Het Boek Alma
de Zoon van Alma

Hoofdstukken 

Het verslag van Alma, die de zoon van Alma was, en de eerste opperrechter over het volk van Nephi, en ook de hogepriester van de kerk. Een verslag van de regering der rechters en van de oorlogen en twisten onder het volk. En tevens een verslag van een oorlog tussen de Nephieten en de Lamanieten, volgens het verslag van Alma, de eerste opperrechter.
HOOFDSTUK 1
Nehor verkondigt valse leringen, sticht een kerk, voert priesterlist in en doodt Gideon — Nehor wordt voor zijn misdaden terechtgesteld — Priesterlisten en vervolgingen verbreiden zich onder het volk — De priesters voorzien in hun eigen onderhoud, het volk zorgt voor de armen en de kerk gedijt. Ongeveer 91–88 v.C.
HOOFDSTUK 2
Amlici streeft naar het koningschap en wordt door de stem van het volk afgewezen — Zijn volgelingen maken hem koning — De Amlicieten voeren oorlog tegen de Nephieten en worden verslagen — De Lamanieten en Amlicieten voegen hun strijdkrachten bijeen en worden verslagen — Alma doodt Amlici. Ongeveer 87 v.C.
HOOFDSTUK 3
De Amlicieten hadden op zichzelf een teken aangebracht zoals was geprofeteerd — De Lamanieten waren vervloekt wegens hun opstandigheid — De mensen brengen zelf vervloeking over zich — De Nephieten verslaan nog een Lamanitisch leger. Ongeveer 87–86 v.C.
HOOFDSTUK 4
Alma doopt duizenden bekeerlingen — Ongerechtigheid doet haar intrede in de kerk waardoor zij in haar vooruitgang wordt belemmerd — Nephihah wordt aangesteld als opperrechter — Alma wijdt zich als hogepriester aan de bediening. Ongeveer 86–83 v.C.
De woorden die Alma, de hogepriester, volgens de heilige orde Gods, het volk heeft verkondigd in hun steden en dorpen in het gehele land.
Dit beslaat hoofdstuk 5.
HOOFDSTUK 5
Om voor redding in aanmerking te komen, moeten de mensen zich bekeren en de geboden onderhouden, wedergeboren worden, hun klederen reinigen door middel van het bloed van Christus, ootmoedig zijn en zich ontdoen van hoogmoed en afgunst, en rechtvaardige werken doen — De goede herder roept zijn volk — Zij die boze werken doen, zijn kinderen van de duivel — Alma getuigt van de waarachtigheid van zijn leer en gebiedt de mensen zich te bekeren — De naam van de rechtvaardigen zal in het boek des levens worden geschreven. Ongeveer 83 v.C.
HOOFDSTUK 6
De kerk in Zarahemla wordt gezuiverd en op orde gebracht — Alma gaat naar Gideon om er te prediken. Ongeveer 83 v.C.
De woorden van Alma die hij, volgens zijn eigen verslag, tot het volk in Gideon heeft gesproken.
Dit beslaat hoofdstuk 7.
HOOFDSTUK 7
Christus zal uit Maria worden geboren — Hij zal de boeien des doods losmaken en de zonden van zijn volk dragen — Wie zich bekeren, zich laten dopen en de geboden onderhouden, zullen het eeuwige leven hebben — Vuilheid kan het koninkrijk Gods niet beërven — Ootmoed, geloof, hoop en naastenliefde zijn vereist. Ongeveer 83 v.C.
HOOFDSTUK 8
Alma predikt en doopt in Melek — Hij wordt in Ammonihah verworpen en vertrekt — Een engel gebiedt hem terug te keren en het volk bekering toe te roepen — Hij wordt door Amulek ontvangen en gezamenlijk prediken zij in Ammonihah. Ongeveer 82 v.C.
De woorden van Alma, en ook de woorden van Amulek, die zij aan het volk in het land Ammonihah hebben verkondigd. En ook worden zij in de gevangenis geworpen en, volgens de kroniek van Alma, bevrijd door de wonderbare kracht Gods die in hen was.
Dit beslaat de hoofdstukken 9 tot en met 14.
