De
Leer en Verbonden

Afdelingen 

AFDELING 1
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith tijdens een bijzondere conferentie van ouderlingen van de kerk, gehouden op 1 november 1831 te Hiram (Ohio). (History of the Church [Geschiedenis van de kerk], 1:221–224.) Er waren voordien reeds vele openbaringen van de Heer ontvangen; de bundeling daarvan om ze in boekvorm uit te geven, was een van de hoofdpunten die op de conferentie werd goedgekeurd. Deze afdeling vormt het voorwoord van de Heer op de leerstellingen, verbonden en geboden die in deze bedeling zijn gegeven.
1–7: de waarschuwende stem is tot alle mensen gericht; 8–16: afval en goddeloosheid gaan aan de wederkomst vooraf; 17–23: Joseph Smith is geroepen om de waarheden en de machten van de Heer op aarde te herstellen; 24–33: het Boek van Mormon is tevoorschijn gebracht en de ware kerk is gesticht; 34–36: vrede zal van de aarde worden weggenomen; 37–39: onderzoekt deze geboden.
AFDELING 2
Een gedeelte van de woorden van de engel Moroni aan de profeet Joseph Smith ten huize van de vader van de profeet te Manchester (New York) op de avond van 21 september 1823. (History of the Church, 1:12). Moroni was de laatste van een lange rij geschiedschrijvers die de kroniek hadden geschreven, die de wereld nu voor zich heeft als het Boek van Mormon. (Vergelijk Maleachi 4:5–6; alsmede afdeling 27:9; 110:13–16 en 128:18.)
1: Elia zal het priesterschap openbaren; 2–3: de aan de vaderen gedane beloften worden in het hart van de kinderen geplant.
AFDELING 3
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith in juli 1828 te Harmony (Pennsylvania) met betrekking tot het verlies van 116 met de hand geschreven bladzijden uit het eerste gedeelte van het Boek van Mormon, dat het boek Lehi heette. De profeet had deze bladzijden met tegenzin uit zijn hoede laten overgaan in die van Martin Harris, die voor een korte periode als schrijver had gefungeerd bij het vertalen van het Boek van Mormon. De openbaring werd gegeven door middel van de Urim en Tummim. (History of the Church, 1:21–23.) (Zie afdeling 10.)
1–4: de gang van de Heer is één eeuwige ronde; 5–15: Joseph Smith moet zich bekeren, anders zal hij de gave om te vertalen verliezen; 16–20: het Boek van Mormon komt tevoorschijn om de nakomelingen van Lehi te redden.
AFDELING 4
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan zijn vader, Joseph Smith sr., in februari 1829 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:28.)
1–4: kloekmoedig dienstbetoon redt de dienaren van de Heer; 5–6: goddelijke eigenschappen maken hen geschikt voor de bediening; 7: de dingen Gods moeten worden nagestreefd.
AFDELING 5
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in maart 1829 te Harmony (Pennsylvania) op verzoek van Martin Harris. (History of the Church, 1:28–31.)
1–10: dit geslacht zal het woord des Heren ontvangen bij monde van Joseph Smith; 11–18: drie getuigen zullen van het Boek van Mormon getuigen; 19–20: het woord des Heren zal net als in vroegere tijden worden bewaarheid; 21–35: Martin Harris kan zich bekeren en een van de getuigen zijn.
AFDELING 6
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith en Oliver Cowdery in april 1829 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:32–35.) Oliver Cowdery was op 7 april 1829 begonnen aan zijn arbeid als schrijver bij de vertaling van het Boek van Mormon. Hij had reeds een goddelijke manifestatie ontvangen aangaande de waarheid van het getuigenis van de profeet met betrekking tot de platen waarop de kroniek van het Boek van Mormon was gegraveerd. De profeet deed navraag bij de Heer door middel van de Urim en Tummim en ontving dit antwoord.
1–6: arbeiders in het veld des Heren verkrijgen het heil; 7–13: geen enkele gave is groter dan de gave van het heil; 14–27: een getuigenis van de waarheid komt door de macht van de Geest; 28–37: vertrouwt op Christus en doet voortdurend goed.
AFDELING 7
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith en Oliver Cowdery in april 1829 te Harmony (Pennsylvania), toen zij door middel van de Urim en Tummim vroegen of Johannes, de geliefde discipel, nog in het vlees verbleef of gestorven was. De openbaring is een vertaalde versie van het door Johannes op perkament geschreven en vervolgens verborgen verslag. (History of the Church, 1:35–36.)
1–3: Johannes de geliefde zal leven totdat de Heer komt; 4–8: Petrus, Jakobus en Johannes bezitten sleutels van het evangelie.
AFDELING 8
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Oliver Cowdery in april 1829 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:36–37.) Tijdens het vertalen van het Boek van Mormon verlangde Oliver, die nog steeds fungeerde als schrijver van hetgeen de profeet dicteerde, met de gave van vertaling te worden begiftigd. De Heer gaf gehoor aan zijn smeekbede met deze openbaring.
1–5: openbaring komt door de macht van de Heilige Geest; 6–12: kennis van de verborgenheden Gods en de macht om oude kronieken te vertalen komen door geloof.
AFDELING 9
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Oliver Cowdery in april 1829 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:37–38.) Oliver wordt gemaand om geduldig te zijn en aangespoord er voorlopig tevreden mee te zijn te schrijven wat de vertaler dicteert, in plaats van te proberen te vertalen.
1–6: er zullen nog andere eeuwenoude kronieken moeten worden vertaald; 7–14: het Boek van Mormon wordt vertaald door studie en door geestelijke bevestiging.
AFDELING 10
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith in de zomer van 1828 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:20–23.) Hierin stelt de Heer Joseph op de hoogte van veranderingen die goddeloze mensen hebben aangebracht in de 116 met de hand geschreven bladzijden van de vertaling van het boek Lehi in het Boek van Mormon. Martin Harris, aan wie die bladzijden tijdelijk waren toevertrouwd, had ze verloren. (Zie de inleiding van afdeling 3.) Het boze plan was om de verwachte hervertaling van de stof op de gestolen bladzijden af te wachten, en vervolgens de vertaler te schande te maken door te wijzen op tegenstrijdigheden die door de veranderingen waren ontstaan. Dat dit goddeloze plan door de boze was bedacht en de Heer bekend was zelfs toen Mormon, de Nephitische geschiedschrijver van weleer, zijn samenvatting van de verzamelde platen maakte, blijkt uit het Boek van Mormon. (Zie Woorden van Mormon 1:3–7.)
1–26: Satan hitst goddeloze mensen op om het werk des Heren te bestrijden; 27–33: hij tracht de ziel van de mensen te vernietigen; 34–52: het evangelie zal door het Boek van Mormon tot de Lamanieten en tot alle natiën gaan; 53–63: de Heer zal zijn kerk en zijn evangelie onder de mensen vestigen; 64–70: Hij zal wie zich bekeren in zijn kerk vergaderen en de gehoorzamen redden.
AFDELING 11
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan zijn broeder Hyrum Smith in mei 1829 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:39–46.) Deze openbaring werd ontvangen door middel van de Urim en Tummim in antwoord op Josephs smeekbede en vraag. Volgens History of the Church zou deze openbaring zijn ontvangen na de herstelling van het Aäronisch priesterschap.
1–6: arbeiders in de wijngaard zullen het heil verkrijgen; 7–14: zoek wijsheid, verkondig bekering, vertrouw op de Geest; 15–22: onderhoud de geboden en bestudeer het woord des Heren; 23–27: verloochen niet de geest van openbaring en van profetie; 28–30: wie Christus ontvangen, worden de zonen van God.
AFDELING 12
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Joseph Knight sr. in mei 1829 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:47–48.) Joseph Knight geloofde de verklaringen van Joseph Smith dat hij de platen met het Boek van Mormon in bezit had en dat het vertaalwerk voortgang vond, en had Joseph Smith en zijn schrijver verschillende keren stoffelijke hulp gegeven, wat hen in staat had gesteld het vertaalwerk voort te zetten. Op verzoek van Joseph Knight deed de profeet navraag bij de Heer en ontving deze openbaring.
1–6: arbeiders in de wijngaard zullen het heil verkrijgen; 7–9: allen die verlangend en geschikt zijn mogen in het werk des Heren meehelpen.
AFDELING 13
De ordening van Joseph Smith en Oliver Cowdery tot het Aäronisch priesterschap aan de oever van de Susquehanna op 15 mei 1829 bij Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:39–42.) De ordening vond plaats onder de handen van een engel die zich bekendmaakte als Johannes, hij die in het Nieuwe Testament Johannes de Doper wordt genoemd. De engel legde uit dat hij handelde in opdracht van Petrus, Jakobus en Johannes, de apostelen van weleer, die de sleutels droegen van het hoge priesterschap, dat het priesterschap van Melchizedek werd genoemd. Joseph en Oliver ontvingen de belofte dat het priesterschap van Melchizedek hun te zijner tijd zou worden verleend. (Zie afdeling 27:7, 8, 12.)
De sleutels en bevoegdheden van het Aäronisch priesterschap worden uiteengezet.
AFDELING 14
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan David Whitmer in juni 1829 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:48–50.) De familie Whitmer had grote belangstelling gekregen voor de vertaling van het Boek van Mormon. De profeet nam zijn intrek bij Peter Whitmer sr., waar hij woonde totdat het vertaalwerk was voltooid en het auteursrecht op het te verschijnen boek was verkregen. Drie van de zonen uit de familie Whitmer, die ieder een getuigenis hadden ontvangen van de authenticiteit van het werk, werden zeer bezorgd ten aanzien van hun persoonlijke plicht. Deze openbaring en de twee volgende (de afdelingen 15 en 16) werden in antwoord op een vraag gegeven door middel van de Urim en Tummim. David Whitmer is later een van de drie getuigen van het Boek van Mormon geworden.
1–6: arbeiders in de wijngaard zullen het heil verkrijgen; 7–8: het eeuwige leven is de grootste van Gods gaven; 9–11: Christus heeft de hemelen en de aarde geschapen.
AFDELING 15
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan John Whitmer in juni 1829 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:50.) (Zie de inleiding van afdeling 14.) De boodschap is op indrukwekkende wijze zeer persoonlijk doordat de Heer iets noemt wat alleen Hem en John Whitmer bekend was. John Whitmer is later een van de acht getuigen van het Boek van Mormon geworden.
1–2: de arm des Heren is over de gehele aarde; 3–6: het evangelie prediken en zielen redden is het waardevolst.
AFDELING 16
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Peter Whitmer jr. in juni 1829 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:51.) (Zie de inleiding van afdeling 14.) Peter Whitmer jr. is later een van de acht getuigen van het Boek van Mormon geworden.
1–2: de arm des Heren is over de gehele aarde; 3–6: het evangelie prediken en zielen redden is het waardevolst.
AFDELING 17
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Oliver Cowdery, David Whitmer en Martin Harris in juni 1829 te Fayette (New York), vóór zij de gegraveerde platen aanschouwden die de kroniek van het Boek van Mormon bevatten. (History of the Church, 1:52–57.) Joseph en zijn schrijver, Oliver Cowdery, hadden door de vertaling van de platen van het Boek van Mormon vernomen dat er drie bijzondere getuigen zouden worden aangewezen. (Zie Ether 5:2–4; 2 Nephi 11:3; 27:12.) Oliver Cowdery, David Whitmer en Martin Harris werden door een geïnspireerd verlangen ertoe bewogen de drie bijzondere getuigen te willen zijn. De profeet deed navraag bij de Heer, waarna deze openbaring ten antwoord werd gegeven door middel van de Urim en Tummim.
1–4: door geloof zullen de drie getuigen de platen en andere heilige voorwerpen zien; 5–9: Christus getuigt van de goddelijke oorsprong van het Boek van Mormon.
AFDELING 18
Openbaring aan de profeet Joseph Smith, Oliver Cowdery en David Whitmer, gegeven in juni 1829 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:60–64.) Bij de verlening van het Aäronisch priesterschap werd het Melchizedeks priesterschap beloofd. (Zie de inleiding van afdeling 13.) In antwoord op de smeekbede om kennis hierover, gaf de Heer deze openbaring.
1–5: de Schriften geven aan hoe de kerk moet worden opgebouwd; 6–8: de wereld rijpt in ongerechtigheid; 9–16: de waarde van zielen is groot; 17–25: om het heil te verkrijgen, moeten de mensen de naam van Christus op zich nemen; 26–36: de roeping en zending der Twaalf geopenbaard; 37–39: Oliver Cowdery en David Whitmer moeten de Twaalf uitzoeken; 40–47: om het heil te verkrijgen moeten de mensen zich bekeren, zich laten dopen en de geboden onderhouden.
AFDELING 19
Openbaring gegeven bij monde van Joseph Smith in maart 1830 te Manchester (New York). (History of the Church, 1:72–74.) In zijn geschiedenis leidde de profeet deze in als ‘een gebod van God en niet van de mens, aan Martin Harris, gegeven door Hem die Eeuwig is’. (History of the Church, 1:72.)
1–3: Christus bezit alle macht; 4–5: alle mensen moeten zich bekeren of lijden; 6–12: eeuwige straf is Gods straf; 13–20: Christus heeft voor allen geleden, opdat zij niet behoeven te lijden als zij zich bekeren; 21–28: predik het evangelie van bekering; 29–41: verkondig blijde tijdingen.
AFDELING 20
Openbaring betreffende de organisatie en het bestuur van de kerk, gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in april 1830. (History of the Church, 1:64–70.) Voorafgaande aan zijn verslag van deze openbaring schreef de profeet: ‘Wij verkregen het volgende van Hem [Jezus Christus], door de geest van profetie en openbaring; dit verschafte ons niet alleen veel kennis, maar liet ons ook de exacte dag weten waarop wij, volgens zijn wil en gebod, ertoe moesten overgaan zijn kerk opnieuw hier op aarde te organiseren’. (History of the Church, 1:64.)
