Gevraagd: uw handen en uw hart om het werk te bespoedigen


Linda K. Burton
We kunnen onze handen en ons hart aanbieden om het geweldige werk van onze hemelse Vader te bespoedigen.

Lieve zusters, we houden zoveel van u! Zag u bij het kijken naar dat mooie filmpje ook uw eigen hand die zich uitstrekte om iemand op het verbondspad te helpen? Ik dacht aan een jong jeugdwerkmeisje genaamd Brynn dat slechts één hand heeft en die hand gebruikt om haar familie en vrienden tot zegen te zijn — heiligen der laatste dagen en mensen van andere religies. Is ze niet mooi? En u ook! Zusters, we kunnen onze handen en ons hart aanbieden om het geweldige werk van onze hemelse Vader te bespoedigen.

Net zoals onze getrouwe zusters in de Schriften, zoals Eva, Sara, Maria en vele andere, hun identiteit en bestemming kenden, zo weet Brynn ook dat ze een dochter van God is.1 Ook wij kunnen ons goddelijk erfgoed als geliefde dochters van God kennen en weten welk belangrijk werk Hij voor ons heeft.

De Heiland heeft gezegd: ‘Indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten.’2 Wat moeten wij weten en doen, opdat wij tot Hem wederkeren?3 We kunnen iets leren van de rijke jongeling die Jezus vroeg wat hij nodig had om het eeuwige leven te verkrijgen.

Jezus antwoordde hem: ‘Indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.’

De jongeman vroeg hem welke geboden hij moest onderhouden. Jezus herinnerde hem toen aan enkele van de tien geboden, die wij allemaal kennen.

De jongeman antwoordde: ‘Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog tekort?’

Jezus zei: ‘Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij.’4

Jezus riep hem om bij zijn werk betrokken te raken — het werk van een discipel. Wij hebben dezelfde taak. Wij moeten ‘de dingen dezer wereld terzijde […] leggen’ en onze verbonden aankleven5, en tot Christus komen en Hem volgen. Dat doen discipelen!

Welnu zusters, laten we niet te hard voor onszelf zijn omdat de Heiland tot de rijke jongeling over volmaakt worden sprak. Het woord volmaakt in dit verslag is naar een Grieks woord vertaald dat ‘compleet’ betekent. Wanneer we ons best doen om op het verbondspad voorwaarts te gaan, worden we completer en volmaakter in dit leven.

Net zoals de rijke jongeman in de dagen van Jezus zijn we soms in de verleiding om op te geven of ons om te keren, omdat we misschien denken dat we het niet alleen kunnen. En dat is ook zo! Wij kunnen de moeilijke dingen die van ons gevraagd worden niet zonder hulp doen. Die hulp komt door de verzoening van Jezus Christus, de leiding van de Heilige Geest en de behulpzame handen van anderen.

Een getrouwe alleenstaande zuster getuigde onlangs dat ze door de verzoening de kracht had gevonden om haar behulpzame handen en gewillige hart in te zetten en de vier kinderen groot te brengen die achter waren gebleven toen haar zus aan kanker was overleden. Dat deed mij denken aan wat ouderling Neal A. Maxwell eens had gezegd: ‘Alle gemakkelijke opdrachten die de kerk uit moest voeren zijn klaar. Vanaf nu is het een groot avontuur, en uw volgelingschap zal op interessante manieren worden getoetst.’6 U bent in deze bedeling naar de aarde gezonden om wie u bent en waartoe u bent voorbereid! Ongeacht wat Satan ons wil laten geloven over wie wij zijn, is onze ware identiteit die van een discipel van Jezus Christus!

Mormon was een waar discipel die leefde in een tijd waarin ‘ieder hart was verstokt […] en […] er onder alle kinderen van Lehi […] nog nooit een zo grote goddeloosheid [was] geweest.’7 Had u in die tijd willen leven? En toch verklaarde Mormon stoutmoedig: ‘Zie, ik ben een discipel van Jezus Christus, de Zoon van God.’8

Is Mormon niet geweldig? Hij wist wie hij was en wat zijn zending was en werd daar niet van afgehouden door het kwaad om hem heen. Nee, hij beschouwde zijn roeping als een gave.9

Bedenk eens wat een zegen het is dat we geroepen zijn om onze gave van dagelijks discipelschap aan de Heer te geven en in woord en daad te verklaren: ‘Zie, ik ben een discipel van Jezus Christus!’

Ik houd van het verhaal dat president Boyd K. Packer heeft verteld over een lieve zuster die belachelijk werd gemaakt omdat ze de raad van de profeet over een voedselvoorraad opvolgde. Haar criticaster suggereerde dat haar leiders haar zouden vragen om in tijden van nood haar voedselvoorraad met anderen te delen. Als een waar discipel antwoordde ze eenvoudig en resoluut: ‘Dan heb ik tenminste iets bij te dragen.’10

Ik heb de vrouwen van de kerk lief, jong en oud. Ik heb uw kracht gezien. Ik heb uw geloof gezien. U hebt iets te geven en u bent bereid om dat te geven. U doet dat zonder poeha of ruchtbaarheid. U richt de aandacht op de God die we aanbidden en niet op uzelf, en u vraagt zich niet af wat u ervoor terugkrijgt.11 Dat doen discipelen!

Onlangs maakte ik kennis met een jongevrouw op de Filippijnen die uit een gezin kwam waarin alle anderen minderactief in de kerk werden toen zij nog maar zeven jaar was, zodat zij elke week alleen langs een gevaarlijke weg naar de kerk moest lopen. Ze vertelde dat ze op veertienjarige leeftijd besloten had om trouw aan haar verbonden te blijven zodat zij het waardig zou zijn om haar eigen toekomstige gezin in een huis groot te brengen dat ‘gezegend is met priesterschapsmacht.’12 De beste manier om ons gezin te versterken, nu of in de toekomst, is onze verbonden na te leven, beloften die we aan elkaar en aan God hebben gedaan.

