AFDELING 45

Openbaring gegeven aan de kerk bij monde van de profeet Joseph Smith op 7 maart 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:158–163.) Ter inleiding op zijn verslag van deze openbaring vermeldt de profeet dat er ‘in deze periode van de kerk (...) vele valse geruchten (...) en dwaze verhalen gedrukt (...) en verspreid werden, (...) om de mensen ervan te weerhouden het werk te onderzoeken of het geloof te omhelzen (...). Maar tot grote vreugde van de heiligen, (...) ontving ik het volgende’. (History of the Church, 1:158.)

1–5: Christus is onze Voorspraak bij de Vader; 6–10: het evangelie is een boodschapper om voor de Heer uit de weg te bereiden; 11–15: Henoch en zijn broeders werden door de Heer tot Zich genomen; 16–23: Christus openbaart de tekenen van zijn komst zoals die op de Olijfberg gegeven zijn; 24–38: het evangelie zal worden hersteld, de tijden van de andere volken zullen worden vervuld en een verwoestende ziekte zal het land bedekken; 39–47: de wederkomst zal gepaard gaan met tekenen, wonderen en de opstanding; 48–53: Christus zal op de Olijfberg staan en de Joden zullen de wonden in zijn handen en voeten zien; 54–59: de Heer zal regeren in het millennium; 60–62: de profeet opgedragen te beginnen met de vertaling van het Nieuwe Testament, waardoor belangrijke kennis verschaft zal worden; 63–75: de heiligen geboden zich te vergaderen en het nieuwe Jeruzalem te bouwen, waar mensen uit alle natiën naartoe zullen komen.

 LUISTER, o gij volk van mijn akerk, aan wie het bkoninkrijk gegeven is; luister en neig het oor tot Hem die de aarde gegrondvest heeft, die de hemelen en al hun heerscharen cgemaakt heeft, en door wie al wat leeft en zich beweegt en bestaat, gemaakt werd.

 En wederom zeg Ik: Luister naar mijn stem, opdat de adood u niet achterhaalt; op een buur dat gij het niet verwacht, is de zomer ten einde en de coogst voorbij, en uw ziel niet gered.

 Luister naar Hem die de avoorspraak bij de Vader is, die uw zaak bij Hem bepleit —

 zeggende: Vader, zie het alijden en de dood van Hem die geen bzonde heeft begaan, in wie Gij welbehagen hadt; zie het bloed van uw Zoon dat vergoten is, het bloed van Hem die Gij gegeven hebt, opdat Gij zelf cverheerlijkt zoudt worden;

 daarom, Vader, spaar dezen, mijn broeders die in mijn naam ageloven, opdat zij tot Mij kunnen komen en het beeuwigdurend leven hebben.

 Luistert, o gij volk van mijn kerk en gij ouderlingen, luistert allen, en hoort naar mijn stem zolang er nog van een aheden wordt gesproken, en verstokt uw hart niet;

 want voorwaar, Ik zeg u dat Ik de aAlfa en de Omega ben, het begin en het einde, het licht en het leven der wereld — een blicht dat in de duisternis schijnt, en de duisternis begrijpt het niet.

 Ik kwam tot de mijnen, en de mijnen hebben Mij niet aangenomen; maar zovelen als Mij aangenomen hebben, heb Ik amacht gegeven om vele bwonderen te doen, en om czonen van God te worden; ja, en wie in mijn naam dgeloofden, heb Ik macht gegeven om het eeeuwige leven te verkrijgen.

 En evenzo heb Ik mijn aeeuwigdurendbverbond in de wereld gezonden om een licht voor de wereld te zijn, en een cstandaard voor mijn volk, en voor de dandere volken om zich daar te verzamelen, en om een eboodschapper te zijn voor mijn aangezicht om voor Mij uit de weg te bereiden.

 10 Daarom, schaart u eromheen, en met degene die komt, zal Ik redeneren zoals met de mensen in de dagen vanouds, en Ik zal u mijn asterke redenering tonen.