1–16: het Boek van Mormon bewijst de goddelijke aard van het werk der laatste dagen; 17–28: de leerstellingen omtrent de schepping, de val, de verzoening en de doop bevestigd; 29–37: wetten uiteengezet waaraan de bekering, de rechtvaardiging, de heiliging en de doop onderworpen zijn; 38–67: plichten van ouderlingen, priesters, leraren en diakenen samengevat; 68–74: plichten van leden, zegenen van kinderen en de wijze van dopen geopenbaard; 75–84: avondmaalsgebeden en regels voor het lidmaatschap in de kerk gegeven.
AFDELING 21
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith op 6 april 1830 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:74–79.) Deze openbaring is op de genoemde datum bij Peter Whitmer sr. thuis gegeven bij de organisatie van de kerk. Zes mannen, die tevoren waren gedoopt, namen daaraan deel. Met eenstemmigheid gaven deze personen hun verlangen en vastbeslotenheid te kennen om zich te organiseren, overeenkomstig het gebod van God. (Zie afdeling 20.) Zij namen eveneens bij stemming aan om Joseph Smith jr. en Oliver Cowdery als presiderende functionarissen van de kerk te aanvaarden en te steunen. Door handoplegging ordende Joseph vervolgens Oliver tot ouderling van de kerk, en Oliver ordende Joseph op dezelfde wijze. Na de bediening van het avondmaal, legden Joseph en Oliver alle deelnemers afzonderlijk de handen op om de Heilige Geest te verlenen en om ieder van hen te bevestigen als lid van de kerk.
1–3: Joseph Smith geroepen om ziener, vertaler, profeet, apostel en ouderling te zijn; 4–8: zijn woord zal de zaak van Zion leiden; 9–12: de heiligen zullen zijn woorden, wanneer hij door de Trooster spreekt, geloven.
AFDELING 22
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in april 1830 te Manchester (New York). (History of the Church, 1:79–80.) Deze openbaring werd de kerk gegeven omdat sommigen die reeds eerder waren gedoopt, zich bij de kerk wilden aansluiten zonder herdoop.
1: de doop is een nieuw en eeuwigdurend verbond; 2–4: de gezaghebbende doop is vereist.
AFDELING 23
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in april 1830 te Manchester (New York) aan Oliver Cowdery, Hyrum Smith, Samuel H. Smith, Joseph Smith sr. en Joseph Knight sr. (History of the Church, 1:80.) Als gevolg van het vurige verlangen van de vijf genoemde personen om hun respectievelijke plichten te kennen, deed de profeet navraag bij de Heer en ontving deze openbaring.
1–7: deze discipelen van het eerste uur worden geroepen om te prediken, aan te sporen en de kerk te versterken.
AFDELING 24
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith en Oliver Cowdery in juli 1830 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:101–103.) Alhoewel er nog geen vier maanden waren verstreken sinds de kerk was georganiseerd, was de vervolging hevig geworden en moesten de leiders veiligheidshalve in gedeeltelijke afzondering leven. De volgende drie openbaringen werden in deze periode gegeven om hen te sterken, aan te moedigen en te onderrichten.
1–9: Joseph Smith geroepen om te vertalen, te prediken en de Schriften uit te leggen; 10–12: Oliver Cowdery geroepen om het evangelie te prediken; 13–19: de wet aangaande wonderen, vervloekingen, het stof van de voeten schudden en het reizen zonder beurs of reiszak geopenbaard.
AFDELING 25
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in juli 1830 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:103–104.) (Zie de inleiding van afdeling 24.) Deze openbaring maakt de wil des Heren bekend aan Emma Smith, de vrouw van de profeet.
1–6: Emma Smith, een uitverkoren vrouw, geroepen om haar echtgenoot bij te staan en te troosten; 7–11: zij is ook geroepen om te schrijven, de Schriften uit te leggen en lofzangen te selecteren; 12–14: het lied der rechtvaardigen is de Heer een gebed; 15–16: de beginselen van gehoorzaamheid in deze openbaring van toepassing op allen.
AFDELING 26
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith, Oliver Cowdery en John Whitmer in juli 1830 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:104.) (Zie de inleiding van afdeling 24.)
1: zij krijgen de opdracht de Schriften te bestuderen en te prediken; 2: de wet van algemene instemming bevestigd.
AFDELING 27
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith in augustus 1830 te Harmony (Pennsylvania). (History of the Church, 1:106–108.) Ter voorbereiding op een godsdienstige bijeenkomst waarin het avondmaal van brood en wijn zou worden bediend, ging Joseph op pad om wijn te halen. Hij ontmoette een hemelse boodschapper en ontving deze openbaring, waarvan een gedeelte gelijk op schrift werd gesteld en de rest in de daaropvolgende maand, september. Tegenwoordig wordt er bij de verordening van het avondmaal in de kerk geen wijn maar water gebruikt.
1–4: de zinnebeelden die bij deelname aan het avondmaal moeten worden gebruikt, uiteengezet; 5–14: Christus en zijn dienstknechten uit alle bedelingen zullen aan het avondmaal deelnemen; 15–18: doe de gehele wapenrusting Gods aan.
AFDELING 28
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Oliver Cowdery in september 1830 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:109–111.) Hiram Page, een lid van de kerk, was in het bezit van een bepaalde steen en beweerde met behulp daarvan openbaringen te ontvangen aangaande de opbouw van Zion en de orde der kerk. Verschillende leden waren door die bewering misleid, en zelfs Oliver Cowdery was er verkeerd door beïnvloed. Vlak voor een vastgestelde conferentie deed de profeet ernstig navraag bij de Heer over deze zaak, waarop deze openbaring volgde.
1–7: Joseph Smith draagt de sleutels der verborgenheden, en alleen hij ontvangt openbaringen voor de kerk; 8–10: Oliver Cowdery moet tot de Lamanieten prediken; 11–16: Satan heeft Hiram Page misleid en hem valse openbaringen gegeven.
AFDELING 29
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in september 1830 te Fayette (New York) in de tegenwoordigheid van zes ouderlingen. (History of the Church, 1:111–115.) Deze openbaring werd gegeven enkele dagen voor de conferentie die begon op 26 september 1830.
1–8: Christus vergadert zijn uitverkorenen; 9–11: zijn komst luidt het millennium in; 12–13: de Twaalf zullen rechtspreken over geheel Israël; 14–21: tekenen, plagen en verwoestingen zullen aan de wederkomst voorafgaan; 22–28: de laatste opstanding en het eindoordeel volgen op het millennium; 29–35: alle dingen zijn geestelijk voor de Heer; 36–39: de duivel en zijn heerscharen zijn uit de hemel geworpen om de mens te verzoeken; 40–45: de val en de verzoening brengen het heil; 46–50: kleine kinderen zijn verlost door de verzoening.
AFDELING 30
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan David Whitmer, Peter Whitmer jr. en John Whitmer in september 1830 te Fayette (New York) na de driedaagse conferentie in Fayette, maar voordat de ouderlingen van de kerk uit elkaar waren gegaan. (History of the Church, 1:115–116.) Dit materiaal, dat oorspronkelijk was uitgegeven als drie aparte openbaringen, werd door de profeet tot één afdeling samengevoegd voor de uitgave van de Leer en Verbonden die in 1835 het licht zag.
1–4: David Whitmer berispt omdat hij heeft nagelaten ijverig te dienen; 5–8: Peter Whitmer jr. moet Oliver Cowdery vergezellen op een zending naar de Lamanieten; 9–11: John Whitmer geroepen om het evangelie te prediken.
AFDELING 31
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Thomas B. Marsh in september 1830. (History of the Church, 1:115–117.) Dit vond plaats direct na een conferentie van de kerk. (Zie de inleiding van afdeling 30.) Thomas B. Marsh was eerder die maand gedoopt en tot ouderling in de kerk geordend voordat deze openbaring was gegeven.
1–6: Thomas B. Marsh geroepen om het evangelie te prediken en gerustgesteld over het welzijn van zijn gezin; 7–13: hij ontvangt de raad geduld te hebben, altijd te bidden en te luisteren naar de Trooster.
AFDELING 32
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Parley P. Pratt en Ziba Peterson in oktober 1830. (History of the Church, 1:118–120.) De ouderlingen koesterden grote belangstelling en verlangens ten aanzien van de Lamanieten, daar de kerk uit het Boek van Mormon de hun voorspelde zegeningen had vernomen. Bijgevolg smeekten zij de Heer bekend te maken of het zijn wil was dat er op dat tijdstip ouderlingen naar de indianenstammen in het westen moesten worden gezonden. Daarop volgde deze openbaring.
1–3: Parley P. Pratt en Ziba Peterson geroepen om tot de Lamanieten te prediken en Oliver Cowdery en Peter Whitmer jr. te vergezellen; 4–5: zij moeten bidden om begrip van de Schriften.
AFDELING 33
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Ezra Thayre en Northrop Sweet in oktober 1830 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:126–127.) Bij het optekenen van deze openbaring betuigde de profeet dat ‘de (...) Heer altijd bereid is hen te onderwijzen die naarstig zoeken in geloof’. (History of the Church, 1:126.)
1–4: arbeiders geroepen om het evangelie in het elfde uur te verkondigen; 5–6: de kerk is gevestigd en de uitverkorenen moeten vergaderd worden; 7–10: bekeert u, want het koninkrijk van de hemel is nabij; 11–15: de kerk is gebouwd op de rots van het evangelie; 16–18: bereidt u voor op de komst van de Bruidegom.
AFDELING 34
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Orson Pratt op 4 november 1830 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:127–128.) Broeder Pratt was toen negentien jaar oud. Hij was bekeerd en had zich laten dopen toen hij zijn oudere broer, Parley P. Pratt, zes weken daarvoor voor het eerst het herstelde evangelie had horen prediken. Deze openbaring werd ontvangen ten huize van Peter Whitmer sr.
1–4: de getrouwen worden door de verzoening zonen van God; 5–9: de prediking van het evangelie bereidt de weg voor de wederkomst; 10–12: profetie komt door de macht van de Heilige Geest.
AFDELING 35
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith en Sidney Rigdon in december 1830 te of bij Fayette (New York). (History of the Church, 1:128–131.) De profeet werkte in die periode vrijwel dagelijks aan een vertaling van de Bijbel, waaraan hij reeds in juni 1830 was begonnen. Zowel Oliver Cowdery als John Whitmer hadden daarbij als schrijver gefungeerd. Omdat die nu geroepen waren om andere taken te vervullen, werd Sidney Rigdon op goddelijke aanwijzing geroepen om bij dit werk als schrijver van de profeet op te treden (vers 20). Ter inleiding op zijn verslag van deze openbaring schreef de profeet: ‘In december is Sidney Rigdon, vergezeld van Edward Partridge, [uit Ohio] hierheen gekomen om navraag te doen bij de Heer. (...) Kort na de komst van deze twee broeders sprak de Heer aldus.’ (History of the Church, 1:128.)
1–2: hoe de mensen zonen van God kunnen worden; 3–7: Sidney Rigdon geroepen om te dopen en de Heilige Geest te verlenen; 8–12: tekenen en wonderen worden door geloof verricht; 13–16: de dienstknechten des Heren zullen de volken dorsen door de macht van de Geest; 17–19: Joseph Smith draagt de sleutels van de verborgenheden; 20–21: de uitverkorenen zullen de dag van de komst des Heren verdragen; 22–27: Israël zal worden verlost.
AFDELING 36
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Edward Partridge in december 1830 bij Fayette (New York). (History of the Church, 1:131.) (Zie de inleiding van afdeling 35.) De profeet zei dat Edward Partridge ‘een toonbeeld van godsvrucht was en één van de grote mannen van de Heer’. (History of the Church, 1:128.)
1–3: de Heer legt zijn hand op Edward Partridge door de hand van Sidney Rigdon; 4–8: iedere man die het evangelie en het priesterschap ontvangt moet worden geroepen om uit te gaan en te prediken.
AFDELING 37
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith en Sidney Rigdon in december 1830 bij Fayette (New York). (History of the Church, 1:139.) Hierin wordt het eerste gebod gegeven met betrekking tot een vergadering in deze bedeling.
1–4: de heiligen opgeroepen om zich te vergaderen in Ohio.
AFDELING 38
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 2 januari 1831 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:140–143.) Dit vond plaats ten tijde van een conferentie van de kerk.
1–6: Christus heeft alle dingen geschapen; 7–8: Hij is te midden van zijn heiligen, die Hem spoedig zullen zien; 9–12: alle vlees is verdorven voor zijn aangezicht; 13–22: Hij heeft in tijd en in eeuwigheid een land van belofte voor zijn heiligen bewaard; 23–27: de heiligen geboden één te zijn en elkaar als broeders te achten; 28–29: oorlogen voorspeld; 30–33: de heiligen zullen macht uit den hoge ontvangen en uitgaan onder alle volken; 34–42: de kerk wordt geboden voor de armen en behoeftigen te zorgen en te zoeken naar de rijkdommen van de eeuwigheid.
AFDELING 39
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan James Covill op 5 januari 1831 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:143–145.) James Covill, die ongeveer 40 jaar voorganger bij de baptisten was geweest, had een verbond met de Heer gesloten dat hij elk gebod zou gehoorzamen dat de Heer hem bij monde van de profeet Joseph zou geven.
1–4: de heiligen hebben de macht om zonen van God te worden; 5–6: het evangelie aannemen is Christus aannemen; 7–14: James Covill geboden zich te laten dopen en te arbeiden in de wijngaard des Heren; 15–21: de dienstknechten des Heren moeten het evangelie prediken voorafgaande aan de wederkomst; 22–24: zij die het evangelie aannemen zullen in tijd en in eeuwigheid worden vergaderd.
AFDELING 40
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith en Sidney Rigdon in januari 1831 te Fayette (New York). (History of the Church, 1:145.) Voorafgaande aan het verslag van deze openbaring schreef de profeet: ‘Omdat James Covill het woord van de Heer verwierp en tot zijn vroegere beginselen en volk terugkeerde, gaf de Heer mij en Sidney Rigdon de volgende openbaring.’ (History of the Church, 1:145.)