HOOFDSTUK 9
Alma gebiedt het volk van Ammonihah zich te bekeren — De Heer zal barmhartig zijn jegens de Lamanieten in de laatste dagen — Als de Nephieten het licht verwerpen, zullen de Lamanieten hen vernietigen — De Zoon Gods komt spoedig — Hij zal hen die zich bekeren, zich laten dopen en geloof hebben in zijn naam, verlossen. Ongeveer 82 v.C.
HOOFDSTUK 10
Lehi stamt af van Manasse — Amulek vertelt hoe een engel hem gebood voor Alma te zorgen — Het volk wordt gespaard dankzij de gebeden van de rechtvaardigen — Onrechtvaardige wetgeleerden en rechters leggen het fundament voor de vernietiging van het volk. Ongeveer 82 v.C.
HOOFDSTUK 11
Het Nephitische muntstelsel wordt uiteengezet — Amulek redetwist met Zeëzrom — Christus zal de mensen niet redden in hun zonden — Alleen zij die het koninkrijk van de hemel beërven, zijn gered — Alle mensen staan tot onsterfelijkheid op — Er is geen dood na de opstanding. Ongeveer 82 v.C.
HOOFDSTUK 12
Alma redetwist met Zeëzrom — De verborgenheden Gods kunnen alleen aan de getrouwen worden gegeven — De mensen worden geoordeeld naar hun gedachten, overtuigingen, woorden en werken — De goddelozen zullen de geestelijke dood ondergaan — Dit sterfelijke leven is een proeftijd — Het verlossingsplan brengt de opstanding teweeg en, door middel van geloof, vergeving van zonden — Wie zich bekeert, heeft door de eniggeboren Zoon aanspraak op barmhartigheid. Ongeveer 82 v.C.
HOOFDSTUK 13
Mannen worden als hogepriester geroepen wegens hun buitengewone geloof en goede werken — Zij moeten het volk de geboden leren — Zij worden geheiligd en gaan in tot de rust des Heren door rechtvaardigheid — Melchizedek was één van hen — Engelen verkondigen de blijde boodschap door het gehele land — Zij zullen de werkelijke komst van Christus openbaren. Ongeveer 82 v.C.
HOOFDSTUK 14
Alma en Amulek worden gevangengezet en geslagen — De gelovigen en hun heilige Schriften worden door vuur verbrand — Deze martelaren worden door de Heer in heerlijkheid ontvangen — De gevangenismuren scheuren doormidden en storten ineen — Alma en Amulek worden bevrijd en hun vervolgers gedood. Ongeveer 82–81 v.C.
HOOFDSTUK 15
Alma en Amulek gaan naar Sidom en vestigen er een kerk — Alma geneest Zeëzrom, die tot de kerk toetreedt — Velen worden gedoopt en de kerk floreert — Alma en Amulek gaan naar Zarahemla. Ongeveer 81 v.C.
HOOFDSTUK 16
De Lamanieten vernietigen het volk van Ammonihah — Zoram voert de Nephieten aan tot zege over de Lamanieten — Alma en Amulek en vele anderen prediken het woord — Zij verkondigen dat Christus na zijn opstanding aan de Nephieten zal verschijnen. Ongeveer 81–77 v.C.
Een verslag van de zonen van Mosiah, die ter wille van het woord Gods afstand deden van hun rechten op het koninkrijk en optrokken naar het land Nephi om tot de Lamanieten te prediken; hun lijden en bevrijding — volgens de kroniek van Alma.
Dit beslaat de hoofdstukken 17 tot en met 27.
HOOFDSTUK 17
De zonen van Mosiah bezitten de geest van profetie en van openbaring — Ieder van hen gaat zijns weegs om het woord aan de Lamanieten te verkondigen — Ammon gaat naar het land Ismaël en wordt dienstknecht van koning Lamoni — Ammon redt de kudden van de koning en doodt diens vijanden bij het water van Sebus. De verzen 1–3, ongeveer 77 v.C.; vers 4, ongeveer 91–77 v.C.; en de verzen 5–39, ongeveer 91 v.C.
HOOFDSTUK 18
Koning Lamoni denkt dat Ammon de Grote Geest is — Ammon leert de koning aangaande de schepping, aangaande Gods handelwijze met de mensen, en aangaande de verlossing die door middel van Christus komt — Lamoni gelooft en valt als dood ter aarde. Ongeveer 90 v.C.
