AFDELING 136

Het woord en de wil des Heren, gegeven bij monde van president Brigham Young in Winter Quarters, het kamp van Israël, op de westelijke oever van de Missouri, in het gebied van de Omaha-indianen, bij Council Bluffs (Iowa). (Journal History of the Church [Dagboek-geschiedenis van de kerk], 14 januari 1847.)

1–16: Hoe het kamp van Israël moet worden georganiseerd voor de trek naar het Westen; 17–27: de heiligen wordt geboden naar tal van evangeliemaatstaven te leven; 28–33: de heiligen moeten zingen, dansen, bidden en wijsheid leren; 34–42: profeten worden gedood, opdat zij geëerd en de onrechtvaardigen veroordeeld zullen worden.

 HET Woord en de Wil des Heren aangaande het kamp van Israël bij hun reis naar het westen:

 Laat het gehele volk van De aKerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, en zij die met hen meereizen, in groepen worden georganiseerd, met een verbond en belofte om alle geboden en inzettingen van de Heer, onze God, te onderhouden.

 Laten de groepen worden georganiseerd met aanvoerders van ahonderd, aanvoerders van vijftig en aanvoerders van tien, met een president en zijn twee raadgevers aan het hoofd, onder leiding van de twaalf bapostelen.

 En dit zal ons averbond zijn: dat wij zullen bwandelen naar alle cverordeningen des Heren.

 Laat iedere groep zich voorzien van zoveel mogelijk trekdieren, wagens, proviand, kleding en andere benodigdheden voor de reis.

 Wanneer de groepen georganiseerd zijn, laten zij dan uit alle macht te werk gaan om voorbereidingen te treffen voor hen die moeten achterblijven.

 Laat iedere groep, met hun aanvoerders en presidenten, bepalen hoevelen het volgend voorjaar kunnen vertrekken; vervolgens moeten zij een voldoende aantal lichamelijk geschikte en deskundige mannen uitkiezen om met trekdieren, zaden en landbouwgereedschap als pioniers vooruit te gaan ter voorbereiding op de inzaai van de voorjaarsgewassen.

 Laat iedere groep, naar de omvang van hun bezittingen, evenredig belast worden bij het meenemen van de aarmen, de bweduwen, de cvaderlozen en de gezinnen van hen die in het leger zijn gegaan, opdat de kreten van de weduwe en de vaderloze niet zullen opstijgen tot de oren des Heren, tegen dit volk.

 Laat iedere groep huizen gereedmaken en akkers om graan te verbouwen, voor hen die dit seizoen zullen achterblijven; en dit is de wil des Heren aangaande zijn volk.

 10 Laat eenieder al zijn invloed en bezit aanwenden om dit volk over te brengen naar de plaats waar de Heer een aring van Zion zal vestigen.

 11 En indien gij dat doet met een rein hart, in alle getrouwheid, zult gij worden agezegend; u zult worden gezegend in uw kleinvee en in uw runderen en in uw akkers en in uw huizen en in uw gezinnen.

 12 Laten mijn dienstknechten Ezra T. Benson en Erastus Snow een groep organiseren.

 13 En laten mijn dienstknechten Orson Pratt en Wilford Woodruff een groep organiseren.

 14 Laten ook mijn dienstknechten Amasa Lyman en George A. Smith een groep organiseren.

 15 En wijs presidenten aan, en aanvoerders van honderd en van vijftig en van tien.

 16 En laten mijn dienstknechten die zijn aangewezen, heengaan en de heiligen dit, mijn wil, leren, opdat zij gereed zullen zijn om naar een land van vrede te gaan.

 17 Gaat heen en doet wat Ik u heb gezegd, en vreest uw vijanden niet; want zij zullen geen macht hebben om mijn werk tegen te houden.

 18 Zion zal averlost worden in de door Mij bestemde tijd.

 19 En indien iemand tracht zichzelf te bevoordelen, en mijn araad niet zoekt, zal hij geen macht hebben, en zijn dwaasheid zal worden bekendgemaakt.

 20 Zoekt dan; en akomt al uw onderlinge beloften na en bbegeert niet hetgeen uw broeder toebehoort.

 21 aOnthoudt u van het kwaad de naam des Heren ijdel te gebruiken, want Ik ben de Heer, uw God, ja, de bGod van uw vaderen, de God van Abraham en van Isaak en van Jakob.

