.’1 Brigham Young heeft gezegd: ‘In de begintijd van de kerk is aan mij geopenbaard dat de kerk zich zou verspreiden, voorspoedig zou worden en zou groeien, en dat in verhouding tot de verspreiding van het evangelie op aarde, de macht van Satan ook zou toenemen.’2

Zorgelijker nog dan de geprofeteerde aardbevingen en oorlogen3 zijn de geestelijke wervelwinden die je van je geestelijke fundament kunnen losrukken en je geest op plekken laten belanden die je nooit voor mogelijk hebt gehouden. Soms merk je amper dat je verplaatst bent.

De ergste wervelwinden zijn de verzoekingen van de tegenstander. Er is altijd zonde op de wereld geweest, maar nog nooit was die zo toegankelijk, onverzadigbaar en acceptabel. Er is uiteraard een enorme macht die de wervelwinden van zonde tot zwijgen kan brengen. Die macht heet bekering.

Niet alle wervelwinden in je leven worden door jezelf veroorzaakt. Sommige ontstaan door de verkeerde keuzes van anderen, en sommige horen gewoon bij deze sterfelijke wereld.

Als jongetje leed president Boyd K. Packer aan de slopende ziekte polio. Toen ouderling Dallin H. Oaks zeven was, stierf zijn vader plotseling. Toen zuster Carol F. McConkie van het algemeen jongevrouwenpresidium tiener was, gingen haar ouders scheiden. Moeilijkheden zullen je treffen, maar als je op God vertrouwt, sterken ze je geloof in Christus.

In de natuur worden bomen die in een omgeving met veel wind groeien sterker. Wanneer de wind een jong boompje geselt, zorgen bepaalde krachten in de boom voor twee dingen. Ten eerste zetten ze de wortels aan sneller te groeien en zich verder te verspreiden. Ten tweede starten de krachten in de boom de aanmaak van celstructuren die de stam en de takken dikker en soepeler maken om de druk van de wind aan te kunnen. Die sterkere wortels en takken beschermen de boom tegen stormen die zeker terug zullen komen.4

Je bent God oneindig veel dierbaarder dan een boom. Je bent zijn zoon of dochter. Hij heeft je geest sterk en veerkrachtig gemaakt voor de wervelwinden van het leven. Net zoals de wind die tegen een jonge boom waait, kunnen de wervelwinden in je jeugd je geestelijke kracht vergroten en je op de komende jaren voorbereiden.

Hoe bereid je je op jouw wervelwinden voor? ‘Bedenkt, […] het is op de rots van onze Verlosser, die Christus is, de Zoon Gods, dat gij uw fundament moet bouwen; zodat, wanneer de duivel zijn krachtige winden zendt, […] zijn pijlen in de wervelwind, […] wanneer al zijn hagel en zijn hevige storm u zullen striemen, die geen macht […] zullen hebben om u neer te sleuren […], wegens de rots waarop gij zijt gebouwd.’5 Dat is je veiligheid in de wervelwind.

President Thomas S. Monson heeft gezegd: ‘Eens kwamen de normen van de kerk en de normen van de samenleving nagenoeg met elkaar overeen, nu gaapt daar een groot gat tussen, dat met de dag groter wordt.’6 Die kloof wekt bij sommigen hevige geestelijke wervelwinden op. Ik zal een voorbeeld geven.

Vorige maand stuurden het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf een brief naar de leiders van de kerk over de hele wereld. Er staat onder meer in: ‘Aanpassingen in de burgerwet zullen en kunnen de zedelijke wet van God niet veranderen. God verlangt dat wij zijn geboden steunen en onderhouden, ongeacht de afwijkende opinies en trends in de maatschappij. Zijn wet van kuisheid is duidelijk: seksuele omgang is alleen toegestaan tussen een man en een vrouw die wettig met elkaar gehuwd zijn. We verzoeken u dringend om de leer in “Het gezin: een proclamatie aan de wereld” door te nemen.’7

De wereld mag de kuisheidswet van de Heer dan wel afschrijven, wij doen dat niet. President Monson heeft gezegd: ‘De Heiland der mensen omschreef Zichzelf als zijnde in de wereld, maar niet van de wereld. Ook wij kunnen in de wereld zijn, maar niet van de wereld, door foutieve ideeën en leringen af te wijzen en trouw te blijven aan wat God ons heeft geboden.’8

