AFDELING 73

Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith en Sidney Rigdon op 10 januari 1832 te Hiram (Ohio). (History of the Church, 1:241–242.) De profeet en Sidney hadden vanaf begin december gepredikt, hetgeen er veel toe had bijgedragen de onvriendelijke gevoelens die tegen de kerk waren opgelaaid, tot bedaren te brengen. (Zie de inleiding van afdeling 71.)

1–2: de ouderlingen moeten hun prediking voortzetten; 3–6: Joseph Smith en Sidney Rigdon moeten de vertaling van de Bijbel voortzetten totdat het werk af is.

 WANT voorwaar, aldus zegt de Heer: Ik acht het raadzaam dat azij de prediking van het evangelie en de aansporing van de kerkgemeenten in de omstreken voortzetten, tot aan de conferentie;

 en dan, zie, zullen hun verschillende opdrachten hun door de astem van de conferentie worden bekendgemaakt.

 Welnu, voorwaar, Ik zeg u, mijn dienstknechten Joseph Smith jr. en Sidney Rigdon, zegt de Heer: Het is anoodzakelijk wederom te bvertalen;

 en, voor zoverre het uitvoerbaar is, in de omstreken te prediken tot aan de conferentie; en daarna is het noodzakelijk het vertaalwerk voort te zetten totdat het voltooid is.

 En laat dit, ja, zoals het geschreven staat, een model zijn voor de ouderlingen totdat er verdere kennis wordt ontvangen.

 Nu geef Ik u niet meer voor dit moment. aOmgordt uw lendenen en weest ernstig. Ja, amen.