Dat doen discipelen!

Een getrouwe zuster en haar man uit Japan bezochten ons tijdens onze zending in Korea. Zij sprak geen Koreaans en maar heel beperkt Engels, maar ze had een gewillig hart om haar unieke talenten en behulpzame handen voor het werk van de Heer te gebruiken. Dat doen discipelen! Ze leerde onze zendelingen een eenvoudig origamiwerkje te maken — een mond die je open en dicht kon doen. Toen gebruikte ze de weinige Engelse woorden die ze kende om de zendelingen aan te moedigen ‘hun mond open te doen’ om het evangelie te verkondigen — een les die zij en ik nooit zullen vergeten.

Beeld u eens in dat u en ik samen met de miljoenen andere zusters en broeders in zijn kerk moedig voorwaarts gaan en doen wat discipelen doen — dienen en liefhebben zoals de Heiland. Wat betekent het voor u om een discipel van Jezus Christus te zijn?

Honderdduizenden onzelfzuchtige discipelen van Jezus Christus die de kans hebben aangegrepen om praktische diensten te verlenen, hebben de mormoonse Helpende Handen-vestjes gedragen. Maar er zijn ook andere manieren om als toegewijd discipel te dienen. Stelt u zich met mij eens enkele mogelijke geestelijke bordjes ‘ gevraagd’ voor die met het heilswerk te maken hebben:

  • Helpers gevraagd: ouders die hun kinderen in licht en waarheid grootbrengen

  • Helpers gevraagd: dochters en zoons, zussen en broers, tantes en ooms, neven en nichten, grootouders, en echte vrienden om als mentor te dienen en een behulpzame hand te bieden op het verbondspad

  • Helpers gevraagd: zij die naar de ingevingen van de Heilige Geest luisteren en handelen naar ontvangen ingevingen

  • Helpers gevraagd: zij die dagelijks het evangelie op kleine en eenvoudige manieren naleven

  • Helpers gevraagd: voor familiegeschiedenis en tempelwerk om gezinnen voor eeuwig met elkaar te verbinden

  • Helpers gevraagd: zendelingen om het ‘goede nieuws’ te verkondigen — het evangelie van Jezus Christus

  • Helpers gevraagd: redders om hen die verdwaald zijn te vinden

  • Helpers gevraagd: mensen die verbonden nakomen en voor waarheid en deugd staan

  • Helpers gevraagd: ware discipelen van Jezus Christus

Jaren geleden heeft ouderling M. Russell Ballard de zusters van de kerk een indringende vraag gesteld:

‘Tussen nu en de dag dat Hij terugkomt heeft de Heer in ieder gezin, in iedere wijk, in iedere gemeenschap en in ieder land vrouwen nodig die in rechtschapenheid naar voren treden en met hun woorden en hun daden zeggen: “Hier ben ik, zend mij.”

‘Mijn vraag aan u is: Bent u één van die vrouwen?’13

Ik hoop dat wij daar allemaal volmondig ‘ja’ op kunnen antwoorden. Ik eindig met de tekst van een jeugdwerkliedje:

Hoor de [zusters] zingen, heel de wereld rond;
blije stemmen zingen van het nieuw verbond:
wij zijn [zusters] met het evangelielicht;
met plezier doen wij steeds onze plicht.14

Mogen wij als ware discipelen een gewillig hart en behulpzame handen aanbieden om zijn werk te bespoedigen. Het maakt niet uit of we, zoals Brynn, maar één hand hebben. Het geeft niet als we nog niet volmaakt en compleet zijn. We zijn toegewijde discipelen die anderen de hand reiken en elkaar op ons pad helpen. Ons zusterschap reikt terug tot eerdere generaties van getrouwe zusters die ons zijn voorgegaan. Samen, als zusters en vereend met levende profeten, zieners en openbaarders met herstelde priesterschapssleutels, kunnen wij eensgezind voortgaan, als discipelen, als dienstmaagden met een gewillig hart en gewillige handen om het heilswerk te bespoedigen. Als we dat doen zullen we op de Heiland lijken. Daarvan getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

Verwijzingen tonen

  1.  

    1. Zie ‘Brynn’, lds.org/media-library/video/2011–01–007-brynn.

  2.  

    2.  Johannes 7:17.

  3.  

    3. ‘Ik ben een kind van God’, Lofzangen, nr. 195; of Kinderliedjes, pp. 2–3.

  4.  

    4. Zie Matteüs 19:16–22.

  5.  

    5.  Leer en Verbonden 25:10, 13.

  6.  

    6. Neal A. Maxwell, ‘The Old Testament: Relevancy within Antiquity’ (toespraak aan CES-leerkrachten, 16 augustus 1979), p. 4; si.lds.org.

  7.  

    7.  Mormon 4:11–12.

  8.  

    8.  3 Nephi 5:13.

  9.  

    9. Zie Moroni 7:2.

  10.  

    10. Boyd K. Packer, ‘The Circle of Sisters’, Ensign, november 1980, p. 111.

  11.  

    11. Zie 2 Nephi 26:29–30.

  12.  

    12. ‘Omdat hier liefde is’, Kinderliedjes, pp. 102–103.

  13.  

    13. Zie M. Russell Ballard, ‘Rechtschapen vrouwen’, Liahona, december 2002, p. 39.

  14.  

    14. ‘Jeugdwerkkinderen in ieder land’, Liahona, oktober 2003, pp. K12–13.