AFDELING 138

Een visioen gegeven aan president Joseph F. Smith op 3 oktober 1918 te Salt Lake City (Utah). In zijn openingstoespraak op de 89e halfjaarlijkse algemene conferentie van de kerk op 4 oktober 1918 verklaarde president Smith dat hij in de afgelopen maanden verscheidene goddelijke mededelingen had ontvangen. Een daarvan, aangaande het bezoek van de Heiland aan de geesten der doden terwijl zijn lichaam in het graf lag, had president Smith de dag daarvoor ontvangen. Ze werd onmiddellijk na afloop van de conferentie op schrift gesteld. Op 31 oktober 1918 werd deze voorgelegd aan de raadgevers in het Eerste Presidium, de Raad der Twaalf en de patriarch, en werd eenparig door hen aanvaard.

1–10: president Joseph F. Smith overpeinst de geschriften van Petrus en het bezoek van onze Heer aan de geestenwereld; 11–24: president Smith ziet de rechtvaardige doden bijeen in het paradijs en Christus’ bediening onder hen; 25–37: hij ziet hoe de prediking van het evangelie onder de geesten werd georganiseerd; 38–52: hij ziet Adam, Eva en velen van de heilige profeten in de geestenwereld, die hun toestand als geest vóór de opstanding als een gevangenschap beschouwden; 53–60: de rechtvaardige doden uit deze tijd zetten hun werk voort in de wereld der geesten.

 OP de derde dag van oktober in het jaar 1918, zat ik in mijn kamer de Schriften te aoverpeinzen;

 en na te denken over het grote azoenoffer dat de Zoon van God voor de bverlossing der wereld had gebracht;

 en de grote en wonderbaarlijke aliefde die de Vader en de Zoon hadden getoond door de komst van de bVerlosser in de wereld;

 opdat door zijn averzoening, en door bgehoorzaamheid aan de beginselen van het evangelie, het mensdom kon worden gered.

 Terwijl ik daarmee bezig was, gingen mijn gedachten terug naar de geschriften van de apostel Petrus aan de aoorspronkelijke heiligen, die zich verspreid over bPontus, Galatië, Kappadocië en andere delen van Azië bevonden, waar het evangelie gepredikt was na de kruisiging van de Heer.

 Ik sloeg de Bijbel open en las het derde en vierde hoofdstuk van de eerste brief van Petrus, en onder het lezen werd ik ten zeerste getroffen, meer dan ooit tevoren, door de volgende teksten:

 ‘Want ook Christus heeft eenmaal geleden voor de zonden, de rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen, zijnde gedood naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest,

 ‘In welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft tot de ageesten in de gevangenis,

 ‘Die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach, terwijl de ark in gereedheid werd gebracht, waarin weinigen, dat is acht zielen, door het water heen gered werden.’ (1 Petrus 3:18–20.)

 10 ‘Want daartoe is ook aan hen die dood zijn het evangelie gebracht, opdat zij wél, naar de mens, wat het vlees aangaat, zouden geoordeeld worden, doch, naar God, wat de geest betreft, zouden leven.’ (1 Petrus 4:6.)

 11 Terwijl ik deze dingen die ageschreven staan, overpeinsde, werden de bogen van mijn begrip geopend en de Geest des Heren crustte op mij en ik zag de scharen der ddoden, zowel klein als groot.

 12 En op één plaats was een ontelbare schare geesten der arechtvaardigen verzameld, zij die bgetrouw waren geweest in het getuigenis van Jezus tijdens hun sterfelijk leven;

 13 en die aoffers hadden gebracht naar de gelijkenis van het grote offer van de Zoon van God en bbeproeving hadden doorstaan omwille van de naam van hun Verlosser.

 14 Al dezen hadden het sterfelijke leven verlaten met de vaste ahoop op een heerlijke bopstanding, door de cgenade van God de dVader en zijn eeniggeboren Zoon, Jezus Christus.