 11 Daarom, luistert allen en laat Mij u toch mijn wijsheid tonen — de wijsheid van Hem die volgens u de God van aHenoch en diens broeders is,

 12 die van de aarde werden agescheiden en tot Mij werden genomen — een bstad die bewaard wordt totdat er een dag van gerechtigheid komt — een dag waar alle heilige mannen naar hebben gezocht, maar wegens goddeloosheid en gruwelen hebben zij die niet gevonden;

 13 en zij hebben bekend op aarde avreemdelingen en bijwoners te zijn;

 14 maar hebben een abelofte verkregen dat zij die zouden vinden en in hun vlees zouden zien.

 15 Welnu, luistert en Ik zal met u redeneren, en Ik zal tot u spreken en profeteren, zoals tot de mensen in de dagen vanouds.

 16 En Ik zal het duidelijk tonen zoals Ik het aan mijn discipelen agetoond heb toen Ik in het vlees voor hen stond en tot hen sprak, zeggende: Omdat gij Mij gevraagd hebt aangaande de btekenen van mijn komst, ten dage dat Ik kom in mijn heerlijkheid op de wolken des hemels, ter vervulling van de beloften die Ik uw vaderen gedaan heb,

 17 want omdat gij de lange aafwezigheid van uw bgeest uit uw lichaam als een gevangenschap beschouwd hebt, zal Ik u tonen hoe de dag van verlossing komen zal, en ook de cterugkeer van het dverstrooide Israël.

 18 En nu ziet gij deze tempel die in Jeruzalem staat, die gij het huis van God noemt, en uw vijanden zeggen dat dit huis nooit zal instorten.

 19 Maar voorwaar, Ik zeg u dat verwoesting over dit geslacht zal komen als een dief in de nacht, en dit volk zal vernietigd worden en verstrooid onder alle natiën.

 20 En deze tempel die gij nu ziet, zal afgebroken worden, zodat er niet één steen op de andere gelaten wordt.

 21 En het zal geschieden dat dit geslacht Joden niet zal voorbijgaan voordat iedere verwoesting die Ik u aangaande hen heb gezegd, geschiedt.

 22 Gij zegt te weten dat de avoleinding der wereld komt; gij zegt eveneens te weten dat de hemelen en de aarde zullen voorbijgaan;

 23 en hierin spreekt gij naar waarheid, want zo is het; maar wat Ik u gezegd heb, zal niet voorbijgaan voordat alles vervuld zal zijn.

 24 En dit heb Ik u gezegd aangaande Jeruzalem; en wanneer die dag komt, zal er een overblijfsel worden averstrooid onder alle natiën;

 25 zij zullen echter opnieuw avergaderd worden; maar zij zullen blijven totdat de tijden der bandere volken vervuld zijn.

 26 En te adien dage zult gij horen van boorlogen en geruchten van oorlogen, en de gehele aarde zal in beroering zijn en het hart van de mensen zal cbezwijken en zij zullen zeggen dat Christus zijn komst duitstelt tot aan de voleinding der aarde.

 27 En de liefde der mensen zal verkillen, en de ongerechtigheid zal overvloedig worden.

 28 En wanneer de tijden van de aandere volken gekomen zijn, zal er een blicht doorbreken onder hen die in duisternis verkeren, en het zal de volheid van mijn evangelie zijn;

 29 maar zij aaanvaarden het niet; want zij merken het licht niet op en wenden hun bhart van Mij af wegens de cvoorschriften van de mens.

 30 En in dat geslacht zullen de tijden van de andere volken vervuld worden.

 31 En er zullen in dat geslacht mensen zijn die niet zullen sterven voordat zij een voortstormende agesel zien; want een verwoestende ziekte zal het land bedekken.

 32 Maar mijn discipelen zullen op aheilige plaatsen staan en niet aan het wankelen worden gebracht; maar onder de goddelozen zullen mensen hun stem verheffen en God bvervloeken en sterven.