Hoewel vele overheden en goedbedoelende mensen het huwelijk opnieuw gedefinieerd hebben, doet de Heer dat niet. In het allereerste begin stelde God het huwelijk tussen een man en een vrouw in — namelijk Adam en Eva. Hij bestempelde de doeleinden van het huwelijk, ver voorbij de persoonlijke bevrediging en vervulling van volwassenen, als de ideale omgeving waarin kinderen geboren, grootgebracht en gekoesterd dienen te worden. Gezinnen zijn onze hemelse schatten.9

Waarom blijven we hierop hameren? Zoals Paulus heeft gezegd: ‘Wij […] zien [niet] op het zichtbare, maar op het onzichtbare.’10 Als apostelen van de Heer Jezus Christus hebben wij de taak het plan van onze Schepper voor zijn kinderen te verkondigen en te waarschuwen voor de gevolgen van de veronachtzaming van zijn geboden.

Onlangs sprak ik met een lauwermeisje uit de Verenigde Staten. Ik citeer uit haar e-mail:

‘Het afgelopen jaar zijn sommigen uit mijn vriendenkring hun standpunt over het huwelijk op Facebook gaan plaatsen. Velen waren vóór het homohuwelijk en meerdere jongeren van de kerk stemden met de berichten in met een “like”. Ik plaatste geen commentaar.

‘Ik besloot mijn geloof in het traditionele huwelijk op doordachte wijze kenbaar te maken.

‘Aan mijn profielfoto voegde ik het volgende onderschrift toe: “Ik geloof in het huwelijk tussen man en vrouw.” Vrijwel direct kreeg ik allerlei berichtjes. “Je bent egoïstisch.” “Je veroordeelt anderen.” Iemand vergeleek me met een slavenhouder. En ik kreeg dit bericht van iemand met wie ik goed bevriend ben en die een sterk lid van de kerk is: “Je moet met de tijd meegaan. Dingen zijn aan het veranderen en dat moet jij ook doen.”

‘Ik ging er niet op in,’ zei ze, ‘maar haalde mijn verklaring ook niet weg.’

Zij besluit als volgt: ‘Soms moet je, zoals president Monson heeft gezegd, “durven alleen te staan”. Hopelijk zullen wij als jongeren samen staan en trouw zijn aan God en aan de leringen van zijn levende profeten.’11

Onze bijzondere zorg dient uit te gaan naar hen die zich tot personen van hetzelfde geslacht aangetrokken voelen. Zij worstelen met een zeer krachtige wervelwind. Ik spreek mijn liefde en bewondering uit voor wie deze beproeving van geloof moedig onder ogen zien en trouw blijven aan de geboden van God!12 Maar iedereen, ongeacht zijn of haar keuzes en opvattingen, verdient onze vriendelijkheid en consideratie.13

De Heiland leerde ons niet alleen onze vrienden lief te hebben, maar ook hen die het met ons oneens zijn — en zelfs hen die ons verwerpen. Hij zei: ‘Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat voor loon hebt gij? […] En indien gij alleen uw broeders groet, waarin doet gij meer dan het gewone?’14

De profeet Joseph Smith waarschuwde ons ‘voor zelfgenoegzaamheid’ en zei dat we ruimhartiger moesten worden jegens alle mannen en vrouwen tot we voelen dat we ‘hen op onze schouders willen nemen’.15 Er is in het evangelie van Jezus Christus geen plaats voor spot, pesterijen of onverdraagzaamheid.

Als je vragen hebt over raadgevingen van de leiders van de kerk, bespreek je oprechte zorgen dan met je ouders en leiders en leidsters. Je hebt de kracht nodig die je krijgt door op de profeten van de Heer te vertrouwen. President Harold B. Lee heeft gezegd: ‘Als lid van de kerk […] zijn wij [alleen] veilig [als we] gehoor geven aan de woorden en geboden die de Heer door middel van zijn profeet aan ons geeft. […] Er zijn een aantal zaken die geduld en geloof vereisen. Misschien bent u het niet eens met iets. […] Misschien is het wel in strijd met uw politieke opvattingen […] uw maatschappelijke opvattingen [en] het kan uw sociale leven belemmeren. Maar als u er geduldig en gelovig naar luistert, alsof het uit de mond van de Heer zelf komt, “zullen de poorten der hel u niet overweldigen; […] en de Here God zal de machten van duisternis voor u uit verjagen […]” (LV 21:6).’16

Nog een krachtige bescherming tegen de wervelwinden van het leven is het Boek van Mormon.

