AFDELING 124

Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith op 19 januari 1841 te Nauvoo (Illinois). (History of the Church, 4:274–286.) Wegens toenemende vervolging en onwettig optreden jegens hen door overheidsfunctionarissen, waren de heiligen gedwongen Missouri te verlaten. Het uitroeiingsbevel van de gouverneur van Missouri, Lilburn W. Boggs, gedateerd 27 oktober 1838, had hun geen andere keus gelaten. (History of the Church, 3:175.) In 1841, toen deze openbaring werd gegeven, hadden de heiligen de stad Nauvoo gebouwd op de plek van het vroegere plaatsje Commerce (Illinois), en daar was de hoofdzetel van de kerk gevestigd.

1–14: Joseph Smith wordt geboden een plechtige proclamatie van het evangelie op te stellen voor de president van de Verenigde Staten, de gouverneurs van de afzonderlijke staten en de regeerders van alle landen; 15–21: Hyrum Smith, David W. Patten, Joseph Smith sr. en anderen onder de levenden en de doden zijn gezegend wegens hun onkreukbaarheid en deugden; 22–28: de heiligen wordt geboden zowel een huis om vreemdelingen onder te brengen als een tempel in Nauvoo te bouwen; 29–36: de doop voor de doden moet in tempels worden verricht; 37–44: het volk van de Heer bouwt altijd tempels voor het verrichten van heilige verordeningen; 45–55: de heiligen worden wegens verdrukking door hun vijanden vrijgesteld van de bouw van een tempel in Jackson County; 56–83: aanwijzingen voor de bouw van het Nauvoo House; 84–96: Hyrum Smith wordt geroepen als patriarch om de sleutels te ontvangen en de plaats in te nemen van Oliver Cowdery; 97–122: William Law en anderen ontvangen raad bij hun werk; 123–145: algemene en plaatselijke functionarissen worden genoemd, tezamen met hun plichten en de quorums waarvan zij deel uitmaken.

 VOORWAAR, aldus zegt de Heer tot u, mijn dienstknecht Joseph Smith: Ik heb welbehagen in het offer dat u hebt gebracht en in uw belijdenissen; want met dit doel heb Ik u doen opstaan, dat Ik mijn wijsheid zou kunnen tonen door de azwakke dingen der aarde.

 Uw gebeden zijn aannemelijk voor mijn aangezicht; en in antwoord daarop zeg Ik u, dat u nu geroepen bent om terstond een plechtige proclamatie uit te vaardigen van mijn evangelie en van deze aring, die Ik heb geplant om een hoeksteen van Zion te zijn, die zal worden gepolijst met de verfijning die te vergelijken is met een paleis.

 Deze proclamatie zal worden uitgevaardigd aan alle akoningen der wereld, aan de vier einden daarvan, aan de edelachtbare verkozen president en de eerbiedwaardige gouverneurs van het land waarin u woont en aan alle alom verstrooide volken over de aarde.

 Laat deze geschreven worden in de geest van azachtmoedigheid en door de macht van de Heilige Geest, die in u zal zijn ten tijde van het schrijven daarvan;

 want het zal u door de Heilige Geest worden gegeven mijn wil te kennen aangaande die koningen en autoriteiten, ja, wat hun zal overkomen in een toekomende tijd.

 Want zie, weldra roep Ik hen op om acht te slaan op het licht en de heerlijkheid van Zion, want de vastgestelde tijd om haar te begunstigen is aangebroken.

 Daarom, roept hen op met een luide proclamatie en met uw getuigenis, zonder hen te vrezen — want zij zijn als agras, en al hun heerlijkheid is als de bloem daarvan die weldra afvalt — opdat ook zij zonder verontschuldiging zullen worden gelaten —

 en opdat Ik hen zal bezoeken op de dag van bezoeking, wanneer Ik mijn gezicht ontsluier, om de onderdrukker zijn deel aan te wijzen onder de huichelaars, waar atandengeknars is, indien zij mijn dienstknechten verwerpen en mijn getuigenis dat Ik hun heb geopenbaard.

 En voorts, Ik zal hen bezoeken en hun hart verzachten, velen van hen voor uw welzijn, opdat gij genade zult vinden in hun ogen, opdat zij tot het alicht der waarheid zullen komen en de andere volken tot de verhoging of verheffing van Zion.

 10 Want de dag van mijn bezoeking komt spoedig, op een auur dat gij het niet verwacht; en waar zal er veiligheid voor mijn volk zijn en toevlucht voor hen die ervan overblijven?

 11 Ontwaakt, o koningen der aarde! Komt, o komt, met uw goud en uw zilver, mijn volk te hulp, naar het huis van de dochters van Zion.

