AFDELING 129

Onderricht gegeven door de profeet Joseph Smith op 9 februari 1843 te Nauvoo (Illinois), om de drie grote sleutels bekend te maken ter onderscheiding van de juiste aard van dienende engelen en geesten. (History of the Church, 5:267.)

1–3: er zijn zowel herrezen als geestelijke lichamen in de hemel; 4–9: sleutels gegeven waardoor boodschappers die van achter de sluier komen, kunnen worden geïdentificeerd.

 ER zijn twee soorten wezens in de ahemel, namelijk: bengelen die cherrezen personen zijn, met een lichaam van vlees en beenderen —

 Jezus zei, bijvoorbeeld: Betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb.

 Ten tweede: de ageesten van brechtvaardige mensen die tot volmaking gekomen zijn, zij die niet zijn herrezen, maar dezelfde heerlijkheid beërven.

 Wanneer een boodschapper komt die zegt een boodschap van God te hebben, bied hem dan uw hand en verzoek hem u de hand te schudden.

 Als het een engel is, zal hij het doen en zult u zijn hand voelen.

 Als het de geest is van een rechtvaardige die tot volmaking is gekomen, zal hij in zijn heerlijkheid komen, want dat is de enige manier waarop hij kan verschijnen —

 vraag hem u de hand te schudden, en hij zal zich niet verroeren, want het is tegen de hemelse orde voor een rechtvaardige om te misleiden; maar nochtans zal hij zijn boodschap overbrengen.

 Indien het de aduivel is in de gedaante van een engel des lichts en u verzoekt hem u de hand te schudden, zal hij u zijn hand bieden, maar u zult niets voelen; aldus kunt u hem ontmaskeren.

 Dit zijn de drie grote sleutels waardoor u kunt weten of enige bediening van God is.