 15 Ik zag dat zij vervuld waren van avreugde en blijdschap en zich met elkaar verheugden, omdat de dag van hun bevrijding nabij was.

 16 Zij waren bijeen in afwachting van de komst van de Zoon van God in de ageestenwereld, om hun bevrijding van de bbanden des doods te verkondigen.

 17 Hun sluimerende stof zou ahersteld worden tot zijn volmaakte gestalte, bbeen tot zijn been, en daarop de pezen en het vlees; de cgeest en het lichaam te worden herenigd om nimmermeer te worden gescheiden, opdat zij een volheid van dvreugde zouden kunnen ontvangen.

 18 Terwijl deze grote menigte wachtte en met elkaar sprak, zich verheugend op het uur van hun bevrijding van de ketenen van de dood, verscheen de Zoon van God, avrijlating verkondigend aan de gevangenen die getrouw waren geweest;

 19 en daar apredikte Hij hun het eeuwige bevangelie, de leer van de opstanding en van de verlossing van het mensdom van de cval en van persoonlijke zonden op voorwaarde van dbekering.

 20 Maar naar de agoddelozen ging Hij niet, en onder de zondaars en onbekeerlijken, die zich bbezoedeld hadden terwijl zij in het vlees verkeerden, verhief Hij zijn stem niet;

 21 evenmin zagen de weerspannigen, die de getuigenissen en waarschuwingen van de profeten vanouds verworpen hadden, zijn aanwezigheid, noch aanschouwden zij zijn gelaat.

 22 Waar zij waren, heerste aduisternis, maar onder de rechtvaardigen heerste bvrede;

 23 en de heiligen verheugden zich in hun averlossing en bogen de bknie en beleden de Zoon van God als hun Verlosser en Bevrijder van de dood en de cketenen der hel.

 24 Hun gelaat straalde en de aglans van de tegenwoordigheid des Heren rustte op hen en zij bzongen zijn heilige naam lof.

 25 Ik verwonderde mij, want ik had begrepen dat de bediening van de Heiland onder de Joden en hen die van het huis van Israël waren, ongeveer drie jaar had geduurd, waarbij Hij Zich had ingespannen om hun het eeuwige evangelie te leren en hen tot bekering te roepen;

 26 en toch waren er, niettegenstaande zijn machtige werken en wonderen en verkondiging van de waarheid, met agrote macht en gezag, slechts weinigen die naar zijn stem luisterden en zich in zijn aanwezigheid verheugden en het heil uit zijn handen aanvaardden.

 27 Maar zijn bediening onder hen die dood waren, is beperkt gebleven tot de akorte tijdsspanne tussen de kruisiging en zijn opstanding;

 28 en ik verwonderde mij over de woorden van Petrus — waarin hij zei dat de Zoon van God gepredikt heeft tot de geesten in de gevangenis, die eertijds ongehoorzaam geweest waren, toen de lankmoedigheid Gods bleef afwachten, in de dagen van Noach — en hoe het voor Hem mogelijk was geweest tot die geesten te prediken en de noodzakelijke arbeid onder hen te verrichten in zulk een korte tijd.

 29 En terwijl ik mij verwonderde, werden mijn ogen geopend en werd mijn begrip averhelderd, en het werd mij duidelijk dat de Heer Zich niet persoonlijk begeven had onder de goddelozen en de ongehoorzamen die de waarheid hadden verworpen, om hen te onderwijzen;

 30 maar zie, uit de rechtvaardigen stelde Hij zijn heerscharen samen en wees boodschappers aan, bekleed met amacht en gezag, en machtigde hen om uit te gaan en het licht van het evangelie aan hen te brengen die zich in de bduisternis bevonden, ja, aan calle geesten der mensen; en zo werd het evangelie gepredikt tot de doden.

 31 En de uitgekozen boodschappers gingen uit om de aaangename dag des Heren uit te roepen en bbevrijding te verkondigen aan de gevangenen die gebonden waren, ja, aan allen die zich van hun zonden wilden bekeren en het evangelie aanvaarden.