1–3: vrees voor vervolging en de zorgen van de wereld leiden tot verwerping van het evangelie.
AFDELING 41
Openbaring gegeven aan de kerk bij monde van de profeet Joseph Smith op 4 februari 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church 1:146–147.) Het ledental van de kerkgemeente in Kirtland nam in deze periode snel toe. Ter inleiding op deze openbaring schreef de profeet: ’[De] leden (...) streefden ernaar de wil van God te doen, voor zoverre zij die kenden, alhoewel enkele vreemde denkbeelden en valse geesten onder hen waren binnengeslopen (...) [en] de Heer gaf de kerk het volgende.’ (History of the Church, 1:146–147.)
1–3: de ouderlingen zullen de kerk besturen met de geest van openbaring; 4–6: ware discipelen zullen de wet des Heren aanvaarden en nakomen; 7–12: Edward Partridge aangewezen als bisschop voor de kerk.
AFDELING 42
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 9 februari 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:148–154.) Deze werd ontvangen in de aanwezigheid van twaalf ouderlingen en ter vervulling van de eerder gedane belofte van de Heer dat de ‘wet’ zou worden gegeven in Ohio. (Zie afdeling 38:32.) De profeet specificeert deze openbaring als ‘behelzende de wet van de kerk’. (History of the Church, 1:148.)
1–10: de ouderlingen geroepen om het evangelie te prediken, bekeerlingen te dopen en de kerk op te bouwen; 11–12: zij moeten geroepen en geordend worden en dienen in de beginselen van het evangelie te onderwijzen die in de Schriften staan; 13–17: zij moeten onderwijzen en profeteren door de macht van de Geest; 18–29: de heiligen geboden niet te doden, te stelen, te liegen, te begeren, echtbreuk te plegen of kwaad te spreken over anderen; 30–39: wetten aangaande de toewijding van bezittingen uiteengezet; 40–42: hoogmoed en luiheid veroordeeld; 43–52: de zieken moeten door zalving en door geloof worden genezen; 53–60: de kerk wordt bestuurd volgens de Schriften; ze moeten de wereld worden verkondigd; 61–69: de plaats van het nieuwe Jeruzalem en de verborgenheden van het koninkrijk zullen worden geopenbaard; 70–73: toegewijde bezittingen moeten worden gebruikt om functionarissen van de kerk te onderhouden; 74–93: wetten aangaande ontucht, echtbreuk, doden, stelen en het belijden van zonden uiteengezet.
AFDELING 43
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in februari 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:154–156.) Enkele leden van de kerk waren in die tijd verontrust wegens mensen die ten onrechte beweerden openbaarder te zijn. De profeet deed navraag bij de Heer en ontving deze boodschap, die was gericht aan de ouderlingen van de kerk. Het eerste gedeelte heeft betrekking op kerkbestuur; het tweede gedeelte bevat een waarschuwing die de ouderlingen aan de natiën der aarde moeten geven.
1–7: openbaringen en geboden komen alleen door degene die aangewezen is; 8–14: de heiligen worden geheiligd door in alle heiligheid voor het aangezicht des Heren te handelen; 15–22: de ouderlingen uitgezonden om op te roepen tot bekering en de mensen voor te bereiden op de grote dag des Heren; 23–28: de Heer roept de mensen toe met zijn eigen stem en door de krachten van de natuur; 29–35: het millennium zal komen en Satan zal gebonden worden.
AFDELING 44
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith en Sidney Rigdon eind februari 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:157.) Overeenkomstig de hierin uiteengezette opdracht, schreef de kerk een conferentie uit, om te worden gehouden aan het begin van de daaropvolgende maand juni.
1–3: de ouderlingen moeten in een conferentie bijeenkomen; 4–6: zij moeten zich organiseren volgens de wetten van het land en voor de armen zorgen.
AFDELING 45
Openbaring gegeven aan de kerk bij monde van de profeet Joseph Smith op 7 maart 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:158–163.) Ter inleiding op zijn verslag van deze openbaring vermeldt de profeet dat er ‘in deze periode van de kerk (...) vele valse geruchten (...) en dwaze verhalen gedrukt (...) en verspreid werden, (...) om de mensen ervan te weerhouden het werk te onderzoeken of het geloof te omhelzen (...). Maar tot grote vreugde van de heiligen, (...) ontving ik het volgende’. (History of the Church, 1:158.)
1–5: Christus is onze Voorspraak bij de Vader; 6–10: het evangelie is een boodschapper om voor de Heer uit de weg te bereiden; 11–15: Henoch en zijn broeders werden door de Heer tot Zich genomen; 16–23: Christus openbaart de tekenen van zijn komst zoals die op de Olijfberg gegeven zijn; 24–38: het evangelie zal worden hersteld, de tijden van de andere volken zullen worden vervuld en een verwoestende ziekte zal het land bedekken; 39–47: de wederkomst zal gepaard gaan met tekenen, wonderen en de opstanding; 48–53: Christus zal op de Olijfberg staan en de Joden zullen de wonden in zijn handen en voeten zien; 54–59: de Heer zal regeren in het millennium; 60–62: de profeet opgedragen te beginnen met de vertaling van het Nieuwe Testament, waardoor belangrijke kennis verschaft zal worden; 63–75: de heiligen geboden zich te vergaderen en het nieuwe Jeruzalem te bouwen, waar mensen uit alle natiën naartoe zullen komen.
AFDELING 46
Openbaring gegeven aan de kerk bij monde van de profeet Joseph Smith op 8 maart 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:163–165.) Er had zich in deze beginperiode van de kerk nog geen gelijkvormig model ontwikkeld voor het verloop van de kerkdiensten. Het was echter min of meer de gewoonte geworden alleen leden en serieuze onderzoekers tot de avondmaalsdienst en de andere bijeenkomsten van de kerk toe te laten. Deze openbaring geeft de wil des Heren te kennen met betrekking tot het presideren en leiden van bijeenkomsten.
1–2: de ouderlingen moeten de bijeenkomsten leiden onder leiding van de Heilige Geest; 3–6: waarheidszoekers mogen niet van de avondmaalsdienst worden uitgesloten; 7–12: vraag God en streef naar de gaven van de Geest; 13–26: een opsomming wordt gegeven van een aantal van die gaven; 27–33: kerkleiders ontvangen de macht om de gaven van de Geest te onderscheiden.
AFDELING 47
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 8 maart 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:166.) Tot aan dit tijdstip was Oliver Cowdery opgetreden als kerkhistoricus en schrijver. John Whitmer had geen aanstelling als historicus nagestreefd, maar toen hem werd gevraagd in die hoedanigheid werkzaam te zijn, had hij gezegd bereid te zijn de wil des Heren hierin te gehoorzamen. Hij had reeds gefungeerd als secretaris van de profeet bij het optekenen van een groot aantal openbaringen die waren ontvangen in Fayette (New York) en omstreken.
1–4: John Whitmer aangewezen om de geschiedenis van de kerk bij te houden en te schrijven voor de profeet.
AFDELING 48
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in maart 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:166–167.) De profeet had navraag gedaan bij de Heer over de gang van zaken bij het verkrijgen van land voor de vestiging van de heiligen. Dit was een belangrijke aangelegenheid gezien de trek van de leden van de kerk uit het oosten van de Verenigde Staten, die gehoorzaamden aan het gebod des Heren om zich in Ohio te verzamelen. (Zie afdeling 37:1–3; 45:64.)
1–3: de heiligen in Ohio moeten hun land met hun broeders delen; 4–6: de heiligen moeten land kopen, een stad bouwen en de raad van hun presiderende functionarissen opvolgen.
AFDELING 49
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Sidney Rigdon, Parley P. Pratt en Leman Copley in maart 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:167–169.) (Een aantal geschiedkundige bronnen vermelden dat deze openbaring in mei 1831 is ontvangen.) Leman Copley had weliswaar het evangelie omhelsd, maar was nog steeds een aantal leringen toegedaan van de shakers (United Society of Believers in Christ’s Second Appearing [Genootschap der gelovers in Christus’ tweede verschijning]), waartoe hij voorheen behoord had. De shakers geloofden onder andere dat de wederkomst van Christus reeds plaatsgevonden had en dat Hij verschenen was in de gedaante van een vrouw, Ann Lee; de doop met water werd niet noodzakelijk gevonden; met name het eten van varkensvlees was verboden en velen gebruikten in het geheel geen vlees; en een celibatair leven werd hoger aangeschreven dan het huwelijk. Ter inleiding op deze openbaring schreef de profeet: ‘Teneinde tot een beter begrip van dit onderwerp te komen, deed ik navraag bij de Heer en ontving het volgende’. (History of the Church, 1:167.) De openbaring weerlegde een aantal fundamentele denkbeelden van de shakers. De eerder genoemde broeders namen een afschrift van de openbaring mee naar de shakergemeenschap (bij Cleveland [Ohio]) en lazen hun die in zijn geheel voor, maar zij werd afgewezen.
1–7: de dag en het uur van Christus’ komst zal onbekend blijven totdat Hij komt; 8–14: de mensen moeten zich bekeren, in het evangelie geloven en de verordeningen gehoorzamen om het heil te verkrijgen; 15–16: het huwelijk is door God verordonneerd; 17–21: het eten van vlees goedgekeurd; 22–28: Vóór de wederkomst zal Zion gedijen en zullen de Lamanieten bloeien als een roos.
AFDELING 50
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in mei 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:170–173.) De profeet verklaart dat sommige ouderlingen de manifestaties van verschillende geesten, die op aarde rondwaren, niet begrepen hebben, en dat deze openbaring was gegeven als antwoord op zijn specifieke vraag over deze kwestie. Zogenaamde geestelijke verschijnselen waren niet ongewoon onder de leden, van wie er enkelen beweerden visioenen en openbaringen te ontvangen.
1–5: er zijn overal op aarde vele valse geesten; 6–9: wee de huichelaars en degenen die van de kerk afgesneden worden; 10–14: de ouderlingen moeten het evangelie door de Geest prediken; 15–22: zowel de predikers als de toehoorders moeten door de Geest verlicht worden; 23–25: hetgeen niet opbouwt, is niet van God; 26–28: de getrouwen zijn de bezitters van alle dingen; 29–36: de gebeden van de gelouterden verhoord; 37–46: Christus is de goede herder en de steenrots Israëls.
AFDELING 51
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in mei 1831 te Thompson (Ohio). (History of the Church, 1:173–174.) In die tijd begonnen de heiligen die uit de oostelijke staten wegtrokken, in Ohio aan te komen, en het werd noodzakelijk definitieve regelingen te treffen voor hun vestiging. Omdat die onderneming bij uitstek tot de taak van de bisschop behoorde, vroeg bisschop Edward Partridge om instructies dienaangaande, waarna de profeet navraag deed bij de Heer.
1–8: Edward Partridge aangewezen om rentmeesterschappen en bezittingen te regelen; 9–12: de heiligen moeten eerlijk handelen en gelijkelijk ontvangen; 13–15: zij moeten een voorraadhuis van de bisschop hebben en bezittingen organiseren volgens de wet des Heren; 16–20: Ohio zal een tijdelijke vergaderplaats zijn.
AFDELING 52
Openbaring gegeven aan de ouderlingen van de kerk bij monde van de profeet Joseph Smith op 7 juni 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:175–179.) Er was een conferentie in Kirtland gehouden, beginnend op 3 en eindigend op 6 juni. Op die conferentie vonden de eerste specifieke ordeningen tot het ambt van hogepriester plaats en werden bepaalde valse en misleidende geesten opgemerkt en bestraft.
1–2: Missouri aangewezen als de plaats voor de volgende conferentie; 3–8: opdrachten aan bepaalde ouderlingen om samen te reizen; 9–11: de ouderlingen moeten leren wat de apostelen en profeten geschreven hebben; 12–21: wie door de Geest verlicht zijn, zullen als vruchten lof en wijsheid voortbrengen; 22–44: verschillende ouderlingen opgedragen om het evangelie te prediken tijdens hun reis naar Missouri voor de conferentie.
AFDELING 53
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Algernon Sidney Gilbert in juni 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:179–180.) Op verzoek van Sidney Gilbert raadpleegde de profeet de Heer aangaande broeder Gilberts werk en aanstelling in de kerk.
1–3: Sidney Gilberts roeping en verkiezing in de kerk is om tot ouderling geordend te worden; 4–7: hij moet ook fungeren als gevolmachtigde van de bisschop.
AFDELING 54
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Newel Knight in juni 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:180–181.) De kerkleden van de gemeente in Thompson (Ohio) waren verdeeld over vragen die te maken hadden met de toewijding van bezittingen. Zelfzucht en hebzucht waren aan de dag getreden en Leman Copley had zijn verbond verbroken om zijn grote boerderij toe te wijden als erfperceel voor de heiligen die aankwamen uit Colesville (New York). Ezra Thayre was ook betrokken bij de controverse. Dientengevolge waren Newel Knight (president van de gemeente in Thompson) en enkele ouderlingen bij de profeet gekomen om te vragen hoe zij moesten handelen. De profeet raadpleegde de Heer en ontving deze openbaring. (Zie ook afdeling 56, die een voortzetting is van deze aangelegenheid.)
1–6: de heiligen moeten het verbond van het evangelie nakomen om barmhartigheid te verkrijgen; 7–10: zij moeten geduldig zijn in bezoeking.
AFDELING 55
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan William W. Phelps in juni 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:184–186.) William W. Phelps, drukker van beroep, was net met zijn gezin in Kirtland aangekomen en de profeet raadpleegde de Heer aangaande hem.
1–3: W.W. Phelps geroepen en gekozen om zich te laten dopen, tot ouderling te worden geordend en het evangelie te prediken; 4: hij moet ook boeken schrijven voor de kinderen die op de scholen van de kerk zitten; 5–6: hij moet naar Missouri reizen, dat zijn arbeidsveld zal zijn.
