AFDELING 74

Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith in januari 1832 te Hiram (Ohio). ( History of the Church, 1:242.) De profeet schrijft: ‘Na het ontvangen van het voorgaande woord des Heren [LV 73], hervatte ik de vertaling van de Schriften en werkte ijverig tot vlak voor de conferentie, die bijeen zou komen op 25 januari. In die periode ontving ik ook het volgende, als verklaring van de eerste brief aan de Korintiërs, hoofdstuk 7, vers 14’. (History of the Church, 1:242.)

1–5: Paulus raadt de kerk van zijn tijd aan de wet van Mozes niet te onderhouden; 6–7: kleine kinderen zijn heilig, omdat zij door de verzoening geheiligd worden.

 WANT de aongelovige man wordt geheiligd door zijn vrouw, en de ongelovige vrouw wordt geheiligd door haar man; anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn ze heilig.

 Welnu, in de dagen van de apostelen gold de wet der besnijdenis onder alle Joden die het evangelie van Jezus Christus niet geloofden.

 En het geschiedde dat er een grote atwist onder de mensen ontstond aangaande de wet der bbesnijdenis, want de ongelovige man wilde dat zijn kinderen werden besneden en onderworpen aan de cwet van Mozes, de wet die vervuld was.

 En het geschiedde dat de kinderen, daar zij werden opgevoed in onderwerping aan de wet van Mozes, acht sloegen op de aoverleveringen van hun vaders en het evangelie van Christus niet geloofden, waardoor zij onheilig werden.

 Welnu, om die reden schreef de apostel aan de kerk en gaf hun een gebod, niet van de Heer maar van hemzelf, dat een gelovige niet moest worden averenigd met een ongelovige, tenzij de bwet van Mozes onder hen werd weggedaan;

 opdat hun kinderen onbesneden zouden blijven; en opdat de overlevering zou worden weggedaan die zegt dat kleine kinderen onheilig zijn, want die bestond onder de Joden;

 maar kleine akinderen zijn bheilig, omdat zij door de cverzoening van Jezus Christus dgeheiligd worden; en dat is wat de Schriften bedoelen.