 12 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Laat mijn dienstknecht Robert B. Thompson u helpen bij het schrijven van deze proclamatie, want Ik heb welbehagen in hem, en dat hij bij u zal zijn;

 13 laat hem daarom naar uw raad luisteren en Ik zal hem zegenen met een menigvuldigheid van zegeningen; laat hem voortaan in alle dingen stipt en betrouwbaar zijn, en hij zal groot zijn in mijn ogen;

 14 maar laat hem bedenken dat Ik van zijn arentmeesterschap rekenschap uit zijn handen zal verlangen.

 15 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Gezegend is mijn dienstknecht aHyrum Smith; want Ik, de Heer, heb hem lief wegens de bonkreukbaarheid van zijn hart en omdat hij datgene liefheeft wat goed is voor mijn aangezicht, zegt de Heer.

 16 Voorts, laat mijn dienstknecht John C. Bennett u helpen bij uw werk om mijn woord te doen uitgaan naar de koningen en volken der aarde en u, ja, mijn dienstknecht Joseph Smith, bijstaan in het uur van beproeving; en zijn beloning zal niet uitblijven indien hij araad aanneemt.

 17 En wegens zijn liefde zal hij groot zijn, want hij zal de mijne zijn indien hij dat doet, zegt de Heer. Ik heb het werk gezien dat hij heeft verricht, dat Ik aanneem indien hij volhardt, en Ik zal hem kronen met zegeningen en grote heerlijkheid.

 18 En voorts, Ik zeg u dat het mijn wil is dat mijn dienstknecht Lyman Wight de prediking ten behoeve van Zion voortzet, in de geest van zachtmoedigheid, Mij belijdend voor de wereld; en Ik zal hem dragen als op aarendsvleugelen; en hij zal heerlijkheid en eer voor zichzelf en voor mijn naam verwerven.

 19 Opdat Ik hem, wanneer hij zijn werk heeft voltooid, tot Mij zal kunnen nemen, zoals Ik heb gedaan met mijn dienstknecht aDavid Patten, die nu bij Mij is, en ook mijn dienstknecht bEdward Partridge en ook mijn bejaarde dienstknecht cJoseph Smith sr., die dbij Abraham aan zijn rechterhand zit, en hij is gezegend en heilig, want hij is de mijne.

 20 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Mijn dienstknecht George Miller is zonder abedrog; hij is te vertrouwen wegens de onkreukbaarheid van zijn hart; en wegens de liefde die hij voor mijn getuigenis koestert, heb Ik, de Heer, hem lief.

 21 Ik zeg u daarom: Ik verzegel het abisschopsambt op zijn hoofd, evenals op mijn dienstknecht Edward Partridge, opdat hij de heilige gaven aan mijn huis in ontvangst zal nemen, opdat hij zegeningen op het hoofd van de armen van mijn volk zal geven, zegt de Heer. Laat niemand mijn dienstknecht George Miller verachten, want hij zal Mij eren.

 22 Laten mijn dienstknecht George en mijn dienstknecht Lyman en mijn dienstknecht John Snider en anderen een ahuis bouwen voor mijn naam, een huis zoals mijn dienstknecht Joseph hun tonen zal, op de plaats die hij hun eveneens tonen zal.

 23 En het zal een gastenverblijf zijn, een huis waar vreemdelingen uit verre oorden kunnen verblijven; daarom, laat het een deugdelijk huis zijn, alle aanneming waard, opdat de vermoeide areiziger er gezondheid en veiligheid zal kunnen vinden terwijl hij het woord des Heren overdenkt; en de bhoeksteen die Ik voor Zion heb aangewezen.

 24 Dit huis zal een gezond onderkomen zijn indien het voor mijn naam wordt gebouwd, en indien de beheerder die ervoor zal worden aangewezen, niet toelaat dat het op enigerlei wijze wordt bezoedeld. Het zal heilig zijn, anders zal de Heer, uw God, er niet wonen.

 25 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Laten al mijn heiligen uit verre oorden komen.

 26 En zendt ijlboden, ja, uitgekozen boden, en zegt tot hen: Komt met al uw goud en uw zilver en uw edelstenen en met al uw antiquiteiten; en met allen die verstand hebben van antiquiteiten; en die willen komen, mogen komen, en brengt de buksboom en de dennenboom en de pijnboom, alsook alle kostbare bomen der aarde;

 27 en met ijzer, met roodkoper en met geelkoper en met zink en met al uw kostbaarheden van de aarde; en bouwt een ahuis voor mijn naam, voor de Allerhoogste om erin te bwonen.

 28 Want er is op aarde geen plek te vinden waar Hij kan komen om datgene aterug te brengen wat voor u verloren was gegaan of wat Hij weggenomen heeft, ja, de volheid van het priesterschap.

 29 Want er is op aarde geen adoopvont waarin zij, mijn heiligen, zich kunnen laten bdopen voor hen die dood zijn —

 30 want die verordening behoort bij mijn huis en kan Mij niet aannemelijk zijn, behalve in de dagen van uw armoede, wanneer gij niet in staat zijt voor Mij een huis te bouwen.

