Het Boek Mosiah

Hoofdstukken 

HOOFDSTUK 1
Koning Benjamin leert zijn zonen de taal en de profetieën van hun vaderen — Hun godsdienst en beschaving zijn bewaard gebleven dankzij de kronieken die op de verschillende platen zijn bijgehouden — Mosiah wordt tot koning gekozen; de kronieken en andere zaken worden aan zijn hoede toevertrouwd. Ongeveer 130–124 v.C.
HOOFDSTUK 2
Koning Benjamin spreekt zijn volk toe — Hij vertelt over de billijkheid, de rechtvaardigheid en de geestelijke aard van zijn regering — Hij geeft hun de raad hun hemelse Koning te dienen — Zij die tegen God in opstand komen, zullen smart als een onuitblusbaar vuur lijden. Ongeveer 124 v.C.
HOOFDSTUK 3
Koning Benjamin zet zijn toespraak voort — De almachtige Heer zal onder de mensen dienen in een tabernakel van leem — Er zal bloed uit iedere porie komen wanneer Hij de zonden van de wereld verzoent — Zijn naam is de enige die redding brengt — Door de verzoening kan men de natuurlijke mens afleggen en een heilige worden — De kwelling van de goddelozen zal als een poel van vuur en zwavel zijn. Ongeveer 124 v.C.
HOOFDSTUK 4
Koning Benjamin zet zijn toespraak voort — Redding komt dankzij de verzoening — Geloof in God om gered te worden — Behoud vergeving van uw zonden door getrouwheid — Geef van uw middelen aan de armen — Doe alles in wijsheid en ordelijkheid. Ongeveer 124 v.C.
HOOFDSTUK 5
De heiligen worden zonen en dochters van Christus door geloof — Dan worden zij met de naam van Christus aangeduid — Koning Benjamin wekt hen op om standvastig en onwrikbaar in goede werken te zijn. Ongeveer 124 v.C.
HOOFDSTUK 6
Koning Benjamin schrijft de namen van de mensen op en kiest priesters uit om hun te leren — Mosiah regeert als rechtvaardig koning. Ongeveer 124–121 v.C.
HOOFDSTUK 7
Ammon ontdekt het land Lehi-Nephi, waar Limhi koning is — Limhi’s volk wordt geknecht door de Lamanieten — Limhi vertelt hun geschiedenis — Een profeet, Abinadi, had getuigd dat Christus de God en Vader van alle dingen is — Zij die vuilheid zaaien, oogsten de wervelwind, en zij die hun vertrouwen stellen in de Heer, worden bevrijd. Ongeveer 121 v.C.
HOOFDSTUK 8
Ammon leert het volk van Limhi — Hij hoort van de vierentwintig Jareditische platen — Oude kronieken kunnen door zieners worden vertaald — Geen gave is groter dan die van het zienerschap. Ongeveer 121 v.C.
De Kroniek van Zeniff — Een verslag van zijn volk vanaf het tijdstip waarop zij uit het land Zarahemla vertrokken tot aan de tijd dat zij uit de handen van de Lamanieten werden bevrijd.
Dit beslaat de hoofdstukken 9 tot en met 22.
HOOFDSTUK 9
Zeniff leidt een groep uit Zarahemla om het land Lehi-Nephi in bezit te nemen — De Lamanitische koning staat hun toe het land erfelijk te bezitten — Er is oorlog tussen de Lamanieten en het volk van Zeniff. Ongeveer 200–187 v.C.
HOOFDSTUK 10
Koning Laman sterft — Zijn volk is wild en woest en gelooft in onjuiste overleveringen — Zeniff en zijn volk houden stand tegen hen. Ongeveer 187–160 v.C.
HOOFDSTUK 11
Koning Noach heerst in goddeloosheid — Samen met zijn vrouwen en bijvrouwen verlustigt hij zich in uitspattingen — Abinadi profeteert dat het volk zal worden geknecht — Koning Noach staat hem naar het leven. Ongeveer 160–150 v.C.
HOOFDSTUK 12
Abinadi wordt gevangengezet wegens het profeteren van de vernietiging van het volk en de dood van koning Noach — De valse priesters halen de Schriften aan en geven voor de wet van Mozes te bewaren — Abinadi begint hun de tien geboden te leren. Ongeveer 148 v.C.
HOOFDSTUK 13
Abinadi wordt door goddelijke macht beschermd — Hij leert het volk de tien geboden — Het heil komt niet door de wet van Mozes alleen — God zelf zal een verzoening doen en zijn volk verlossen. Ongeveer 148 v.C.
HOOFDSTUK 14
Jesaja spreekt over de Messias — De vernedering en het lijden van de Messias worden beschreven — Hij brengt zijn ziel ten offer voor de zonde en bemiddelt voor overtreders — Vergelijk Jesaja 53. Ongeveer 148 v.C.