AFDELING 56
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in juni 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:186–188.) Ezra Thayre, die was aangewezen om met Thomas B. Marsh naar Missouri te reizen. (Zie afdeling 52:22), was niet in staat met zijn zending te beginnen op het moment dat de laatstgenoemde klaarstond. Ouderling Thayre kon zich niet op reis begeven wegens zijn verwikkeling in de moeilijkheden in Thompson (Ohio). (Zie de inleiding van afdeling 54.) De Heer beantwoordde de vraag van de profeet dienaangaande door deze openbaring te geven.
1–2: de heiligen moeten hun kruis opnemen en de Heer volgen om het heil te verkrijgen; 3–13: de Heer gebiedt en herroept, en de ongehoorzamen worden uitgeworpen; 14–17: wee de rijken die de armen niet willen helpen, en wee de armen die geen gebroken hart hebben; 18–20: gezegend de armen die rein van hart zijn, want zij zullen de aarde beërven.
AFDELING 57
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 20 juli 1831 te Zion, Jackson County (Missouri). (History of the Church, 1:189–190.) Overeenkomstig het gebod des Heren (afdeling 52) waren de ouderlingen van Kirtland naar Missouri gereisd met vele uiteenlopende wederwaardigheden en enige tegenstand. Bij het beschouwen van de toestand der Lamanieten en van het gebrek aan beschaving, verfijning en godsdienst onder de mensen in het algemeen, riep de profeet in een smachtend gebed uit: ‘Wanneer zal de wildernis bloeien als een roos? Wanneer zal Zion in haar heerlijkheid worden gebouwd en waar zal uw tempel staan, waarheen alle natiën zich zullen begeven in de laatste dagen?’ (History of the Church, 1:189.) Vervolgens ontving hij deze openbaring.
1–3: Independence (Missouri) is de plaats voor de stad Zion en de tempel; 4–7: de heiligen moeten in die omstreken land kopen en een erfdeel ontvangen; 8–16: Sidney Gilbert moet een winkel beginnen, W.W. Phelps moet zich als drukker vestigen en Oliver Cowdery moet tekst bewerken voor publicatie.
AFDELING 58
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 1 augustus 1831 te Zion, Jackson County (Missouri). (History of the Church, 1:190–195.) Op de eerste sabbatdag na de aankomst van de profeet en zijn gezelschap in Jackson County (Missouri) werd er een kerkdienst gehouden en werden er twee leden door de doop ontvangen. In de loop van die week kwamen er uit Colesville leden van de gemeente Thompson en anderen aan. (Zie afdeling 54.) Velen van hen verlangden de wil van de Heer aangaande hen in de nieuwe vergaderplaats te vernemen.
1–5: wie beproeving doorstaan, zullen met heerlijkheid gekroond worden; 6–12: de heiligen moeten zich voorbereiden op de bruiloft van het Lam en de maaltijd des Heren; 13–18: bisschoppen zijn rechter in Israël; 19–23: de heiligen moeten de wetten van het land naleven; 24–29: de mensen moeten hun keuzevrijheid gebruiken om goed te doen; 30–33: de Heer gebiedt en herroept; 34–43: om zich te bekeren moeten de mensen hun zonden belijden en verzaken; 44–58: de heiligen moeten hun erfgoed kopen en zich in Missouri vergaderen; 59–65: het evangelie moet tot ieder schepsel gepredikt worden.
AFDELING 59
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 7 augustus 1831 te Zion, Jackson County (Missouri). (History of the Church, 1:196–201.) Voorafgaande aan zijn verslag van deze openbaring beschrijft de profeet het land Zion, waar het volk in die tijd verzameld was. Het land werd toegewijd, zoals de Heer bevolen had, en het terrein voor de toekomstige tempel werd ingewijd. De Heer maakt deze geboden in het bijzonder van toepassing op de heiligen in Zion.
1–4: de getrouwe heiligen in Zion zullen gezegend worden; 5–8: zij moeten de Heer liefhebben en dienen en zijn geboden onderhouden; 9–19: door de dag des Heren heilig te houden, worden de heiligen stoffelijk en geestelijk gezegend; 20–24: de rechtvaardigen ontvangen de belofte van vrede in deze wereld en het eeuwige leven in de toekomende wereld.
AFDELING 60
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 8 augustus 1831 te Jackson County (Missouri). (History of the Church, 1:201–202.) Bij deze gelegenheid wilden de ouderlingen die de opdracht hadden naar het oosten terug te keren, weten hoe zij moesten handelen en langs welke route en op welke manier zij moesten reizen.
1–9: de ouderlingen moeten het evangelie prediken in de kerkgemeenten der goddelozen; 10–14: zij moeten hun tijd niet verbeuzelen, noch hun talenten verbergen; 15–17: zij mogen hun voeten wassen als een getuigenis tegen hen die het evangelie verwerpen.
AFDELING 61
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 12 augustus 1831 aan de oever van de Missouri bij McIlwaine’s Bend. (History of the Church, 1:202–205.) Tijdens hun terugreis naar Kirtland waren de profeet en tien ouderlingen in kano’s de rivier afgezakt. Op de derde dag van hun reis maakten zij vele gevaren mee. In een visioen op klaarlichte dag zag ouderling William W. Phelps hoe de verwoester zich met macht over het oppervlak van de wateren voortbewoog.
1–12: de Heer heeft vele verwoestingen op de wateren verkondigd; 13–22: Johannes heeft de wateren vervloekt en de verwoester beweegt zich voort over het oppervlak ervan; 23–29: sommigen hebben de macht om de wateren te gebieden; 30–35: ouderlingen moeten twee aan twee reizen en het evangelie prediken; 36–39: zij moeten zich voorbereiden op de komst van de Zoon des Mensen.
AFDELING 62
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 13 augustus 1831 aan de oever van de Missouri bij Chariton (Missouri). (History of the Church, 1:205–206.) Op deze dag kwamen de profeet en zijn gezelschap, die op weg waren van Independence naar Kirtland, verscheidene ouderlingen tegen die op weg waren naar het land Zion. Na de vreugdevolle begroetingen ontvingen zij deze openbaring.
1–3: getuigenissen worden in de hemel opgetekend; 4–9: de ouderlingen moeten reizen en prediken volgens hun inzicht en zoals zij door de Geest worden geleid.
AFDELING 63
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith laat in de maand augustus 1831 te Kirtland (Ohio). ( History of the Church, 1:206–211.) De profeet, Sidney Rigdon en Oliver Cowdery waren na hun bezoek aan Missouri op 27 augustus in Kirtland aangekomen. Als inleiding op deze openbaring schreef de profeet: ‘In deze eerste dagen van de kerk was er een groot verlangen om het woord van de Heer te verkrijgen op elk punt dat op enigerlei wijze ons heil betrof; en omdat het land Zion op dat moment het belangrijkste stoffelijke doel was dat wij voor ogen hadden, deed ik navraag bij de Heer aangaande verdere inlichtingen over de vergadering van de heiligen, de aankoop van het land, en andere zaken’. (History of the Church, 1:207.)
1–6: een dag van verbolgenheid zal de goddelozen treffen; 7–12: tekenen komen door geloof; 13–19: de overspeligen van hart zullen het geloof verloochenen en in de poel van vuur worden geworpen; 20: de getrouwen zullen een erfdeel op de verheerlijkte aarde ontvangen; 21: een volledig verslag van de gebeurtenissen op de berg der verheerlijking is nog niet geopenbaard; 22–23: de gehoorzamen ontvangen de verborgenheden van het koninkrijk; 24–31: er moeten in Zion erfdelen worden aangekocht; 32–35: de Heer beschikt oorlogen, en de goddelozen doden de goddelozen; 36–48: de heiligen moeten zich vergaderen in Zion en geld verschaffen om het op te bouwen; 49–54: zegeningen worden de getrouwen verzekerd bij de wederkomst, in de opstanding en tijdens het millennium; 55–58: dit is een dag van waarschuwing; 59–66: de naam des Heren wordt ijdel gebruikt door hen die hem zonder gezag gebruiken.
AFDELING 64
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan de ouderlingen van de kerk op 11 september 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:211–214.) De profeet trof voorbereidingen om te verhuizen naar Hiram (Ohio), waar hij de vertaling van de Bijbel, die tijdens zijn verblijf in Missouri terzijde was gelegd, zou hervatten. Een groep broeders die het gebod hadden ontvangen om naar Zion (Missouri) te reizen, was ijverig bezig voorbereidingen te treffen om in oktober te vertrekken. De openbaring werd in deze bedrijvige tijd ontvangen.
1–11: de heiligen wordt geboden elkaar te vergeven, opdat de grotere zonde niet in hen verblijft; 12–22: de onbekeerlijken moeten voor de kerk worden gebracht; 23–25: wie vertiend wordt, zal bij de wederkomst van de Heer niet worden verbrand; 26–32: de heiligen worden gewaarschuwd voor schulden; 33–36: de weerspannigen zullen uit Zion worden afgesneden; 37–40: de kerk zal de natiën oordelen; 41–43: Zion zal bloeien.
AFDELING 65
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in oktober 1831 te Hiram (Ohio). (History of the Church, 1:218.) De profeet duidt deze openbaring aan als een gebed.
1–2: de sleutels van het koninkrijk van God zijn toevertrouwd aan het mensdom op aarde, en het evangelie zal zegevieren; 3–6: het millenniaanse koninkrijk van de hemel zal komen en zich bij het koninkrijk van God op aarde voegen.
AFDELING 66
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 25 oktober 1831 te Orange (Ohio). (History of the Church, 1:219–221.) Dit was de eerste dag van een belangrijke conferentie. Als inleiding op deze openbaring schreef de profeet: ‘Op verzoek van William E. McLellin deed ik navraag bij de Heer en ontving het volgende’. (History of the Church, 1:220.)
1–4: het eeuwigdurend verbond is de volheid van het evangelie; 5–8: de ouderlingen moeten prediken, getuigen en met de mensen redeneren; 9–13: trouwe bediening verzekert ons van het eeuwige leven.
AFDELING 67
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in november 1831 te Hiram (Ohio). (History of the Church, 1:224–225.) De aanleiding hiertoe was een bijzondere conferentie waarop de uitgave van de openbaringen die reeds bij monde van de profeet van de Heer waren ontvangen, werd overwogen en op gang gebracht. (Zie de inleiding van afdeling 1.) Er werd besloten dat Oliver Cowdery en John Whitmer de manuscripten van de openbaringen naar Independence zouden brengen, waar W.W. Phelps ze zou uitgeven als het Book of Commandments (Boek der Geboden). Vele broeders getuigden plechtig dat de openbaringen die waren bijeengebracht om te worden uitgegeven, inderdaad waar waren, zoals de Heilige Geest die op hen was uitgestort, tot hen getuigde. De profeet vermeldt dat er na de ontvangst van de openbaring die bekendstaat als afdeling 1, enige negatieve opmerkingen werden geplaatst over het taalgebruik in de openbaringen. Daarop volgde deze openbaring.
1–3: de Heer hoort de gebeden van zijn ouderlingen en waakt over hen; 4–9: Hij daagt degene uit die het wijste is om de geringste van zijn openbaringen na te bootsen; 10–14: getrouwe ouderlingen zullen door de Geest worden bezield en het aangezicht van God zien.
AFDELING 68
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in november 1831 te Hiram (Ohio) op verzoek van Orson Hyde, Luke S. Johnson, Lyman E. Johnson en William E. McLellin. (History of the Church, 1:227–229.) Hoewel deze openbaring werd gegeven in antwoord op de smeekbede dat de bedoeling van de Heer met de genoemde ouderlingen zou worden bekendgemaakt, heeft een groot deel ervan betrekking op de gehele kerk.
1–5: de woorden van de ouderlingen wanneer zij gedreven worden door de Heilige Geest, zijn Schriftuur; 6–12: de ouderlingen moeten prediken en dopen, en tekenen zullen de ware gelovigen volgen; 13–24: de eerstgeborenen onder de zonen van Aäron mogen, in opdracht van het Eerste Presidium, als presiderende bisschop fungeren (dat wil zeggen: de sleutels dragen van het presideren als bisschop); 25–28: ouders krijgen het gebod hun kinderen het evangelie te leren; 29–35: de heiligen moeten de sabbat onderhouden, ijverig werken en bidden.
AFDELING 69
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in november 1831 te Hiram (Ohio). (History of the Church, 1:234–235.) De verzameling openbaringen die bestemd was voor een spoedige uitgave was goedgekeurd op de bijzondere conferentie van 1 november. Op 3 november werd de openbaring die hierin voorkomt als afdeling 133 eraan toegevoegd en het Aanhangsel genoemd. Oliver Cowdery werd bij besluit van de conferentie aangewezen om het manuscript van de verzamelde openbaringen en geboden naar Independence (Missouri) te brengen, zodat het daar kon worden gedrukt. Hij moest ook de gelden meenemen die waren bijgedragen voor de opbouw van de kerk in Missouri. Omdat zijn reis naar de grens van de beschaving hem door een dunbevolkte landstreek zou voeren, was een reisgenoot wenselijk.
1–2: John Whitmer moet Oliver Cowdery vergezellen naar Missouri; 3–8: hij moet tevens prediken en historische gegevens verzamelen, noteren en opschrijven.
AFDELING 70
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 12 november 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:235–237.) De geschiedenis die de profeet heeft geschreven, vermeldt dat er van 1 tot en met 12 november vier bijzondere conferenties werden gehouden. Op de laatste van die bijeenkomsten werd het grote belang overwogen van het Book of Commandments (Boek der Geboden), dat later de Doctrine and Covenants (de Leer en Verbonden) werd genoemd; de profeet spreekt erover als ‘het fundament van de kerk in deze laatste dagen en een zegen voor de wereld, waaruit blijkt dat de sleutels van de verborgenheden van het koninkrijk van onze Heiland opnieuw aan de mensheid zijn toevertrouwd’. (History of the Church, 1:235.)
1–5: rentmeesters worden aangewezen om de openbaringen uit te geven; 6–13: wie in geestelijke zaken werkzaam zijn, zijn hun loon waard; 14–18: de heiligen behoren in stoffelijke dingen gelijk te zijn.