 31 Maar Ik gebied u, al mijn heiligen, een huis voor Mij te abouwen; en Ik geef u voldoende tijd om voor Mij een huis te bouwen; en gedurende deze tijd zullen uw doopbedieningen aannemelijk voor Mij zijn.

 32 Maar zie, aan het eind van de toegemeten periode zullen uw doopbedieningen voor uw doden niet meer aannemelijk voor Mij zijn; en indien u deze dingen na het verstrijken van de toegemeten periode niet doet, zult gij als kerk verworpen worden, met uw doden, zegt de Heer, uw God.

 33 Want voorwaar, Ik zeg u: Nadat u voldoende tijd hebt gehad om voor Mij een huis te bouwen waarin de verordening van het dopen voor de doden thuishoort en waarvoor het van vóór de grondlegging van de wereld ingesteld is, kunnen uw doopbedieningen voor uw doden niet aannemelijk voor Mij zijn;

 34 want daarin zijn de asleutels van het heilig priesterschap verordonneerd, opdat u eer en heerlijkheid zult ontvangen.

 35 En na dat tijdstip zullen uw doopbedieningen voor de doden, verricht door hen die alom verstrooid zijn, niet aannemelijk voor Mij zijn, zegt de Heer.

 36 Want het is verordonneerd dat in Zion en haar ringen en in Jeruzalem, die plaatsen die Ik als atoevluchtsoord heb bestemd, de plaatsen zullen zijn voor uw doopbedieningen voor uw doden.

 37 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Hoe zullen uw awassingen aannemelijk voor Mij zijn, tenzij gij ze verricht in een huis dat u voor mijn naam hebt gebouwd?

 38 Want om die reden gebood Ik Mozes een atabernakel te bouwen, opdat zij die met zich zouden meedragen in de wildernis en om een bhuis te bouwen in het land van belofte, opdat die verordeningen konden worden geopenbaard die verborgen waren geweest van vóór de wereld was.

 39 Welnu, voorwaar, Ik zeg u dat uw azalvingen en uw wassingen en uw bdoopbedieningen voor de doden en uw cplechtige samenkomsten en uw plechtigheden ter gedachtenis aan uw doffers door de zonen van Levi en aan uw orakelen in uw eallerheiligste plaatsen, waarin u mededelingen ontvangt en uw inzettingen en gerichten, voor het begin van de openbaringen en grondlegging van Zion en voor de heerlijkheid, eer en begiftiging van al haar burgers, worden verordonneerd door de verordening van mijn heilig huis, dat mijn volk altijd wordt geboden te bouwen voor mijn heilige naam.

 40 Want voorwaar, Ik zeg u: Laat dit huis worden gebouwd voor mijn naam, opdat Ik mijn verordeningen daarin zal kunnen openbaren aan mijn volk;

 41 want Ik verwaardig Mij mijn kerk dingen te aopenbaren die van vóór de grondlegging der wereld bverborgen zijn gehouden, dingen die te maken hebben met de bedeling van de cvolheid der tijden.

 42 En aIk zal mijn dienstknecht Joseph alle dingen tonen die met dit huis te maken hebben en met het priesterschap daarvan en de plaats waarop het zal worden gebouwd.

 43 En gij zult het bouwen op de plaats waar u het dacht te bouwen, want dat is de plek die Ik voor u heb gekozen om het te bouwen.

 44 Indien gij arbeidt uit alle macht, zal Ik die plek wijden, zodat die aheilig zal worden gemaakt.

 45 En indien mijn volk luistert naar mijn stem en naar de stem van mijn adienstknechten die Ik aangewezen heb om mijn volk te leiden, zie, voorwaar, Ik zeg u: Zij zullen niet uit hun plaats verwijderd worden.

 46 Maar indien zij niet luisteren naar mijn stem, noch naar de stem van deze mannen die Ik heb aangewezen, zullen zij niet worden gezegend, want zij bezoedelen mijn heilige grond en mijn heilige verordeningen en handvesten en mijn heilige woorden die Ik hun geef.

 47 En het zal geschieden dat indien u een huis bouwt voor mijn naam en niet de dingen doet die Ik zeg, Ik de aeed die Ik u zweer niet zal nakomen, noch de beloften vervullen die gij uit mijn handen verwacht, zegt de Heer.

 48 Want ain plaats van zegeningen brengt gij, door uw eigen werken, door uw dwaasheden en door al uw gruwelen die u voor mijn aangezicht bedrijft, vervloekingen, verbolgenheid, gramschap en oordelen op uw eigen hoofd, zegt de Heer.