Als tiener verhuisde president Henry B. Eyring met zijn ouderlijk gezin naar een andere stad. Hij vond de verhuizing aanvankelijk niet leuk en maakte weinig nieuwe vrienden. Hij voelde zich een buitenbeentje tussen de leerlingen op school. De wervelwinden tolden om hem heen. Wat deed hij? Hij stak zijn energie in het Boek van Mormon, dat hij vele keren doorlas.17 Jaren later getuigde president Eyring: ‘Ik [blijf] het Boek van Mormon [graag] lezen en vaak en veel uit deze bron drinken.’18 ‘[Het] is het krachtigste getuigenis op schrift dat we hebben dat Jezus de Christus is.’19

De Heer heeft je nog een manier gegeven om sterk te staan, een geestelijke gave die machtiger is dan de wervelwinden van de tegenstander! Hij heeft gezegd: ‘Staat op heilige plaatsen en wordt niet aan het wankelen gebracht.’20

In mijn tienerjaren waren er maar dertien tempels van de kerk. Nu zijn er 142. Van de kerkleden woont nu 85 procent binnen een straal van zo’n driehonderd kilometer van een tempel. De Heer heeft jullie generatie meer toegang tot zijn heilige tempels gegeven dan enige andere generatie in de geschiedenis van de wereld.

Heb je ooit in de tempel gestaan, in het wit gekleed, wachtend om dopen te verrichten? Wat voor gevoel had je toen? Er is een tastbaar gevoel van heiligheid in de tempel. De vrede van de Heiland brengt de tollende wervelwinden van de wereld tot zwijgen.

Wat je in de tempel voelt, is een indicatie van hoe je je in je leven wilt voelen.21

Zoek naar grootvaders en grootmoeders en verre neven en nichten die je zijn voorgegaan. Neem hun namen mee naar de tempel.22 Als je iets over je voorouders te weten komt, zie je patronen van het leven, van het huwelijk, van kinderen; patronen van rechtschapenheid; en nu en dan patronen die je wilt vermijden.23

Later zul je in de tempel meer leren over de schepping van de wereld, over de patronen in het leven van Adam en Eva, en het allerbelangrijkst, over onze Heiland Jezus Christus.

Mijn jonge broeders en zusters, wij houden van jullie, bewonderen jullie en bidden voor jullie. Laat de wervelwinden je niet neerhalen. Dit is jullie tijd — om sterk te staan als discipelen van de Heer Jezus Christus.24

Bouw je fundament nog vaster op de rots van je Verlosser.

Koester nog meer zijn weergaloze leven en leringen.

Leef nog ijveriger zijn voorbeeld en zijn geboden na.

Wees nog dieper doordrongen van zijn liefde, zijn barmhartigheid en genade, en de machtige gaven van zijn verzoening.

Als je dat doet, beloof ik je dat je de wervelwinden zult zien voor wat ze zijn — beproevingen, verzoekingen, afleidingen of moeilijkheden om je te helpen groeien. En als je jaar na jaar rechtschapen blijft leven, verzeker ik je dat je ervaringen je steeds weer zullen bevestigen dat Jezus de Christus is. De geestelijke rots onder je voeten zal vast en stevig zijn. Je zult verheugd zijn dat God je hier heeft geplaatst om deel te hebben aan de laatste voorbereidingen voor Christus’ glorierijke terugkeer.

De Heiland heeft gezegd: ‘Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u.’25 Dat is zijn belofte aan jullie. Ik weet dat die belofte vaststaat. Ik weet dat Hij leeft. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Verwijzingen tonen

  1.  

    1.  Leer en Verbonden 88:91.

  2.  

    2.  Discourses of Brigham Young, samengesteld door John A. Widtsoe (1954), p. 72.

  3.  