 32 Aldus werd het evangelie gepredikt tot hen die agestorven waren in hun zonden, zonder bkennis van de waarheid, of in overtreding, omdat zij de profeten verworpen hadden.

 33 Dezen werd ageloof in God geleerd, bekering van zonde, de bplaatsvervangende doop tot cvergeving van zonden, de dgave van de Heilige Geest door handoplegging,

 34 en alle andere beginselen van het evangelie die zij moesten kennen om in staat te zijn ageoordeeld te worden naar de mens in het vlees, maar te leven naar God in de geest.

 35 En zo werd het bekendgemaakt onder de doden, de groten en de kleinen, zowel de onrechtvaardigen als de getrouwen, dat verlossing tot stand was gebracht door middel van het aoffer van de Zoon van God aan het bkruis.

 36 Aldus werd het bekendgemaakt dat onze Verlosser tijdens zijn verblijf in de geestenwereld, zijn tijd had doorgebracht met het instrueren en voorbereiden van de getrouwe geesten van de aprofeten die van Hem hadden getuigd in het vlees;

 37 opdat zij de boodschap van de verlossing zouden uitdragen aan alle doden die Hij niet persoonlijk kon bezoeken, wegens hun aweerspannigheid en overtreding, opdat zij door de bediening van zijn dienstknechten eveneens zijn woorden zouden kunnen horen.

 38 Onder de groten en machtigen die bijeen waren in deze grote samenkomst van rechtvaardigen, bevonden zich vader aAdam, de oude van dagen en vader van allen,

 39 en onze heerlijke moeder aEva, met velen van haar getrouwe dochters die door de eeuwen heen hadden geleefd en de ware en levende God hadden vereerd.

 40 aAbel, de eerste bmartelaar, was erbij, en zijn broeder cSet, een van de machtigen, die het devenbeeld was van zijn vader, Adam.

 41 aNoach, die had gewaarschuwd voor de watervloed; bSem, de grote chogepriester; dAbraham, de vader der gelovigen; eIsaak, fJakob en Mozes, de grote gwetgever van Israël;

 42 en aJesaja, die door profetie had verklaard dat de Verlosser gezalfd was om de gebrokenen van hart te verbinden, om aan de bgevangenen bevrijding te verkondigen en aan de gebondenen opening der cgevangenis, waren er ook.

 43 Voorts aEzechiël, aan wie het grote dal vol bdorre beenderen, die met vlees zouden worden bekleed, om weer tevoorschijn te komen in de copstanding der doden als levende ziel, in een visioen was getoond;

 44 aDaniël, die voorzag en voorspelde dat God in de laatste dagen zijn bkoninkrijk zou stichten, om nooit meer vernietigd te worden, noch aan enig ander volk gegeven te worden;

 45 aElias, die met Mozes op de Berg der bVerheerlijking was;

 46 en aMaleachi, de profeet die getuigd had van de komst van bElia — van wie ook Moroni tot de profeet Joseph Smith gesproken had, zeggende dat hij zou komen vóór de inluiding van de grote en geduchte cdag des Heren — ook zij waren daar.

 47 De profeet Elia zou in het ahart der kinderen de beloften planten die aan hun vaderen waren gedaan,

 48 als voorafschaduwing van het grote awerk dat in de bbedeling van de volheid der tijden in de ctempels van de Heer moet worden verricht, voor de verlossing der doden en de dverzegeling van de kinderen aan hun ouders, opdat de gehele aarde niet met een vervloeking getroffen en volslagen verwoest zal worden bij zijn komst.

 49 Al dezen en nog vele anderen, ja, de aprofeten die onder de Nephieten geleefd en getuigd hadden van de komst van de Zoon van God, bevonden zich in die grote samenkomst en wachtten op hun bevrijding,

 50 want de doden hadden de lange aafwezigheid van hun geest uit hun lichaam als een bgevangenschap beschouwd.