 49 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat wanneer Ik wie ook van de mensenkinderen een gebod geef om een werk te verrichten voor mijn naam en die mensenkinderen zich uit alle macht en met alles wat zij hebben, inzetten om dat werk te verrichten, en hun aijver niet laten verslappen, en hun vijanden hen dan overvallen en hen verhinderen dat werk te verrichten, zie, dan acht Ik het noodzakelijk dat werk niet langer uit de handen van die mensenkinderen te bvergen, maar hun offers aan te nemen.

 50 En de ongerechtigheid en de overtreding van mijn heilige wetten en geboden zal Ik abezoeken aan hen die mijn werk hebben gehinderd, tot aan het derde en het vierde bgeslacht, zolang zij zich niet cbekeren en Mij haten, zegt de Here God.

 51 Welnu, om die reden heb Ik de offers aangenomen van hen wie Ik geboden heb een stad en een ahuis voor mijn naam te bouwen in bJackson County (Missouri), en die door hun vijanden werden gehinderd, zegt de Heer, uw God.

 52 En Ik zal aoordeel, verbolgenheid en gramschap, gejammer en smart en tandengeknars op hun hoofd doen neerkomen, tot aan het derde en het vierde geslacht, zolang zij zich niet bekeren en Mij haten, zegt de Heer, uw God.

 53 En dit stel Ik als een voorbeeld voor u, u tot troost in verband met allen wie geboden is een werk te doen en die gehinderd zijn door de handen van hun vijanden en door verdrukking, zegt de Heer, uw God.

 54 Want Ik ben de Heer, uw God, en zal al diegenen van uw broeders redden die arein van hart zijn geweest en zijn bomgebracht in het land Missouri, zegt de Heer.

 55 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Wederom gebied Ik u een ahuis te bouwen voor mijn naam, ja, in deze plaats, opdat u Mij zult bbewijzen dat gij in alle dingen, wat Ik u ook gebied, getrouw zijt, opdat Ik u kan zegenen en kronen met eer, onsterfelijkheid en eeuwig leven.

 56 En nu zeg Ik u met betrekking tot mijn agastenverblijf dat Ik u geboden heb te bouwen voor het herbergen van vreemdelingen: Laat het gebouwd worden voor mijn naam en laat mijn naam erop worden aangebracht en laat mijn dienstknecht Joseph er met zijn huis van geslacht op geslacht woonplaats hebben.

 57 Want deze zalving heb Ik op zijn hoofd geplaatst, opdat zijn zegen ook op het hoofd van zijn afstammelingen na hem zal worden geplaatst.

 58 En zoals Ik heb gezegd tot aAbraham aangaande de geslachten der aarde, zo zeg Ik ook tot mijn dienstknecht Joseph: In u en in uw bnageslacht zullen de geslachten der aarde worden gezegend.

 59 Daarom, laten mijn dienstknecht Joseph en zijn nageslacht na hem een plaats hebben in dat huis, van geslacht op geslacht, tot in alle eeuwigheid, zegt de Heer.

 60 En laat de naam van dat huis het Nauvoo House zijn; en laat het een aangename woonplaats voor de mens zijn en een rustplaats voor de vermoeide reiziger, opdat hij de heerlijkheid van Zion en de heerlijkheid van deze hoeksteen daarvan, zal overdenken;

 61 opdat hij ook raad zal kunnen ontvangen van hen die Ik heb gesteld om te zijn als aplanten van naam en als bwachters op haar muren.

 62 Zie, voorwaar, Ik zeg u: Laten mijn dienstknecht George Miller en mijn dienstknecht Lyman Wight en mijn dienstknecht John Snider en mijn dienstknecht Peter Haws zich organiseren en één uit hun midden aanwijzen om president te zijn van hun quorum ten behoeve van de bouw van dat huis.

 63 En zij zullen een statuut opstellen, op grond waarvan zij aandelenkapitaal zullen ontvangen voor de bouw van dat huis.

 64 En zij zullen niet minder ontvangen dan vijftig dollar voor een aandeel in dat huis en het zal hun worden toegestaan tot vijftienduizend dollar per deelnemer in ruil voor aandelen te ontvangen.

 65 Het zal hun echter niet worden toegestaan méér dan vijftienduizend dollar per persoon te ontvangen in ruil voor aandelen.

 66 En het zal hun niet worden toegestaan minder dan vijftig dollar van iemand te ontvangen in ruil voor een aandeel in dat huis.

 67 En het zal hun niet worden toegestaan iemand als aandeelhouder in dit huis aan te nemen, tenzij die persoon hun in de hand voor zijn aandelen betaalt op het moment dat hij de aandelen ontvangt;

 68 en naargelang het bedrag aan aandelen dat hij betaalt in hun handen, zal hij aandelen in dat huis ontvangen; als hij echter niets in hun handen betaalt, zal hij geen aandelen in dat huis ontvangen.