 22 aIk ben het die de kinderen van Israël uit het land Egypte heeft geleid; en mijn arm is in de laatste dagen uitgestrekt om mijn volk Israël te bredden.

 23 Houdt op met elkaar te atwisten; houdt op bkwaad te spreken van elkaar.

 24 Houdt op met adronkenschap; en laten uw woorden erop gericht zijn elkaar bop te bouwen.

 25 Indien gij leent van uw naaste, zult gij teruggeven wat gij hebt ageleend; en indien gij niet kunt terugbetalen, ga dan onmiddellijk naar hem toe en vertel het uw naaste, opdat hij u niet zal veroordelen.

 26 Indien gij vindt wat uw naaste averloren heeft, zult gij ijverig zoeken totdat gij het hem kunt teruggeven.

 27 Gij zult aijverig zijn in het onderhouden van wat gij hebt, opdat gij een wijze brentmeester zult zijn; want het is de vrije gave van de Heer, uw God, en gij zijt zijn rentmeester.

 28 Indien gij vrolijk zijt, looft de Heer met agezang, met muziek, met dans en met een bgebed van lofprijzing en cdankzegging.

 29 Indien gij abedroefd zijt, roept de Heer, uw God, met een smeekgebed aan, opdat uw ziel bvreugdevol zal zijn.

 30 Vreest uw vijanden niet, want zij zijn in mijn handen en Ik zal met hen doen wat Mij behaagt.

 31 Mijn volk moet worden abeproefd in alle dingen, opdat zij erop voorbereid zullen zijn de bheerlijkheid te ontvangen die Ik voor hen heb, ja, de heerlijkheid van Zion; en wie geen ckastijding wil verdragen, is mijn koninkrijk niet waardig.

 32 Laat wie onwetend is awijsheid leren door zich te bverootmoedigen en de Heer, zijn God, aan te roepen, opdat zijn ogen open zullen gaan om te kunnen zien en zijn oren open zullen gaan om te kunnen horen;

 33 want mijn aGeest wordt in de wereld gezonden om de ootmoedigen en berouwvollen licht te geven, en ter veroordeling van de goddelozen.

 34 Uw broeders, ja, de natie die u heeft averdreven, hebben u en uw getuigenis verworpen;

 35 en nu komt de dag van hun rampspoed, ja, de dagen van smart, zoals voor een vrouw die door barensweeën wordt aangegrepen; en hun smart zal groot zijn, tenzij zij zich spoedig bekeren, ja, zeer spoedig.

 36 Want zij hebben de profeten gedood, en degenen die tot hen werden gestuurd; en zij hebben onschuldig bloed vergoten, dat roept van de aardbodem, tegen hen.

 37 Welnu, verwondert u niet over deze dingen, want gij zijt nog niet arein; gij kunt mijn heerlijkheid nog niet verdragen, maar gij zult die zien indien gij getrouw zijt in het bewaren van al mijn woorden die Ik u bgegeven heb, van de dagen van Adam tot Abraham, van Abraham tot Mozes, van Mozes tot Jezus en zijn apostelen, en van Jezus en zijn apostelen tot Joseph Smith, tot wie Ik Mij heb gewend door mijn cengelen, mijn dienende knechten, en door mijn eigen stem uit de hemelen, om mijn werk voort te brengen;

 38 welk fundament hij inderdaad heeft gelegd, en hij is getrouw geweest; en Ik heb hem tot Mij genomen.

 39 Velen hebben zich over zijn dood verwonderd; maar het was nodig dat hij zijn agetuigenis met zijn bbloedcbezegelde, opdat hij zou worden geëerd en de goddelozen zouden worden veroordeeld.

 40 Heb Ik u niet van uw avijanden bevrijd, en wel zo dat Ik een getuigenis van mijn naam heb achtergelaten?

 41 Welnu, luister, o gij volk van mijn akerk; en gij ouderlingen, luistert allen; u hebt mijn bkoninkrijk ontvangen.

 42 Weest ijverig in het onderhouden van al mijn geboden, opdat u geen oordelen zullen treffen en uw geloof niet zal bezwijken en uw vijanden niet over u zullen zegevieren. Welnu, niets meer voor het ogenblik. Amen en Amen.