 33 En er zullen ook op verschillende plaatsen aaardbevingen zijn en vele verwoestingen; toch zullen de mensen hun hart tegen mij verstokken, en zij zullen het bzwaard opnemen, de een tegen de ander, en zij zullen elkaar doden.

 34 En nu, toen Ik, de Heer, deze woorden tot mijn discipelen had gesproken, waren zij verontrust.

 35 En Ik zeide tot hen: Weest niet averontrust, want wanneer al deze dingen geschieden, zult gij weten dat de beloften die u zijn gedaan, vervuld zullen worden.

 36 En wanneer het licht begint door te breken, zal het met hen zijn zoals in de gelijkenis die Ik u tonen zal —

 37 gij ziet en aanschouwt de avijgenbomen, en gij ziet ze met uw eigen ogen, en wanneer ze beginnen uit te lopen en hun blaadjes nog mals zijn, zegt gij dat de zomer reeds nabij is;

 38 zo zal het ook zijn ten dage dat zij al deze dingen zien, dan zullen zij weten dat de ure nabij is.

 39 En het zal geschieden dat wie Mij avreest, buitziet naar de komende grote cdag des Heren, ja, naar de dtekenen van de komst van de eZoon des Mensen.

 40 En zij zullen tekenen en wonderen zien, want die zullen boven in de hemelen en beneden op aarde worden getoond.

 41 En zij zullen bloed zien en avuur en rookwalm.

 42 En eer de dag des Heren komt, zal de azon verduisterd en de maan in bloed veranderd worden en de sterren zullen uit de hemel vallen.

 43 En het overblijfsel zal tot deze plaats vergaderd worden;

 44 en dan zullen zij Mij zoeken en zie, Ik zal komen; en zij zullen Mij zien in de wolken des hemels, bekleed met macht en grote aheerlijkheid, met alle heilige engelen; en wie niet naar Mij buitziet, zal afgesneden worden.

 45 Maar eer de arm des Heren neerkomt, zal een engel zijn abazuin laten schallen en de heiligen die hebben geslapen, zullen btevoorschijn komen om Mij in de cwolk te ontmoeten.

 46 Welnu, indien gij in avrede geslapen hebt, bent u gezegend; want zoals u Mij nu ziet en weet dat Ik ben, evenzo zult gij tot Mij bkomen en uw ziel zal cleven, en uw verlossing zal voltooid worden; en de heiligen zullen tevoorschijn komen uit de vier hoeken der aarde.

 47 Dan zal de aarm des Heren op de natiën neerkomen.

 48 En dan zal de Heer zijn voet op die aberg zetten, en die zal middendoor splijten, en de aarde zal bbeven en heen en weer waggelen, en ook de hemelen czullen schudden.

 49 En de Heer zal zijn stem verheffen en alle einden der aarde zullen die horen; en de natiën der aarde zullen atreuren en zij die gelachen hebben, zullen hun dwaasheid inzien.

 50 En rampspoed zal de spotter overstelpen en de smader zal verteerd worden; en zij die gezonnen hebben op ongerechtigheid zullen omgehakt worden en in het vuur geworpen.

 51 En dan zullen de aJoden Mij baanzien en zeggen: Wat zijn dat voor wonden in uw handen en in uw voeten?

 52 Dan zullen zij weten dat Ik de Heer ben; want Ik zal hun zeggen: Deze wonden zijn de wonden waarmee Ik averwond werd in het huis van mijn vrienden. Ik ben het die verhoogd is. Ik ben Jezus die bgekruisigd is. Ik ben de Zoon van God.

 53 En dan zullen zij awenen wegens hun ongerechtigheden; dan zullen zij weeklagen omdat zij hun bkoning hebben vervolgd.

 54 En dan zullen de aheidense natiën verlost worden, en wie geen wet gekend hebben, zullen deelhebben aan de eerste bopstanding; en het zal cdraaglijk voor hen zijn.

