De geloofsartikelenVAN DE KERK VAN JEZUS CHRISTUS VAN DE HEILIGEN DER LAATSTE DAGEN

History of the Church, deel 4, blz. 535–541

 Wijageloven in bGod, de eeuwige Vader, en in zijn cZoon, Jezus Christus, en in de dHeilige Geest.

 Wij geloven dat de mens zal worden gestraft voor zijn aeigen zonden en niet voor Adams bovertreding.

 Wij geloven dat door de averzoening van Christus de gehele mensheid kan worden bgered door cgehoorzaamheid aan de dwetten en everordeningen van het evangelie.

 Wij geloven dat de eerste beginselen en averordeningen van het evangelie zijn: ten eerste, bgeloof in de Heer Jezus Christus; ten tweede, cbekering; ten derde, ddoop door onderdompeling tot evergeving van zonden; ten vierde, fhandoplegging voor de ggave van de Heilige Geest.

 Wij geloven dat iemand van Godswege moet worden ageroepen, door bprofetie en door chandoplegging van hen die daartoe het dgezag bezitten, om het evangelie te eprediken en de fverordeningen ervan te bedienen.

 Wij geloven in dezelfde aorganisatie die in de vroegchristelijke kerk bestond, namelijk: bapostelen, cprofeten, dherders, leraars, eevangelisten enzovoort.

 Wij geloven in de agave van btalen, cprofetie, dopenbaring, evisioenen, fgezondmaking, guitlegging van talen enzovoort.

 Wij geloven dat de aBijbel het bwoord van God is, voor zover die juist is cvertaald; wij geloven ook dat het dBoek van Mormon het woord van God is.

 Wij geloven alles wat God heeft ageopenbaard, alles wat Hij nu openbaart, en wij geloven dat Hij nog vele grote en belangrijke dingen aangaande het koninkrijk Gods zal bopenbaren.

 10 Wij geloven in de letterlijke avergadering van Israël en in de herstelling van de btien stammen; dat cZion (het nieuwe Jeruzalem) op het Amerikaanse continent zal worden gebouwd; dat Christus persoonlijk op aarde zal dregeren; en dat de aarde zal worden evernieuwd en haar fparadijselijkegheerlijkheid zal ontvangen.

 11 Wij eisen het goed arecht de almachtige God te aanbidden volgens de bstem van ons eigen cgeweten, en kennen alle mensen hetzelfde goed recht toe: laat hen daanbidden hoe, waar of wat zij willen.

 12 Wij geloven onderdanig te moeten zijn aan koningen, presidenten, heersers en magistraten, door het gehoorzamen, eerbiedigen en hooghouden van de awet.

 13 Wij geloven aeerlijk te moeten zijn, trouw, bkuis, welwillend, deugdzaam, en cgoed te moeten doen aan alle mensen; ja, we mogen zeggen dat we de daansporing van Paulus volgen: wij geloven alles, wij ehopen alles, wij hebben veel verdragen en hopen alles te kunnen fverdragen. Als er iets gdeugdzaam, liefelijk, of eerzaam of prijzenswaardig is, dan streven wij dat na.

 

Joseph Smith