HOOFDSTUK 15
Hoe Christus zowel de Vader als de Zoon is — Hij zal bemiddelen en de overtredingen van zijn volk dragen — Zij en alle heilige profeten zijn zijn nakomelingen — Hij brengt de opstanding teweeg — Kleine kinderen hebben het eeuwige leven. Ongeveer 148 v.C.
HOOFDSTUK 16
God verlost de mensen uit hun verloren en gevallen staat — Met hen die vleselijk gezind zijn, is het alsof er geen verlossing bestaat — Christus brengt opstanding tot eindeloos leven of tot eindeloze verdoemenis teweeg. Ongeveer 148 v.C.
HOOFDSTUK 17
Alma gelooft de woorden van Abinadi en schrijft ze op — Abinadi sterft de vuurdood — Hij voorspelt ziekte en de vuurdood voor zijn moordenaars. Ongeveer 148 v.C.
HOOFDSTUK 18
Alma predikt heimelijk — Hij zet het doopverbond uiteen en doopt in de wateren van Mormon — Hij organiseert de kerk van Christus en ordent priesters — Zij voorzien in hun eigen onderhoud en leren de mensen — Alma en zijn mensen vluchten voor koning Noach de wildernis in. Ongeveer 147–145 v.C.
HOOFDSTUK 19
Gideon staat koning Noach naar het leven — De Lamanieten vallen het land binnen — Koning Noach sterft de vuurdood — Limhi regeert als schatplichtig vorst. Ongeveer 145–121 v.C.
HOOFDSTUK 20
De priesters van Noach ontvoeren een aantal Lamanitische dochters — De Lamanieten voeren oorlog tegen Limhi en zijn volk — De Lamanitische legers worden teruggedreven en tot vrede gebracht. Ongeveer 145–123 v.C.
HOOFDSTUK 21
Limhi’s volk wordt door de Lamanieten geslagen en verslagen — Limhi’s volk ontmoet Ammon en wordt bekeerd — Daardoor hoort Ammon van de vierentwintig Jareditische platen. Ongeveer 122–121 v.C.
HOOFDSTUK 22
Er worden plannen gemaakt om het volk aan de Lamanitische knechtschap te laten ontkomen — De Lamanieten worden dronken gevoerd — Het volk ontsnapt, keert terug naar Zarahemla en wordt onderdanig aan koning Mosiah. Ongeveer 121–120 v.C.
Een verslag van Alma en het volk des Heren, die door het volk van koning Noach de wildernis in waren gedreven.
Dit beslaat de hoofdstukken 23 en 24.
HOOFDSTUK 23
Alma weigert koning te zijn — Hij bekleedt het ambt van hogepriester — De Heer tuchtigt zijn volk, en de Lamanieten veroveren het land Helam — Amulon, de leider van koning Noachs goddeloze priesters, regeert onder de Lamanitische vorst. Ongeveer 145–121 v.C.
HOOFDSTUK 24
Amulon vervolgt Alma en zijn volk — Zij zullen ter dood worden gebracht als zij bidden — De Heer laat hun lasten licht lijken — Hij bevrijdt hen uit hun knechtschap en zij keren terug naar Zarahemla. Ongeveer 145–120 v.C.
HOOFDSTUK 25
De afstammelingen van Mulek in Zarahemla worden Nephieten — Zij horen van het volk van Alma en van Zeniff — Alma doopt Limhi en zijn gehele volk — Mosiah machtigt Alma om de kerk van God te organiseren. Ongeveer 120 v.C.
HOOFDSTUK 26
Vele leden van de kerk worden door ongelovigen tot zonde overgehaald — Alma wordt het eeuwige leven beloofd — Zij die zich bekeren en zich laten dopen, verkrijgen vergeving — In zonde verkerende kerkleden die zich bekeren en hun zonde aan Alma en aan de Heer belijden, zullen vergeving verkrijgen; anders zullen zij niet onder het volk van de kerk worden gerekend. Ongeveer 120–100 v.C.
HOOFDSTUK 27
Mosiah verbiedt vervolging en eist gelijkheid — Alma de jonge en de vier zonen van Mosiah trachten de kerk te vernietigen — Er verschijnt een engel die hun gebiedt hun onrechtvaardige gedrag te staken — Alma wordt met stomheid geslagen — Alle mensen moeten wedergeboren worden om het heil te verwerven — Alma en de zonen van Mosiah verkondigen blijde tijdingen. Ongeveer 100–92 v.C.
HOOFDSTUK 28
De zonen van Mosiah gaan onder de Lamanieten prediken — Met behulp van de twee zienersstenen vertaalt Mosiah de platen van de Jaredieten. Ongeveer 92 v.C.
HOOFDSTUK 29
Mosiah stelt voor dat er in plaats van een koning rechters worden gekozen — Onrechtvaardige koningen voeren hun volk tot zonde — Alma de jonge wordt door de stem van het volk tot opperrechter gekozen — Hij is tevens de hogepriester van de kerk — Alma de oude en Mosiah sterven. Ongeveer 92–91 v.C.