 55 En aSatan zal bgebonden worden, zodat hij geen plaats zal hebben in het hart der mensenkinderen.

 56 En te dien adage, wanneer Ik in mijn heerlijkheid kom, zal de gelijkenis van de tien bmaagden die Ik verteld heb, vervuld worden.

 57 Want zij die wijs zijn en de awaarheid hebben ontvangen en de Heilige Geest tot hun bgids hebben genomen en niet zijn cmisleid — voorwaar, Ik zeg u: Zij zullen niet worden omgehakt en in het dvuur geworpen, maar zullen de dag verdragen.

 58 En de aaarde zal hun tot berfdeel gegeven worden; en zij zullen talrijk en sterk worden, en hun kinderen zullen zonder zonde copgroeien tot dbehoudenis.

 59 Want de Heer zal in hun amidden zijn en zijn heerlijkheid zal op hen zijn en Hij zal hun koning zijn en hun bwetgever.

 60 En nu, zie, Ik zeg u: Het zal u niet gegeven worden meer aangaande dit hoofdstuk te weten totdat het aNieuwe Testament is vertaald, en daarin zullen al deze dingen bekendgemaakt worden;

 61 daarom geef Ik het u dat gij het nu moogt vertalen, opdat gij op de komende dingen voorbereid zult zijn.

 62 Want voorwaar, Ik zeg u dat grote dingen u wachten;

 63 gij hoort van aoorlogen in verre landen; maar zie, Ik zeg u: Ze zijn nabij, staan zelfs voor uw deur, en binnen luttele jaren zult gij horen van oorlogen in uw eigen landstreken.

 64 Daarom heb Ik, de Heer, gezegd: Vergadert u uit de aoostelijke landstreken, verzamelt u bijeen, gij ouderlingen van mijn kerk; gaat uit naar de westelijke landstreken, roept de bewoners op tot bekering en, voor zoverre zij zich bekeren, sticht gemeenten voor Mij.

 65 En verzamelt één van hart en één van zin uw rijkdommen, opdat gij een erfdeel zult kunnen akopen dat u hierna zal worden toegewezen.

 66 En het zal aNieuw-Jeruzalem genoemd worden, een bland van cvrede, een dtoevluchtsoord, een veilige plaats voor de heiligen van de allerhoogste God;

 67 en de aheerlijkheid des Heren zal daar zijn, en de verschrikking des Heren zal er ook zijn, zodat de goddelozen er niet naartoe zullen komen, en het zal Zion worden genoemd.

 68 En het zal geschieden onder de goddelozen dat iedere man die niet bereid is zijn zwaard tegen zijn naaste op te nemen, wel naar Zion moet vluchten voor veiligheid.

 69 En daarheen zullen er uit iedere natie onder de hemel avergaderd worden; en het zal het enige volk zijn dat niet in onderlinge oorlog verwikkeld is.

 70 En er zal onder de goddelozen worden gezegd: Laten wij niet tegen Zion ten strijde trekken, want de inwoners van Zion zijn verschrikkelijk; daarom kunnen wij niet standhouden.

 71 En het zal geschieden dat de rechtvaardigen uit alle natiën vergaderd zullen worden en tot Zion zullen komen onder het zingen van gezangen van eeuwigdurende vreugde.

 72 En nu zeg Ik u: Laat deze dingen niet ruchtbaar worden in de wereld totdat Ik het raadzaam acht, opdat gij dit werk in de ogen van het volk en in de ogen van uw vijanden volbrengen zult, opdat zij uw werken niet zullen kennen totdat gij hetgeen Ik u heb geboden, hebt volbracht;

 73 opdat, wanneer zij het kennen, zij deze dingen zullen overwegen.

 74 Want wanneer de Heer verschijnt, zal Hij averschrikkelijk voor hen zijn, opdat de vrees hen zal bevangen, en zij zullen op een afstand blijven staan en sidderen.

 75 En alle natiën zullen bevreesd zijn wegens de verschrikking des Heren en de sterkte van zijn macht. Ja, amen.