HOOFDSTUK 19
Lamoni ontvangt het licht van het eeuwige leven en ziet de Verlosser — Zijn huisgezin geraakt in vervoering, en velen zien engelen — Ammon wordt op wonderbaarlijke wijze bewaard — Hij doopt velen en vestigt een kerk onder hen. Ongeveer 90 v.C.
HOOFDSTUK 20
De Heer zendt Ammon naar Middoni om zijn gevangen broeders te bevrijden — Ammon en Lamoni ontmoeten Lamoni’s vader, die koning is over het gehele land — Ammon dwingt de oude koning de vrijlating van zijn broeders goed te keuren. Ongeveer 90 v.C.
Een verslag van de prediking van Aäron en Muloki en hun broeders aan de Lamanieten.
Dit beslaat de hoofdstukken 21 tot en met 26.
HOOFDSTUK 21
Aäron verkondigt de Amalekieten Christus en zijn verzoening — Aäron en zijn broeders worden in Middoni gevangengezet — Na hun vrijlating leren zij in de synagogen en maken vele bekeerlingen — Lamoni geeft het volk in het land Ismaël godsdienstvrijheid. Ongeveer 90–77 v.C.
HOOFDSTUK 22
Aäron leert Lamoni’s vader aangaande de schepping, de val van Adam en het plan van de verlossing door Christus — De koning en zijn gehele huis bekeren zich — De verdeling van het land onder de Nephieten en de Lamanieten wordt uiteengezet. Ongeveer 90–77 v.C.
HOOFDSTUK 23
Er wordt godsdienstvrijheid afgekondigd — De Lamanieten in zeven landen en steden bekeren zich — Zij noemen zichzelf Anti-Nephi-Lehieten en worden van de vervloeking bevrijd — De Amalekieten en de Amulonieten verwerpen de waarheid. Ongeveer 90–77 v.C.
HOOFDSTUK 24
De Lamanieten trekken op tegen het volk Gods — De Anti-Nephi-Lehieten verheugen zich in Christus en worden door engelen bezocht — Zij sterven liever dan zich te verdedigen — Meer Lamanieten bekeren zich. Ongeveer 90–77 v.C.
HOOFDSTUK 25
De Lamanitische agressie breidt zich uit — De nakomelingen van de priesters van Noach komen om zoals Abinadi had geprofeteerd — Vele Lamanieten bekeren zich en sluiten zich aan bij het volk van Anti-Nephi-Lehi — Zij geloven in Christus en bewaren de wet van Mozes. Ongeveer 90–77 v.C.
HOOFDSTUK 26
Ammon roemt in de Heer — De getrouwen worden door de Heer sterk gemaakt en ontvangen kennis — Door geloof kunnen de mensen duizenden zielen tot bekering brengen — God bezit alle macht en begrijpt alle dingen. Ongeveer 90–77 v.C.
HOOFDSTUK 27
De Heer gebiedt Ammon het volk van Anti-Nephi-Lehi in veiligheid te brengen — Bij het ontmoeten van Alma gaat Ammons vreugde zijn kracht te boven — De Nephieten geven de Anti-Nephi-Lehieten het land Jershon — Zij worden het volk van Ammon genoemd. Ongeveer 90–77 v.C.
HOOFDSTUK 28
De Lamanieten worden in een verschrikkelijke strijd verslagen — Tienduizenden worden gedood — De goddelozen worden naar een staat van eindeloos wee verwezen; de rechtvaardigen verwerven een nimmer eindigend geluk. Ongeveer 77–76 v.C.
HOOFDSTUK 29
Alma verlangt ernaar de mensen met het vuur van een engel bekering te prediken — De Heer geeft leraren aan alle volken — Alma roemt in het werk des Heren en in het succes van Ammon en zijn broeders. Ongeveer 76 v.C.
HOOFDSTUK 30
Korihor, de antichrist, bespot Christus, de verzoening en de geest van profetie — Hij leert dat er geen God is, geen val van de mens, geen straf voor zonde en geen Christus — Alma getuigt dat Christus zal komen en dat alles erop wijst dat er een God is — Korihor eist een teken en wordt met stomheid geslagen — De duivel was Korihor als engel verschenen en had hem geleerd wat hij moest zeggen — Korihor wordt vertrapt en sterft. Ongeveer 76–74 v.C.
