AFDELING 118

Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 8 juli 1838 te Far West (Missouri) in antwoord op de smeekbede: ‘Toon ons uw wil, o Heer, aangaande de Twaalf’. (History of the Church, 3:46.)

1–3: de Heer zal voor de gezinnen van de Twaalf zorgen; 4–6: opengevallen plaatsen in de Twaalf worden opgevuld.

 VOORWAAR, aldus zegt de Heer: Laat er onmiddellijk een conferentie worden gehouden; laten de Twaalf worden georganiseerd; en laten er mannen worden aangewezen om de plaats ain te nemen van hen die zijn gevallen.

 Laat mijn dienstknecht aThomas enige tijd in het land Zion blijven om mijn woord uit te geven.

 Laten de overigen vanaf die tijd doorgaan met prediken, en indien zij dat doen in alle nederigheid van hart, in zachtmoedigheid en aootmoed en blankmoedigheid, geef Ik, de Heer, hun een belofte dat Ik voor hun gezin zal zorgen; en van nu af aan zal hun een doeltreffende deur ontsloten worden.

 En laten zij het volgend voorjaar vertrekken om over de grote wateren te gaan en daar mijn evangelie, de volheid ervan, te verbreiden en te getuigen mijn naam.

 Laten zij afscheid nemen van mijn heiligen in de stad Far West op zesentwintig april aanstaande op de bouwplaats van mijn huis, zegt de Heer.

 Laten mijn dienstknecht John Taylor, en ook mijn dienstknecht John E. Page, en ook mijn dienstknecht Wilford Woodruff, en ook mijn dienstknecht Willard Richards, worden aangewezen om de plaats in te nemen van hen die gevallen zijn, en officieel van hun aanstelling worden verwittigd.