AFDELING 71
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith en Sidney Rigdon op 1 december 1831 te Hiram (Ohio). (History of the Church, 1:238–239.) De profeet had het vertalen van de Bijbel voortgezet, met Sidney Rigdon als zijn schrijver, totdat deze openbaring werd ontvangen. Op dat moment werd het werk tijdelijk opzij gelegd om hen in staat te stellen de hierin gegeven opdracht te vervullen. De broeders moesten uitgaan om te prediken teneinde de onvriendelijke gevoelens tot bedaren te brengen die tegen de kerk waren opgelaaid ten gevolge van de publicatie van een aantal krantenartikelen geschreven door Ezra Booth, die afvallig was geworden.
1–4: Joseph Smith en Sidney Rigdon worden uitgezonden om het evangelie te verkondigen; 5–11: de vijanden van de heiligen zullen tot zwijgen worden gebracht.
AFDELING 72
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 4 december 1831 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:239–241.) Verschillende ouderlingen en leden waren bijeengekomen om bekend te raken met hun taak en om verder te worden opgebouwd in de leringen van de kerk. In deze afdeling zijn twee openbaringen bijeengebracht die op dezelfde dag werden ontvangen. De verzen 1 tot en met 8 maken de roeping bekend van Newel K. Whitney als bisschop. Hij werd terstond geroepen en geordend, waarna de verzen 9 tot en met 26 werden ontvangen, die meer inzicht verschaffen over de taak van een bisschop.
1–8: ouderlingen moeten rekenschap afleggen van hun rentmeesterschap aan de bisschop; 9–15: de bisschop beheert het voorraadhuis en zorgt voor de armen en behoeftigen; 16–26: bisschoppen moeten een bewijs verstrekken dat ouderlingen de gedragsnormen naleven.
AFDELING 73
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith en Sidney Rigdon op 10 januari 1832 te Hiram (Ohio). (History of the Church, 1:241–242.) De profeet en Sidney hadden vanaf begin december gepredikt, hetgeen er veel toe had bijgedragen de onvriendelijke gevoelens die tegen de kerk waren opgelaaid, tot bedaren te brengen. (Zie de inleiding van afdeling 71.)
1–2: de ouderlingen moeten hun prediking voortzetten; 3–6: Joseph Smith en Sidney Rigdon moeten de vertaling van de Bijbel voortzetten totdat het werk af is.
AFDELING 74
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith in januari 1832 te Hiram (Ohio). ( History of the Church, 1:242.) De profeet schrijft: ‘Na het ontvangen van het voorgaande woord des Heren [LV 73], hervatte ik de vertaling van de Schriften en werkte ijverig tot vlak voor de conferentie, die bijeen zou komen op 25 januari. In die periode ontving ik ook het volgende, als verklaring van de eerste brief aan de Korintiërs, hoofdstuk 7, vers 14’. (History of the Church, 1:242.)
1–5: Paulus raadt de kerk van zijn tijd aan de wet van Mozes niet te onderhouden; 6–7: kleine kinderen zijn heilig, omdat zij door de verzoening geheiligd worden.
AFDELING 75
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 25 januari 1832 te Amherst (Ohio). (History of the Church, 1:242–245.) De aanleiding was een eerder vastgestelde conferentie, waarop Joseph Smith werd gesteund en geordend als president van de hoge priesterschap. Bepaalde ouderlingen die moeilijkheden waren tegengekomen bij het begrijpelijk maken van hun boodschap aan de mensen, wilden meer bijzonderheden te weten komen van hun onmiddellijke taken. Deze openbaring volgde.
1–5: getrouwe ouderlingen die het evangelie prediken, zullen het eeuwige leven verkrijgen; 6–12: bidt om de Trooster te mogen ontvangen, die in alle dingen onderwijst; 13–22: ouderlingen zullen hen die hun boodschap verwerpen, oordelen; 23–36: van zendelingen moeten hulp ontvangen van de kerk.
AFDELING 76
Een visioen gegeven aan de profeet Joseph Smith en Sidney Rigdon op 16 februari 1832 te Hiram (Ohio). (History of the Church, 1:245–252.) Als inleiding op dit visioen schreef de profeet: ‘Zodra ik was teruggekeerd van de conferentie in Amherst, hervatte ik de vertaling van de Schriften. Uit verschillende openbaringen die waren ontvangen, bleek dat veel belangrijke punten betreffende het heil van de mens uit de Bijbel waren weggenomen of waren kwijtgeraakt voordat die werd samengesteld. Uit de waarheden die waren overgebleven, leek het vanzelfsprekend dat als God eenieder beloonde overeenkomstig de in het lichaam verrichte werken, de term “hemel”, duidend op de eeuwige woonplaats voor de heiligen, meer dan één koninkrijk moest omvatten. Bijgevolg, (...) zagen ouderling Rigdon en ik bij het vertalen van het evangelie naar Johannes het volgende visioen’. (History of the Church, 1:245.) De profeet ontving dit visioen na het vertalen van Johannes 5:29.
1–4: de Heer is God; 5–10: de verborgenheden van het koninkrijk zullen aan alle getrouwen worden geopenbaard; 11–17: allen zullen tevoorschijn komen in de opstanding der rechtvaardigen of die der onrechtvaardigen; 18–24: de bewoners van vele werelden zijn de voor God gewonnen zonen en dochters door de verzoening van Jezus Christus; 25–29: een engel Gods viel en werd de duivel; 30–49: de zonen des verderfs ondergaan eeuwige verdoemenis; alle anderen worden een zekere mate van heil deelachtig; 50–70: de heerlijkheid en de beloning omschreven van verhoogde wezens in het celestiale koninkrijk; 71–80: omschreven wie het terrestriale koninkrijk zullen beërven; 81–113: toestand uiteengezet van hen die in de telestiale, terrestriale en celestiale heerlijkheid verkeren; 114–119: de getrouwen kunnen de verborgenheden van het koninkrijk Gods zien en begrijpen door de macht van de Heilige Geest.
AFDELING 77
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith in maart 1832 te Hiram (Ohio). (History of the Church, 1:253–255.) De profeet schreef: ‘Naar aanleiding van de vertaling van de Schriften, ontving ik de volgende opheldering van de Openbaring van Johannes’. (History of the Church, 1:253.)
1–4: dieren hebben een geest en zullen in eeuwig geluk op een onsterfelijke aarde wonen; 5–7: deze aarde heeft een tijdelijk bestaan van 7000 jaar; 8–10: verschillende engelen herstellen het evangelie en dienen op aarde; 11: de verzegeling van de 144 000; 12–14: Christus zal komen in het begin van de zevende duizend jaar; 15: Twee profeten zullen voor het Joodse volk worden verwekt.
AFDELING 78
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in maart 1832 te Hiram (Ohio). De orde werd Joseph Smith door de Heer gegeven met het doel een voorraadhuis voor de armen op te richten. (History of the Church, 1:255–257.) Het was niet altijd wenselijk dat de identiteit van degenen tot wie de Heer Zich in de openbaringen richtte, de wereld bekend was; daarom werden de broeders, toen deze en een aantal latere openbaringen werden uitgegeven, met andere dan hun eigen namen aangeduid. Toen de noodzaak om de namen van die personen achterwege te houden niet meer bestond, werd hun echte naam tussen haakjes vermeld. Omdat er in deze tijd geen wezenlijke noodzaak meer bestaat om door te gaan met het gebruik van de codenamen, worden nu alleen de echte namen gebruikt, zoals zij in de oorspronkelijke manuscripten voorkwamen.
1–4: de heiligen moeten een voorraadhuis organiseren en vestigen; 5–12: een verstandig gebruik van hun bezit zal tot redding voeren; 13–14: de kerk moet onafhankelijk zijn van aardse machten; 15–16: Michaël (Adam) werkt onder leiding van de Heilige Gods (Christus); 17–22: gezegend zijn de getrouwen, want zij zullen alle dingen beërven.
AFDELING 79
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in maart 1832 te Hiram (Ohio). (History of the Church, 1:257.)
1–4: Jared Carter geroepen om het evangelie te prediken door de Trooster.
AFDELING 80
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in maart 1832 te Hiram (Ohio). (History of the Church, 1:257.)
1–5: Stephen Burnett en Eden Smith geroepen om te prediken waar het hun belieft.
AFDELING 81
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in maart 1832 te Hiram (Ohio). (History of the Church, 1:257–258.) Frederick G. Williams wordt geroepen als hogepriester en raadgever in het Presidium van de Hoge Priesterschap. De geschiedkundige verslagen tonen aan dat toen deze openbaring in maart 1832 werd ontvangen, Jesse Gause daarin werd geroepen tot de functie van raadgever van Joseph Smith in het presidium. Toen hij echter niet stand hield op een wijze die strookte met deze aanstelling, werd de roeping daarna overgedragen aan Frederick G. Williams. De openbaring (gedateerd maart 1832) moet worden beschouwd als een stap in de richting van de formele organisatie van het Eerste Presidium, waarin met name de functie van raadgever in dat college wordt vereist en waarin de waardigheid van de aanstelling wordt uiteengezet. Broeder Gause was enige tijd in functie, maar werd in december 1832 van de kerk geëxcommuniceerd. Broeder Williams werd tot de genoemde functie geordend op 18 maart 1833.
1–2: de sleutels van het koninkrijk berusten altijd bij het Eerste Presidium; 3–7: als Frederick G. Williams getrouw is in zijn bediening, zal hij het eeuwige leven hebben.
AFDELING 82
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith op 26 april 1832 in Jackson County (Missouri). (History of the Church, 1:267–269.) De gelegenheid was een algemene raadsvergadering van de kerk, waarin de profeet Joseph Smith werd gesteund als president van de hoge priesterschap, de functie waartoe hij eerder was geordend tijdens een conferentie van de hogepriesters, ouderlingen en leden op 25 januari 1832 te Amherst (Ohio). (Zie de inleiding van afdeling 75.) Er waren voorheen bij het uitgeven van deze openbaring afwijkende namen gebruikt om de identiteit van de genoemde personen verborgen te houden. (Zie de inleiding van afdeling 78.)
1–4: waar veel is gegeven, wordt veel geëist; 5–7: duisternis heerst in de wereld; 8–13: de Heer is gebonden wanneer wij doen wat Hij zegt; 14–18: Zion moet toenemen in schoonheid en heiligheid; 19–24: ieder mens moet het welzijn van zijn naaste nastreven.
AFDELING 83
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 30 april 1832 te Independence (Missouri). (History of the Church, 1:269–270.) Deze openbaring werd ontvangen terwijl de profeet in raadsvergadering met zijn broeders bijeen was.
1–4: vrouwen en kinderen hebben aanspraak op hun onderhoud bij hun echtgenoot en vader; 5–6: weduwen en wezen hebben aanspraak op hun onderhoud bij de kerk.
AFDELING 84
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 22 en 23 september 1832 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:286–295.) In de loop van de maand september begonnen er ouderlingen van hun zending in de oostelijke staten terug te keren en verslag uit te brengen van hun arbeid. De volgende boodschap werd ontvangen toen zij in deze vreugdevolle tijd bijeenwaren. De profeet noemde het een openbaring over het priesterschap.
1–5: het nieuwe Jeruzalem en de tempel zullen in Missouri worden gebouwd; 6–17: de lijn van het priesterschap wordt gegeven van Mozes terug tot Adam; 18–25: het grotere priesterschap omvat de sleutel van kennis aangaande God; 26–32: het lagere priesterschap omvat de sleutel van de bediening van engelen en van het voorbereidende evangelie; 33–44: de mensen verkrijgen het eeuwige leven door de eed en het verbond van het priesterschap; 45–53: de Geest van Christus verlicht de mensen, en de wereld ligt in zonde; 54–61: de heiligen moeten getuigen van de dingen die zij hebben ontvangen; 62–76: zij moeten het evangelie prediken, en tekenen zullen volgen; 77–91: de ouderlingen moeten uitgaan zonder beurs of reiszak, en de Heer zal in hun noden voorzien; 92–97: plagen en vervloekingen wachten hen die het evangelie verwerpen; 98–102: het nieuwe lied van de verlossing van Zion; 103–110: laat eenieder handelen in zijn eigen ambt en arbeiden in zijn eigen roeping; 111–120: de dienstknechten des Heren moeten de gruwel der verwoesting van de laatste dagen verkondigen.
AFDELING 85
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 27 november 1832 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:298–299.) Deze afdeling is een passage uit een brief van de profeet aan W.W. Phelps, die in Independence (Missouri) woonde. Zij werd gegeven in antwoord op vragen over die heiligen die zich naar Zion hadden begeven, maar hun erfdeel niet hadden ontvangen volgens de vastgestelde orde van de kerk.
1–5: erfdelen in Zion moeten door toewijding worden ontvangen; 6–12: iemand die machtig en sterk is, zal de heiligen hun erfdeel in Zion geven.
AFDELING 86
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 6 december 1832 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:300.) Deze openbaring werd ontvangen toen de profeet bezig was het manuscript met de vertaling van de Bijbel te herzien en te bewerken.
1–7: de Heer geeft de betekenis van de gelijkenis van de tarwe en het onkruid; 8–11: Hij zet de zegeningen van het priesterschap uiteen die bestemd zijn voor hen die wettige erfgenamen zijn naar het vlees.
AFDELING 87
Openbaring en profetie over oorlog gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 25 december 1832. (History of the Church, 1:301–302.) Deze afdeling werd ontvangen op een tijdstip dat de broeders nadachten en redeneerden over de slavernij van Afrikanen op het Amerikaanse vasteland en de slavernij van mensenkinderen in de gehele wereld.
1–4: oorlog tussen de noordelijke staten en de zuidelijke staten voorzegd; 5–8: grote rampen zullen alle bewoners der aarde treffen.
AFDELING 88
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 27 december 1832 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:302–312.) De profeet duidde deze aan als het ‘olijfblad (...) geplukt van de boom in het paradijs, de vredesboodschap van de Heer aan ons’. (History of the Church, 1:316.) Uit de historische verslagen blijkt dat gedeelten van deze openbaring werden ontvangen op 27 en 28 december 1832, en op 3 januari 1833.