 51 Dezen onderwees de Heer, en Hij gaf hun amacht om tevoorschijn te komen, na zijn opstanding uit de doden, om het koninkrijk van zijn Vader binnen te gaan en daar gekroond te worden met bonsterfelijkheid en het ceeuwige leven,

 52 en van die tijd af hun werk voort te zetten, zoals door de Heer was beloofd, en deelhebbers te zijn aan alle azegeningen die waren voorbehouden aan hen die Hem liefhebben.

 53 De profeet Joseph Smith, en mijn vader, Hyrum Smith, Brigham Young, John Taylor, Wilford Woodruff en andere uitverkoren geesten die abewaard waren om in de volheid der tijden op aarde te komen en deel te nemen aan het leggen van de bgrondslag voor het grootse werk der laatste dagen,

 54 waaronder het bouwen van de tempels en het daarin verrichten van de verordeningen voor de verlossing der adoden, waren ook in de geestenwereld.

 55 Ik bemerkte dat zij ook tot de aedelen en groten behoorden die in het begin waren buitgekozen om heerser in de kerk van God te zijn.

 56 Ja, vóór hun geboorte ontvingen zij, met vele anderen, hun eerste lessen in de wereld der geesten en werden erop avoorbereid om in de bestemde btijd des Heren op aarde te komen, om in zijn cwijngaard te werken voor het heil van de zielen der mensen.

 57 Ik zag dat de getrouwe aouderlingen uit deze bedeling, wanneer zij het sterfelijke leven verlaten, hun arbeid van de prediking van het evangelie van bekering en van verlossing, door middel van het offer van de eniggeboren Zoon van God, voortzetten onder hen die zich in de bduisternis bevinden en in de slavernij der zonde in de grote wereld van de geesten der doden.

 58 De doden die zich bekeren, zullen worden averlost door gehoorzaamheid aan de bverordeningen van het huis van God,

 59 en wanneer zij de prijs voor hun overtredingen hebben betaald enrein agewassen zijn, zullen zij loon ontvangen naar hun bwerken, want zij zijn erfgenaam van het heil.

 60 Aldus werd mij het visioen van de verlossing der doden geopenbaard, en ik getuig ervan, en ik weet dat dit getuigenis awaar is, door de zegen van onze Heer en Heiland, Jezus Christus. Ja, amen.

 OFFICIËLE VERKLARING 1

 Aan wie dit leest:

 Aangezien er om politieke redenen vanuit Salt Lake City persberichten zijn verzonden, die wijd en zijd zijn gepubliceerd, waarin de Commissie Utah, in haar jongste verslag aan de secretaris van binnenlandse zaken, beweert dat er nog steeds meervoudige huwelijken worden voltrokken, en dat er veertig of meer van zulke huwelijken in Utah zijn aangegaan sinds juni jongstleden, of gedurende het afgelopen jaar, alsook dat de leiders van de kerk in openbare verhandelingen voortzetting van de praktijk der polygamie hebben verkondigd, aangemoedigd en bepleit —

 verklaar ik derhalve, als president van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, op allerplechtigste wijze, dat die beschuldigingen vals zijn. Wij verkondigen geen polygamie of meervoudig huwelijk, noch staan wij toe dat ook maar iemand daartoe overgaat, en ik ontken dat er veertig meervoudige huwelijken, of welk aantal ook, in die periode in onze tempels of ergens anders in het territorium voltrokken zijn.

 Er is één geval gemeld waarbij de partijen beweren dat het huwelijk in de lente van 1889 in het Endowment House in Salt Lake City is voltrokken, maar ik heb niet kunnen achterhalen wie de ceremonie heeft verricht; wat er ook in dat geval is gebeurd, het was buiten mijn medeweten. Als gevolg van dat vermeende voorval, is het Endowment House, op mijn aanwijzing, onverwijld afgebroken.