    3. Zie Dallin H. Oaks, ‘Voorbereiding op de wederkomst’, Liahona, mei 2004, pp. 7–10.

  4.  

    4. Zie A. Stokes, A. H. Fitter en M. P. Coutts, ‘Responses of Young Trees to Wind and Shading: Effects on Root Architecture‘, Journal of Experimental Botany, deel 46, nummer 290 (september 1995), pp. 1139–1146.

  5.  

    5.  Helaman 5:12.

  6.  

    6. Thomas S. Monson, ‘Priesterschapsmacht’, Liahona, mei 2011, p. 66.

  7.  

    7. Brief van het Eerste Presidium, 6 maart 2014; zie ook David A. Bednar, ‘Wij geloven kuis te moeten zijn’, Liahona, mei 2013, pp. 41–44; Dallin H. Oaks, ‘Geen andere goden’, Liahona, november 2013, pp. 72–75; Voor de kracht van de jeugd (boekje, 2011), pp. 35–37.

  8.  

    8. Thomas S. Monson, Liahona, mei 2011, p. 67.

  9.  

    9. Ouderling Russell M. Nelson heeft gezegd: ‘Het huwelijk is de gieterij van maatschappelijke orde. […] Die vereniging is niet alleen tussen man en vrouw; het is ook een verbintenis met God.’ (‘Uw huwelijk koesteren’, Liahona, mei 2006, p. 36.) Zie ook Matteüs 19:5–6.

  10.  

    10.  2 Korintiërs 4:18.

  11.  

    11. Persoonlijke correspondentie en gesprekken, 17 maart 2014; zie ook Thomas S. Monson, ‘Durf alleen te staan’, Liahona, november 2011, pp. 60–67.

  12.  

    12. Zie Jeffrey R. Holland, ‘Hulp bieden aan wie worstelen met aantrekking tot hetzelfde geslacht’, Liahona, oktober 2007, pp. 40–43.

  13.  

    13. Ook al probeerde de antichrist Korihor het geloof van de mensen te vernietigen, beschermden de wetten van God hem tegen vergelding: ‘Nu was er geen wet tegen iemands geloof, want het was lijnrecht in strijd met de geboden Gods dat er een wet zou zijn die de mensen op ongelijke voet bracht. […] Indien iemand God wilde dienen, had hij het recht daartoe; […] maar indien hij niet in Hem geloofde, was er geen wet om hem te straffen’ (Alma 30:7, 9). Het elfde geloofsartikel luidt: ‘Wij eisen het goed recht de almachtige God te aanbidden volgens de stem van ons eigen geweten, en kennen alle mensen hetzelfde goed recht toe: laat hen aanbidden hoe, waar of wat zij willen.’

  14.  

    14.  Matteüs 5:46–47.

  15.  

    15.  Leringen van kerkpresidenten: Joseph Smith (2007), pp. 461, 462.

  16.  

    16.  Leringen van kerkpresidenten: Harold B. Lee (2000), pp. 84–85; zie ook Robert D. Hales, ‘Algemene conferentie: ons geloof en getuigenis vergroten’, Liahona, november 2013, pp. 6–8.

  17.  

    17. Zie Robert I. Eaton en Henry J. Eyring, I Will Lead You Along: The Life of Henry B. Eyring (2013), p. 40.

  18.  

    18. Henry B. Eyring, Choose Higher Ground (2013), p. 38.

  19.  

    19. Henry B. Eyring, To Draw Closer to God (1997), p. 118.

  20.  

    20.  Leer en Verbonden 87:8; zie ook Leer en Verbonden 45:32.

  21.  

    21. Zie Leer en Verbonden 52:14.

  22.  

    22. Zie Neil L. Andersen, ‘Find Our Cousins!’ (Toespraak gehouden tijdens het RootsTech-congres voor familiegeschiedenis 2014, 8 februari 2014); lds.org/prophets-and-apostles/unto-all-the-world/find-our-cousins.

  23.  

    23. Zie David A. Bednar, ‘Het hart der kinderen zal zich wenden’, Liahona, november 2011, pp. 24–27.

  24.  

    24. Zie Helaman 7:9.

  25.  

    25.  Johannes 14:18.