 69 En indien iemand voor aandelen betaalt in hun handen, zal dat zijn voor aandelen in dat huis, voor zichzelf en voor zijn nakomelingen na hem, van geslacht op geslacht, voor zolang hij en zijn erfgenamen die aandelen bezitten en de aandelen niet uit vrije wil en uit eigen beweging verkopen of uit hun handen overdragen, indien u mijn wil doen wilt, zegt de Heer, uw God.

 70 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Indien mijn dienstknecht George Miller en mijn dienstknecht Lyman Wight en mijn dienstknecht John Snider en mijn dienstknecht Peter Haws betaling voor enig aandeel ontvangen in hun handen, in contanten of in de tegenwaarde ervan in eigendommen, moeten zij geen enkel deel van dat aandelenkapitaal voor enig ander doel gebruiken dan uitsluitend voor dat huis.

 71 En indien zij wél enig deel van dat aandelenkapitaal voor iets anders gebruiken dan voor dat huis, zonder toestemming van de aandeelhouder en niet viervoudig terugbetalen voor het aandeel dat zij elders gebruiken dan voor dat huis, zullen zij vervloekt worden en uit hun plaats verwijderd worden, zegt de Here God; want Ik, de Heer, ben God en kan in geen van deze dingen met Mij laten aspotten.

 72 Voorwaar, Ik zeg u: Laat mijn dienstknecht Joseph hun in de hand voor aandelen betalen voor de bouw van dat huis, naar het hem goeddunkt; maar mijn dienstknecht Joseph mag niet meer dan vijftienduizend dollar aan aandelen in dat huis betalen, noch minder dan vijftig dollar; evenmin iemand anders, zegt de Heer.

 73 En er zijn ook anderen die mijn wil aangaande zichzelf willen weten, want zij hebben het uit mijn handen gevraagd.

 74 Daarom zeg Ik u aangaande mijn dienstknecht Vinson Knight: Indien hij mijn wil doen wil, laat hem aandelen in dat huis nemen voor zichzelf en voor zijn geslacht na hem, van geslacht op geslacht.

 75 En laat hij zijn stem lang en luid verheffen, te midden van het volk, om de zaak van de armen en de behoeftigen te abepleiten, en laat hij niet nalatig zijn en laat zijn hart ook niet verslappen; en Ik zal zijn offers baannemen, want zij zullen Mij niet als de offers van Kaïn zijn, want hij zal de mijne zijn, zegt de Heer.

 76 Laat zijn gezin zich verheugen en hun hart van bezoeking afwenden; want Ik heb hem gekozen en gezalfd, en hij zal geëerd worden te midden van zijn huis, want Ik zal al zijn zonden vergeven, zegt de Heer. Amen.

 77 Voorwaar, Ik zeg u: Laat mijn dienstknecht Hyrum aandelen in dat huis nemen, naar het hem goeddunkt, voor zichzelf en voor zijn nageslacht na hem, van geslacht op geslacht.

 78 Laat mijn dienstknecht Isaac Galland aandelen in dat huis nemen; want Ik, de Heer, heb hem lief voor het werk dat hij heeft verricht en zal al zijn zonden vergeven; daarom, laat hij van geslacht op geslacht in herinnering worden gehouden voor een belang in dat huis.

 79 Laat mijn dienstknecht Isaac Galland onder u aangewezen worden en door mijn dienstknecht William Marks geordend worden en door hem gezegend worden om samen met mijn dienstknecht Hyrum het werk te gaan doen dat mijn dienstknecht Joseph hun zal aanwijzen, en zij zullen grotelijks gezegend worden.

 80 Laat mijn dienstknecht William Marks betalen voor aandelen in dat huis, naar het hem goeddunkt, voor zichzelf en zijn geslacht, van geslacht op geslacht.

 81 Laat mijn dienstknecht Henry G. Sherwood betalen voor aandelen in dat huis, naar het hem goeddunkt, voor zichzelf en zijn nageslacht na hem, van geslacht op geslacht.

 82 Laat mijn dienstknecht William Law betalen voor aandelen in dat huis, voor zichzelf en zijn nageslacht na hem, van geslacht op geslacht.

 83 Indien hij mijn wil doen wil, laat hij zijn gezin dan niet meenemen naar het oosten, ja, naar Kirtland; niettemin zal Ik, de Heer, Kirtland opbouwen, maar Ik, de Heer, heb voor de inwoners ervan een gesel bereid.

 84 En er zijn bij mijn dienstknecht Almon Babbitt vele dingen waarmee Ik niet tevreden ben; zie, hij streeft ernaar zijn eigen raad aanvaard te krijgen in plaats van de raad die Ik heb verordonneerd, ja, die van het presidium van mijn kerk; en hij richt een agouden kalf op om door mijn volk te worden aanbeden.