1–5: trouwe heiligen ontvangen die Trooster die de belofte van het eeuwige leven is; 6–13: alle dingen worden beheerst en bestuurd door het licht van Christus; 14–16: de opstanding is het gevolg van de verlossing; 17–31: gehoorzaamheid aan de celestiale, terrestriale of telestiale wet bereidt de mens voor op die respectievelijke koninkrijken en heerlijkheden; 32–35: wie in de zonde willen verblijven, blijven vuil; 36–41: alle koninkrijken worden door wetten bestuurd; 42–45: God heeft aan alle dingen een wet gegeven; 46–50: de mens zal zelfs God begrijpen; 51–61: de gelijkenis van de man die zijn knechten naar de akker zond en ze om beurten bezocht; 62–73: nadert tot de Heer en gij zult zijn gelaat zien; 74–80: heiligt uzelf en leert elkaar de leringen van het koninkrijk; 81–85: eenieder die gewaarschuwd is, moet zijn naaste waarschuwen; 86–94: tekenen, beroeringen der elementen en engelen bereiden de weg voor de komst des Heren; 95–102: bazuingeschal van engelen roept de doden tevoorschijn in de juiste volgorde; 103–116: bazuingeschal van engelen verkondigt de herstelling van het evangelie, de val van Babylon en de strijd van de grote God; 117–126: vergaart kennis, vestigt een huis van God (een tempel), en bekleedt u met de band der naastenliefde; 127–141: de orde van de school der profeten uiteengezet, met inbegrip van de verordening der voetwassing.
AFDELING 89
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 27 februari 1833 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:327–329.) Doordat de broeders in de beginperiode van de kerk tabak gebruikten in hun vergaderingen, werd de profeet ertoe gebracht na te denken over die kwestie; bijgevolg deed hij navraag bij de Heer hierover. Deze openbaring, die bekendstaat als het ‘woord van wijsheid’, was het resultaat. De eerste drie verzen zijn oorspronkelijk door de profeet geschreven als geïnspireerde inleiding en beschrijving.
1–9: het gebruik van wijn, sterkedrank, tabak en hete dranken wordt verboden; 10–17: gewassen, vruchten, vlees en graan zijn verordonneerd voor het gebruik door mens en dier; 18–21: gehoorzaamheid aan de wet van het evangelie, met inbegrip van het woord van wijsheid, voert tot stoffelijke en geestelijke zegeningen.
AFDELING 90
Openbaring aan de profeet Joseph Smith, gegeven op 8 maart 1833 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:329–331.) Deze openbaring is een verdere stap in de richting van de instelling van het Eerste Presidium (zie de inleiding van afdeling 81); ten gevolge daarvan werden de genoemde raadgevers op 18 maart 1833 geordend.
1–5: de sleutels van het koninkrijk aan Joseph Smith toevertrouwd en via hem aan de kerk; 6–7: Sidney Rigdon en Frederick G. Williams moeten werkzaam zijn in het Eerste Presidium; 8–11: het evangelie moet worden gepredikt tot de natiën van Israël, aan de andere volken en aan de Joden, waarbij ieder mens het zal horen in zijn eigen taal; 12–18: Joseph Smith en zijn raadgevers moeten de kerk in orde brengen; 19–37: diverse personen krijgen de raad van de Heer om oprecht te wandelen en in zijn koninkrijk te werken.
AFDELING 91
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 9 maart 1833 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:331–332.) De profeet was in die tijd bezig met de vertaling van het Oude Testament. Toen hij bij dat gedeelte van de aloude geschriften was gekomen dat de apocriefen wordt genoemd, deed hij navraag bij de Heer en ontving deze aanwijzing.
1–3: de apocriefen zijn grotendeels juist vertaald, maar bevatten vele tussenvoegingen door mensenhanden die niet waar zijn; 4–6: zij zijn nuttig voor wie door de Geest worden verlicht.
AFDELING 92
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith op 15 maart 1833 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:333.) De openbaring is gericht tot Frederick G. Williams, die kort tevoren als raadgever in het Eerste Presidium was aangewezen.
1–2: de Heer geeft een gebod met betrekking tot toelating tot de verenigde orde.
AFDELING 93
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 6 mei 1833 te Kirtland (Ohio). (History of the Church,1:343–346.)
1–5: allen die getrouw zijn, zullen de Heer zien; 6–18: Johannes getuigde dat de Zoon van God van genade tot genade ging totdat Hij een volheid ontving van de heerlijkheid van de Vader; 19–20: getrouwen, die genade op genade ontvangen, zullen ook van zijn volheid ontvangen; 21–22: wie door Christus zijn gewonnen, zijn de kerk van de Eerstgeborene; 23–28: Christus ontving een volheid van alle waarheid, en door gehoorzaamheid kan de mens hetzelfde doen; 29–32: de mens was in het begin bij God; 33–35: de elementen zijn eeuwig en de mens kan in de opstanding een volheid van vreugde ontvangen; 36–37: de heerlijkheid Gods is intelligentie; 38–40: kinderen zijn onschuldig voor Gods aangezicht dankzij de verlossing door Christus; 41–53: de leidinggevende broeders wordt geboden hun gezin in orde te brengen.
AFDELING 94
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 6 mei 1833 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:346–347.) Hyrum Smith, Reynolds Cahoon en Jared Carter worden aangewezen als kerkelijk bouwcomité.
1–9: de Heer geeft een gebod in verband met de bouw van een huis voor het werk van het presidium; 10–12: er moet een drukkerij worden gebouwd; 13–17: bepaalde erfdelen worden toegewezen.
AFDELING 95
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 1 juni 1833 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:350–352.) Deze openbaring is een voortzetting van de goddelijke aanwijzingen om huizen te bouwen voor de eredienst en voor aanbidding en instructie, in het bijzonder het huis des Heren. (Zie afdeling 88:119–136 en afdeling 94.)
1–6: de heiligen worden gekastijd omdat zij het huis des Heren niet gebouwd hebben; 7–10: de Heer wenst zijn huis te gebruiken om zijn volk te begiftigen met macht uit den hoge; 11–17: het huis moet worden ingewijd als plaats van aanbidding en als de school der apostelen.
AFDELING 96
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith op 4 juni 1833 te Kirtland (Ohio), waarin de orde van de stad of ring Zion wordt uiteengezet; gegeven als voorbeeld voor de heiligen in Kirtland. (History of the Church, 1:352–353.) De aanleiding was een conferentie voor hogepriesters en het voornaamste onderwerp van bespreking was de overdracht van bepaalde percelen bouwland, bekend als de French-hoeve, die de kerk bezat in de buurt van Kirtland. Omdat de conferentie het niet eens kon worden over wie er voor de boerderij verantwoordelijk moest zijn, stemden allen ermee in navraag te doen bij de Heer over deze zaak.
1: de ring Kirtland van Zion moet sterk worden gemaakt; 2–5: de bisschop moet de erfdelen voor de heiligen verdelen; 6–9: John Johnson moet lid worden van de verenigde orde.
AFDELING 97
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 2 augustus 1833 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:400–402.) Deze openbaring gaat in het bijzonder over de aangelegenheden van de heiligen in Zion, Jackson County (Missouri), in antwoord op het verzoek van de profeet aan de Heer om inlichtingen. De leden van de kerk in Missouri waren in deze tijd blootgesteld aan hevige vervolging en hadden op 23 juli 1833 onder dwang een overeenkomst ondertekend om Jackson County te verlaten.
1–2: vele heiligen in Zion, Jackson County (Missouri) worden voor hun getrouwheid gezegend; 3–5: Parley P. Pratt wordt voor zijn inspanningen voor de school in Zion geprezen; 6–9: wie hun verbonden nakomen, worden door de Heer aanvaard; 10–17: er moet in Zion een huis worden gebouwd waarin de reinen van hart God zullen zien; 18–21: Zion is de reinen van hart; 22–28: Zion zal ontkomen aan de gesel des Heren als zij getrouw is.
AFDELING 98
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 6 augustus 1833 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:403–406.) Deze openbaring kwam naar aanleiding van de vervolging van de heiligen in Missouri. Het was begrijpelijk dat de heiligen in Missouri, die lichamelijk hadden geleden en ook eigendommen hadden verloren, neigden tot vergelding en wraak. Daarom gaf de Heer deze openbaring. Hoewel enig nieuws over de moeilijkheden in Missouri ongetwijfeld de profeet had bereikt in Kirtland (1440 kilometer daarvandaan), kon de ernst van de situatie hem op dat moment alleen maar bekend zijn geweest door middel van openbaring.
1–3: de bezoekingen van de heiligen zullen tot hun welzijn strekken; 4–8: de heiligen moeten de grondwet van het land steunen; 9–10: eerlijke, wijze en goede mannen moeten voor overheidsfuncties worden gesteund; 11–15: wie zijn leven neerlegt voor de zaak des Heren zal het eeuwige leven hebben; 16–18: verwerpt oorlog en verkondigt vrede; 19–22: de heiligen in Kirtland worden vermaand en hun wordt geboden zich te bekeren; 23–32: de Heer openbaart zijn wetten met betrekking tot de vervolging en de bezoekingen die zijn volk worden opgelegd; 33–38: oorlog is alleen gerechtvaardigd wanneer de Heer het gebiedt; 39–48: de heiligen moeten hun vijanden vergeven die, als zij zich bekeren, ook aan de wraak des Heren zullen ontkomen.
AFDELING 99
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan John Murdock in augustus 1832 te Hiram (Ohio). Hoewel er vanaf 1876 in de uitgaven van de Leer en Verbonden staat dat deze openbaring in augustus 1833 te Kirtland werd ontvangen, getuigen eerdere uitgaven en andere historische verslagen van de juiste gegevens.
1–8: John Murdock wordt geroepen om het evangelie te verkondigen, en wie hem aannemen, nemen de Heer aan en zullen barmhartigheid verkrijgen.
AFDELING 100
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith en Sidney Rigdon op 12 oktober 1833 te Perrysburg (New York). (History of the Church, 1:416, 419–421.) De twee broeders, die enige dagen van hun gezin gescheiden waren geweest, waren enigszins verontrust over hen.
1–4: Joseph en Sidney moeten het evangelie prediken voor de redding van zielen; 5–8: het zal hun in het uur zelf worden ingegeven wat zij moeten zeggen; 9–12: Sidney moet de woordvoerder zijn, en Joseph de openbaarder die krachtig getuigt; 13–17: de Heer zal een rein volk doen opstaan en de gehoorzamen zullen behouden worden.
AFDELING 101
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith op 16 december 1833 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 1:458–464.) De heiligen die zich hadden vergaderd in Missouri ondervonden in die tijd hevige vervolging. Het gepeupel had hen verdreven uit hun huizen in Jackson County. Sommige heiligen hadden getracht zich te vestigen in Van Buren County, maar ook daar werden zij vervolgd. De meerderheid van de heiligen bevond zich op dat moment in Clay County (Missouri). Individuele leden van de kerk werden herhaaldelijk met de dood bedreigd. De mensen hadden hun huisraad, kleding, vee en andere persoonlijke eigendommen verloren, en veel van hun gewassen waren vernield.
1–8: de heiligen worden gekastijd en bezocht wegens hun overtredingen; 9–15: de gramschap des Heren zal op de natiën neerkomen, maar zijn volk zal worden vergaderd en vertroost; 16–21: Zion en haar ringen zullen worden gevestigd; 22–31: de aard van het leven tijdens het millennium wordt uiteengezet; 32–42: de heiligen zullen dan worden gezegend en beloond; 43–62: de gelijkenis van de edelman en de olijfbomen stelt de moeilijkheden en de uiteindelijke verlossing van Zion voor; 63–75: de heiligen moeten zich blijven vergaderen; 76–80: de Heer heeft de grondwet van de Verenigde Staten tot stand gebracht; 81–101: de heiligen moeten aandringen op schadeloosstelling, volgens de gelijkenis van de vrouw en de onrechtvaardige rechter.
AFDELING 102
Notulen van de organisatie van de eerste hoge raad van de kerk op 17 februari 1834 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 2:28–31.) De oorspronkelijke notulen werden bijgehouden door de ouderlingen Oliver Cowdery en Orson Hyde. Twee dagen later werden de notulen door de profeet gecorrigeerd, aan de hoge raad voorgelezen en door de raad aanvaard. De verzen 30–32, die te maken hebben met de Raad der Twaalf Apostelen, zijn in 1835 door de profeet Joseph Smith toegevoegd, toen hij deze afdeling klaarmaakte voor publicatie in de Leer en Verbonden.
1–8: een hoge raad wordt aangewezen om ernstige moeilijkheden die zich in de kerk voordoen, op te lossen; 9–18: de procedure bij de behandeling van een zaak; 19–23: de president van de raad neemt de beslissing; 24–34: de procedure bij hoger beroep wordt uiteengezet.
AFDELING 103
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 24 februari 1834 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 2:36–39.) Deze openbaring werd ontvangen na de aankomst in Kirtland (Ohio) van Parley P. Pratt en Lyman Wight, die uit Missouri waren aangekomen om met de profeet te overleggen over de hulpverlening aan de heiligen en hun terugkeer naar hun land in Jackson County.
1–4: waarom de Heer de vervolging van de heiligen in Jackson County toestond; 5–10: de heiligen zullen overwinnen indien zij de geboden onderhouden; 11–20: de verlossing van Zion zal komen door macht, en de Heer zal voor zijn volk uit gaan; 21–28: de heiligen moeten zich vergaderen in Zion, en wie hun leven verliezen, zullen het weer vinden; 29–40: verschillende broeders worden geroepen om het Zionskamp te organiseren en naar Zion te gaan; hun wordt overwinning beloofd indien zij getrouw zijn.