 Daar er door het Congres wetten zijn uitgevaardigd die het meervoudig huwelijk verbieden, welke wetten grondwettig zijn verklaard door het hof van cassatie, verklaar ik hierbij mijn voornemen om mij aan die wetten te onderwerpen en mijn invloed op de leden van de kerk die ik presideer, aan te wenden om hen ertoe te bewegen evenzo te handelen.

 In het genoemde tijdvak is er niets in mijn leringen aan de kerk, of in die van mijn ambtsbroeders, dat redelijkerwijs uitgelegd kan worden als oproep of aanmoediging tot polygamie; en wanneer enige ouderling van de kerk woorden heeft gebezigd die een dergelijke lering leken over te brengen, dan is hij daarvoor onmiddellijk berispt. En nu verklaar ik publiekelijk dat mijn raad aan de heiligen der laatste dagen luidt geen huwelijk aan te gaan dat door de wet van het land verboden is.

 WILFORD WOODRUFF

 President van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

 President Lorenzo Snow bracht het volgende naar voren:

 ‘Ik stel voor, aangezien wij Wilford Woodruff erkennen als president van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, en de enige mens op aarde die op dit tijdstip de sleutels van de verordeningen ter verzegeling draagt, dat wij hem ambtshalve als volledig bevoegd beschouwen om het manifest, dat ons is voorgelezen en dat gedateerd is 24 september 1890, uit te vaardigen, en dat wij, als kerk in algemene conferentie bijeen, zijn verklaring aangaande het meervoudig huwelijk als gezaghebbend en bindend aannemen.’

 De stemming om het genoemde voorstel aan te nemen was eenparig.

 Salt Lake City (Utah), 6 oktober 1890.

 GEDEELTEN UIT DRIE TOESPRAKEN VAN
PRESIDENT WILFORD WOODRUFF
OVER HET MANIFEST

 De Heer zal nooit toestaan dat ik, of wie dan ook die president van deze kerk is, u op een dwaalspoor brengt. Dat staat niet in het programma. Dat heeft God niet in de zin. Als ik het zou proberen, zou de Heer mij uit mijn positie verwijderen, en dat zal Hij met ieder ander doen die probeert de mensenkinderen weg te voeren van de orakelen Gods en van hun plicht. (61e halfjaarlijkse algemene conferentie van de kerk, maandag 6 oktober 1890, Salt Lake City [Utah]; aangehaald in de Deseret Evening News, 11 oktober 1890, blz. 2.)

 Het doet er niet toe wie er in leven blijft of wie sterft, of wie geroepen wordt om deze kerk te leiden, zij moeten het doen onder de inspiratie van de almachtige God. Als zij dat niet op die manier doen, dan kunnen zij het in het geheel niet doen (...).

 Ik heb onlangs enkele openbaringen ontvangen, en wel zeer belangrijke voor mij, en ik zal u vertellen wat de Heer gezegd heeft tegen mij. Laat mij uw aandacht vestigen op wat het manifest wordt genoemd (...).

 De Heer heeft mij gezegd de heiligen der laatste dagen een vraag voor te leggen, en Hij heeft mij ook gezegd dat als zij luisteren naar wat ik hun te zeggen heb en de voorgelegde vraag met de Geest en de macht van God beantwoorden, zij allen hetzelfde antwoord zullen geven, en allen in deze zaak hetzelfde zullen geloven.

 Dit is de vraag: Wat is voor de heiligen der laatste dagen de wijste koers om te volgen — doorgaan met de poging het meervoudig huwelijk te praktiseren, in strijd met de wetten van het land en ondanks de oppositie van zestig miljoen mensen, en ten koste van de confiscatie en het verlies van alle tempels en de stopzetting van alle verordeningen daarin, voor zowel de levenden als de doden, en de gevangenneming van het Eerste Presidium en de Twaalf en de gezinshoofden in de kerk, en de confiscatie van het persoonlijk bezit van de mensen (hetgeen tezamen al een eind aan die praktijk zou maken); of, na alles wat we hebben gedaan en geleden door aan dat beginsel vast te houden, een einde aan die praktijk maken en ons onderwerpen aan de wet, en daarmee de profeten, apostelen en vaders bij hun gezin laten, zodat zij de mensen kunnen onderwijzen en hun plichten in de kerk waarnemen, en daarbij de tempels in de handen van de heiligen laten, zodat zij zich kunnen inzetten voor de verordeningen van het evangelie, voor zowel de levenden als de doden?

