2014
Kerk past welzijnsbeginselen toe in de Filipijnen
Mei 2014


Kerk past welzijnsbeginselen toe in de Filipijnen

Maanden nadat de tyfoon Haiyan in november 2013 de Filipijnen had geteisterd, waardoor zo’n 1,2 miljoen huizen zijn verwoest en meer dan 6.200 mensen om het leven zijn gekomen, blijft de kerk hulp bieden. De nadruk is echter verlegd van ramphulp naar hulpverlening op de lange termijn. Een van de succesvolste inspanningen zijn de vrijwilligers die hebben geleerd om huizen te bouwen voor mensen zonder onderdak.

De volgende mensen die door de storm getroffen zijn, maken deel uit van de velen die dankbaar zijn voor de hulp die ze van de kerk hebben gekregen, hoewel ze geen lid van de kerk zijn:

  • Een vrouw die tijdens de tyfoon onderdak had gevonden in een van onze kerkgebouwen, kwam er later achter dat haar huis was verwoest toen er kokosnootbomen op waren gevallen. Zij en haar gezin hadden niet voldoende middelen, maar vrijwilligers hielpen haar om een nieuw huis te bouwen. Zij helpt nu een ander gezin om een huis te bouwen. ‘Ik heb leren samenwerken met anderen die ook hulp nodig hebben. Op die manier kunnen we samen van [de tyfoon] herstellen’, zei ze.

  • Een man die was ontslagen omdat het bedrijf waar hij werkte verwoest was, leert nu hoe hij voor zijn gezin en voor anderen huizen kan bouwen. ‘We weten dat we elkaar moeten helpen, zodat we het werk sneller kunnen voltooien’, zei hij. En hij voegde daaraan toe dat hij dankbaar is voor de hulpacties van de kerk.

Presiderende bisschop Gary E. Stevenson zei dat naast de zorg voor de armen en behoeftigen, ‘we ook het beginsel van zelfredzaamheid in actie zien, en dat is verbazingwekkend.’ Hij zei: ‘Een van de dingen die we proberen te bereiken, is dat wij het materiaal verschaffen en dat zij [de ontvangers] het werk verrichten. Iedereen die een onderdak krijgt, werkt zelf mee aan de bouw ervan.’

Plaatselijke kerkleiders en vertegenwoordigers van de afdeling humanitaire diensten werken samen met plaatselijke leiders in de gemeenschap om mensen op te leiden die timmermansvaardigheden hebben. Er is geld uit het permanent studiefonds gebruikt om twintig gediplomeerde timmerlieden aan te nemen die met de opleiding helpen. Er zijn al tweeduizend van de drieduizend geplande huizen gebouwd.

Plaatselijke stagiaires laten zien wat zij geleerd hebben door tien huizen te bouwen om hun diploma te verdienen. En ze krijgen een gereedschapskist van de kerk zodat ze een goede baan kunnen vinden. Er is zo’n grote behoefte aan bouwvakkers dat de Catholic Relief Services heeft toegezegd honderden timmerlieden aan te nemen die door de mormoonse kerk zijn opgeleid.

Bisschop Stevenson zegt dat vijfhonderd leden van de kerk een bijeenkomst hebben bijgewoond waar kerkleiders de opleiding beschreven: ‘Toen dat alles werd uitgelegd, begonnen ze te klappen en de tranen vloeiden, want nu zagen ze een mogelijkheid […] om voor hun gezin te zorgen.’

De kerk werkt samen met verscheidene andere liefdadigheidsinstellingen en met de Filipijnse regering om ervoor te zorgen dat er voortdurend voedsel, water, medische hulpgoederen, hygiënepakketten, generatoren, onderdakpakketten, kookgerei, vistuig, en zaden om te planten worden geleverd.

De kerk heeft geleerd dat de doeltreffendste manier van hulpverlening na een ramp, het plaatselijke werk is. De kerk koopt het materiaal in het getroffen land, zo dicht mogelijk bij het getroffen gebied. Daarmee wordt niet alleen bereikt dat de goederen geschikt zijn voor dat gebied, maar het betekent ook veel voor de plaatselijke economie.

Leden over de hele wereld worden aangemoedigd om voor de slachtoffers van rampen te bidden en zich af te vragen of ze meer kunnen bijdragen aan het vastengavenfonds of het humanitaire-hulpfonds van de kerk.