 85 Laat niemand uit deze plaats avertrekken die hier gekomen is met het verlangen mijn geboden te onderhouden.

 86 Indien zij hier leven, laten zij dan voor Mij leven; en indien zij sterven, laten zij dan voor Mij sterven; want zij zullen auitrusten van al hun arbeid en hun werken voortzetten.

 87 Daarom, laat mijn dienstknecht William zijn vertrouwen in Mij stellen en ophouden voor zijn gezin te vrezen wegens de ziekte in het land. Indien gij Mij aliefhebt, onderhoud mijn geboden; en de ziekte in het land zal tot uw heerlijkheid bbijdragen.

 88 Laat mijn dienstknecht William heengaan en mijn eeuwigdurend evangelie verkondigen met luide stem en met grote vreugde, zoals hij wordt gedreven door mijn aGeest, aan de inwoners van Warsaw en ook aan de inwoners van Carthage en ook aan de inwoners van Burlington en ook aan de inwoners van Madison en geduldig en ijverig wachten op verdere aanwijzingen tijdens mijn algemene conferentie, zegt de Heer.

 89 Indien hij mijn wil doen wil, laat hij voortaan luisteren naar de raad van mijn dienstknecht Joseph en met zijn middelen de azaak der armen steunen en bde nieuwe vertaling van mijn heilig woord uitgeven voor de bewoners der aarde.

 90 En indien hij dat doet, zal Ik hem azegenen met een menigvuldigheid van zegeningen, zodat hij niet zal worden verlaten, noch zijn nageslacht bbedelend om brood zal worden aangetroffen.

 91 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Laat mijn dienstknecht William, in de plaats van mijn dienstknecht Hyrum, aangewezen, geordend en gezalfd worden als raadgever van mijn dienstknecht Joseph, opdat mijn dienstknecht Hyrum het ambt van het priesterschap en van apatriarch op zich zal nemen, dat hem door zijn vader door middel van een zegen en ook volgens het recht werd toegewezen;

 92 opdat hij van nu af aan de sleutels zal dragen van de apatriarchale zegens op het hoofd van mijn gehele volk,

 93 zodat wie hij zegent, gezegend zal worden, en wie hij avervloekt, vervloekt zal worden; zodat wat hij bbinden zal op aarde, gebonden zal worden in de hemel; en wat hij ontbinden zal op aarde, ontbonden zal worden in de hemel.

 94 En vanaf dit moment geef Ik het hem dat hij profeet en aziener en openbaarder voor mijn kerk zal zijn, evenals mijn dienstknecht Joseph;

 95 opdat hij ook nauw zal samenwerken met mijn dienstknecht Joseph; en raad zal aannemen van mijn dienstknecht Joseph, die hem de asleutels zal tonen waarmee hij kan vragen en ontvangen, en gekroond worden met dezelfde zegen en heerlijkheid en eer, en hetzelfde priesterschap en dezelfde gaven van het priesterschap die eens gegeven waren aan hem die mijn dienstknecht bOliver Cowdery was;

 96 opdat mijn dienstknecht Hyrum kan getuigen van de dingen die Ik hem zal tonen, zodat zijn naam in eervolle gedachtenis zal worden bewaard van geslacht op geslacht, tot in alle eeuwigheid.

 97 Laat mijn dienstknecht William Law ook de sleutels ontvangen waarmee hij zegeningen kan vragen en ontvangen; laat hij aootmoedig voor mijn aangezicht zijn en zonder bbedrog, en hij zal van mijn Geest ontvangen, ja, de cTrooster, die hem de waarheid van alle dingen zal bekendmaken en hem, op het juiste moment, zal ingeven wat hij zeggen moet.

 98 En deze atekenen zullen hem volgen: hij zal de zieken bgenezen, hij zal duivels uitwerpen en hij zal verlost worden van hen die hem dodelijk gif willen toedienen;

 99 en hij zal op paden worden geleid waar de agiftige slang niet in zijn hiel kan bijten en hij zal in de vlucht van zijn bverbeelding opstijgen als op arendsvleugels.

 100 En mocht Ik willen dat hij de doden opwekt, laat hij zijn stem niet weerhouden.

 101 Daarom, laat mijn dienstknecht William overluid roepen en zich niet inhouden, met vreugde en blijdschap en met hosanna’s voor Hem die op de troon zit tot in alle eeuwigheid, zegt de Heer, uw God.

 102 Zie, Ik zeg u: Ik heb een zending in het verschiet voor mijn dienstknecht William en voor mijn dienstknecht Hyrum en voor hen alleen; en laat mijn dienstknecht Joseph thuisblijven, want hij is daar nodig. Het overige zal Ik u hierna tonen. Ja, amen.

 103 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Indien mijn dienstknecht aSidney Mij wil dienen en raadgever wil zijn voor mijn dienstknecht Joseph, laat hij opstaan en naar voren treden en de verantwoordelijkheid van zijn roeping vervullen en zich verootmoedigen voor mijn aangezicht.

