AFDELING 14

Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan David Whitmer in juni 1829 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:48–50.) De familie Whitmer had grote belangstelling gekregen voor de vertaling van het Boek van Mormon. De profeet nam zijn intrek bij Peter Whitmer sr., waar hij woonde totdat het vertaalwerk was voltooid en het auteursrecht op het te verschijnen boek was verkregen. Drie van de zonen uit de familie Whitmer, die ieder een getuigenis hadden ontvangen van de authenticiteit van het werk, werden zeer bezorgd ten aanzien van hun persoonlijke plicht. Deze openbaring en de twee volgende (de afdelingen 15 en 16) werden in antwoord op een vraag gegeven door middel van de Urim en Tummim. David Whitmer is later een van de drie getuigen van het Boek van Mormon geworden.

1–6: arbeiders in de wijngaard zullen het heil verkrijgen; 7–8: het eeuwige leven is de grootste van Gods gaven; 9–11: Christus heeft de hemelen en de aarde geschapen.

 EEN groot en awonderbaar werk staat op het punt voor de mensenkinderen tevoorschijn te komen.

 Zie, Ik ben God; sla acht op mijn woord, dat levend en krachtig is, scherper dan een tweesnijdend zwaard, om vaneen te scheiden zowel gewrichten als merg; sla daarom acht op mijn woord.

 Zie, het veld is reeds wit om te oogsten; daarom, laat wie verlangt te maaien, zijn sikkel inslaan met al zijn macht en maaien zolang de dag duurt, opdat hij voor zijn ziel eeuwigdurend heil zal vergaren in het koninkrijk Gods.

 Ja, wie zijn sikkel zal inslaan en maaien, die wordt door God geroepen.

 Daarom, indien u Mij vraagt, zult u ontvangen; indien u klopt, zal u worden opengedaan.

 Streef ernaar mijn Zion voort te brengen en te vestigen. Onderhoud mijn geboden in alle dingen.

 En indien u mijn ageboden onderhoudt en bvolhardt tot het einde, zult u het ceeuwige leven hebben, welke gave de grootste van alle gaven Gods is.

 En het zal geschieden dat u, indien u de Vader in mijn naam zult vragen, in geloof vertrouwende, de aHeilige Geest zult ontvangen, die doet spreken, opdat u als bgetuige zult staan van de dingen die u zowel zult choren als zien, en ook opdat u bekering zult verkondigen aan dit geslacht.

 Zie, Ik ben aJezus Christus, de bZoon van de clevende God, die de hemelen en de daarde heeft egeschapen, een flicht dat niet in de gduisternis kan worden verborgen;

 10 welnu, Ik moet de avolheid van mijn evangelie brengen van de bandere volken tot het huis van Israël.

 11 En zie, gij zijt David, en gij zijt geroepen om mee te helpen; en indien gij dat doet en getrouw zijt, zult gij zowel geestelijk als stoffelijk worden gezegend, en groot zal uw loon zijn. Amen.