AFDELING 32

Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Parley P. Pratt en Ziba Peterson in oktober 1830. (History of the Church, 1:118–120.) De ouderlingen koesterden grote belangstelling en verlangens ten aanzien van de Lamanieten, daar de kerk uit het Boek van Mormon de hun voorspelde zegeningen had vernomen. Bijgevolg smeekten zij de Heer bekend te maken of het zijn wil was dat er op dat tijdstip ouderlingen naar de indianenstammen in het westen moesten worden gezonden. Daarop volgde deze openbaring.

1–3: Parley P. Pratt en Ziba Peterson geroepen om tot de Lamanieten te prediken en Oliver Cowdery en Peter Whitmer jr. te vergezellen; 4–5: zij moeten bidden om begrip van de Schriften.

 EN nu aangaande mijn dienstknecht aParley P. Pratt, zie, Ik zeg hem dat, zowaar Ik leef, Ik wil dat hij mijn evangelie verkondigt en van Mij bleert, en zachtmoedig en nederig van hart is.

 En wat Ik hem heb toegewezen, is dat hij amet mijn dienstknechten, Oliver Cowdery en Peter Whitmer jr., de wildernis zal intrekken onder de bLamanieten.

 En ook aZiba Peterson zal met hen meegaan; en Ikzelf zal met hen meegaan en in hun bmidden zijn; en Ik ben hun cvoorspraak bij de Vader, en niets zal hen overweldigen.

 En zij zullen aacht slaan op wat er geschreven staat en geen aanspraak maken op verdere bopenbaring; en zij zullen altijd bidden, opdat Ik het aan hun cverstand zal kunnen dontvouwen.

 En zij zullen acht slaan op deze woorden en er niet lichtvaardig mee omgaan, en Ik zal hen zegenen. Amen.