AFDELING 78

Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in maart 1832 te Hiram (Ohio). De orde werd Joseph Smith door de Heer gegeven met het doel een voorraadhuis voor de armen op te richten. (History of the Church, 1:255–257.) Het was niet altijd wenselijk dat de identiteit van degenen tot wie de Heer Zich in de openbaringen richtte, de wereld bekend was; daarom werden de broeders, toen deze en een aantal latere openbaringen werden uitgegeven, met andere dan hun eigen namen aangeduid. Toen de noodzaak om de namen van die personen achterwege te houden niet meer bestond, werd hun echte naam tussen haakjes vermeld. Omdat er in deze tijd geen wezenlijke noodzaak meer bestaat om door te gaan met het gebruik van de codenamen, worden nu alleen de echte namen gebruikt, zoals zij in de oorspronkelijke manuscripten voorkwamen.

1–4: de heiligen moeten een voorraadhuis organiseren en vestigen; 5–12: een verstandig gebruik van hun bezit zal tot redding voeren; 13–14: de kerk moet onafhankelijk zijn van aardse machten; 15–16: Michaël (Adam) werkt onder leiding van de Heilige Gods (Christus); 17–22: gezegend zijn de getrouwen, want zij zullen alle dingen beërven.

 DE Heer sprak tot Joseph Smith jr., zeggende: Luistert naar Mij, zegt de Heer, uw God, u die bent geordend tot het ahoge priesterschap van mijn kerk, die bijeengekomen bent;

 en luistert naar de araad van Hem die u heeft bgeordend uit den hoge, die de woorden van wijsheid in uw oren zal spreken, opdat er redding voor u zal zijn in hetgeen u Mij hebt voorgelegd, zegt de Here God.

 Want voorwaar, Ik zeg u: De tijd is gekomen en is nu nabij; en zie, ja, zie, het is noodzakelijk dat er een aorganisatie onder mijn volk komt, voor de regeling en vestiging van de aangelegenheden van het bvoorraadhuis voor de carmen onder mijn volk, zowel in deze plaats als in het land dZion

 als een blijvende en eeuwigdurende vestiging en orde voor mijn kerk, ter bevordering van de zaak waarvoor gij u hebt ingezet, tot redding van de mens en ter ere van uw Vader die in de hemel is;

 opdat u agelijk zult zijn in de verbintenis van hemelse dingen, ja, en ook van aardse dingen, ter verkrijging van hemelse dingen.

 Want indien gij niet gelijk zijt in aardse dingen, kunt gij niet gelijk zijn in het verkrijgen van hemelse dingen;

 want als u wilt dat Ik u een plaats geef in de acelestiale wereld, moet u zich bvoorbereiden door de dingen te cdoen die Ik u heb geboden en van u heb vereist.

 En nu, voorwaar, aldus zegt de Heer: Het is noodzakelijk dat alle dingen worden gedaan tot mijn aeer, door u die in deze borde bent verenigd;

 of, met andere woorden, laten mijn dienstknecht Newel K. Whitney en mijn dienstknecht Joseph Smith jr. en mijn dienstknecht Sidney Rigdon in raadsvergadering bijeenkomen met de heiligen die in Zion zijn;

 10 anders tracht aSatan hun hart van de waarheid af te wenden, zodat zij worden verblind en de dingen die voor hen zijn bereid, niet begrijpen.

 11 Daarom, een gebod geef Ik u om u voor te bereiden en te organiseren door een verbintenis, ofwel een eeuwigdurend averbond dat niet kan worden verbroken.

 12 En wie het verbreekt, zal zijn functie en plaats in de kerk verliezen, en zal worden overgeleverd aan de aslagen van Satan tot de dag der verlossing.

 13 Zie, dit is de voorbereiding waarmee Ik u voorbereid, en de grondslag en het voorbeeld dat Ik u geef, waardoor u de geboden kunt volbrengen die u worden gegeven;

 14 opdat door mijn voorzienigheid de kerk, ondanks de abeproeving die over u zal komen, onafhankelijk zal staan, boven alle andere schepselen onder de celestiale wereld;

 15 opdat u de akroon zult bereiken die voor u is bereid, en tot bheerser zult worden gemaakt over vele koninkrijken, zegt de Here God, de Heilige van Zion, die de grondslagen heeft gelegd van cAdam-ondi-Ahman;

 16 die aMichaël tot uw vorst heeft aangewezen en zijn voeten heeft gevestigd, en hem tot hoge staat heeft verheven en hem de sleutels van het heil heeft gegeven onder de raad en leiding van de Heilige Gods, die zonder begin van dagen of einde des levens is.

 17 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Gij zijt kinderkens, en gij hebt nog niet begrepen welke grote zegeningen de Vader in zijn handen houdt en voor u heeft bereid;

 18 en gij kunt nu niet alle dingen averdragen; niettemin, weest goedsmoeds, want Ik zal u bvoortleiden. Van u is het koninkrijk en van u zijn de zegeningen daarvan, en van u zijn de rijkdommen der ceeuwigheid.

 19 En wie alle dingen met adankbaarheid ontvangt, zal worden verheerlijkt; en de dingen van deze aarde zullen hem worden toegevoegd, zelfs bhonderdvoudig, ja, meer.

 20 Daarom, doet de dingen die Ik u heb geboden, zegt uw Verlosser, ja, de Zoon aAhman, die alle dingen voorbereidt voordat Hij u bopneemt;

 21 want gij zijt de akerk van de Eerstgeborene, en Hij zal u in een wolk bopnemen en eenieder zijn deel toewijzen.

 22 En wie een getrouwe en awijzebrentmeester is, zal calle dingen beërven. Amen.