AFDELING 104
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith op 23 april 1834, aangaande de verenigde orde, ofwel de orde van de kerk voor het welzijn van de armen. (History of the Church, 2:54–60.) De gelegenheid was een raadsvergadering van het Eerste Presidium en andere hogepriesters, waarin de dringende stoffelijke behoeften van de mensen in overweging waren genomen. De verenigde orde in Kirtland moest tijdelijk worden ontbonden en gereorganiseerd, en de eigendommen moesten in de vorm van rentmeesterschappen onder de leden van de orde worden verdeeld.
1–10: de heiligen die tegen de verenigde orde overtreden, zullen worden vervloekt; 11–16: de Heer zorgt voor zijn heiligen op zijn eigen wijze; 17–18: de zorg voor de armen vindt plaats volgens de evangeliewet; 19–46: de rentmeesterschappen en zegeningen van verschillende broeders worden vastgesteld; 47–53: de verenigde orde in Kirtland en de orde in Zion moeten afzonderlijk functioneren; 54–66: de heilige schatkist van de Heer wordt ingesteld voor het drukken van de Schriften; 67–77: de algemene schatkist van de verenigde orde moet functioneren op basis van algemene instemming; 78–86: wie in de verenigde orde leven, moeten al hun schulden betalen; dan zal de Heer hen uit hun financiële knechtschap bevrijden.
AFDELING 105
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 22 juni 1834 bij de Fishing River (Missouri). (History of the Church, 2:108–111.) De geweldplegingen van de benden tegen de heiligen in Missouri waren toegenomen en georganiseerde benden uit verschillende county’s hadden hun voornemen bekendgemaakt om het volk uit te roeien. De profeet was uit Kirtland gekomen aan het hoofd van een groep die bekendstond als het Zionskamp, en had kleding en levensmiddelen meegebracht. De profeet ontving deze openbaring terwijl deze groep aan de Fishing River gelegerd was.
1–5: Zion zal door naleving van de celestiale wet worden opgebouwd; 6–13: de verlossing van Zion wordt voor een korte tijd uitgesteld; 14–19: de Heer zal de strijd van Zion voeren; 20–26: de heiligen moeten wijs zijn en zich niet op machtige werken beroemen terwijl zij zich vergaderen; 27–30: er moet in Jackson County en de aangrenzende county’s land worden gekocht; 31–34: de ouderlingen moeten een begiftiging ontvangen in het huis des Heren te Kirtland; 35–37: heiligen die zowel geroepen als gekozen zijn, zullen geheiligd worden; 38–41: de heiligen moeten een vredesbanier voor de wereld oprichten.
AFDELING 106
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 25 november 1834 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 2:170–171.) Deze openbaring is gericht aan Warren A. Cowdery, een oudere broer van Oliver Cowdery.
1–3: Warren A. Cowdery wordt geroepen als plaatselijke presiderende functionaris; 4–5: de wederkomst zal de kinderen des lichts niet als een dief overvallen; 6–8: grote zegeningen volgen op trouwe dienst in de kerk.
AFDELING 107
Openbaring over het priesterschap, gedateerd 28 maart 1835, gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 2:209–217.) Op de genoemde datum, toen de Twaalf in raadsvergadering waren bijeengekomen, beleden zij hun persoonlijke zwakheden en tekortkomingen, betuigden zij hun bekering en zochten de verdere leiding van de Heer. Zij stonden op het punt uiteen te gaan om een zending te vervullen in de hun toegewezen gebieden. Hoewel gedeelten van deze afdeling werden ontvangen op de genoemde datum, blijkt uit geschiedkundige verslagen dat diverse onderdelen op verschillende tijden waren ontvangen, sommige zelfs al in november 1831.
1–6: er zijn twee priesterschappen: het Melchizedeks en het Aäronisch; 7–12: wie het Melchizedeks priesterschap dragen, hebben de bevoegdheid in alle functies van de kerk te officiëren; 13–17: de bisschap presideert de Aäronische priesterschap, die de uiterlijke verordeningen bedient; 18–20: het Melchizedeks priesterschap omvat de sleutels van alle geestelijke zegeningen; het Aäronisch priesterschap omvat de sleutels van de bediening van engelen; 21–38: het Eerste Presidium, de Twaalf en de Zeventig vormen de presiderende quorums, wier beslissingen in eenheid en gerechtigheid genomen moeten worden; 39–52: de patriarchale orde vastgesteld van Adam tot Noach; 53–57: de Heer verscheen aan de heiligen van weleer toen zij in Adam-ondi-Ahman vergaderd waren; 58–67: de Twaalf moeten de functionarissen van de kerk organiseren; 68–76: bisschoppen fungeren als plaatselijke rechter in Israël; 77–84: het Eerste Presidium en de Twaalf vormen de hoogste rechtbank in de kerk; 85–100: presidenten in de priesterschap besturen hun respectieve quorums.
AFDELING 108
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 26 december 1835 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 2:345.) Deze afdeling werd ontvangen op verzoek van Lyman Sherman, die eerder tot hogepriester en zeventiger was geordend, en die zich tot de profeet had gewend met het verzoek om een openbaring om hem zijn plicht bekend te maken.
1–3: Lyman Shermans zonden zijn hem vergeven; 4–5: hij zal gerekend worden tot de leidinggevende ouderlingen van de kerk; 6–8: hij is geroepen om het evangelie te prediken en zijn broeders te versterken.
AFDELING 109
Het gebed dat werd uitgesproken bij de inwijding van de tempel te Kirtland (Ohio) op 27 maart 1836. (History of the Church, 2:420–426.) Volgens de schriftelijke verklaring van de profeet werd dit gebed hem door openbaring ingegeven.
1–5: de Kirtlandtempel is gebouwd als plek die de Zoon des Mensen kan bezoeken; 6–21: het moet een huis zijn van gebed, vasten, geloof, kennis, heerlijkheid en orde, een huis van God; 22–33: mogen de onbekeerlijken die het volk des Heren tegenwerken, worden beschaamd; 34–42: mogen de heiligen in macht uitgaan om de rechtvaardigen tot Zion te vergaderen; 43–53: mogen de heiligen worden verlost van de verschrikkingen die in de laatste dagen over de goddelozen zullen worden uitgestort; 54–58: mogen de natiën en volken en kerken op het evangelie worden voorbereid; 59–67: mogen de Joden, de Lamanieten en heel Israël worden verlost; 68–80: mogen de heiligen met heerlijkheid en eer worden gekroond en het eeuwig heil verkrijgen.
AFDELING 110
Visioenen die de profeet Joseph Smith en Oliver Cowdery op 3 april 1836 werden getoond in de tempel te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 2:435–436.) De gelegenheid was een bijeenkomst op de sabbatdag. De profeet leidt zijn verslag van de visioenen in met deze woorden: ’‘s Middags hielp ik de andere presidenten met het ronddienen van het avondmaal des Heren aan de kerk, na het ontvangen te hebben van de Twaalf, die het voorrecht hadden die dag aan de heilige tafel te officiëren. Nadat ik deze dienst voor mijn broeders had verricht, trok ik mij terug op het spreekgestoelte, achter de neergelaten gordijnen, en knielde neer, samen met Oliver Cowdery, in plechtig en stil gebed. Toen we na het gebed waren opgestaan, werd het volgende visioen aan ons beiden ontvouwd.’ (History of the Church, 2:435.)
1–10: de Heer Jehova verschijnt in heerlijkheid en aanvaardt de Kirtlandtempel als zijn huis; 11–12: zowel Mozes als Elias verschijnen; zij dragen hun sleutels en bedelingen over; 13–16: Elia keert terug en draagt de sleutels van zijn bedeling over zoals Maleachi had beloofd.
AFDELING 111
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 6 augustus 1836 te Salem (Massachusetts). (History of the Church, 2:465–466.) De leiders van de kerk zaten in die tijd diep in de schuld wegens hun arbeid in de bediening. Omdat zij hadden gehoord dat zij een groot geldbedrag konden verkrijgen in Salem, reisden de profeet, Sidney Rigdon, Hyrum Smith en Oliver Cowdery vanuit Kirtland (Ohio) daarheen om een onderzoek naar die bewering in te stellen en tegelijkertijd het evangelie te prediken. De broeders handelden verscheidene kerkzaken af en deden wat zendingswerk. Toen bleek dat zij geen geld hoefden te verwachten, keerden zij terug naar Kirtland. In de bewoording van deze openbaring komen verschillende belangrijke achtergrondfactoren tot uiting.
1–5: de Heer voorziet in de stoffelijke behoeften van zijn dienstknechten; 6–11: Hij zal barmhartig met Zion handelen en alle dingen regelen voor het welzijn van zijn dienstknechten.
AFDELING 112
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith aan Thomas B. Marsh op 23 juli 1837 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 2:499–501.) Deze openbaring bevat het woord des Heren aan Thomas B. Marsh aangaande de Twaalf Apostelen van het Lam. De profeet vermeldt dat deze openbaring werd ontvangen op de dag dat het evangelie voor het eerst werd gepredikt in Engeland. Thomas B. Marsh was op dat moment president van het Quorum der Twaalf Apostelen.
1–10: de Twaalf moeten het evangelie naar alle natiën en volken sturen en de waarschuwende stem tot hen verheffen; 11–15: zij moeten hun kruis opnemen, Jezus volgen en zijn schapen weiden; 16–20: wie het Eerste Presidium aannemen, nemen de Heer aan; 21–29: duisternis bedekt de aarde, en alleen wie geloven en zich laten dopen, zullen behouden worden; 30–34: het Eerste Presidium en de Twaalf dragen de sleutels van de bedeling van de volheid der tijden.
AFDELING 113
Antwoorden op bepaalde vragen over de geschriften van Jesaja, gegeven door de profeet Joseph Smith in maart 1838. (History of the Church, 3:9–10.)
1–6: de tronk van Isaï, het rijsje dat eruit voortkomt, en de wortel van Isaï worden aangeduid; 7–10: de verstrooide overblijfselen van Zion hebben recht op het priesterschap en worden geroepen om tot de Heer terug te keren.
AFDELING 114
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 17 april 1838 te Far West (Missouri). (History of the Church, 3:23.)
1–2: Kerkelijke functies die worden bekleed door hen die niet getrouw zijn, zullen aan anderen worden gegeven.
AFDELING 115
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 26 april 1838 te Far West (Missouri), waarin de wil van God aangaande de opbouw van die plaats en van het huis des Heren wordt bekendgemaakt. (History of the Church, 3:23–25.) Deze openbaring is gericht tot de presiderende functionarissen van de kerk.
1–4: de Heer noemt zijn kerk De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen; 5–6: Zion en haar ringen zijn plaatsen van bescherming en toevlucht voor de heiligen; 7–16: de heiligen wordt geboden in Far West een huis des Heren te bouwen; 17–19: Joseph Smith draagt de sleutels van het koninkrijk van God op aarde.
AFDELING 116
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith op 19 mei 1838 bij Spring Hill, Daviess County (Missouri), in de buurt van Wight’s Ferry. (History of the Church, 3:35.)
AFDELING 117
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 8 juli 1838 te Far West (Missouri) aangaande de onmiddellijke taken van William Marks, Newel K. Whitney en Oliver Granger. (History of the Church, 3:45–46.)
1–9: de dienstknechten des Heren behoren aardse zaken niet te begeren, want ‘wat betekent eigendom voor de Heer?’; 10–16: zij moeten kleinzieligheid afleggen, en hun offers zullen de Heer heilig zijn.
AFDELING 118
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 8 juli 1838 te Far West (Missouri) in antwoord op de smeekbede: ‘Toon ons uw wil, o Heer, aangaande de Twaalf’. (History of the Church, 3:46.)
1–3: de Heer zal voor de gezinnen van de Twaalf zorgen; 4–6: opengevallen plaatsen in de Twaalf worden opgevuld.
AFDELING 119
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 8 juli 1838 te Far West (Missouri) in antwoord op zijn smeekbede: ‘O Heer! Toon uw dienstknecht hoeveel Gij verlangt van het bezit van uw volk als tiende.’ (History of the Church, 3:44.) De wet van tiende, zoals wij die vandaag begrijpen, was de kerk voorafgaand aan deze openbaring nog niet gegeven. Met de term tiende in het zojuist aangehaalde gebed en in eerdere openbaringen (64:23; 85:3; 97:11) werd niet uitsluitend een tiende deel bedoeld, maar alle vrijwillige offergaven of bijdragen aan de kerkelijke middelen. De Heer had de kerk eerder de wet van toewijding en rentmeesterschap over bezit gegeven, waartoe de leden (voornamelijk de leidinggevende ouderlingen) zich verplichtten door middel van een verbond dat eeuwigdurend moest zijn. Daar velen zich niet aan dat verbond hielden, herriep de Heer het voor enige tijd en gaf daarvoor in de plaats de wet van tiende aan de gehele kerk. De profeet had de Heer gevraagd hoeveel van hun bezit Hij voor heilige doeleinden verlangde. Het antwoord was deze openbaring.
1–5: de heiligen moeten hun overtollige bezit afdragen en dan, als tiende, jaarlijks een tiende deel van hun opbrengst schenken; 6–7: een dergelijke handelwijze zal het land Zion heiligen.
AFDELING 120
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 8 juli 1838 te Far West (Missouri), waarin wordt bekendgemaakt hoe er gehandeld moet worden met de vertiende bezittingen genoemd in de voorgaande openbaring, afdeling 119. (History of the Church, 3:44.)
AFDELING 121
Gebed en profetieën geschreven door de profeet Joseph Smith toen hij een gevangene was in de gevangenis te Liberty (Missouri), gedateerd 20 maart 1839. (History of the Church, 3:289–300.) De profeet en enige metgezellen zaten al maandenlang in de gevangenis. Hun petities en verzoekschriften gericht aan de ambtenaren van de uitvoerende en de rechterlijke macht, hadden hun geen verlichting gebracht.