HOOFDSTUK 31
Alma leidt een zending om de afvallige Zoramieten terug te winnen — De Zoramieten loochenen Christus, geloven in een verkeerd denkbeeld van uitverkiezing en aanbidden met voorgeschreven gebeden — De zendelingen zijn vervuld met de Heilige Geest — Hun benauwingen worden verzwolgen door de vreugde in Christus. Ongeveer 74 v.C.
HOOFDSTUK 32
Alma leert de armen, wier benauwingen hen verootmoedigd hadden — Geloof is hoop op datgene wat niet te zien is, maar toch waar is — Alma getuigt dat engelen mannen, vrouwen en kinderen bedienen — Alma vergelijkt het woord met een zaadje — Het moet geplant en verzorgd worden — Dan groeit het uit tot een boom, waarvan wij de vrucht van het eeuwige leven plukken. Ongeveer 74 v.C.
HOOFDSTUK 33
Zenos leerde dat de mensen overal moeten bidden en aanbidden, en dat oordelen worden afgewend wegens de Zoon — Zenock leerde dat barmhartigheid wordt verleend wegens de Zoon — Mozes had in de wildernis een zinnebeeld van de Zoon van God opgeheven. Ongeveer 74 v.C.
HOOFDSTUK 34
Amulek getuigt dat het woord tot behoudenis in Christus is — Tenzij er een verzoening wordt teweeggebracht, moet het gehele mensdom verloren gaan — De gehele wet van Mozes wijst op het offer van de Zoon van God — Het eeuwige verlossingsplan is gebaseerd op geloof en bekering — Bid om stoffelijke en geestelijke zegeningen — Dit leven is de tijd voor de mens om zich erop voor te bereiden God te ontmoeten — Bewerk uw behoudenis in de vreze Gods. Ongeveer 74 v.C.
HOOFDSTUK 35
De prediking van het woord vernietigt het bedrog van de Zoramieten — Zij verdrijven de bekeerlingen, die zich vervolgens bij het volk van Ammon voegen in Jershon — Alma treurt over de goddeloosheid van het volk. Ongeveer 74 v.C.
De geboden van Alma aan zijn zoon Helaman.
Dit beslaat de hoofdstukken 36 en 37.
HOOFDSTUK 36
Alma getuigt aan Helaman van zijn bekering na het zien van een engel — Hij leed de pijnen van een verdoemde ziel; hij riep de naam van Jezus aan en werd uit God geboren — Zoete vreugde vervulde zijn ziel — Hij zag menigten engelen die God loofden — Vele bekeerlingen hebben hetzelfde gesmaakt en gezien als hij heeft gesmaakt en gezien. Ongeveer 74 v.C.
HOOFDSTUK 37
De platen van koper en andere Schriften worden bewaard om zielen te behouden — De Jaredieten werden vernietigd wegens hun goddeloosheid — Hun geheime eden en verbonden moeten voor het volk verborgen gehouden worden — Raadpleeg de Heer bij al uw handelingen — Zoals de Liahona de Nephieten leidde, zo leidt het woord van Christus de mensen tot het eeuwige leven. Ongeveer 74 v.C.
De geboden van Alma aan zijn zoon Shiblon.
Dit beslaat hoofdstuk 38.
HOOFDSTUK 38
Shiblon was omwille van zijn rechtvaardigheid vervolgd — Redding is in Christus, die het leven en het licht der wereld is — Beteugel al uw hartstochten. Ongeveer 74 v.C.
De geboden van Alma aan zijn zoon Corianton.
Dit beslaat de hoofdstukken 39 tot en met 42.
HOOFDSTUK 39
Seksuele zonde is een gruwel — Coriantons zonden hebben de Zoramieten ervan weerhouden het woord te ontvangen — De verlossing door Christus heeft terugwerkende kracht om de getrouwen te redden die daarvóór hebben geleefd. Ongeveer 74 v.C.
HOOFDSTUK 40
Christus brengt de opstanding van alle mensen teweeg — De rechtvaardige doden gaan naar het paradijs en de onrechtvaardige naar de buitenste duisternis in afwachting van de dag van hun opstanding — In de opstanding zullen alle dingen in hun juiste en volmaakte gedaante worden hersteld. Ongeveer 74 v.C.
HOOFDSTUK 41
De mensen komen in de opstanding tevoorschijn tot een staat van oneindig geluk of oneindige ellende — Goddeloosheid heeft nooit geluk betekend — Vleselijk gezinden zijn zonder God in de wereld — Bij de herstelling ontvangt ieder mens de kenmerken en eigenschappen terug die hij in de sterfelijkheid heeft verworven. Ongeveer 74 v.C.