 De Heer heeft mij in een visioen en door openbaring laten zien wat er precies zou gebeuren, als we niet met die praktijk ophielden. Als wij er niet mee waren opgehouden, zou er voor (...) geen van de mannen in deze tempel te Logan iets te doen zijn; want er zou aan alle verordeningen in het land Zion een einde komen. Er zou in geheel Israël verwarring heersen, en vele mannen zouden worden gevangengenomen. Deze ellende zou over de gehele kerk gekomen zijn, en we zouden gedwongen zijn geweest aan die praktijk een einde te maken. De vraag is nu of er op deze manier een einde aan moet komen, of op de manier die de Heer ons heeft geopenbaard, waardoor onze profeten, apostelen en vaders op vrije voeten blijven, en de tempels in de handen van dit volk, zodat de doden verlost kunnen worden. Een groot aantal is alreeds door dit volk verlost uit de gevangenis in de geestenwereld, en moet het werk nu doorgaan of ophouden? Dat is de vraag die ik de heiligen der laatste dagen voorleg. U moet zelf oordelen. Ik wil dat u die voor uzelf beantwoordt. Ik zal haar niet beantwoorden; maar ik zeg u dat dit precies de situatie is waarin wij als volk verkeerd zouden hebben, als wij niet hadden gehandeld zoals we hebben gehandeld.

 (...) Ik zag precies wat er zou gebeuren, als er niet iets ondernomen werd. Ik heb die geest al lange tijd bij me. Maar ik wil dit zeggen: Ik zou alle tempels uit onze handen hebben laten gaan; ik zou zelf naar de gevangenis zijn gegaan en toegelaten hebben dat alle andere mannen er ook beland zouden zijn, als de God des hemels mij niet geboden had te doen wat ik heb gedaan; toen dan ook het uur aanbrak dat mij geboden werd dat te doen, was het mij volkomen duidelijk. Ik begaf mij voor het aangezicht des Heren en ik schreef wat de Heer mij zei te schrijven (...).

 Ik laat dit ter overweging bij u achter. De Heer houdt Zich met ons bezig. (Conferentie van de ring Cache te Logan [Utah], zondag 1 november 1891; aangehaald in de Deseret Weekly, 14 november 1891.)

 Nu zal ik u vertellen wat mij geopenbaard is en wat de Zoon van God hiermee tot stand heeft gebracht (...). Al deze dingen zouden gebeurd zijn, zowaar de almachtige God leeft, als het manifest niet gegeven was. Welnu, de Zoon van God achtte het juist dat de kerk en de wereld die zaak voorgelegd kregen met oogmerken die Hem voor ogen stonden. De Heer had besloten tot de vestiging van Zion. Hij had besloten tot de voltooiing van deze tempel. Hij had besloten dat het heil van de levenden en de doden in de valleien van dit gebergte verschaft zou worden. En de almachtige God besloot dat de duivel dat niet zou verhinderen. Als u dat kunt begrijpen, is dat de sleutel. (Uit een toespraak gehouden tijdens de zesde inwijdingsdienst van de Salt Laketempel, april 1893. Typoscript van de inwijdingsdiensten, archief, afdeling kerkgeschiedenis, Salt Lake City [Utah].)

