Bijbelvertaling van Joseph Smith – aanhangsel

BJS, Genesis 50:24–38. Vergelijk Genesis 50:24–26; 2 Nephi 3:4–22

Jozef in Egypte profeteert dat Mozes Israël van de Egyptische slavernij bevrijdt; dat een tak van Jozefs nakomelingen naar een ver land wordt geleid, waar zij in de verbonden van de Heer bedacht zullen worden; dat God in de laatste dagen een profeet roept, Joseph genaamd, om de kronieken van Juda en van Jozef te verenigen; en dat Aäron als woordvoerder van Mozes zal optreden.

24 En Jozef zei tot zijn broers: Ik ga sterven en ga naar mijn vaderen; en met vreugde daal ik af in mijn graf. De God van mijn vader, Jakob, zij met u om u in de dagen van uw slavernij uit de ellende te bevrijden; want de Heer heeft mij bezocht en Ik heb een belofte van de Heer verkregen dat de Here God uit de vrucht van mijn lendenen een rechtvaardige tak uit mijn lendenen zal verwekken; en voor u, die mijn vader, Jakob, Israël genoemd heeft, een profeet; (niet de Messias die Silo genoemd wordt;) en deze profeet zal mijn volk uit Egypte bevrijden in de dagen van uw slavernij.

25 En het zal geschieden dat zij wederom worden verstrooid; en een tak zal worden afgebroken en zal naar een ver land worden gevoerd; niettemin zal er aan hen worden gedacht in de verbonden van de Heer, wanneer de Messias komt; want Hij zal hun in de laatste dagen geopenbaard worden in de Geest van macht en Hij zal hen uit de duisternis tot het licht brengen; uit verborgen duisternis en uit gevangenschap tot vrijheid.

26 Een ziener zal de Heer, mijn God, verwekken, die een uitgelezen ziener zal zijn voor de vrucht van mijn lendenen.

27 Aldus zegt de Here God van mijn vaderen tot mij: Een uitgelezen ziener zal Ik verwekken uit de vrucht van uw lendenen en hij zal hoog geacht worden onder de vrucht van uw lendenen; en hem zal Ik het gebod geven dat hij een werk moet doen voor de vrucht van uw lendenen, zijn broeders.

28 En hij zal hen tot de kennis brengen van de verbonden die Ik heb gesloten met uw vaderen; en hij zal elk werk doen dat Ik hem gebied.

29 En Ik zal hem grootmaken in mijn ogen, want hij zal mijn werk doen; en hij zal groot zijn zoals hij van wie ik gezegd heb dat Ik hem voor u zou verwekken om mijn volk, o huis van Israël, uit het land Egypte te bevrijden; want een ziener zal Ik verwekken om mijn volk uit het land Egypte te bevrijden; en hij zal Mozes worden genoemd. En door deze naam zal hij weten dat hij van uw huis is; want hij zal door de dochter van de koning worden opgevoed en zal haar zoon worden genoemd.

30 En voorts, een ziener zal Ik verwekken uit de vrucht van uw lendenen en hem zal Ik macht geven om mijn woord te brengen aan de nakomelingen van uw lendenen; en niet alleen om mijn woord te brengen, zegt de Heer, maar om hen te overtuigen van mijn woord dat alreeds onder hen zal zijn uitgegaan in de laatste dagen;

31 daarom zal de vrucht van uw lendenen schrijven; en de vrucht van de lendenen van Juda zal schrijven; en hetgeen geschreven zal worden door de vrucht van uw lendenen, en ook hetgeen geschreven zal worden door de vrucht van de lendenen van Juda, zal samengroeien teneinde valse leerstellingen teniet te doen en twisten te weerleggen en vrede te vestigen onder de vrucht van uw lendenen en hen tot de kennis van hun vaderen te brengen in de laatste dagen; en ook tot de kennis van mijn verbonden, zegt de Heer.

32 En vanuit zwakte zal hij sterk worden gemaakt ten dage dat mijn werk zal voortgaan onder mijn gehele volk, hetgeen hen die van het huis van Israël zijn in de laatste dagen zal herstellen.

33 En die ziener zal Ik zegenen en zij die trachten hem te vernietigen, zullen worden beschaamd; want deze belofte doe Ik u; want Ik zal u van geslacht tot geslacht gedenken; en zijn naam zal Joseph zijn en die zal naar de naam van zijn vader zijn; en hij zal zijn zoals u; want hetgeen de Heer door zijn hand voort zal brengen, zal mijn volk tot het heil voeren.

34 En de Heer zwoer Jozef dat Hij zijn nakomelingen voor eeuwig zou bewaren, toen Hij zei: Ik zal Mozes verwekken en een staf zal in zijn hand zijn en hij zal mijn volk verzamelen en hij zal hen als een kudde leiden en hij zal de wateren van de Rode Zee met zijn staf slaan.

35 En hij zal kunnen oordelen en zal het woord van de Heer schrijven. En hij zal niet veel woorden spreken, want Ik zal mijn wet voor hem schrijven door de vinger van mijn eigen hand. En Ik zal hem een woordvoerder geven, en zijn naam zal Aäron zijn.

36 En het zal u ook in de laatste dagen geschieden zoals Ik gezworen heb. Daarom zei Jozef tot zijn broers: God zal u zeker bezoeken en u uit dit land voeren, naar het land dat Hij onder ede heeft beloofd aan Abraham en aan Izak en aan Jakob.

37 En Jozef bevestigde vele andere zaken aan zijn broers en nam de kinderen van Israël een eed af en zei tot hen: God zal u zeker bezoeken en u zult mijn beenderen van hier meevoeren.

38 Aldus stierf Jozef toen hij honderd en tien jaar oud was, en zij balsemden hem en zij legden hem in een doodskist in Egypte; en de kinderen van Israël zorgden ervoor dat hij niet begraven werd, opdat hij zou worden meegevoerd en in het graf van zijn vader gelegd. En aldus waren zij de eed indachtig die zij hem hadden gezworen.