1–6: de profeet pleit bij de Heer voor de lijdende heiligen; 7–10: de Heer spreekt hem vrede toe; 11–17: vervloekt zijn allen die valse beschuldigingen uiten tegen het volk van de Heer; 18–25: zij zullen geen recht op het priesterschap hebben en zullen verdoemd worden; 26–32: heerlijke openbaringen beloofd aan hen die kloekmoedig volharden; 33–40: waarom velen worden geroepen en weinigen gekozen; 41–46: het priesterschap mag alleen in rechtvaardigheid worden gebruikt.
AFDELING 122
Het woord des Heren aan de profeet Joseph Smith, toen hij in maart 1839 een gevangene was in de gevangenis te Liberty (Missouri). (History of the Church, 3:300–301.)
1–4: de einden der aarde zullen navraag doen naar de naam Joseph Smith; 5–7: alles wat hij meemaakt aan gevaar en beproeving zal hem ervaring geven en voor zijn bestwil zijn; 8–9: de Zoon des Mensen is onder dit alles afgedaald.
AFDELING 123
De plicht van de heiligen ten opzichte van hun vervolgers, zoals uiteengezet door de profeet Joseph Smith in maart 1839, terwijl hij een gevangene was in de gevangenis van Liberty (Missouri). (History of the Church, 3:302–303.)
1–6: de heiligen moeten een verslag van hun lijden en vervolgingen samenstellen en uitgeven; 7–10: dezelfde geest die de valse geloofsbelijdenissen tot stand heeft gebracht, voert ook tot de vervolging van de heiligen; 11–17: velen onder alle sekten zullen alsnog de waarheid aanvaarden.
AFDELING 124
Openbaring gegeven aan de profeet Joseph Smith op 19 januari 1841 te Nauvoo (Illinois). (History of the Church, 4:274–286.) Wegens toenemende vervolging en onwettig optreden jegens hen door overheidsfunctionarissen, waren de heiligen gedwongen Missouri te verlaten. Het uitroeiingsbevel van de gouverneur van Missouri, Lilburn W. Boggs, gedateerd 27 oktober 1838, had hun geen andere keus gelaten. (History of the Church, 3:175.) In 1841, toen deze openbaring werd gegeven, hadden de heiligen de stad Nauvoo gebouwd op de plek van het vroegere plaatsje Commerce (Illinois), en daar was de hoofdzetel van de kerk gevestigd.
1–14: Joseph Smith wordt geboden een plechtige proclamatie van het evangelie op te stellen voor de president van de Verenigde Staten, de gouverneurs van de afzonderlijke staten en de regeerders van alle landen; 15–21: Hyrum Smith, David W. Patten, Joseph Smith sr. en anderen onder de levenden en de doden zijn gezegend wegens hun onkreukbaarheid en deugden; 22–28: de heiligen wordt geboden zowel een huis om vreemdelingen onder te brengen als een tempel in Nauvoo te bouwen; 29–36: de doop voor de doden moet in tempels worden verricht; 37–44: het volk van de Heer bouwt altijd tempels voor het verrichten van heilige verordeningen; 45–55: de heiligen worden wegens verdrukking door hun vijanden vrijgesteld van de bouw van een tempel in Jackson County; 56–83: aanwijzingen voor de bouw van het Nauvoo House; 84–96: Hyrum Smith wordt geroepen als patriarch om de sleutels te ontvangen en de plaats in te nemen van Oliver Cowdery; 97–122: William Law en anderen ontvangen raad bij hun werk; 123–145: algemene en plaatselijke functionarissen worden genoemd, tezamen met hun plichten en de quorums waarvan zij deel uitmaken.
AFDELING 125
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith in maart 1841 te Nauvoo (Illinois), aangaande de heiligen in het territorium Iowa. (History of the Church, 4:311–312.)
1–4: de heiligen moeten steden bouwen en zich vergaderen in de ringen van Zion.
AFDELING 126
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 9 juli 1841 ten huize van Brigham Young in Nauvoo (Illinois). (History of the Church, 4:382.) Brigham Young was in die tijd president van het Quorum der Twaalf Apostelen.
1–3: Brigham Young geprezen voor zijn inspanningen en ontlast van verdere verre reizen.
AFDELING 127
Een epistel van de profeet Joseph Smith, gedateerd 1 september 1842 te Nauvoo, aan de heiligen der laatste dagen te Nauvoo (Illinois), met aanwijzingen voor de doop voor de doden. (History of the Church, 5:142–144.)
1–4: Joseph Smith roemt in vervolging en beproeving; 5–12: er moeten verslagen worden bijgehouden met betrekking tot de doopbedieningen voor de doden.
AFDELING 128
Een epistel van de profeet Joseph Smith, gedateerd 6 september 1842 te Nauvoo (Illinois), aan De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, bevattende verdere aanwijzingen voor de doop voor de doden. (History of the Church, 5:148–153.)
1–5: plaatselijke en algemene schrijvers moeten het feit van de doopbedieningen voor de doden vastleggen; 6—9: hun verslagen zijn bindend en staan opgetekend op aarde en in de hemel; 10–14: de doopvont is een zinnebeeld van het graf; 15–17: Elia heeft de macht hersteld met betrekking tot de doop voor de doden; 18–21: alle sleutels, alle macht en alle gezag van vorige bedelingen zijn hersteld; 22–25: blijde en heerlijke tijdingen worden verkondigd voor de levenden en de doden.
AFDELING 129
Onderricht gegeven door de profeet Joseph Smith op 9 februari 1843 te Nauvoo (Illinois), om de drie grote sleutels bekend te maken ter onderscheiding van de juiste aard van dienende engelen en geesten. (History of the Church, 5:267.)
1–3: er zijn zowel herrezen als geestelijke lichamen in de hemel; 4–9: sleutels gegeven waardoor boodschappers die van achter de sluier komen, kunnen worden geïdentificeerd.
AFDELING 130
Onderricht gegeven door de profeet Joseph Smith op 2 april 1843 te Ramus (Illinois). (History of the Church, 5:323–325.)
1–3: de Vader en de Zoon kunnen persoonlijk aan de mens verschijnen; 4–7: engelen wonen op een celestiaal hemellichaam; 8–9: de celestiale aarde zal een grote Urim en Tummim zijn; 10–11: een witte steen wordt gegeven aan allen die de celestiale wereld binnengaan; 12–17: het tijdstip van de wederkomst is de profeet niet bekendgemaakt; 18–19: kennis die wij in dit leven opdoen, herrijst met ons in de opstanding; 20–21: alle zegeningen zijn het gevolg van gehoorzaamheid aan de wet; 22–23: de Vader en de Zoon hebben een lichaam van vlees en beenderen.
AFDELING 131
Onderricht van de profeet Joseph Smith gegeven op 16 en 17 mei 1843 te Ramus (Illinois). (History of the Church, 5:392–393.)
1–4: het celestiale huwelijk is onontbeerlijk voor de verhoging in de hoogste hemel; 5–6: de manier waarop mensen tot het eeuwige leven worden verzegeld, wordt uiteengezet; 7–8: alle geest is materie.
AFDELING 132
Openbaring gegeven te Nauvoo (Illinois) bij monde van de profeet Joseph Smith, opgeschreven op 12 juli 1843, over het nieuw en eeuwigdurend verbond, met inbegrip van de eeuwige aard van het huwelijksverbond, en tevens over het hebben van meerdere vrouwen. (History of the Church, 5:501–507.) Hoewel de openbaring in 1843 werd opgetekend, blijkt uit de verslagen dat de profeet reeds vanaf 1831 bekend was met de leer en de beginselen die in deze openbaring aan de orde komen.
1–6: verhoging wordt verkregen door het nieuw en eeuwigdurend verbond; 7–14: de bepalingen en voorwaarden van dat verbond worden uiteengezet; 15–20: het celestiale huwelijk en de voortzetting van het gezin stellen de mensheid in staat om goden te worden; 21–25: de enge en smalle weg voert tot eeuwige levens; 26–27: de wet met betrekking tot lastering van de Heilige Geest wordt gegeven; 28–39: beloften van eeuwig nakomelingschap en verhoging worden in alle tijden aan de profeten en heiligen gedaan; 40–47: Joseph Smith ontvangt de macht om te binden en te verzegelen op aarde en in de hemel; 48–50: de Heer verzegelt zijn verhoging op hem; 51–57: Emma Smith wordt aangeraden om getrouw en oprecht te zijn; 58–66: wetten die het hebben van meerdere vrouwen regelen, worden uiteengezet.
AFDELING 133
Openbaring gegeven bij monde van de profeet Joseph Smith op 3 november 1831 te Hiram (Ohio). (History of the Church,1:229–234.) Als inleiding op deze openbaring, schreef de profeet: ‘In deze tijd waren er vele dingen die de ouderlingen wilden weten over de prediking van het evangelie tot de bewoners der aarde en over de vergadering; en om in het ware licht te kunnen wandelen en onderricht te kunnen ontvangen uit den hoge, deed ik op 3 november 1831 navraag bij de Heer en ontving de volgende belangrijke openbaring.’ (History of the Church, 1:229.) Deze afdeling is aanvankelijk als aanhangsel aan het boek Leer en Verbonden toegevoegd en heeft pas later als afdeling een nummer gekregen.
1–6: de heiligen geboden zich voor te bereiden op de wederkomst; 7–16: allen geboden Babylon te ontvluchten, naar Zion te komen en zich voor te bereiden op de grote dag des Heren; 17–35: Hij zal staan op de berg Zion, de continenten zullen één land worden en de verloren stammen van Israël zullen terugkeren; 36–40: het evangelie door middel van Joseph Smith hersteld om in de gehele wereld te worden gepredikt; 41–51: de Heer zal in wraak neerkomen op de goddelozen; 52–56: het zal het jaar van zijn verlosten zijn; 57–74: het evangelie zal worden uitgezonden om de heiligen te redden en de goddelozen te vernietigen.
AFDELING 134
Een beginselverklaring inzake overheden en wetten in het algemeen, eenstemmig aangenomen in een algemene vergadering van de kerk gehouden op 17 augustus 1835 te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 2:247–249.) De gelegenheid was een vergadering van de kerkleiders, die bij elkaar waren gebracht om de voorgestelde inhoud van de eerste uitgave van de Leer en Verbonden te overwegen. In die tijd kreeg deze verklaring de volgende inleiding: ‘Om te voorkomen dat onze overtuiging met betrekking tot aardse regeringen en wetten in het algemeen, verkeerd wordt uitgelegd of begrepen, achten wij het gepast ons standpunt dienaangaande aan het eind van dit boek weer te geven’. (History of the Church, 2:247.)
1–4: overheden moeten gewetens- en godsdienstvrijheid beschermen; 5–8: alle mensen behoren hun regering te steunen en zijn de wet respect en gehoorzaamheid verschuldigd; 9–10: kerkgenootschappen behoren geen civielrechtelijke macht uit te oefenen; 11–12: mensen hebben het recht zichzelf en hun eigendommen te verdedigen.
AFDELING 135
Het martelaarschap van de profeet Joseph Smith en zijn broer, de patriarch Hyrum Smith, op 27 juni 1844 te Carthage (Illinois). (History of the Church, 6:629–631.) Dit document is geschreven door ouderling John Taylor van de Raad der Twaalf, die getuige was van de gebeurtenissen.
1–2: Joseph en Hyrum sterven als martelaar in de gevangenis van Carthage; 3: de eminente positie van de profeet uitgeroepen; 4–7: hun onschuldig bloed getuigt van de waarheid en de goddelijkheid van het werk.
AFDELING 136
Het woord en de wil des Heren, gegeven bij monde van president Brigham Young in Winter Quarters, het kamp van Israël, op de westelijke oever van de Missouri, in het gebied van de Omaha-indianen, bij Council Bluffs (Iowa). (Journal History of the Church [Dagboek-geschiedenis van de kerk], 14 januari 1847.)
1–16: Hoe het kamp van Israël moet worden georganiseerd voor de trek naar het Westen; 17–27: de heiligen wordt geboden naar tal van evangeliemaatstaven te leven; 28–33: de heiligen moeten zingen, dansen, bidden en wijsheid leren; 34–42: profeten worden gedood, opdat zij geëerd en de onrechtvaardigen veroordeeld zullen worden.
AFDELING 137
Een visioen dat de profeet Joseph Smith werd gegeven op 21 januari 1836 in de tempel te Kirtland (Ohio). (History of the Church, 2:380–381.) De gelegenheid was de bediening van de verordeningen van de begiftiging, voor zover die toen waren geopenbaard.
1–6: de profeet ziet zijn broer Alvin in het celestiale koninkrijk; 7–9: de leer van het heil voor de doden geopenbaard; 10: alle kinderen worden behouden in het celestiale koninkrijk.
AFDELING 138
Een visioen gegeven aan president Joseph F. Smith op 3 oktober 1918 te Salt Lake City (Utah). In zijn openingstoespraak op de 89e halfjaarlijkse algemene conferentie van de kerk op 4 oktober 1918 verklaarde president Smith dat hij in de afgelopen maanden verscheidene goddelijke mededelingen had ontvangen. Een daarvan, aangaande het bezoek van de Heiland aan de geesten der doden terwijl zijn lichaam in het graf lag, had president Smith de dag daarvoor ontvangen. Ze werd onmiddellijk na afloop van de conferentie op schrift gesteld. Op 31 oktober 1918 werd deze voorgelegd aan de raadgevers in het Eerste Presidium, de Raad der Twaalf en de patriarch, en werd eenparig door hen aanvaard.
1–10: president Joseph F. Smith overpeinst de geschriften van Petrus en het bezoek van onze Heer aan de geestenwereld; 11–24: president Smith ziet de rechtvaardige doden bijeen in het paradijs en Christus’ bediening onder hen; 25–37: hij ziet hoe de prediking van het evangelie onder de geesten werd georganiseerd; 38–52: hij ziet Adam, Eva en velen van de heilige profeten in de geestenwereld, die hun toestand als geest vóór de opstanding als een gevangenschap beschouwden; 53–60: de rechtvaardige doden uit deze tijd zetten hun werk voort in de wereld der geesten.

Officiële Verklaring

OFFICIËLE VERKLARING 1
OFFICIËLE VERKLARING 2