AFDELING 122

Het woord des Heren aan de profeet Joseph Smith, toen hij in maart 1839 een gevangene was in de gevangenis te Liberty (Missouri). (History of the Church, 3:300–301.)

1–4: de einden der aarde zullen navraag doen naar de naam Joseph Smith; 5–7: alles wat hij meemaakt aan gevaar en beproeving zal hem ervaring geven en voor zijn bestwil zijn; 8–9: de Zoon des Mensen is onder dit alles afgedaald.

 DE einden der aarde zullen navraag doen naar uw anaam en dwazen zullen de spot met u drijven en de hel zal tegen u woeden;

 terwijl de reinen van hart en de wijzen en de edelen en de deugdzamen voortdurend zullen streven naar araad en gezag en zegeningen onder uw hand.

 En uw volk zal nimmer tegen u worden gekeerd door het getuigenis van verraders.

 En hoewel hun invloed u in moeilijkheden en achter tralies en gevangenismuren zal brengen, zult gij in ere worden gehouden; en nog slechts een akorte tijd en uw stem zal te midden van uw vijanden schrikwekkender zijn dan de woeste bleeuw, wegens uw rechtvaardigheid; en uw God zal u terzijde staan tot in alle eeuwigheid.

 Indien gij geroepen zijt beproeving te doorstaan; indien gij in gevaar verkeert onder valse broeders; indien gij in gevaar verkeert onder rovers; indien gij in gevaar verkeert te land of ter zee;

 indien gij beschuldigd wordt met allerlei valse beschuldigingen; indien uw vijanden u overvallen; indien zij u wegrukken van de zijde van uw vader en moeder en broers en zusters; en indien uw vijanden u met getrokken zwaard wegrukken van de boezem van uw vrouw en kinderen, en uw oudste zoon, hoewel slechts zes jaar oud, zich aan uw kleding vastklemt en zegt: Mijn vader, mijn vader, waarom kunt u niet bij ons blijven? O mijn vader, wat gaan die mannen met u doen? En indien hij dan met het zwaard van u wordt weggestoten en gij naar de gevangenis wordt gesleept en uw vijanden om u heen sluipen als awolven belust op het bloed van het lam;

 en indien gij in de put wordt geworpen, of in de handen van moordenaars valt, en het doodvonnis over u wordt geveld; indien gij in het adiep wordt geworpen; indien de ziedende baren tegen u samenspannen; indien hevige winden uw vijand worden; indien de hemelen zwart worden en alle elementen zich verenigen om de weg te versperren; en bovenal, indien zelfs de kaken der bhel wijd tegen u worden opengesperd, weet dan, mijn zoon, dat al deze dingen u condervinding zullen geven en voor uw bestwil zullen zijn.

 De aZoon des Mensen is onder dat alles bafgedaald. Zijt gij groter dan Hij?

 Welnu, houd vol op uw weg, en het priesterschap zal met u ablijven; want hun bgrenzen zijn vastgesteld, zij kunnen die niet overschrijden. Uw cdagen zijn bekend en uw jaren zullen niet verminderd worden; daarom, dvrees niet wat de mens kan doen, want God zal met u zijn tot in alle eeuwigheid.