 104 En indien hij Mij een aannemelijk offer brengt en belijdenissen aflegt en bij mijn volk blijft, zie, dan zal Ik, de Heer, uw God, hem genezen, zodat hij genezen zal zijn; en hij zal zijn stem weer verheffen op de bergen en een awoordvoerder zijn voor mijn aangezicht.

 105 Laat hij komen en zijn gezin onderbrengen in de buurt waar mijn dienstknecht Joseph woont.

 106 En laat hij op al zijn reizen zijn stem verheffen als met het geluid van een bazuin, en de bewoners der aarde waarschuwen om te vluchten voor de komende verbolgenheid.

 107 Laat hij mijn dienstknecht Joseph bijstaan en laat ook mijn dienstknecht William Law mijn dienstknecht Joseph bijstaan in het opstellen van een plechtige aproclamatie aan de koningen der aarde, zoals Ik u eerder heb gezegd.

 108 Indien mijn dienstknecht Sidney mijn wil doen wil, laat hij zijn gezin niet naar het aoosten overbrengen, maar laat hij hen van woonplaats doen veranderen zoals Ik heb gezegd.

 109 Zie, het is niet mijn wil dat hij veiligheid en toevlucht tracht te vinden buiten de stad die Ik u heb toegewezen, ja, de stad aNauvoo.

 110 Voorwaar, Ik zeg u, ja, nu: Indien hij luistert naar mijn stem, zal het wel met hem zijn. Ja, amen.

 111 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Laat mijn dienstknecht Amos Davies aandelen betalen in de handen van hen die Ik heb aangewezen om een gastenverblijf te bouwen, ja, het Nauvoo House.

 112 Laat hij dat doen als hij daarin een belang wil hebben; en laat hij luisteren naar de raad van mijn dienstknecht Joseph en met zijn eigen handen arbeiden, opdat hij het vertrouwen van de mensen zal winnen.

 113 En wanneer hij zich getrouw betoont in alle dingen die aan zijn zorg worden toevertrouwd, ja, al zijn het slechts enkele dingen, zal hij als aheerser over veel worden gesteld;

 114 laat hij zich daarom avernederen, opdat hij verhoogd kan worden. Ja, amen.

 115 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Indien mijn dienstknecht Robert D. Foster mijn stem wil gehoorzamen, laat hij dan een huis bouwen voor mijn dienstknecht Joseph, volgens het contract dat hij met hem heeft gesloten, naarmate de deur van tijd tot tijd voor hem zal openstaan.

 116 En laat hij zich bekeren van al zijn dwaasheid en zich met anaastenliefde bekleden en ermee ophouden het kwade te doen en al zijn harde woorden afleggen;

 117 en ook betalen voor aandelen in de handen van het quorum van het Nauvoo House, voor zichzelf en voor zijn geslacht na hem, van geslacht op geslacht;

 118 en luisteren naar de raad van mijn dienstknechten Joseph en Hyrum en William Law en naar de gezagsdragers die Ik heb geroepen om het fundament van Zion te leggen; en het zal wel met hem zijn tot in alle eeuwigheid. Ja, amen.

 119 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Laat niemand betalen voor aandelen aan het quorum van het Nauvoo House, tenzij hij gelooft in het Boek van Mormon en in de openbaringen die Ik u gegeven heb, zegt de Heer, uw God;

 120 want hetgeen ameer of minder is dan dit, komt voort uit het kwade en zal gepaard gaan met vervloekingen en niet met zegeningen, zegt de Heer, uw God. Ja, amen.

 121 En voorts, voorwaar, Ik zeg u: Laat het quorum van het Nauvoo House een rechtvaardig loon ontvangen voor alle arbeid die zij verrichten aan de bouw van het Nauvoo House; en laat hun loon zijn zoals zij onderling overeenkomen, wat de hoogte daarvan betreft.

 122 En laat eenieder die betaalt voor aandelen zo nodig een evenredig deel bijdragen aan hun loon, voor hun onderhoud, zegt de Heer; anders zal hun arbeid hun worden toegerekend als aandelen in dat huis. Ja, amen.

 123 Voorwaar, Ik zeg u: Ik geef u nu de aambtsdragers die tot mijn priesterschap behoren, opdat gij de bsleutels ervan kunt dragen, ja, het priesterschap dat naar de orde van cMelchizedek is, dat naar de orde van mijn eniggeboren Zoon is.

 124 Ten eerste geef Ik u Hyrum Smith om voor u een apatriarch te zijn, om de bverzegelende zegens van mijn kerk te dragen, ja, de Heilige Geest der cbelofte, waardoor gij dverzegeld wordt tegen de dag der verlossing, opdat gij niet zult vallen, niettegenstaande het euur der verzoeking dat over u kan komen.