 OFFICIËLE VERKLARING 2

 Aan wie dit leest:

 Op 30 september 1978, op de 148e halfjaarlijkse algemene conferentie van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, werd het volgende voorgelegd door president N. Eldon Tanner, eerste raadgever in het Eerste Presidium van de kerk:

 Begin juni van dit jaar heeft het Eerste Presidium bekendgemaakt dat president Spencer W. Kimball een openbaring heeft ontvangen waardoor het priesterschap en de tempelzegens binnen het bereik worden gesteld van alle daartoe waardige kerkleden van het mannelijk geslacht. President Kimball heeft mij verzocht de conferentie mede te delen dat hij, nadat hij deze openbaring, die tot hem kwam na lang mediteren en bidden in de heilige kamers van de tempel, had ontvangen, deze aan zijn raadgevers heeft voorgelegd, die haar hebben aanvaard en goedgekeurd. Vervolgens is ze het Quorum der Twaalf Apostelen voorgelegd, dat haar eenparig heeft goedgekeurd, waarna ze aan alle overige algemene autoriteiten is voorgelegd, die haar eveneens eenparig hebben goedgekeurd.

 President Kimball heeft mij verzocht u thans deze brief voor te lezen:

 juni 1978

 Aan alle algemene en plaatselijke priesterschapsfunctionarissen van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen in de gehele wereld:

 Geachte broeders,

 Bij het gadeslaan van de uitbreiding van het werk des Heren over de aarde zijn wij dankbaar dat mensen uit vele landen gehoor hebben gegeven aan de boodschap van het herstelde evangelie en in steeds toenemende aantallen lid van de kerk zijn geworden. Dientengevolge werden wij geïnspireerd met een verlangen om alle voorrechten en zegeningen die het evangelie biedt, beschikbaar te stellen aan elk daartoe waardig lid van de kerk.

 Ons bewust van de beloften gedaan door de profeten en presidenten van de kerk die ons zijn voorgegaan, dat eens in Gods eeuwige plan al onze broeders die het waardig zijn, het priesterschap zullen ontvangen, en gezien de getrouwheid van hen wie het priesterschap onthouden is, hebben wij lang en ernstig voor dezen, onze getrouwe broeders, gepleit en vele uren in de bovenzaal van de tempel doorgebracht om de Heer om goddelijke leiding te smeken.

 Hij heeft onze gebeden verhoord en door middel van openbaring bevestigd dat de langbeloofde dag is aangebroken dat iedere getrouwe, daartoe waardige man in de kerk het heilig priesterschap mag ontvangen, met de macht om het goddelijk gezag daarvan uit te oefenen, en samen met zijn geliefden iedere zegening die daaruit voortvloeit te genieten, waaronder de tempelzegens. Bijgevolg mogen alle daartoe waardige mannelijke leden van de kerk tot het priesterschap worden geordend, ongeacht hun ras of huidskleur. Wij dragen de priesterschapsleiders op de richtlijn te volgen die een zorgvuldig gevoerd gesprek voorschrijft met alle kandidaten voor ordening tot óf het Aäronisch óf het Melchizedeks priesterschap, om er zeker van te zijn dat zij voldoen aan de vastgestelde normen.

 Wij verklaren met alle ernst dat de Heer nu zijn wil heeft bekendgemaakt tot zegen van al zijn kinderen overal op aarde die willen luisteren naar de stem van zijn bevoegde dienstknechten, en zich erop voorbereiden iedere zegening van het evangelie te ontvangen.

 Hoogachtend,

 Spencer W. Kimball
N. Eldon Tanner
Marion G. Romney

 Het Eerste Presidium

 Daar wij Spencer W. Kimball als de profeet, ziener en openbaarder, en president van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen erkennen, stel ik voor dat wij als constituerende samenkomst deze openbaring aanvaarden als het woord en de wil des Heren. Wie hiermee instemt, gelieve het bekend te maken door het opsteken van de rechterhand. Wie ertegen is, met hetzelfde teken.

 De stemming om het genoemde voorstel aan te nemen was eenparig bevestigend.

 Salt Lake City (Utah), 30 september 1978.