HOOFDSTUK 42
Het sterfelijke leven is een proeftijd om de mens in staat te stellen zich te bekeren en God te dienen — De val heeft de stoffelijke en de geestelijke dood voor het gehele mensdom tot gevolg gehad — Verlossing volgt op bekering — God zelf doet verzoening voor de zonden der wereld — Barmhartigheid is voor hen die zich bekeren — Alle anderen zijn onderhevig aan Gods gerechtigheid — Barmhartigheid is het gevolg van de verzoening — Alleen de werkelijk boetvaardigen worden gered. Ongeveer 74 v.C.
HOOFDSTUK 43
Alma en zijn zonen prediken het woord — De Zoramieten en andere Nephitische afgescheidenen worden Lamanieten — De Lamanieten trekken ten strijde tegen de Nephieten — Moroni bewapent de Nephieten met een beschermende wapenrusting — De Heer openbaart Alma de strategie van de Lamanieten — De Nephieten verdedigen huis en haard, hun vrijheid en godsdienst — De legers van Moroni en Lehi omsingelen de Lamanieten. Ongeveer 74 v.C.
HOOFDSTUK 44
Moroni gebiedt de Lamanieten een vredesverbond te sluiten; anders zullen zij vernietigd worden — Zerahemnah verwerpt het voorstel en de strijd wordt hervat — De legers van Moroni verslaan de Lamanieten. Ongeveer 74–73 v.C.
Het verslag van het volk van Nephi, en van hun oorlogen en onenigheden in de dagen van Helaman, volgens de kroniek van Helaman die hij in zijn dagen heeft bijgehouden.
Dit beslaat de hoofdstukken 45 tot en met 62.
HOOFDSTUK 45
Helaman gelooft de woorden van Alma — Alma profeteert de vernietiging der Nephieten — Hij zegent en vervloekt het land — Alma is wellicht opgenomen door de Geest, zoals Mozes — De onenigheid in de kerk neemt toe. Ongeveer 73 v.C.
HOOFDSTUK 46
Amalickiah intrigeert om koning te worden — Moroni richt het vaandel der vrijheid op — Hij wekt het volk op om hun geloof te verdedigen — Ware gelovigen worden christenen genoemd — Er zal een overblijfsel van Jozef worden bewaard — Amalickiah en de afgescheidenen vluchten naar het land Nephi — Zij die de zaak van de vrijheid niet ondersteunen, worden ter dood gebracht. Ongeveer 73–72 v.C.
HOOFDSTUK 47
Amalickiah gebruikt verraad, moord en intriges om koning der Lamanieten te worden — De Nephitische afgescheidenen zijn nog goddelozer en woester dan de Lamanieten. Ongeveer 72 v.C.
HOOFDSTUK 48
Amalickiah hitst de Lamanieten op tegen de Nephieten — Moroni bereidt zijn volk erop voor de zaak van de christenen te verdedigen — Hij verheugt zich over onafhankelijkheid en vrijheid en is een machtig man Gods. Ongeveer 72 v.C.
HOOFDSTUK 49
De binnenvallende Lamanieten zijn niet in staat de versterkte steden Ammonihah en Noach in te nemen — Amalickiah vervloekt God en zweert het bloed van Moroni te drinken — Helaman en zijn broeders gaan door met het versterken van de kerk. Ongeveer 72 v.C.
HOOFDSTUK 50
Moroni versterkt de landen der Nephieten — Zij bouwen vele nieuwe steden — Oorlogen en verwoestingen overkomen de Nephieten in de dagen van hun goddeloosheid en gruwelen — Morianton en zijn afgescheidenen worden door Teancum verslagen — Nephihah sterft en zijn zoon Pahoran bestijgt de rechterstoel. Ongeveer 72–67 v.C.
HOOFDSTUK 51
De koningsgezinden trachten de wet te veranderen om iemand tot koning te kunnen uitroepen — Pahoran en de vrijen worden gesteund door de stem van het volk — Moroni dwingt de koningsgezinden hun land te verdedigen; anders zullen zij ter dood worden gebracht — Amalickiah en de Lamanieten veroveren vele versterkte steden — Teancum slaat de Lamanitische invasie af en doodt Amalickiah in zijn tent. Ongeveer 67–66 v.C.