 125 Ik geef u mijn dienstknecht Joseph om presiderende ouderling te zijn van geheel mijn kerk, om vertaler, openbaarder, aziener en profeet te zijn.

 126 Ik geef hem als raadgevers mijn dienstknecht Sidney Rigdon en mijn dienstknecht William Law, opdat dezen een quorum en het Eerste Presidium zullen vormen, om de aorakelen te ontvangen voor de gehele kerk.

 127 Ik geef u mijn dienstknecht aBrigham Young om president te zijn over de reizende raad der Twaalf;

 128 welke aTwaalf de sleutels dragen om het gezag van mijn koninkrijk te ontsluiten in de vier hoeken der aarde en vervolgens mijn woord aan ieder schepsel te bzenden.

 129 Het zijn Heber C. Kimball, Parley P. Pratt, Orson Pratt, Orson Hyde, William Smith, John Taylor, John E. Page, Wilford Woodruff, Willard Richards, George A. Smith;

 130 aDavid Patten heb Ik tot Mij bgenomen; zie, niemand ontneemt hem zijn priesterschap; maar voorwaar, Ik zeg u: Een ander mag worden aangewezen voor dezelfde roeping.

 131 En voorts, Ik zeg u: Ik geef u een ahoge raad als hoeksteen van Zion —

 132 namelijk Samuel Bent, Henry G. Sherwood, George W. Harris, Charles C. Rich, Thomas Grover, Newel Knight, David Dort, Dunbar Wilson — Seymour Brunson heb Ik tot Mij genomen; niemand ontneemt hem zijn priesterschap, maar een ander mag worden aangewezen tot hetzelfde priesterschap in zijn plaats; en voorwaar, Ik zeg u: Laat mijn dienstknecht Aaron Johnson geordend worden tot deze roeping in zijn plaats — David Fullmer, Alpheus Cutler, William Huntington.

 133 En voorts, Ik geef u Don C. Smith om president te zijn van een quorum hogepriesters;

 134 welke verordening wordt ingesteld met het doel hen te bekwamen die aangewezen zullen worden als vaste president of dienstknecht van verschillende wijdverspreide aringen;

 135 en zij mogen ook reizen indien zij dat verkiezen, maar worden bij voorkeur als vaste president geordend; dat is de verantwoordelijkheid van hun roeping, zegt de Heer, uw God.

 136 Ik geef hem Amasa Lyman en Noah Packard als raadgevers, opdat zij het quorum hogepriesters van mijn kerk zullen presideren, zegt de Heer.

 137 En voorts, Ik zeg u: Ik geef u John A. Hicks, Samuel Williams en Jesse Baker, welke priesterschap het quorum aouderlingen moet presideren, welk quorum is ingesteld als vaste dienaren; niettemin mogen zij reizen, hoewel zij geordend zijn om vaste dienaar te zijn voor mijn kerk, zegt de Heer.

 138 En voorts, Ik geef u Joseph Young, Josiah Butterfield, Daniel Miles, Henry Herriman, Zera Pulsipher, Levi Hancock, James Foster om het quorum der azeventigen te presideren;

 139 welk quorum is ingesteld voor reizende ouderlingen om in de gehele wereld van mijn naam te getuigen, overal waar de reizende hoge raad, mijn apostelen, hen zullen zenden om een weg te bereiden voor mijn aangezicht.

 140 Het verschil tussen dit quorum en het quorum ouderlingen is dat het ene voortdurend moet reizen, terwijl het andere van tijd tot tijd de kerkgemeenten moet presideren; het ene heeft de verantwoordelijkheid om van tijd tot tijd te presideren, terwijl het andere geen verantwoordelijkheid heeft om te presideren, zegt de Heer, uw God.

 141 En voorts, Ik zeg u: Ik geef u Vinson Knight, Samuel H. Smith en Shadrach Roundy, als hij het wil aannemen, om de abisschap te presideren; kennis van die genoemde bisschap wordt u gegeven in het boek bLeer en Verbonden.

 142 En voorts, Ik zeg u: Samuel Rolfe en zijn raadgevers voor de priesters en de president van de leraren en zijn raadgevers en ook de president van de diakenen en zijn raadgevers; en ook de president van de ring en zijn raadgevers.

 143 De bovenstaande functies heb Ik u gegeven, en de sleutels daarvan, als hulp- en bestuursmiddelen, voor het werk der bediening en voor de avervolmaking van mijn heiligen.

 144 En een gebod geef Ik u dat u al deze functies zult laten bekleden en de namen die Ik heb genoemd zult agoedkeuren, of ze anders afkeuren op mijn algemene conferentie;

 145 en dat gij in mijn huis vertrekken zult bereiden voor al deze functies wanneer u het bouwt voor mijn naam, zegt de Heer, uw God. Ja, amen.