HOOFDSTUK 52
Ammoron volgt Amalickiah op als koning der Lamanieten — Moroni, Teancum en Lehi voeren de Nephieten aan in een overwinningsoorlog tegen de Lamanieten — De stad Mulek wordt heroverd en de Zoramiet Jakob wordt gedood. Ongeveer 66–64 v.C.
HOOFDSTUK 53
De Lamanitische gevangenen worden ingezet om de stad Overvloed te versterken — Onenigheden onder de Nephieten leiden tot Lamanitische overwinningen — Helaman voert het bevel over de tweeduizend jonge zonen uit het volk van Ammon. Ongeveer 64–63 v.C.
HOOFDSTUK 54
Ammoron en Moroni onderhandelen over de uitwisseling van gevangenen — Moroni eist dat de Lamanieten zich terugtrekken en hun moorddadige aanvallen staken — Ammoron eist dat de Nephieten hun wapens neerleggen en zich aan de Lamanieten onderwerpen. Ongeveer 63 v.C.
HOOFDSTUK 55
Moroni weigert gevangenen uit te wisselen — De Lamanitische wachten worden ertoe overgehaald zich te bedrinken, waarna de Nephitische gevangenen worden bevrijd — De stad Gid wordt zonder bloedvergieten ingenomen. Ongeveer 63–62 v.C.
HOOFDSTUK 56
Helaman zendt Moroni een brief waarin hij vertelt over de oorlog tegen de Lamanieten — Antipus en Helaman behalen een grote overwinning op de Lamanieten — Helamans tweeduizend jonge zonen vechten met wonderbaarlijke kracht en geen van hen wordt gedood. Vers 1, ongeveer 62 v.C.; de verzen 2–19, ongeveer 66 v.C.; en de verzen 20–57, ongeveer 65–64 v.C.
HOOFDSTUK 57
Helaman vertelt over de inneming van Antiparah en de overgave en latere verdediging van Cumeni — Zijn Ammonitische jongelingen vechten dapper; allen worden verwond, maar geen van hen wordt gedood — Gid vermeldt de dood en de ontsnapping van de Lamanitische gevangenen. Ongeveer 63 v.C.
HOOFDSTUK 58
Helaman, Gid en Teomner nemen de stad Manti in door middel van een krijgslist — De Lamanieten trekken zich terug — De zonen van het volk van Ammon blijven standvastig ter verdediging van hun vrijheid en geloof en worden daarbij bewaard. Ongeveer 63–62 v.C.
HOOFDSTUK 59
Moroni verzoekt Pahoran de strijdkrachten van Helaman te versterken — De Lamanieten nemen de stad Nephihah in — Moroni is vertoornd op de regering. Ongeveer 62 v.C.
HOOFDSTUK 60
Moroni klaagt tegen Pahoran over de verwaarlozing van de legers door de regering — De Heer laat toe dat de rechtvaardigen worden gedood — De Nephieten moeten al hun macht en middelen gebruiken om zich van hun vijanden te bevrijden — Moroni dreigt te zullen vechten tegen de regering als zijn legers geen hulp krijgen. Ongeveer 62 v.C.
HOOFDSTUK 61
Pahoran vertelt Moroni over de muiterij en opstand tegen de regering — De koningsgezinden nemen Zarahemla in en spannen samen met de Lamanieten — Pahoran vraagt om militaire hulp tegen de opstandelingen. Ongeveer 62 v.C.
HOOFDSTUK 62
Moroni komt Pahoran te hulp in het land Gideon — De koningsgezinden die weigeren hun land te verdedigen, worden ter dood gebracht — Pahoran en Moroni heroveren Nephihah — Vele Lamanieten voegen zich bij het volk van Ammon — Teancum doodt Ammoron en wordt op zijn beurt gedood — De Lamanieten worden uit het land verdreven en er wordt vrede gesticht — Helaman keert terug tot de bediening en bouwt de kerk op. Ongeveer 62–57 v.C.
HOOFDSTUK 63
Shiblon en later Helaman nemen de heilige kronieken in bezit — Vele Nephieten reizen naar het noordelijke land — Hagoth bouwt schepen die uitvaren op de westelijke zee — Moronihah verslaat de Lamanieten in de strijd. Ongeveer 56–52 v.C.